Wat we over onze wedergeboorte kunnen zeggen [=belijden]…

Wedergeboren tot een onvergankelijke en onbevlekte erfenis, die in de hemel wordt bewaard voor jullie.‘ (Uit 1 Petrus 1 uit de verzen 1-13 : 4)

Geciteerd: Van jullie hemelse erfenis, zegt Petrus, mogen/kunnen jullie helemaal zeker zijn, hoewel jullie haar evenwel nu met je ogen niet kunt zien en met je handen niet kunt tasten (1). Want ze is voor jullie bewaard en weggelegd op een plaats waar ze veilig is en blijf, namelijk in de hemel, waar niemand haar kan roven of stelen (2).
Het gaat maar om een klein poosje, dan zullen jullie haar niet alleen zien, maar ook in eigendom krijgen en eeuwig met een heerlijke en onuitsprekelijke vreugde bezitten.
Wanneer zal dat gebeuren? In de laatste tijd namelijk wanneer Christus in Zijn heerlijkheid zal verschijnen en ons uit de dood zal opwekken. Voor ons lijkt dat nog lang te duren, maar voor God zijn duizend jaren als één dag, ja, als een nachtwake. Wanneer we op die dag zullen opstaan en zelfs duizend jaar of langer onder de aarde hebben gelegen, dan zal het voor ons maar een ogenblik lijken dat we in het graf hebben geslapen. Bovendien gaat ons leven zó snel voorbij, alsof het vliegt, en valt de dood ons op de hals voordat we hem zien aankomen (Psalm 90 : 10).
[Maarten Luther: Auslegung über die 1.Epistel St. Petri (1539), W(2)9, 1119 ff]

(1) Wel hebben we het zichtbare en voelbare teken en zegel van onze Doop ontvangen en dat kan/mag niemand ons betwisten of afnemen.
(2) Zie Galaten 3 : 27, Kolossenzen 2 : 11-15, 2 Timoteüs 2 : 8-13, Titus 3 : 4-8 en Hebreeën : 19-25.

Opgemerkt: Onze wedergeboorte is dus een zaak die we alleen met de ogen van het geloof kunnen zien en vasthouden en daar hoort ook het trouw gebruik van de ons door God geschonken middelen helemaal bij. Het kan niet zonder! (Lees hierbij ook de ernstig waarschuwende woorden Hebreeën 10 : 29-39). Daarom kunnen en zullen wij onszelf en anderen niet met woorden overtuigen van onze wedergeboorte (3). Wij kunnen wel getuigen van ons geloof met daden en woorden (in die volgorde, wij zijn de apostelen niet, hun Evangelieverkondiging In Jeruzalem was echter ook altijd in de eerste plaats een daad van geloof en moed uit liefde (!), want zij verkondigden het Evangelie tegen alle verdrukking in, te beginnen in Jeruzalem, waar de Farizeeën en Schriftgeleerden Jezus hadden laten kruisigen en ook Zijn discipelen graag de mond hadden gesnoerd (of erger).

(3) Ook het meest vrome curatorium kan dat niet of ze moesten harten kunnen doorzien. Lees Paulus nuchtere woorden in 1 Korintiërs 4 : 1-5. Daarom als iemand de wens te kennen geeft om predikant/voorganger (of ouderling/diaken) te willen worden, dan dient zo iemand goed bekend te staan binnen de gemeente waar zo iemand lid van is en zullen die een goed getuigenis/aanbeveling moeten kunnen geven en dat zal dan – naast andere benodigde persoonlijke kwaliteiten – genoeg zijn om iemand met goed [=broederlijk] vertrouwen toe te laten tot het verlangde ‘ambt’.

Bron citaat: ‘Vertroost elkaar met deze woorden’ – Meditatie van 3 juli – Samengesteld en vertaald door H.C. van Woerden, sr. – Den Hertog uitgeverij (2022)

Jullie moeten ons [=de apostelen en hun medewerkers, zie 1 Korintiërs 3] beschouwen als dienaren van Christus, aan wie de geheimen van God zijn toevertrouwd. Van iemand die deze taak vervult, wordt verlangd dat hij betrouwbaar is. Maar hoe jullie of een menselijke instelling (bijv. een curatorium) over mij oordelen (4) interesseert me niet en hoe ik over mezelf oordeel telt evenmin (kan voor jullie niet van doorslaggevend belang zijn). Ik ben me weliswaar van geen kwaad (kwalijke motieven als persoonlijke eer najagen en/of financieel winstbejag) bewust, maar dat betekent niet dat mij niets ten laste kan worden gelegd (wanneer daar aanwijsbare redenen voor zouden zijn). Het is de Heer Die over mij oordeelt. Houd dus op met oordelen en wacht de tijd af dat de Heer komt, omdat Hij aan het licht zal brengen wat in het duister verborgen is en zal onthullen wat mensen heimelijk [=niet door medemensen te doorzien] beweegt. En dan zal God het zijn die ieder de lof geeft die hem toekomt.’ (5) (Uit 1 Korintiërs 4 : 1-5)

(4) Lees ook wat Paulus schrijft in Galaten 2 : 5-14.
(5) Van die aan iemand geschonken lof daar kan ook op aarde al iets van blijken, denk bijv. aan Dietrich Bonhoeffer, die wat hij openlijk en ook met gevaar voor eigen leven beleden en in praktijk gebracht heeft (voor en tijden WO II), ook heeft mogen ‘waarmaken’ tijdens zijn gevangenschap en bij zijn dood aan de galg.

Bron afbeelding: Knowing Jesus

Dit bericht werd geplaatst in Geen categorie. Bookmark de permalink .

Plaats een reactie