‘Ik ben de Goede Herder; de Goede Herder stelt Zijn leven voor de schapen.’ (Uit Johannes 10 uit de verzen 7-15 : 11)
Geciteerd: Een rechtgeaard christen laat zich niet afschrikken wanneer er een wolf (wolven) op zijn (levens)weg komen, maar voordat hij zijn naaste van het Woord en de ware kennis van Christus laat beroven, zou hij eerder zijn lichaam en leven daarvoor overgeven. Zoals de heilige apostelen en lieve martelaren gedaan hebben. Zij zijn deze wolf (wolven) in de muil gelopen en zijn niet gevlucht.
Zo moet het nóg zijn. Wie een predikant (dienaar en verkondiger van het Woord) wil zijn, moet er op bedacht zijn dat zo’n dienaar met zijn (of haar) hele hart alleen Gods eer en het beste voor de kudde (de aan deze dienaar toevertrouwde naasten) zoekt.
Zoekt zo’n dienaar dat echter niet, maar wil iemand bij dit ambt ook zijn voordeel of schade (en dus allerlei eigen belang w.o. de eigen reputatie) overwegen, die hoeft niet te denken stand te kunnen houden in de beproevingen die vast en zeker komen zullen. Óf zo’n dienaar zal schandelijk op de vlucht slaan en de schapen achterlaten, of hij zal zwijgen en de schapen huns weegs laten gaan – dat is zonder het Woord, maar mogelijk wel met veel vrome woorden – laten heengaan.
Zo blijken ze huurlingen, die om eigen voordeel en gewin preken (1) en niet tevreden zijn met wat God hen dagelijks tot onderhoud verstrekt als een aalmoes. Want dienaren van het Woord zullen toch niet meer willen hebben dan ‘voedsel en deksel’. Die echter meer willen hebben, gedragen zich als huurlingen, die het belang van de kudde vergeten als hun eigen hachje in gevaar komt. Terwijl ware dienaren van het Woord alles daarom willen verliezen (voor het welzijn en behoud van de kudde, dus ook voor de zwakke en zieke dieren daarin waar maar weinig eer mee of aan te behalen valt). Alles willen ze verliezen: dus zo nodig [=door God van hen gevraagd] zelfs ook eigen reputatie, lichaam en leven.
[Maarten Luther: WA 52, 277, 16-32]
NB. Dit citaat is enigszins bewerkt al is de strekking ervan m.i. gelijk gebleven.
(1) Het is of wordt dan voor deze predikers van het Woord in feite niet meer dan een (goed) betaalde baan, dat ook nog eens aanzien en opzien levert. Het kan allemaal goed begonnen zijn, maar men kan de reputatie die men heeft opgebouwd zo lief krijgen, dat men die onder geen beding meer wil verliezen. Zelfs als God zo’n dienaar in beproeving en daarmee in de problemen brengt vanwege de eigen fouten en zonden, dan wil zo’n dienaar die toch niet zien en erkennen en daarover (ook openlijk) schuld belijden. Maar juist van dienaren van het Woord mag verwacht worden dat zij wel komen tot dat openlijk schuld belijden en dat niet mijden en nalaten vanwege allerlei belangen waaronder reputatieschade. En wanneer het daar niet van komt, dan blijft dat in de kudde(n) die zij hoeden niet zonder gevolgen en ‘navolging’…
Bron citaat: ‘Vrees niet, geloof alleen’ – Meditatie van 4 juli – Den Hertog uitgeverij (2019)
‘Een huurling, iemand die geen (ware onder)herder is (wil zijn), en zich als dienaar niet zo verantwoordelijk voelt/weet als de Eigenaar Zelf, die laat de schapen in de steek en slaat op de vlucht wanneer hij (of zij) een wolf op de weg ziet aankomen. De wolf krijgt dan alle kans en die grijpt de schapen bij de keel jaagt de kudde uiteen.‘ (Naar Johannes 10 : 12)
Bron afbeelding: Knowing Jesus