‘Want het einde van de wet is Christus,
tot rechtvaardiging van ieder die gelooft.’
(Uit Romeinen 10 uit de verzen 1-13 : 4)
Geciteerd: Buiten Christus is geen zegen of rechtvaardiging, niet alleen vanwege de wet (1), maar ook omdat er geen ander geloof is dat ons kan zalig maken en verlossen. God wil Zijn belofte aan Abraham houden, aan wie Hij de zegen voor de hele wereld (alle volken en heel Gods schepping) in Zijn Zaad heeft beloofd en dat met uitsluiting van enig ander zaad op aarde (vgl. Genesis 22 : 18, Galaten 3 : 15-18).
Dat is de reden dat Hij geen nieuw en ander geloof wil toestaan voor wie dan ook, want óf noodwendig verklaart Hij dan Zijn belofte een leugen te zijn, of Hij herroept die. Daarom alleen het geloof in – en het geloof van (2) – Christus rechtvaardigt de mens, zoals Paulus zegt: ‘Christus is het einde van de wet, tot rechtvaardigheid van allen die in Hem geloven’ (vgl. Romeinen 10 : 4).
Wat betekent dit? Niets anders dan dat allen die in Christus geloven (en daarom gedoopt behoren te zijn/worden), door het geloof gerechtvaardigd zijn en Zijn Geest uit en door genade ontvangen (3). Hiermee is er een eind gekomen aan de wet, zodat hij/zij die gelooft nooit meer onder de wet is (4). Dit alles komt overeen met het doel van de wet (4).
[Maarten Luther: WA 10.1.1, 465, 15-466,4]
Die geen mens volmaakt houden kan (ook niet bij benadering!), want wie heeft in en onder alles God lief boven alles en de naaste als zichzelf? (Zie Jakobus 2 : 8-13).
(2) Ons geloof is onvolmaakt, maar het geloof van onze Heer Jezus Christus was wel volmaakt. De Vader zei van Hem: ‘In Hem vind Ik vreugde’ (zie Matteüs 3 : 17). Abraham mocht/mag de vader van alle gelovigen genoemd worden, onze Heer Jezus Christus is Degene die alle gelovigen – ook Abraham – rechtvaardigt om hun geloof (zie Galaten 3)
(3) Ons geloof is een werk van de Geest. Daarom klinkt het ook ‘Maak alle volken tot mijn discipelen door hen te dopen en hen te onderwijzen in wat Ik jullie geboden heb’ (zie hierbij Johannes 15 : 9-17, Handelingen 10 : 44-48, Jakobus 2 : 8-13 en 1 Johannes 4 : 11-21)
(4) Zie Jezus woorden in Johannes 6 : 25-29 en bedenk dat wij dus altijd weer in ons samenleven binnen en met de gemeenten van onze Heer de ander(en) zullen bevragen/onderzoeken op zijn of haar of hun gezamenlijk beleden geloof. Dat zullen we dan toch zeker ook toepassen op onze omgang met medegelovigen die anders denken over de vrouw in het ambt of over hoe om te gaan met (gedoopte en gelovige) homofiele broeders en zusters die samenleven of willen gaan samenleven.
Bron citaat: ‘Vrees niet, geloof alleen’ – Meditatie van 23 juni – Samengesteld en vertaald door H.C. van Woerden, sr. – Den Hertog uitgeverij (2019).
> Leestips: Romeinen 10 : 1-15 en de hierboven genoemde Bijbelgedeelten.
‘Broeders en zusters, ik wens uit de grond van mijn hart en bid tot God – net als Stefanus eerder deed (zie Handelingen 7 : 54 t/m 8 : 1) voor die “ijveraars voor de wet”, die hem stenigden of daarbij toezagen en dat goedkeurden – dat ze zullen worden gered. Ik kan van hen getuigen dat ze God vol toewijding dienen, maar het ontbreekt hen aan inzicht (net zoals ook eerder bij mij het geval was).’ (Uit Romeinen 10 de verzen 1-15 : 1-2)
Bron afbeelding: KJV Bible Verses