‘Het Woord is vlees geworden en het heeft onder ons gewoond en wij hebben Zijn heerlijkheid aanschouwd, een heerlijkheid als van de eniggeborene van de Vader, vol van genade en waarheid. Johannes heeft van Hem getuigd en heeft groepen zeggende: Deze was het van wie ik zei: Die na mij komt, is vóór mij geweest, want Hij was eer dan ik. Immers uit Zijn volheid hebben wij allen ontvangen, zelfs genade op genade, want de Wet is door Mozes gegeven, de Genade en de Waarheid zijn door Jezus Christus gekomen. Niemand heeft ooit God gezien, de eniggeboren Zoon, Die aan het hart van de Vader rsut, Die heeft Hem doen kennen.’ (Uit Johannes 1 uit de verzen 1-18 : 14-18)
Geciteerd: ‘De sprekende slang’ gaat over een van de belangrijkste onderdelen uit de gereformeerde geloofsleer: de oorsprong van het kwaad. Volgens het bijbelboek Genesis, hoofdstuk 3, is het kwaad in de wereld gekomen doordat Eva had gegeten van de boom van kennis van goed en kwaad. God had dat verboden, maar de slang, ‘het listigste van alle dieren des velds’, verleidde Eva, waarna zij at van de verboden vrucht.
Opgemerkt: Wie de Bijbel in vertrouwen aanvaard heeft als het Woord van God en het werk van de Heilige Geest en dat het Woord ons vlees heeft aangenomen en onder ons gewoond, dan vraag je je af waarom predikanten en theologen, die dat Woord altijd weer Pastoraal mogen meelezen met en verkondigen aan de leden van de gemeente, dus jong en oud, eenvoudig of hooggeleerd, behoefte hebben om de verhalen, waarvan we dus zeker mogen weten dat de Heilige Geest het nodig vond om ze op die manier aan ons te schenken, te voorzien van allerlei commentaar en opvattingen die niet zomaar uit die verhalen af te leiden zijn en die ons ook nog eens afbrengen van het goed luisteren naar wat de Heilige Geest ons daar te zeggen en te melden heeft en met welk doel dat gebeurd.
Een reden zou kunnen zijn dat men niet goed kan meekomen met de gangbare orthodoxe theologische (!) lezing en uitleg van het Genesisverhaal over het paradijs en de zondeval. En daar kan ik wel inkomen, want die moeite heb ik ook. Niet vanwege de tijdgeest en ook niet vanwege de evolutieleer, maar omdat Gods Woord Zelf ons een andere lezing en uitleg van die hoofdstukken aanreikt. Want wanneer we (door)lezen in Gods Woord, dan kunnen we heel goed begrijpen dat het in het paradijs gaat over het ons geheel toevertrouwen aan God en Zijn Woord. God, Die als een Vader Zijn kinderen aan elkaar gegeven heeft en geplaatst heeft in een hof die Hij Zelf voor ze heeft aangelegd. En daar mogen ze alle vruchten eten behalve van die ene boom waarvan God zegt dat als ze daarvan eten, dat ze dan zullen sterven. En dan is het van groot belang te geloven en te beseffen dat het de boze is die Adam&Eva verleidt om Gods Woord niet te geloven. Daarom staat in het paradijs verhaal niet het overtreden van een gebod centraal, maar het wantrouwen van de mens van God en Zijn Woord en het wel door vertrouwen geven aan de woorden van de boze, een medeschepsel, niet eens in de gedaante van een (hemelse) engel (boodschapper), maar in de gedaante van een slang. Dát is de oorzaak van het eten van de vrucht van de boom waarvan God gezegd had dat ze daarvan niet mochten eten. De ongehoorzaamheid is gevolg van ongeloof, niet in de eerste plaats van een moedwillige opstand tegen en overtreden van een gebod (wetsregel) van God.
Wanneer we in Genesis verder lezen, dan kunnen we te/nog meer lezen en begrijpen dat God wil dat we Hem vertrouwen en dat niet door wetsbetrachting en grote ijver in de dienst aan God (bijv. door het ijverig in cultuur brengen van de aarde). We zien dat al bij Kaïn en Abel, waar God de eerstgeboren en sterkere Kaïn laat merken dat Hij het offer van de zwakkere Abel wel aanneemt, maar dat van Kaïn niet. Kaïn (en z’n ouders) moesten leren de verwachting van de mens bij te stellen en hun hoop te stellen op de beloften en woorden van God. Later wordt dat na de zondvloed nog veel duidelijker bij de roeping van Abraham. God vraagt van hem te vertrouwen op Zijn Woord en de belofte(n) die Hij hem en Sarah gedaan heeft. En door zijn geloofsvertrouwen – niet door zijn wetsbetrachting en godsdienstigheid – wordt Abraham de vader van alle gelovigen genoemd.
Later zal onze Heer Jezus Christus nog duidelijker openbaren dat Hij en wij het niet van de theologen en de Wetsbetrachting (1) die zij voorstaan en prediken moeten hebben. Zijn prediking en omgaan met mensen is voluit Pastoraal en komt voort uit een volmaakt vertrouwen op Zijn hemelse Vader, zoals Hij dat ontvangt van en door de Heilige Geest, Die (in al Zijn volheid) op Hem uitgestort is bij Zijn Doop in de Jordaan. Naar Hem zullen we luisteren in opdracht van de Vader. En de apostelen hebben dat voorbeeldig gedaan en aan ons doorgegeven wat Hij ons wilde schenken (openbaren) door Zijn Woord en Werk en lijden en sterven hier op aarde. En dat Pastorale onderwijs dat ons geschonken is en dat levend en krachtig is door het werk van de Heilige Geest, dat zal altijd gelezen en verkondigd worden in het midden van Christus’ gemeente en daar Zijn werk doen in de harten van de gelovigen. Daarom is het schrijven van dikke theologische/dogmatische boekwerken naast de Bijbel een overbodig werk en die hebben dan ook beslist niet de levenwekkende kracht van het Woord van God en de verkondiging daarvan!
De kerk had zich dus heel wat werk en discussies van theologen kunnen besparen wanneer ze nederig waren gebleven bij de verkondiging van Gods Woord in en aan de gemeente en de moeite die daar gedaan en de strijd die daar gevoerd mag worden om Gods Woord zuiver te verkondigen, te bewaren en om dat verkondigde Woord ook in praktijk te brengen – zie voor een korte samenvatting van wat hier gezegd wordt 2 Timoteüs 3 : 16-17 en Titus 3 (in z’n geheel).
(1) Het is heus niet voor niets dat de Bijbel spreekt over dat ‘de Wet – met al haar regels: ‘de tuchtmeester tot Christus’ – ons door Mozes gegeven is’ maar dat ‘de Genade en de Waarheid door Jezus Christus zijn gekomen’ (Johannes 1 : 17). De Wet met haar bedoeling ‘God liefhebben boven alles en dat waar maken door je naaste lief te hebben als jezelf’ (naar o.a. Matteüs 22 : 36-40 en 1 Johannes 4 : 7-21) dat is de volmaakte Wet van God waarvan geen ‘jota of tittel’ afgedaan kan en zal worden. De liefde en wijsheid die wij nodig hebben om dat dagelijks waar te maken in ons samenleven (met God en mensen), die ontvangen wij door te luisteren naar wat de Geest tot de gemeenten te zeggen heeft en door ons gebed, zoals we dat gelovig biddend elke dag persoonlijk maar ook – zeker in gemeentelijke samenkomsten (op de zondag) – samen met anderen mogen en zullen doen.
Bron citaat: ND Geloof | Achtergrond – ‘Voorzichtig namen de gereformeerden afstand van de sprekende slang. ‘Ze wilden geen enkel risico lopen’’ – door Willem Bouwman.
‘Want Hij ontving van God, de Vader, eer en luister, toen de stem van de Majesteitelijke luister tegen Hem zei: “Dit is Mijn geliefde Zoon, luister naar Hem, in Hem vind ik vreugde.”. Die stem hebben wij zelf uit de hemel horen klinken toen wij met Hem op de heilige berg waren. Ons vertrouwen in de woorden van de profeten is daardoor alleen maar toegenomen. Jullie doen er goed aan je aandacht altijd daarop gericht te houden, als op een lamp die in een donkere ruimte schijnt, totdat de morgenster opgaat in jullie hart.‘ (Uit 2 Petrus 3 uit de verzen 12-21 : 17-19)
Bron afbeelding: Facebook