‘Johannes doopte met water’…

Toen Hij (Jezus) naar de tempel was gegaan en daar onderricht gaf, kwamen de hogepriesters en de oudsten van het volk naar Hem toe. Ze vroegen Hem: “Op grond van welke bevoegdheid doet U deze dingen? En wie heeft U deze bevoegdheid gegeven?” Jezus gaf hun ten antwoord: “Ik zal jullie ook een vraag stellen, en als jullie Mij daarop antwoord geven, zal Ik zeggen op grond van welke bevoegdheid Ik deze dingen doe. In wiens opdracht doopte Johannes? Kwam die opdracht van de hemel of van de mensen?”‘ (Uit Matteüs 21 uit de verzen 23-27 : 23-25)

Korte inhoud van Johannes 1 : 19-28 waar we lezen over het getuigenis van Johannes de Doper:

Geciteerd: In de eerste plaats: Een waar en oprecht geloof zoekt niet het zijne, maar belijdt en beschermt de waarheid. Het acht alles voor vuil en drek, opdat het alleen Christus mag gewinnen, zoals Paulus zegt in zijn brief aan de Filippenzen (3:8).
In de tweede plaats: Wanneer de Farizeeën tegen Johannes zeggen (v.25): ‘Waarom doopt u dan?’ – dan willen zij niet beschouwd worden als mensen die Gods werk veroordelen. Zij vragen Johannes daarom alleen waar hij de macht vandaan heeft om te dopen, en wie hem bevolen heeft dat te doen. Want uit de profeten Jesaja en Ezechiël wisten zij heel goed dat er in de Schrift over een komende doop gesproken wordt (o.a. Ezechiël 36:25-27; Jesaja 44:3; 52:15).
In de derde plaats: De doop van Christus is niet alleen water, zoals de doop van Johannes, die slechts een uiterlijk teken was. Maar zij is ook vuur en de Heilige Geest. Wanneer wij niet vóór onze dood daarmee gedoopt worden, dan is het water vergeefs en nutteloos; u bent dan ook geen christen, want u bent niet met de doop van Christus gedoopt (Mattheüs 3:1; Johannes 1:33).
[Maarten Luther: Predigten des Jahres 1522-1527 – Druck Winterpostille 1528 – Evangelium am Vierten Sonntage des Advents, Joh. 1:19-28, WA 21, 36ff]

Opgemerkt: De vraag bij de woorden van Maarten Luther over de doop dient te zijn of het Bijbelonderwijs en de praktijk van de apostelen dit onderscheid op déze manier rechtvaardigen en dat gedoopte kinderen dus nog (maar) moeten afwachten of de Heilige Geest na hun Doop op een later moment ook aan hen geschonken wordt en dan in hen het vuur van het (Pinkster)geloof ontsteekt.
We kunnen weten uit het onderwijs van Gods Woord dat dit niet zo ligt (1). Ook de waterdoop van Johannes stond niet los van het werk van de Heilige Geest in de harten van de hoorders van zijn prediking en dat gold zowel voor degenen die zich lieten dopen als voor hen die zijn waterdoop niet wilden ontvangen. De laatsten weerstonden het werk van de Heilige Geest. En onze Heer ontving bij de waterdoop van Johannes ‘zichtbaar’ de Heilige Geest (Matteüs 3 : 16).
Dat er door onze Heer en de apostelen wel onderscheid gemaakt wordt, dat moet niet leiden tot de gedachte dat God niet Zelf spreekt en belooft bij de waterdoop en dat de Heilige Geest daarmee niet ook vast en zeker aan de dopeling geschonken is en wordt. Dit uiterlijk teken werd door de apostelen niet zo gescheiden van Gods woord en werk door de Heilige Geest zoals dat hier nu wel gebeurd, daarom liet Petrus het huis van Cornelius alsnog dopen (2) en doopte Paulus Lydia en haar huis. Ook de huisgenoten van Lydia mochten op grond van hun waterdoop zeker weten dat de Heilige Geest ook aan hen geschonken en in hun harten uitgestort was en daarmee hun waterdoop – door het latere onderwijs leren – zien als het bad der wedergeboorte (3).

(1) Dat er door Petrus gezegd wordt ‘Ik herinnerde mij dat de Heer tegen ons zei: “Johannes doopte met water, maar jullie zullen gedoopt worden met de Heilige Geest’ heeft te maken met het feit dat Johannes niet zelf de Heilige Geest kon zenden, maar van Zijn aanwezigheid en werk afhankelijk was, maar na de kruisdood, opstanding en hemelvaart onze Heer lezen we in Handelingen 2 in de verzen 32-33: ‘Deze Jezus – Die jullie gekruisigd hebben – is door God tot leven gewekt, dáárvan getuigen wij allen. Hij is door God verheven, zit aan Zijn rechterhand, en heeft van de Vader de Heilige Geest, Die ook ons beloofd is, ontvangen (Matteüs 3 : 16, Johannes 16 : 7). Die Geest heeft Hij op ons doen neerdalen, en dat is wat jullie zien en horen.’
(2) Nu konden Cornelius en zijn huisgenoten zich met hun ‘doopattest’ melden bij een gemeente. De uitstorting van de Heilige Geest op hen was maar niet een onverwachte plotselinge ‘bevlieging’ geweest, maar deze was ook officieel door de apostel Petrus bevestigd met en door de waterdoop. De heidenen ontvingen geen andere uitstorting van de Heilige Geest dan de apostelen zelf en de leden van de eerste gemeente te Jeruzalem hadden ontvangen.
(3) Romeinen 6 : 4.

Bron citaat: maartenluther-com – Toezending via email op maandag 24 mei

Maak Gods Heilige Geest niet bedroefd, want Hij is het stempel waarmee jullie gemerkt zijn voor de dag van de verlossing.’ (Uit Efeziërs 4 uit de verzen 25-32 : 30)

Bron afbeelding: only.bible

Dit bericht werd geplaatst in Geen categorie. Bookmark de permalink .

Plaats een reactie