‘En Jezus riep Zijn discipelen bij Zich en zei: Ik ben innerlijk met ontferming bewogen over de menigte, omdat zij al drie dagen bij Mij gebleven zijn, en zij hebben niets wat zij kunnen eten; Ik wil hen niet nuchter wegsturen, opdat zij onderweg niet bezwijken.’ (Uit Mattheüs 15 uit de verzen 29-39 : 32, HSV)
Geciteerd 1: In de nacht van zondag op maandag gaan de bidders tegen de ochtend uiteen, om alleen te zijn met God. Elizabeth zoekt haar bed op en sluit de gordijnen eromheen, zodat ze privacy heeft. Een man komt de kamer binnen en hoort de smekende toon in haar gebed. Hij vraagt haar om haar gebeden hardop uit te spreken, zodat hij ze kan horen. Dat doet ze, en de deur van de kamer wordt opengezet zodat ook anderen mee komen luisteren. Drie uur lang bidt Elizabeth…
Opgemerkt: Onze Heer leerde zijn discipelen niet bidden door ze mee te nemen wanneer Hij Zich terugtrok om te bidden en ze dan te laten meeluisteren naar wat Hij met Zijn Vader in de hemel te bespreken had. De discipelen moesten Hem zelfs om gebedsonderwijs vragen – zie Lukas 11 : 1. En dan geeft onze Heer hen het nodige gebedsonderwijs en leert hen daarbij dat ze er zeker van mogen zijn dat God – meer nog dan aardse ouders – de gebeden van Zijn kinderen hoort en verhoort. (Lukas 11 : 1-3 en Matteüs 6 : 5-14)
‘En Jezus trok rond in al de steden en dorpen en gaf onderwijs in hun synagogen, en Hij predikte het Evangelie van het Koninkrijk en genas iedere ziekte en elke kwaal onder het volk. Toen Hij de menigte zag, was Hij innerlijk met ontferming bewogen over hen, omdat zij vermoeid en verstrooid waren, zoals schapen die geen herder hebben. Toen zei Hij tegen Zijn discipelen: De oogst is wel groot, maar er zijn weinig arbeiders. Bid daarom tot de Heere van de oogst dat Hij arbeiders in Zijn oogst uitzendt.’ (Uit Mattheüs 9 : 35-38, HSV)
Opgemerkt: Toch waren er in het Israël van die tijd niet alleen veel schapen maar ook veel ‘herders’, althans die zich daarvoor uitgaven en zich door ‘het volk’ lieten betalen/onderhouden, deze herders hadden ook hun eigen leerscholen en daar leerden ze vast ook veel en lang te bidden en hoe je dat ook in het openbaar kon doen – zie Matteüs 6 : 5-8 vv.
Geciteerd 2: Anderhalf uur preekt hij over Ezechiel 36:25 en 26. Dan begint het te regenen. Mensen worden onrustig en willen beschutting zoeken. Livingstone grijpt dat beeld aan en zegt dat als enkele regendruppels hen al zo in verwarring brengen, zij moeten bedenken hoe ontzet zij zouden zijn als de regen van Gods oordeel over hen komt. God kan vuur en zwavel op u regenen, zoals in Sodom en Gomorra! Maar, gezegend is Zijn Naam! De deur van genade staat nog voor u open (1). De Zoon van God, Die onze natuur aannam, gehoorzaam is geweest en geleden heeft, is de enige schuilplaats voor de storm van Gods toorn over onze zonde. Alleen achter Zijn verdienste en middelaarschap kunnen we schuilen voor die storm. Alleen diegenen die komen tot Christus zoals ze zijn, leeg van zichzelf, alleen zij die de aangeboden genade uit zijn hand aannemen, zullen veilig zijn …
Ongeveer 500 mensen komen die dag tot Christus. Er zijn intens doorleefde emoties: mensen huilen, roepen tot God om genade en spreken later over die dag als het moment van hun bekering of geestelijke doorbraak.
Opgemerkt: Hij stuurt ze dus met de angst voor een ‘Sodomitische’ regen van vuur en zwavel naar huis. Hoe anders was dan de Herderlijke zorg van onze Heer en Heiland voor zo’n grote schare schapen (schapen!)… En ach, wat is die ‘opwekking’ tot onderwerp van gesprek gemaakt. Dáár was nu werkelijk weer eens wat gebeurd. Al dat gewone kerkelijke leven, wie kan daar nou nog echt enthousiast van en over worden? Maar als een prediker zoiets teweeg weet te brengen, dan verdient hij nationaal en internationaal de aandacht en dat geslachtenlang en de boekdrukkers krijgen er ook geen genoeg van. En ook RD-journalisten worden er nog weer op uitgestuurd om die namen onder de aandacht te brengen. Want je moet het geloof dat een ‘opwekking’ nog altijd mogelijk is toch maar levend zien te houden, want aan de gewone bediening van Gods Woord en de sacramenten in de zondagse samenkomsten hebben (m.n.) de ‘herders’ (maar ook) de schapen heus niet genoeg…
Geciteerd slot: Voor dit artikel werd dankbaar gebruikgemaakt van ”Schotse Geloofshelden” van John Howie (W.H. den Hertog – Utrecht), van ”Het leven van John Livingstone” van B. Florijn (Van den Tol, 1973) en van bronnen die we via internet konden raadplegen. Onder andere de autobiografie van Livingstone (”Memoirs of rev. John Livingstone”) is geheel online te vinden.
Opgemerkt: Laten wij het maar eenvoudig houden bij de geloofshelden die Gods Woord ons onder de aandacht heeft gebracht en altijd weer brengen wil. Van de geloofshelden die wij menen te kunnen aanwijzen en aanprijzen moeten we maar de woorden uit 1 Korintiërs 4 : 1-5 en 1 Korintiërs 13 : 1-4 in gedachten houden.
Leestips: 1 Korintiërs 4 en 13 en 2 Korintiërs 10 : 12-18.
(1) In Rijssen wist een GG-predikant tijdens een huwelijksdienst (1982) alle aandacht te vragen voor/geven aan een opa en oma van het bruidspaar, waarvan de oma blijkbaar al ‘binnen’ was, en voor de opa (z.i. !) ‘de deur nog altijd op een kier stond’.
Bron citaat: RD Kerk & religie – ‘Tijdens een preek van John Livingstone komen 500 mensen tot bekering’ – door Christine Stam-van Gent en Sytse van der Veen.
‘Toch waren er ook veel leiders die wel in Hem geloofden, maar vanwege de kerkleiders (m.n. de Farizeeën en Schriftgeleerden) kwamen ze daar niet openlijk voor uit, omdat ze niet uit de synagoge gezet wilden worden. Ze stelden meer prijs op de eer van mensen dan op de eer van God.’ (Uit Johannes 12 uit de verzen 37-50 : 42-43)
Bron afbeelding: A Clay Jar