Over wie je bent volgens de psychologie en theologie…

Broeders en zusters, ik kon tot jullie niet spreken als tot geestelijke mensen. Ik sprak tot mensen van deze wereld, tot niet meer dan kinderen in het geloof in Christus. Ik heb jullie melk gegeven, geen vast voedsel; daar waren jullie nog niet aan toe. En (blijkbaar, zelfs) ook nu nog niet, want jullie zijn nog gebonden aan deze wereld.’ (Uit 1 Korintiërs 3 uit de verzen 1-9 : 1-3)

Geciteerd 1: Als iemand vertelt dat hij echt in de put zit, is het dan passend om te reageren met ‘je identiteit ligt in Christus’? Dat ligt helemaal aan de context, concluderen Christine en Gerjanne in hun podcast. Gerjanne: ‘De zin op zichzelf is mooi, maar we moeten ons trainen in timing en momenten.’ Christine: ‘Je moet er mensen niet psychologisch een kopje kleiner mee maken.’ (…) Dat je identiteit in Christus ligt, kan dus ‘geestelijk gezien een helpende gedachte zijn’, merkt Christine op. Maar dat betekent niet dat je die opmerking te pas en te onpas kunt maken als iemand laat merken het op dat moment psychisch moeilijk te hebben.
Zo gauw (dus: altijd? AJ) je in een pastorale setting de zin ‘Maar je identiteit ligt in Christus’ gebruikt, sla je het gesprek lam en sla je ook een innerlijk proces lam, stellen ze.
De vriendinnen onderscheiden in hun podcast twee soorten identiteit: je psychologische identiteit en je theologische identiteit. Bij het eerste gaat het om je zelfbeeld, karakter en levensverhaal, bij het tweede om wie je bent in je relatie tot God. (a)
Gerjanne: ‘Als iemand in een gesprek vertelt hoe moeilijk hij het heeft, praat diegene vanuit zijn psychologische identiteit. En als jij dan gaat antwoorden vanuit de theologische identiteit, doe je geen recht aan die psychologische identiteit van die persoon. Dan zijn het maar zalvende woorden.’
Christine: ‘Je psychologische identiteit is iets waar groei en ontwikkeling in zit, soms moet je er daarvoor ook echt over praten. Terwijl je theologische identiteit je is geschonken [? (1)]. Je hebt de psychologische identiteit nodig om die theologische identiteit te kunnen grijpen. Dus als je bijvoorbeeld heel onzeker bent of een moeilijke hechting hebt gehad, kun je die theologische identiteit in Christus soms helemaal niet vatten, niet pakken, niet verinnerlijken.’

Geciteerd 2: In de eerste plaats: theologie is wetenschap, het theologisch denken is wetenschappelijk denken, dat zich op typische wijze van het niet-wetenschappelijke onderscheidt. Iets dergelijks kan men niet zeggen van de exegese: exegese is de verklaring, uitlegging, en oorspronkelijk ook toepassing van Gods Woord op een bepaalde tijd, een bepaalde situatie en een bepaalde taak.
Ongetwijfeld heeft de theologische wetenschap veel met de (geloofs)kennis van God te maken. Maar er is groot bezwaar tegen, deze wetenschappelijke kennis met geloofskennis te vereenzelvigen. (…) Want de geloofskennis wordt slechts daar verworven, waar we de wil van de Vader ten opzichte van Zijn kinderen leren verstaan en kennen. We kunnen de wil van de Vader alleen leren kennen uit Gods Woord. ‘De ogen houdt mijn stil gemoed opwaarts om op God te letten‘, dat is: Op Zijn Woord te letten. En als we op Zijn Woord letten, op de manier zoals Hij dat wil, dán zijn we bezig met Schrift-exegese. Daarom is Christus onze grote Exegeet: Hij heeft ons de wil van de Vader volkomen bekend gemaakt.
De exegese is daarom allereerst een geloofswerkzaamheid die plaatsvindt waar wij in geloof ons oor te luisteren leggen bij wat Gods Woord ons te zeggen heeft, en daarbij met het oog van het geloof ontdekken dat Hij een Beloner is van wie Hem ernstig zoeken, en met de hand van het geloof Zijn beloften aangrijpen, dat is gehoorzaam zijn aan Zijn bevel, waarin Hij ons beveelt wat we hebben te geloven (1), – dán zijn we bezig met het vergaren van geloofskennis.

(1) Denk hierbij eerst en vooral aan wat onze Heer zegt in Johannes 3 de verzen 16-19, en aan Zijn onderwijs over het bidden in Lukas 11 : 1-13 en aan wat de kerk over dat wat Gods Woord ons te geloven geeft heeft samengevat in de Twaalf Artikelen en het geloofsvertrouwen dat ons m.n. ook ‘geleerd’ en geschonken wordt door en onder de bediening van Gods Woord en Doop en Avondmaal in de samenkomsten van de gemeenten van onze Heer.

Opgemerkt: In het geheel van de blog waaruit citaat 2 werd genomen komt ook het pastorale [=broederlijke/zusterlijke!] (of juist niet pastorale gesprek) gesprek aan de orde: blog

NB. Net zo goed als dat we geen (wetenschappelijk) psychologisch boek moeten gebruiken om iemands* psychologische identiteit vast te stellen (of zelfs vast te leggen) zullen we ook geen theologisch boek gebruiken om iemands* identiteit in Christus vast te stellen (of vast te leggen).
* Of het nu een ander of jezelf betreft.

Bron citaat 1: ND Mensen – ‘Waarom ‘je identiteit ligt in Christus’ zowel een dooddoener als helpende opmerking kan zijn’ – door Machteld Meerkerk
Bron citaat 2: ‘De vrijheid der exegese’ – door dr. K.J. Popma (1903-1986) – Uitgave van Oosterbaan & Le Cointre N.V. Goes (1944)

(a) ‘Niemand van jullie moet zich laten voorstaan op een ander mens, want alles is van jullie; of het nu de apostelen Paulus, Apollos of Petrus is (of theologen en oudvaders als Augustinus, Calvijn, Smytegelt, etc., etc.) wereld, leven of dood, heden of toekomst – álles is van jullie.** Maar jullie zijn van Christus en Christus is van God. (Uit 1 Korintiërs 3 uit de verzen 16-23 : 21-22)
** Zie Galaten 3 : 25-29.

Bron afbeelding: HeartsToChrist

Dit bericht werd geplaatst in Geen categorie. Bookmark de permalink .

Plaats een reactie