‘Zijn er niet tien rein geworden? Waar zijn dan de negen?‘
(Uit Lukas 17 uit de verzen 11-19 : 17).
Geciteerd: De kunst van de echte dankbaarheid zal je van de wereld – ook de christelijke wereld – niet kunnen leren, wel het tegendeel. Als je je dankbaarheid niet toont, dan is de (kerk)wereld (w.o. je broeders en zusters die je gegeven zijn) spoedig van mening dat wat ze – huns inziens ten goede – voor je gedaan hebben, verloren moeite is geweest en willen je dan voortaan niet meer helpen (sommigen willen je niet eens meer zien) (1). Echter van onze Vader in de hemel kunnen we deze kunst wél leren. Hij laat Zijn zon niet alleen schijnen over de ‘goeden’, die Hem daarvoor danken, maar ook over de kwaden, die Hem niet (naar behoren) danken en bovendien nog zijn goede gaven misbruiken (en wie deed en doet dat niet?). Hij zou (wél) met recht dan ook kunnen zeggen: Ik heb de zon nu zoveel jaren laten schijnen, graan, wijn en allerlei goede dingen gegeven, maar Ik kan er geen dank mee verdienen. Daarom wil Ik de zon nu niet meer laten schijnen en de ondankbaren van de honger en kou laten sterven. Maar onze genadige Vader doet dat niet! Nee, zegt Hij, zo groot kan de ondankbaarheid van de (christen)wereld niet zijn dat Ik me daarover kwaad zou maken – om haar te vernietigen, zelfs bij de zondvloed was dat niet het geval! Wil de wereld niet dankbaar zijn dan zal Ik toch genadig en barmhartig blijven (2) en de ondankbaren daar op een later tijdstip wel over aanspreken (3).
Deze kunst moeten wij ook – altijd weer (4) – leren, tenminste als we werkelijk als christenen willen leven. Dat is immers de natuur van de christelijke liefde, dat ze alles verdraagt (en gelooft) en verduurt en zich daarover niet bitter en boos maakt. Er zijn er echter maar heel weinig die deze liefde hebben (beoefenen met vallen en weer opstaan). Daaruit volgt dat er ook niet veel echte (beter: praktiserende) christenen zijn.
[Maarten Luther: Predigten des Jahres 1533, Hauspostille 1544, WA 52, 467, 6-21]
* ‘Goddelijke natuur’ – Zie 2 Petrus 1 : 1-4.
(1) Zie echter de woorden in Lukas 17 : 10 die ons allen tot nederigheid en bescheidenheid en dankbare liefde manen en vermanen.
(2) Zie Gods genadige belofte aan Noach en zijn gezin en de mensheid van na de zondvloed in Genesis 8 : 20 t/m 9 : 17.
(3) En wij ondankbare christenen worden daar toch op z’n minst wekelijks (op zondag) bij de bediening van Gods Woord en ook Doop en Avondmaal iedere keer weer – genadig! – op aangesproken.
(4) Vandaar dat we ons ook altijd weer hebben te begeven naar de samenkomsten waar Gods Woord en de sacramenten, in ontmoeting van en in het samenzijn met onze broeders en zusters, bediend worden – zie (o.a) Hebreeën 10 : 24-25.
> Leestips: Genesis 8 : 20-22, Matteüs 5 : 43-48 en Lukas 17 (geheel!) t/m 18 : 30.
Bron citaat: ‘Vertroost elkaar met deze woorden’ – Meditatie van 13 mei – Den Hertog Uitgeverij (2022)
‘Hetzelfde geldt voor jullie; Wanneer jullie alles gedaan hebben wat jullie is opgedragen, zeg dan: “Wij zijn maar knechten, we hebben enkel onze plicht gedaan.”‘ (Uit Lukas 17 uit de verzen 1-10 : 10)
Bron afbeelding: Bible Verse of the Day (theliteralbible)