‘Waar is de wijze, waar de Schriftgeleerde*, waar de (welbespraakte) redenaar van deze wereld?‘ (Uit 1 Korintiërs 1 : 18-31 : 20)
* Zie Johannes 7 : 31-32 en 45-49.
Onderstaande citaten komen uit de toepassing aan het slot van een preek van Bernardus Smijtegelt (a).
Geciteerd 1: Wij hebben nog een woord voor u tot waarschuwing: onderzoek uzelf of u verlost bent. Wij hebben verschillende redenen om dit op uw hart te binden.
a. In de eerste plaats is het een uitdrukkelijk bevel van God: ‘Onderzoek uzelf, of gij in het geloof zijt. Beproef uzelf (2 Korintiërs 13 : 5). Als u dat niet doet, bent u ongehoorzaam en dat is een zonde van toverij, zei Samuël tegen Saul. Gehoorzamen is beter dan slachtoffer (1 Samuël 15 : 22-23). De Heere zal met een vlammend vuur wraak doen over hen die God niet kennen en het Evangelie van onze Heere Jezus Christus niet gehoorzaam zijn, en die zich daarom niet onderzoeken (2 Thessalonicenzen 1 : 8 ). De toorn van God blijft op hem die de Zoon ongehoorzaam is (Johannes 3 : 36). Er zitten hier wellicht veel mensen die deze gehoorzaamheid nooit beoefend hebben.
Opgemerkt 1: Hoe durft een predikant zijn mond zó open te doen tegen een gedoopte gemeente en wat een misinterpretatie en daardoor een vreselijk gebruik van Gods Woord tegen de leden van een gemeente die door de Doop toch allen lidmaten zijn van het Lichaam van Christus en die naar Gods belofte onder bearbeiding staan van de Heilige Geest en dat al hun leven lang, niet alleen thuis wanneer daar gebeden en uit Gods Woord (voor)gelezen werd en wordt, maar ook in de samenkomsten van de gemeente met haar gebeden en bediening van het Evangelie en Doop en Avondmaal.
Wanneer de voorgangers in de samenkomsten (en in de huizen, zie Handelingen 20 : 20-21) trouw Gods Woord voorlezen en verkondigen aan de gemeente, dan gelden ook voor hun inzet en werk de woorden die Paulus aan Timoteüs schrijft in 1 Timoteüs 4 : 11-16 en aan Titus in Titus 3 : 1-8.
En wanneer we aan de woorden over zelfonderzoek in 2 Korintiërs 13 : 5 aandacht geven, dan begrijpen we toch wel dat die ook nog weer gericht zijn tegen de mensen in de gemeente te Korinthe die hoog van zichzelf durfden opgeven (en anderen daarmee onder de indruk brachten) en die vonden dat de wijze waarop Paulus het Evangelie gebracht en verkondigd had in feite niet meer dan een vertoon van zwakheid was geweest en dat Paulus zich in feite niet kon meten met hen. Zij durfden hoog van zichzelf opgeven en wisten de gemeente daarmee onder de indruk en ook onder de knoet te brengen van hún manier van doen en laten: zie 2 Korintiërs 10 : 12 t/m 11 : 21vv. Ze stelden hun vertrouwen niet op Christus alleen, maar op allerlei bijzondere zaken waarmee ze bij anderen de indruk konden wekken, dat dát pas volle zekerheid gaf, maar het nam de onderlinge liefde en zorg voor elkaar weg: zie 2 Korintiërs 12 : 18-21.
En lezen we nu dat Paulus vanwege deze hoogmoedige mensen (w.o. voorgangers, zie 1 Korintiërs 4 : 1-21) in de gemeente te Korinthe een groot deel van de gemeente nu zó onder de toorn van God over hardnekkig ongeloof stelt als dat ‘nadere reformatie predikant’ Bernardus Smytegelt hier meent te moeten en kunnen doen? Nee, hij schrijft daar aan het slot van de brief: ‘Tot slot, broeders en zusters, groet ik jullie. Beter jullie leven, neem mijn vermaningen ter harte, wees eensgezind, leef in vrede met elkaar – dan zal de God van de liefde en vrede met jullie zijn. Groet elkaar met een heilige kus. Alle heiligen die hier zijn laten jullie groeten. De genade van de Heer Jezus Christus, de liefde van God en de eenheid met de Heilige Geest zij met jullie allen.’ (Uit 2 Korintiërs 13 de verzen 11-13).
Geciteerd 2a: b. In de tweede plaats: wie we ook zijn, we zijn zeker van een van beide: Verlost of niet verlost.
Geciteerd 2b: c. (…) We hebben het Woord vlakbij ons; de kenmerken zijn helder en de ervaring is beslissend.
Opgemerkt 2: ‘De ervaring is beslissend’… Hoe anders spraken de apostelen en ook de (niet ‘nadere reformatie’) reformator Maarten Luther! Niet onze ervaring, maar in de waarheid van het ons verkondigde Woord van God – en dat werd ons al bij de Doop verkondigd en aan ons bevestigd – ligt onze verlossing vast. Wij zijn gekocht en betaald. Ons leven is dankbaarheidsleven of het is ‘geen leven’!
Geciteerd 3: d. In de vierde plaats vraag ik waarom Gods kinderen zo schuchter zijn en waarom ze steeds wankelen. Is het niet omdat ze niet (op basis van hun ervaringen – AJ) tot zekerheid kunnen komen. Waarom durft de zondaar zo vrijmoedig in de zonde te leven? De oorzaak is een gebrek aan zelf onderzoek (! – AJ). Hij weet wel dat zelfonderzoek (! – AJ) hem zal leren dat zijn leven niet deugt (1) en dat hij dan dikwijls bedroefd zal zijn. Zo iemand heeft dus geen reden goedsmoeds te zijn. Maar de mensen die weten dat ze verlost zijn (op basis van bepaalde kenmerken en ervaringen – AJ), en voor wie God het licht in hun hart laat schijnen, die zijn goedsmoeds en vrolijk. Zij hebben een vrolijk hart waarvan Salomo zegt dat het een gedurige maaltijd is (Spreuken 15 : 15). Deze mensen zijn in uw ogen als helden (? is dat zo binnen ‘nadere reformatie’ kerken? – AJ), maar hun getal is niet groot (? Aan de Avondmaalstafel? – AJ). Twee werken op het veld, de een heeft het, de ander niet. Twaalf mensen zijn in een huis: een of twee hebben het, en dikwijls tien of elf niet.
(1) Zelfonderzoek – zoals Paulus het vraagt in 2 Korintiërs 13 : 5 – moest niet dienen om te bepalen of ons leven al of niet deugt, maar of wij werkelijk leven uit het geloof, het gaat om Godsvertrouwen, dat we vertrouwen dat God om Christus’ wil ons genadig is, ook wanneer we nog altijd weer ontdekken en moeten vaststellen dat er nog van alles niet deugt in ons leven en samenleven – ook in Christus’ gemeente(n). Die hoogmoedige mensen in de gemeente van Korinthe meenden de juiste kenmerken en (bijzondere) ervaringen te hebben die hen aangenaam en aannemelijk maakten in de ogen van God.
Opgemerkt 3: Vinden we deze voorstelling van zaken ook bij de apostelen? Is juist niet het door Smytegelt aanbevolen soort zelfonderzoek dat de gedoopte leden van de gemeente onzeker en schuchter maakt en gedoopte en belijdende leden afhoudt van de Avondmaalstafels?
Geciteerd 4: e. Uitstel is heel gevaarlijk. De tijd gaat snel, ze wacht op niemand. We kunnen onszelf geen dag zekerheid beloven, en daarom mogen we het niet uitstellen tot het sterfbed. We weten niet of we ons verstand dan nog wel hebben. We kunnen ook niet naar de eeuwigheid gaan met een ongegronde hoop; dan zou blijken dat alles bedrog geweest is en dan wordt de onbetrouwbare bepleistering afgerukt.
Opgemerkt 4: Dit is weer zo’n voorbeeld van toepassingswoorden na de verkondiging van Gods Woord waarvan we zeggen moeten dat ze zijn als de benen van een verlamde: ze zien er van de buitenkant uit alsof je ermee lopen kunt, maar ze missen de kracht van het verkondigde Woord zoals de Heilige Geest die aan Gods eigen Woord schenkt. En zo gaat het helaas nog wel een poosje verder met de woorden in de toepassing van deze preek.
> Leestip: 1 Tessalonicenzen 2 : 13-17 en 3 : 1-5.
> Zie ook aanvullend deze blogs:
- https://jc33nl.nl/2024/07/18/over-geloof-en-zelfonderzoek-en-heilszekerheid/
- https://jc33nl.nl/2022/11/08/bevrijd-van-het-vervloekte-zelfonderzoek/
- https://jc33nl.nl/2025/09/27/de-nieuwe-mens-zit-tegenwoordig-nogal-hoog-te-paard/
Opgemerkt slot: Je zou kunnen zeggen dat men in de ‘nadere reformatie’ kerken de leden met dit soort prediking een bepaald soort masochisme [bedoeld wordt: zelfkastijding/zelfverwerping] heeft aangeleerd. Men wil nu zelfs graag altijd weer horen dat een heel deel van de gemeente afgeschreven wordt, zelfs al moeten ze zichzelf daar ook toe rekenen. Maar de voorgangers zullen juist alle leden aansporen om te leven naar de genade en de hoge roeping die hen ten deel gevallen is: zie Efeziërs 4 : 1-6).
(a) Bernardus Smytegelt (1665-1739) is een van de bekendste predikanten uit de tijd van de ‘Nadere Reformatie’. Smytegelt studeerde theologie in Utrecht. Zijn medestudenten achtten hem hoog vanwege zijn godsvrucht en heel zijn houding. Hij had veel contact met de hoogleraar Melchior Leydekker. In 1686 verdedigde hij een aantal stellingen over Augustinus en diens werk “Over de eenheid der kerk”. Hij droeg deze op aan zijn vader, en aan zijn oom Petrus Smytegelt, predikant te Middelburg. Hij was op en top Zeeuw: zijn studiejaren te Utrecht waren de enige die hij doorbracht buiten Zeeland. Smytegelt bleef ongehuwd.
Bron citaat: Reveilserie – Preek: ‘Jezus’ bloed brengt verlossing’ – No. 624, April 2026.
‘De Zoon van God, Jezus Christus, Die wij, Silvanus, Timoteüs en ik, aan jullie verkondigd hebben, was immers ook niet iemand Die ja zei en nee bedoelde. Hij belichaamt het ja. In Hem worden alle beloften van God ingelost. Het is God Die jullie en ons Christus als fundament geeft, Die ons allen heeft gezalfd **, heeft gewaarmerkt als Zijn eigendom en als voorschot de Geest gegeven heeft.‘ (Uit 2 Korintiërs 1 de verzen 19-22)
** Zie hierbij ook 1 Johannes 2 : 27.
Bron afbeelding: Facebook (Diva’s Den Fashion, LCC)