Mijn schild ende betrouwen… (I)

Daarom ben ik van goede moed, in zwakheden, in smadingen, in noden, in vervolgingen, in angsten, om Christus’ wil. Want als ik zwak ben, dan ben ik machtig.’ (Uit 2 Korintiërs 12 uit de verzen 1-13 : 10)

Geciteerd: De Heere onze God is de God van de nederigen en de bekommerden, van hen die in noden, aanvechtingen, vervolgingen en gevaar zijn. Juist in hen bewijst God Zijn kracht en macht. Want als we sterk zouden zijn, dan zouden we trots en hoogmoedig worden. God kan immers Zijn macht niet betonen en bewijzen dan in onze zwakheid (1). Hij dooft het smeulende lampenpitje niet uit. Ook wil Hij het geknakte riet niet verbreken. Maar de duivel wil de smeulende lampenpitjes wél graag uitdoven en de geknakte rietjes onder zijn voeten vertrappen (2).
Aan de ene kant heeft God de aanvechting lief, aan de andere kant is Hij ze vijandig gezind. Hoe kan dat? Lief heeft Hij ze, wanneer we daardoor aangezet en uitgelokt worden om tot Hem te bidden en op Hem te vertrouwen. Vijandig is Hij ze gezind wanneer we vanwege de aanvechtingen bevreesd en moedeloos worden. Daarom, gaat het goed met je? Zing een lied en loof Hem; gaat het slecht met je? Roep God aan en bid (3). ‘Want de Heere heeft een welgevallen aan hen die Hem vrezen en op Zijn goedheid wachten’ (Psalm 147 : 11).
Vrede heeft z’n tijd, oorlog heeft z’n tijd, wijsheid heeft z’n tijd, dwaasheid heeft z’n tijd (4), gezondheid en ziekte hebben hun tijd, vrolijkheid heeft z’n tijd en droefheid heeft z’n tijd. Op deze manier is er steeds weer een tijd van beproeving en een tijd van verademing. Het gaat met ons leven als met het weer in april: het is altijd onzeker en wisselvallig.
[Maarten Luther: Tischreden aus Veit Dietrichs und Nicolas Medlers Sammlung, WATR 1, Nr. 956)

(1) Onze Heer zette niet een (inmiddels) stelletje knappe theologen (voorzien van een dik theologisch boekwerk) aan het werk na Zijn opstanding, maar Zijn eenvoudige discipelen en met ‘hun’ dopelingen vormden ze toen een gemeenschap, die zich door hen laten onderwijzen en die met elkaar het brood breken en zich wijden aan het gebed (zie Handelingen 2 : 41-47 en 6 : 2-4).
(2) Moeten we daar niet ook altijd weer voor oppassen binnen onze gemeenten en kerkelijke gemeenschappen? Zie 2 Korintiërs 1 : 23-24 en 2 : 11.
(3) Zie bijv. de aanmaning van God in Psalm 50.
(4) Ook bij regeringen en de volken zien we die wisselende tijden.

Bron citaat: ‘Vertroost elkaar met deze woorden’ – Meditatie van 3 mei – Den Hertog Uitgeverij (2022)

Wij verkondigen niet onszelf – door hoog op te geven van onze ‘kwaliteiten’ en ook als gemeente zullen we dat niet doen -, wij verkondigen dat Jezus Christus de Heer is en dat wij (apostelen) omwille van Hém jullie dienaren* zijn. Want God, Die gezegd heeft dat het licht uit de duisternis zou schijnen, is ook Degene Die in onze harten geschenen heeft tot verlichting met de kennis van de heerlijkheid van God in het aangezicht van Jezus Christus.’ (Uit 2 Korintiërs 4 de verzen 1-6 : 6)
* Paulus zegt niet: omwille van Hem jullie leidsmannen zijn…

Bron afbeelding: Knowledge of Him (WordPress-com)

Dit bericht werd geplaatst in Geen categorie. Bookmark de permalink .

Plaats een reactie