Over (geestelijk) hartsverlangen gesproken…

Mijn ziel dorst naar God, naar de levende God; wanneer zal ik ingaan, en voor de levende God verschijnen?‘ (Uit Psalm 42 vers 3)

Geciteerd: Dat iemand leeft, kan heel duidelijk aangetoond worden als men ziet dat hij kan spreken en verstandig nadenken; dat hij kan staan, lopen en werken; dat hij kan eten en drinken, en zo meer. Dat zijn echter niet de enige bewijzen. Als iemand deze handelingen niet kan uitvoeren, kan men op grond daarvan niet besluiten dat hij niet leeft. Een pasgeboren kind of iemand die ernstig ziek is, kan dit ook niet en toch geven ze overtuigende tekenen van leven. De pogingen om overeind te komen, het kreunen en kermen van pijn, het huilen vanwege ziekte of verlies zijn onmiskenbare bewijzen dat er gevoel en leven is, hoewel zwak en gebrekkig.
Zo is het ook in het leven van de genade. Als er sprake is van een levend geloof dat spreekt; als de ziel kan jubelen en springen en als dit haar geestelijk voedsel is; als de ziel krachtig in de Heere is en niet verleid wordt; als de ziel als een held de vijand in het slijk van de staten overwint, loopt en niet moe wordt, wandelt en niet mat wordt – dan gaat het goed met de ziel en zij leeft.
Maar als we zouden beweren dat we van de gelovigen moeten denken dat ze het leven uit God niet bezitten, omdat ze deze kentekenen niet altijd altijd laten zien, dan doen we Gods kinderen groot onrecht en verdriet aan. (1)
Het geestelijk leven op aarde is vaak nog heel onvolmaakt en aan veel levensgevaarlijke ziekten onderhevig, zwak als bij pasgeboren kinderen. Zelfs in de meest standvastige kinderen van God. Het lijkt er soms op dat er geen levenstekenen gezien worden dan alleen vruchteloze pogingen om zichzelf (en anderen?) moed in te spreken of enige geestelijke werkzaamheden te verrichten. De ziel kan vaak in haar verdriet niet anders doen dan zuchten en klagen: Ik ellendig mens. Ze treurt omdat ze haar gemis beleeft; ze roept om genade, genezing en voedsel tot versterking.

Geciteerd 2: Deze preek is een voorbereiding op het Heilig Avondmaal, en de boodschap van deze tekst is in het kader van onze vervolgpreken naar mijn gedachte heel geschikt om het genadeleven te beproeven van hen die aan (de viering van) het Heilig Avondmaal willen deelnemen. De tekst laat ons een gelovige zien die in eigen leven niet veel goede werken vindt. Er kan niet blij geroemd worden in een sterk geloof, maar er wordt alleen gezucht vanwege het gemis van de ziel en gekermd om de hulp van God, Die de God van zijn of haar leven is.

Opgemerkt: (1) Wanneer echtgenote en kinderen en broeders en zuster (van het pastoraat) dat in mij waren blijven zien: een diep gelovig kind van God, die in welvaartstijd steeds weer diep – vanwege zichzelf en zijn gebrekkige ijver t.a.v. Jezus’ opdracht ‘zoekt eerst het Koninkrijk van God en Zijn gerechtigheid’ – teleurgesteld werd en daardoor herhaald in een geestelijke (!) crisis over zichzelf geraakte, dan hadden zij mij hun liefde en zorg niet onttrokken. Nu haakten ze af, terwijl ze er zelf (herhaald!) aan hadden willen en mogen meewerken om hun broeder geestelijk/Geestelijk weer op weg te helpen. Voor mij is dat laatste toch altijd nog weer reden om geen van hen (als broeders en zusters in de Heer!) te willen mijden of af te schrijven en waar nodig hen te willen wijzen – middels mijn ‘godsdienstig geschrijf’* – op hoe met elkaar te gaan in het spoor (de voetstappen) van onze Heer en Heiland.
* En daarbij heb ik niet alleen hen (mijn ‘verwanten’ en broeders en zusters in eigen gemeente) op het oog, maar allen die verlangen om ook vandaag (weer) het Christelijk geloof met Woord (en hun woorden daarbij) en daad te belijden.

Leestips: Psalm 42-43, Jakobus 4 en deze preek (zie informatie bij/onder ‘Bron citaat’).

Bron citaat: Reveil-serie – ‘Wat verlangt uw hart’ – Preek van Johannes Temmink (1701-1768) – No. 586, augustus 2022
NB. Deze preek (of abonnement op prekenserie) aanvragen kan per email: reveil@pietersgroede.nl)

Nader tot God, dan zal hij tot u (ouderen) en jullie (jongeren) naderen. Reinig uw handen zondaars; zuiver uw/jullie hart, weifelaars. Weeklaag, wees treurig en laat uw tranen vloeien. Laat uw lachen veranderen in droefheid en uw vreugde in somberheid. Verneder u/jullie voor de Heer, dán zal Hij (!**) u/jullie verheffen.‘ (Uit Jakobus 4 uit de verzen 4-17 de verzen 8-10)
** Verwacht het hierbij werkelijk van Hem (zie o.a. het leven van Jozef en de woorden van Psalm 37)

Bron afbeelding: Pinterest

Dit bericht werd geplaatst in Geen categorie. Bookmark de permalink .

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s