Bruikbare metafoor?

Een directeur van een autofabriek biedt jou via zijn vertegenwoordiger een fonkelnieuwe super-de-luxe auto aan en dat helemaal gratis en dat terwijl je helemaal geen rijbewijs hebt of eerder in een auto gereden. En die directeur biedt je dan ook nog gratis rijles aan en dat mag zelfs direct al in die aangeboden nieuwe auto, waarvan hij ook alle brandstof kosten voor zijn rekening neemt. En dat die vertegenwoordiger dan toch tegen je zegt: nee joh, rijden en lessen in zo’n auto, dat vind ik veel te riskant en dat vind ik geen reclame voor onze directeur en z’n mooie auto’s, wanneer jij daar wat stuntelig in die auto rond rijdt met een rijinstructeur naast je. Schaf eerst eens uit eigen middelen zelf een autootje aan en betaal de rijlessen en brandstof ook eerst zelf, dan kan je laten zien dat je die auto wat waard vind en bewijzen dat je die auto en de vervolgrijlessen en al die vergoedingen van de brandstof ook waard bent. Wanneer je dan je dan vaardig genoeg geworden bent – volgens mijn oordeel – kom dan terug om met deze auto te gaan lesrijden…

We nemen maar even aan dat je het niet met die vertegenwoordiger op een akkoordje wil/gaat gooien door te zeggen dat je die mooie auto wel in de garage of voor de deur wilt hebben en ook alle vergoedingen ontvangen, maar dat dan zonder er in te gaan lesrijden. Dan kan het ook niet verkeerd gaan met dat lesrijden, maar dan kan iedereen toch zien – en horen, want je vertelt er graag over – hoe goed gezind die directeur jou wel is. Dan kan je maar beter eerlijk bekennen dat je geen behoefte hebt aan zo’n auto omdat je er toch niet mee rijden wilt, want dat is nou juist wel het doel van die directeur.

Maar wanneer je zou ingaan op dat voorstel van die vertegenwoordiger, dan moet je hem wel eerst eerlijk vertellen dat je niet over de middelen beschikt om een autootje aan te schaffen, laat staan de lessen en de brandstof te betalen. Maar de vertegenwoordiger weet daar wel raad op, en zegt dat wanneer jullie dan eens samen de bankrekeningen bekijken, dat daar dan vast wel nog een bedrag uit bij elkaar te schrapen valt voor een oud autootje. En wanneer jij bereid bent om wat er maandelijks nodig is aan geld voor lessen en brandstoffen, dat dan in te houden op de uitgaven voor vrouw en kinderen dan moet het helemaal goed gaan komen. Vrouw en kinderen* zullen toch vast blij zijn, dat ze mee mogen helpen dat pa straks zo’n mooie auto krijgt om mee te rijden! Die zullen zo’n offer vast (graag willen) brengen, meent de vertegenwoordiger. Vooral ook wanneer ze bedenken dat die directeur hen dan mogelijk ook nog eens zo goed gezind zal willen zijn…

* Overigens heeft die directeur zeker ook altijd een auto voor vrouw en kinderen, voor iedere leeftijd eentje precies op maat en met de zelfde ‘regeling’: gratis rijinstructie van de rijinstructeur en alle brandstof wordt vergoed.

Opgemerkt: Vergelijk de bankrekeningen waar nog wel wat uit bijeen te schrapen valt met de woorden ‘dat er niet tegenstaande de val nog vele overblijfselen van het beeld Gods in den mensch, ook in hun hart, zijn (over)gebleven’, en ‘zoals we die overal in de natuurlijke mens opmerken’ (1). En vergelijk dat ‘inhouden op het gezinsbudget’ om de de lessen en brandstof te kunnen betalen, met het voorlopig niet mogen deelnemen aan de Avondmaalstafel (want nog niet wedergeboren volgens het oordeel van ‘de vertegenwoordiger’). Want door – als gelovig lid van de gemeente – niet te mogen deelnemen aan wat Christus aan ons uitdeelt tot onze versterking van het geloof, daar lijdt niet alleen de geweigerde gelovige onder, maar alle mensen in zijn omgeving!

(1) Woorden geciteerd uit: Ecclesia (nr 15/16 – juli 2021) – ‘Pedagogiek in de Betuwe (II) – De opvoedkundige ideeën van Ottho Gerhard Heldring en andere opvoeders en opvoedsters van de Heldringgestichten in Zetten)‘ – door dr. O.W. Dublois, Berkenwoude.

Aanvullend: De rijinstructeur die wordt onmiddellijk aan iedereen toegewezen, aan oud en jong! Die blijft ook altijd aanwezig in die auto van de directeur en kan bij het weggebruik beslist niet gemist worden. De rijders die het grootste gevaar vormen op de weg, dat zijn degenen die a.h.w. een natuurlijke aanleg voor rijvaardigheid hebben en daarom snel rijvaardig worden – tenminste naar hun eigen inzicht dan – en daarom de neiging hebben of menen dat het minder of zelfs helemaal niet meer nodig is om steeds heel goed te letten op de aanwijzingen en soms zelfs een ingreep van de rijinstructeur. Terwijl degene die geen hoge dunk hebben van hun eigen rijvaardigheid, die letten juist wel graag goed op de instructies en soms het ingrijpen van de rijinstructeur.
Het moet gezegd worden dat juist die vaardige mensen in de regel een veel te hoge dunk van hun rijvaardigheid ontwikkelen en zich dan gaan ergeren aan de andere weggebruikers, die toch overal gewoon zo graag en zo goed mogelijk – het lukt ze niet overal en altijd – de instructies van de rijinstructeur opvolgen onderweg. Die vaardige mensen, dié gaan anderen inhalen waar het niet past en rijden soms luid toeterend achter anderen aan of rijden anderen voorbij om te laten merken dat hun rijgedrag hen beslist niet zint en daar anders moet. Door dat soort afleiding vormen zij juist het gevaar op de weg voor de andere weggebruikers en dat niet alleen voor die weggebruikers die rijden in een auto van de genoemde directeur.
Dat die vaardige rijders de instructie van de rijinstructeur nauwelijks of niet meer horen en dat ze zelfs zijn ingrepen menen te kunnen negeren, dat valt ze op den duur zelfs niet eens meer op. Ze zijn zo overtuigd van hun eigen rijvaardigheid geworden, dat de rijinstructeur zelfs gaat nalaten om hen nog instructies te geven en om wanneer nodig nog in te grijpen. Zo bescheiden is die rijinstructeur wel. En er zijn er heel wat onder die vaardige rijders, die menen dat ze de minder vaardige rijders buiten rijtijd bijles kunnen en/of moeten geven over wat nu wel precies vaardig rijgedrag is op de weg. Maar dat kan echt alleen de rijinstructeur zelf hen duidelijk maken tijdens de ritten wanneer ze onderweg zijn. Wanneer die minder vaardige rijders de ‘vaardige rijders’ daar dan op wijzen, dan voelen ze zich nog in hun wiek geschoten ook.
NB. Vergelijk het onderwijs in de zondagse samenkomsten van de gemeente maar met een gezamenlijke busreis, daar zal de chauffeur van de bus de route alvast hebben voorgereden onder aanwijzingen van de rijinstructeur en zal hij ook tijdens die busrit voorbeeldig van zijn aanwijzingen gebruik maken, anders brengt de chauffeur de bus met alle inzittenden en/of andere weggebruikers nog in gevaar of ze rijden een verkeerde route en komen ze niet aan op de juiste bestemming.

Bron afbeelding: DailyVerses-net

Dit bericht werd geplaatst in Geen categorie. Bookmark de permalink .

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s