HEERlijke WOORDverkondiging…

TOT slot/toepassing…

Geciteerd (uit slot van de verkondiging/preek voor de toepassing): ‘Hier kunnen wij met de apostel wel uitroepen: “O diepte des rijkdoms, beide der wijsheid en der kennis Gods, hoe ondoorzoekelijk zijn Zijn oordelen en onnaspeurlijk Zijn wegen.
Moge dit heden de taal en de uitroep van ons allen zijn. Als we met ogen door de heilige Geest verlicht dat Kindeke aanschouwen, in doeken gewonden en liggend in de kribbe, hoe goed zouden we het dan voor onszelf* hebben bij dit geboortefeest van Jezus.

* Opgemerkt 1: ‘Voor onszelf’? En dat zeggen in het slot van de verkondiging van een samenkomst van de gemeente van Jezus Christus, waar we aan elkaar gegeven zijn en elkaar nodig hebben om ‘te vatten hoe groot de breedte en lengte en hoogte en diepte is, en te kennen de liefde van Christus, die de kennis te boven gaat, opdat u vervuld wordt tot alle volheid Gods‘ (Efeziërs 3 : 17-18)

Opgemerkt 2: De verkondiging van Gods Woord voor het slot en voor de toepassing die volgt na de Woordverkondiging aan de gemeente was en is een HEERlijke Woordverkondiging! Maar de prediker durft het niet bij de Woordverkondiging te laten en de toepassing ervan over te laten aan de Heilige Geest en het werk dat Hij wil doen met het WOORD. Nee, dan moet toch ook nog de menselijke Schriftgeleerdheid aan het woord komen en wel op de manier zoals de theologie van de Nadere Reformatie het graag invult en voorschrijft. Dan krijgt mensenwijsheid alle ruimte en dan kan het niet anders of ze vergrijpt zich aan het Woord en aan de schapen!

Opgemerkt 3: Het is hierbij al niet anders dan in de tijd van Jezus omwandeling op aarde. In de synagogen hadden de vrome Farizeeën en de Schriftgeleerden (toenmalige theologen/kerkleiders) het voor het zeggen. En die wisten heel goed de Bijbeltaal te bezigen onder elkaar en onder/naar het volk. Maar ze waren zo onder de indruk van hun eigen vroomheid en werk dat ze er niet meer aan ontdekt konden worden dat ze met ‘hun theologie’ waren gaan heersen over de Schriften en daarmee over het volk – ipv God en het volk daarmee te dienen. Toch heeft God ook met hun gebruiken van de Schriften nog willen werken in de harten van de eenvoudige gelovigen onder het volk! Daardoor waren velen van deze eenvoudigen (‘de schare die de Wet niet kent’ waaronder ‘de zondaars’ en de tollenaars) wel bereid en in staat om acht te geven op de roepstem en doop van Johannes de Doper in de woestijn. En we lezen van mensen onder hen die al voor de uitstorting van de heilige Geest ‘vol van de heilige Geest’ waren (Zie o.a. Lukas 2 : 22-39). En later wilden velen van hen ook graag gehoor geven aan het onderwijs van onze Heer Jezus Christus, al werden ze daarin tegengewerkt door de toenmalige theologen/kerkleiders (zie voor die tegenwerking van hen m.n. het evangelie van Johannes).

Opgemerkt 4: Wanneer onze Heer Jezus Christus onze wedergeboorte ter sprake brengt, dan doet Hij dat in een gesprek met Nicodemus, een Schriftgeleerde (=hoog opgeleide ‘theoloog’) en dat nog wel met sterk verwijtende woorden! (Zie Johannes 3 : 9-13).
Het moet ons niet verbazen wanneer we ook nu nog weer kunnen en moeten constateren dat juist theologen en kerkleiders het Evangelie niet goed begrijpen en/of zelfs verdraaien en gebruiken om zichzelf belangrijk en zelfs onmisbaar te maken. En hoe moeilijk het kan zijn om met die kennis – en kennis is macht en kennis maakt zo maar ‘opgeblazen’, leidt tot zelfverheffing als God het niet genadig verhoedt! – dat laat de Kerkgeschiedenis ons wel zien en nog het meest de Kerkgeschiedenis in de tijd van de omwandeling van onze Heer Jezus Christus hier op aarde. Onder de Farizeeën en Schriftgeleerden werden nauwelijks bekeerlingen en volgelingen gevonden, terwijl onze Heer Jezus Christus hen toch in de synagogen en op straat en in het veld als hun/onze hoogste Profeet en Leraar onderwees. Zelfs degenen onder hen die wel in Hem wilden geloven durfden er niet voor uit te komen uit angst om uit hun eigen kringen en uit de synagogen gestoten te worden, zoveel invloed en macht hadden die theologen/kerkleiders (zie o.a Johannes 12 : 37-43).
Na het Pinksteren in Jeruzalem lezen we ook niet over bekering van Farizeeën en Schriftgeleerden. Wel van een grote groep priesters die ‘het geloof aanvaardde(n)’.

Opgemerkt 5: Dat laatste geeft mij aanleiding om te zeggen dat we binnen de ‘reformatorische kerken’ meer nog hebben te verwachten – DV! – van de ouderlingen en diakenen dan van de predikanten en theologen onder hen. Want die laatsten willen wel graag de mond vol hebben over allerlei gebrek bij de de leden van de eigen en broedergemeenten/kerken en over schuldige kerkelijke onenigheid, maar ze willen (kunnen?) blijkbaar niet beseffen en erkennen hoezeer ze met hún ‘theologische kennis van zaken’ – en dat is nog wat anders dan door de Geest geschonken inzicht in Gods Woord – niet met van God geschonken wijsheid en liefde, maar met hun ‘opgeblazenheid’ er zelf oorzaak van zijn dat ‘de schapen en kudden’ ronddolen alsof ze – door hen aangewezen uitzonderingen daargelaten – (nog) geen Herder hebben en ook dat heel wat schaapskudden elkaar niet (h)erkennen willen/kunnen als kudde(n) van die ene Herder.

Geciteerd uit (en opgemerkt n.a.v.): Preek van ds. A.P.A. du Cloux ‘Is Jezus in u geboren?‘, zoals uitgegeven door Stichting “Smytegelt-Fonds’ in de Reveilserie (No 570, december 2020)

Bron afbeelding: BiblePic-com (nav Handelingen 6 : 8-10)

Dit bericht werd geplaatst in Bijbel, Gemeente, Geschiedenis, Israël. Bookmark de permalink .

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s