‘De verloren zoon’ (opnieuw overdacht)…

(…) Ik zal opstaan en naar mijn vader gaan en tot hem zeggen: Vader, ik heb gezondigd tegen de hemel en voor u, 19 ik ben niet meer waard uw zoon te heten; stel mij gelijk met een uwer dagloners. 20 En hij stond op en keerde naar zijn vader terug. En toen hij nog veraf was, zag zijn vader hem en werd met ontferming bewogen. En hij liep hem tegemoet, viel hem om de hals en kuste hem. 21 En de zoon zei tegen hem: Vader, ik heb gezondigd tegen de hemel en voor u, ik ben niet meer waard uw zoon te heten. (Uit Lukas 15)

Het is nog wachten op het feestmaal!

Opgemerkt AJ:  Er zijn (maar) twee broers in deze gelijkenis én in onze wereld te vinden. En wij hebben te ontdekken wie van de twee broers we nu allen werkelijk zijn (of ‘spelen’) in deze gelijkenis en in onze wereld. En dan zullen we DV ontdekken dat wij allen alleen maar werkelijk de ‘jongste broer’ (kunnen) zijn, die – DV! – inmiddels al weer op weg terug is naar het Vaderhuis of daar zelfs al aangekomen en hartelijk ontvangen – door de Vader, Die ook de Zoon is, en ook de Heilige Geest, Die door Zijn werk de harten van verloren zonen doet terugverlangen en terugkeren naar huis – maar ook kunnen we – DV! – er aan ontdekt worden dat we ons aanstellen (voordoen) als de oudste broer  (1) die zogenaamd (naar zijn zeggen!) altijd trouw is geweest/gebleven aan ‘het Vaderhuis’.

In de gelijkenissen die voorafgaan aan de gelijkenis van de verloren zoon, worden ons de Vader én de Zoon voorgesteld als de zoekers van dat wat verloren is. En de vreugde over een gevonden en gerechtvaardigde zondaar in de hemel is groot. Veel groter dan over de negenennegentig rechtvaardigen die geen rechtvaardiging (door bekering/inkeer) nodig menen te hebben. Denk hier bij aan het bidden van de Farizeeër (2) en de tollenaar. De tollenaar – zegt Jezus – ging gerechtvaardigd naar huis… (Zie Lukas 18 : 14)

(1Een ‘derde broer’ (‘betere broer’ dan die twee) wordt ons in deze gelijkenis niet voorgehouden/voorgesteld door onze Heer Jezus Christus! Wanneer wij anderen oproepen om terug te keren naar huis, dan doen we dat als ‘verloren en teruggevonden zonen’* en we weten dat wij met dit werk niet meer dan instrumenten zijn van de zoekende ‘mensenliefde’ van onze Drie-enige God. Zie (a) onderaan.
* Jezus zegt in Johannes 8 : 35De Zoon blijft wel voor eeuwig in het Vaderhuis‘. Daarmee laat Hij ons (opnieuw) horen en weten dat de Zoon en de Vader (en de heilige Geest) Éen zijn.

(2) De Farizeeën waren overtreders van het grootste gebod in de wet: God liefhebben boven alles en je naaste als jezelf – dan wordt je doorgever van liefde en de barmhartigheid! Anders blijft de balk in eigen oog en kan je de splinter in het oog van de/een ander niet verwijderen! Maar vanwege het naarstig onderhouden van al die andere geboden plaatsten ze zich hoogmoedig boven ‘de tollenaars en de zondaars’ – en de ‘schare die de wet niet kent’ – en daarom waren ze blind voor de zoekende liefde van God de Vader, zoals Die toentertijd aan hen verscheen in Zijn Zoon Jezus Christus. Ze wilden zichzelf helemaal niet zien en rekenen tot die ‘verloren zonen’. (Zie Johannes 8 : 30-59) En daarom speelden (3) ze de rol van ‘de oudste broer’ en weerstonden ze het werk van de heilige Geest in hun oren en harten… – ‘Vader, vergeef hun’… Zullen ze alsnog met ons het feestmaal meevieren?

NB.
Let er ook op dat de tollenaars (ook hier in Lukas 15) niet gerekend worden tot ‘de zondaars’. Die worden steeds zorgvuldig apart genoemd!  De afkeer van de tollenaars bij de Farizeeën (en mede daarom ook bij het gewone volk) was er vanwege hun collaboratie, niet vanwege hun wanpraktijken, want die waren er vast ook wel, maar vast minder (o.a. vanwege de Romeinse controle) dan bij veel anderen. De Farizeeën worden in Lukas 16 : 14 geldzuchtig genoemd, dat horen we van de tollenaars niet!

(3) Jezus noemt hen ook ‘huichelaars’ – beter vertaald: toneelspelers! (Zie o.a.  Matteüs 7 : 3-5)

(a) (…) 3 Ook wij waren eens onverstandig, ​ongehoorzaam, op de verkeerde weg, ​slaaf​ van allerlei begeerten en lusten. Ons leven stond in het teken van boosaardigheid en afgunst, we verafschuwden en haatten elkaar.
4 Maar toen zijn de goedheid en mensenliefde van God, onze Redder, openbaar geworden 5 en heeft Hij ons gered, niet vanwege onze rechtvaardige daden, maar uit ​barmhartigheid.
Hij heeft ons gered door het bad van de wedergeboorte en de vernieuwende kracht van de ​heilige​ Geest, 6 die Hij door Jezus ​Christus, onze Redder, rijkelijk over ons heeft uitgegoten. 7 Zó zijn wij door zijn ​genade​ als rechtvaardigen aangenomen en krijgen we deel aan het eeuwige leven waarop we hopen.

8 Deze boodschap is betrouwbaar. Ik wil dat je hierover met overtuiging spreekt, opdat zij die op God vertrouwen zich erop toeleggen het goede te doen.* Daar heeft iedereen baat bij. (Uit Titus 3)

* Leestip bij ‘zich erop toeleggen het goede te doen’: Lukas 6 : 20 tot slot.

 

Bron afbeelding: Daily Bible Verses

Dit bericht werd geplaatst in Bijbel, Gemeente, Israël. Bookmark de permalink .

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s