De Bijbel (Joods) leren lezen… (II)

En Hij zei tot hen: Gaat heen in de gehele wereld, predikt het Evangelie aan alle creaturen/schepselen.‘ (Markus 16 : 15)

(…) We hebben aan Kurtz een biografische inlichting omtrent Bähr te danken. (1) Uit eerder werk van Bähr was al gebleken dat hij een “antipathie” had tegen de “Satisfactionslehre” (vertaald: tegen de leer van verzoening op grond van voldoening). Te vrezen was daarom dat deze antipathie van Bähr tegen de kerkelijke leer van Christus’ borgschap hem parten zou spelen bij het bestuderen van de Wet en met name de Wet inzake de offers.

Helaas was deze vrees van Kurtz niet beschaamd. Ten gevolge van een bepaalde dogmatische visie op het werk van Christus had de anders zo heldere en doordringende blik van Bähr niet gezien wat volgens Kurtz iedere onbevangen lezer van de Wet moest opmerken: een “satisfactio vicaria” (vertaald: een plaatsvervangende voldoening)

(…) En natuurlijk maakte Kurtz dezelfde opmerking, die onze lezers ook allang nuchterweg bij zichzelf zullen hebben gemaakt, namelijk dat Bähr z’n hele theorie deed rusten op een spitsvondigheid. Men kan immers die twee, het slachten van het dier en het vergieten van z’n bloed, wel logisch onderscheiden, maar in de praktijk zijn ze onmogelijk te scheiden.

Wanneer het bloed van een mens of dier vergoten wordt, worden zij gedood. Het beroep van Bähr op Hebreeën 9 : 22, waar als regel gesteld wordt, dat er geen vergeving is zonder bloedstorting, was ook geen argument dat hout sneed. Men kan gerust toegeven, dat bij het slachten de bloedvergieting het meeste indruk maakte. Door haar werd het dodelijk effect veroorzaakt.

Vandaar dat de Schrift op dat bloedvergieten zo de nadruk legt. Op dat bloedvergieten. Maar dat kon zonder slachten en doden nu eenmaal niet plaatsvinden…

(…) Wij zijn van oordeel dat niemand zich aan onbehoorlijke fantasie schuldig maakt, die én achter de offers van Kaïn en Abel, en achter dat van Noach na de zondvloed, Genesis 8 : 20, én achter de ontelbare offers, waarvan ook zeer oude buiten-Bijbelse berichten reeds spreken, een instelling van God zelf veronderstelt en aanneemt. En wel zulk een offer, waardoor de mens gelegenheid ontving zijn geloof te belijden in Gods belofte van herstelde gemeenschap met Hem in de weg van de overgave door Hem van de beste uit de mensen in de dood.

Die vreselijke dood van een méns af te beelden in het offer van een diér, heeft God blijkbaar reeds vroeg toegestaan. De allereerste mensheid heeft geen verlof ontvangen een dier te doden anders dan voor het offer. Dat blijkt uit het bericht dat God pas na de zondvloed het slachten van dieren heeft toegelaten nu ook voor consumptie (Zie Genesis 9 : 2-4)

(…) Maar ook toen de consumptie van het dier werd toegestaan verlangde God dat het respect voor een levend wezen niet onder de mensen zou verdwijnen. Daarom zou toch het bloed van zo’n voor de consumptie geslacht dier niet als voedsel mogen worden genuttigd.

(wordt vervolgd!)

(1) Zie ‘De Bijbel (Joods) leren lezen… (I)

Bron tekst:  ‘De Voorzeide Leer – deel 1b – Leviticus §20 De Offerthora‘ door ds C. Vonk (1904-1993)

Bron afbeelding:  SlideShare

Dit bericht werd geplaatst in Bijbel, Gemeente, Geschiedenis, Israël. Bookmark de permalink .

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s