Verzekerd door de Trooster!

Ik zal u geen wezen laten; Ik kom tot u. Het is nog maar even, dan zal de wereld Mij niet meer zien. U echter zult Mij zien’ (Johannes 14 : 18, weergave DB 1545).

Weeskinderen

Wezen’ – zowel volgens de gedachte van de wereld, alsook volgens onze eigen gedachte, schijnt het kleine groepje arme verlaten christenen ‘wezen’ te moeten zijn. Zij zijn immers door God en door Christus vergeten. Dat blijkt wel als Hij het toelaat dat ze door de wereld gelasterd en gescholden, veroordeeld, vervolgd en vermoord worden. Ze zijn nu ieders voetveeg geworden! En dat niet alleen: ze worden ook door de duivel in hun harten zonder ophouden verschrikt, bedroefd en geplaagd, zodat zij in de volle zin van het woord ‘wezen’ mogen heten.

Christus zegt echter: ‘Ik wil u toch niet zó verlaten, zoals u nu denk en voelt – maar Ik zal u de Trooster geven, Die u in uw harten zal verzekeren, dat u Mijn ware christenen en gelovigen bent.

Bovendien zal Ik Zelf zeker bij u zijn en blijven met Mijn bescherming en heerschappij. Dit, ondanks dat Ik lichamelijk en zichtbaar van u heenga, zodat u nu alléén achterblijft – overgeleverd aan de duivel en de kwaadwilligheid en macht van de wereld.

Maar zo machtig zal de wereld of de duivel met al zijn aanhang niet zijn, dat zij samen met alle geleerden en wijzen tóch Mijn doop en de prediking van het Evangelie geheel en al zullen kunnen wegnemen. Bovendien zal Mijn Heilige Geest in u regeren en werken: ondanks dat u zonder ophouden wordt aangevochten, en u ook zelf zeer zwak schijnt te zijn.’

Zelfs dán in hun grootste zwakheid zullen zij zich de troost niet laten ontnemen, of zich tot vertwijfeling laten brengen – maar dwars tegen alles wat zij zien en voelen ín, zich aan de belofte houden, zoals Hij hier belooft en zegt: ‘Ik zal weer bij u terugkomen, en hoewel Ik nu voor een kleine tijd lichamelijk van u moet heengaan, dan zal Ik toch niet lang wegblijven, maar spoedig weer tot u komen, en eeuwig bij u blijven, zodat u tegen duivel, zonde en dood beschermd zult zijn, en met Mij zult leven en overwinnen.

Maarten Luther: Das XIV. Und XV. Kapitel S. Johannis, 1537, vgl. WA 45, 580, 1-20; 581, 11-18 (Dr.)

Bron tekst: Wilt u deze Luthercitaten ter kennismaking doorsturen aan uw vrienden. Er zijn geen kosten aan verbonden. Voor het aanmelden/afmelden van deze wekelijkse citaten kunt u gebruikmaken van ons e-mailadres: info@maartenluther-citaten.nl

(…) 16 En Ik zal de Vader ​bidden, en Hij zal u een andere Trooster geven, opdat Hij bij u zal blijven in eeuwigheid; 17 Namelijk de ​Geest​ der waarheid, Die de wereld niet kan ontvangen; want zij ziet Hem niet, en kent Hem niet; maar gij kent Hem; want Hij blijft bij u, en zal in u zijn. (Uit Johannes 14)

(…) 3 Geprezen zij de God en Vader van onze ​Heer​ ​Jezus​ ​Christus, de Vader die zich over ons ontfermt, de God die ons altijd troost 4 en ons in al onze ellende moed geeft, zodat wij door de troost die wijzelf van God ontvangen, anderen in al hun ellende moed kunnen geven. 5 Zoals wij volop delen in het lijden van ​Christus, zo delen wij volop in de troost die God ons door ​Christus​ geeft. 6 Ondervinden we tegenspoed, dan is het opdat u bemoedigd en gered wordt. Worden we bemoedigd, dan is het opdat u de moed krijgt te volharden in hetzelfde lijden als wij ondergaan. 7 De hoop die wij voor u hebben is gegrond: we weten dat zoals u deelt in ons lijden, u ook deelt in de troost die ons gegeven wordt. (Uit 2 Korintiërs 1)

Bron afbeelding: Pinterest

Dit bericht werd geplaatst in Bijbel, Gemeente, Huwelijk en gezin. Bookmark de permalink .

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s