Het heerlijk Evangelie…(I)

Wel Hem, die Gij verkiest en tot U toelaat, opdat hij in Uw hoven wone.
Die heeft de rijke troost van Uw huis, de heilige tempel.
(Psalm 65 : 5)

(…) Waarom prijst David de eenvoudige tabernakel van Mozes zo hogelijk, boven alle kastelen en koninklijke gebouwen, ja, boven al het goed en alle schatten van de wereld?
Het antwoord luidt: hij was een man Gods en vol van de Geest. Hij wist heel goed dat God deze plaats in het bijzonder had bepaald, opdat Hij daar zou spreken en aanwezig zijn. Wie daar kwam, wilde God Zelf horen. Hij wilde daar bidden; en wat hem daar werd gezegd, dat moest gebeuren en daaraan had hij zich te houden.

Zeker, als ik zo’n plaats of huis wist, zou ik er ook naartoe gaan, al was dat huis van enkel bladeren en spinnenwebben gemaakt. Daar zou ik graag, als van God Zelf, willen horen wat tot mijn zaligheid nodig is. Daar zou ik alles willen ontvangen waar ik om zou vragen, en er niet op letten hoe gering dat huis ook was.

Denkt u niet dat er heel veel mensen zijn geweest, en dat er nog heel veel mensen zijn die overal vandaan zijn gekomen en graag hun hele bezit eraan hebben besteed om een plaats te mogen vinden waar ze tot hun troost zouden horen dat God hun genadig is en hun gebeden wil verhoren? Maar het vergaat hun, zoals we wel zeggen: Ze brengen uien mee en gaan met knoflook terug. In hun onzekere waan gaan ze, en daarin komen ze net zo terug…

Als we echter met zekerheid een plaats zouden weten waar God vanuit de hemel met ons wilde spreken en ons gebed wilde verhoren, wie zou daar dan niet heengaan, ja, tot aan het einde van de wereld, en in plaats daarvan een schat op aarde accepteren?

Nu was daar de tabernakel, en daarna de tempel van Salomo. Zo had God het immers door Mozes bevolen, toen Hij in Exodus zo sprak: Aan alle plaats waar Ik Mijns Naams gedachtenis stichten zal, zal Ik tot u komen en zal u zegenen. Daar werd hun zoveel gezegd als: Waar deze tabernakel wordt opgericht, hoe gering die ook te achten is, noch ook waar hij staat, daar zal Ik ook zijn. Het wil zeggen dat Ik er in genade zal zijn, opdat Ik u zal zegenen en u goed zal doen. Wat u daar hoort, is datgene wat God spreekt, en naar hetgeen waarom u vraagt, zal Ik luisteren. Ik zal het u schenken.

Zo’n huis was het wel waard dat het hoog en heilig werd geacht, als een kostbaar huis van God, een kasteel van God, een tempel van God, al was het maar een hut van stro. De Beheerder die daar woont – hoe gering het huis ook is – vergoed immers alles.

(wordt vervolgd)

Maarten Luther:Loflied op Gods goedheid – Psalm 65” – Uit het Duits vertaald door N.A. Eikelboom – Den Hertog Uitgeverij.

Het Woord is vlees geworden en het heeft onder ons gewoond. (letterlijk: ‘getabernakeld’)
(Uit Johannes 1 : 14)

Bron afbeelding:  Wallpaper4God

Dit bericht werd geplaatst in Bijbel, Gemeente. Bookmark de permalink .

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s