Willige wegbereiders… (I)

(…) 18 Maar een voor een begonnen ze zich te verontschuldigen.
(Uit Lukas 14)

of eigenwillige werkontduikers en werkweigeraars?

Wij weten wel, dat het effenen van de weg en het opruimen van hindernissen de genade niet dwingen om te komen.

  • Wij weten, dat het genadige komen van Christus altijd nog ‘koperen deuren verbreken en ijzeren grendels verbrijzelen‘ (Ps. 107 : 16) moet.
  • Wij weten, dat in laatste instantie de genade zich zelf een weg moet banen en effenen. (zie m.n. Jesaja 59 en Jezus Woorden tegen Jeruzalem in Matteüs 23 : 37-39)
  • Wij weten, dat de genade alleen en steeds opnieuw het onmogelijke mogelijk moet maken. (Zie Jesaja 59)

Maar dit alles ontslaat ons niet van de plicht, voor het komen van de genade de weg te bereiden en op te ruimen wat dit komen hindert en bemoeilijkt. Het is niet om het even, hoe de genade ons aantreft, al is het ook louter genade, dat zij tot ons komt.

Wij kunnen het ons zelf en anderen moeilijk maken tot geloof te komen.

  • Voor hem die in uiterste schande, verlatenheid of hulpeloosheid is gestort, is het moeilijk aan Gods goedheid en gerechtigheid te geloven;
  • Voor hem, wiens leven een chaos geworden is waarin iedere tucht ontbreekt, is het moeilijk in geloof Gods geboden te horen;
  • Voor de verzadigde en machtige, is het moeilijk te geloven in een God van oordeel en genade.

Dit zeg ik niet om deze mensen te verontschuldigen of te ontmoedigen. Zij moeten weten, dat God zich in Jezus Christus juist buigt over hen:

  • die diep gevallen zijn in schuld en nood,
  • dat juist voor de ontrechten, vernederden en uitgebuiten Gods recht en genade zeer nabij is,
  • dat aan hen die geen tucht meer kennen de hulp en de kracht van Jezus Christus wordt aangeboden,
  • dat de waarheid hen die dwalen en wanhopen weer grond onder de voeten wil geven.

Dit alles echter sluit niet uit, dat ons – Gods volk/kinderen –  is opgedragen de weg te bereiden. Het is, integendeel, een uiterst verantwoordelijke opdracht voor allen, die weten dat Jezus Christus komt, met woord en daad te erkennen dat:

  • De hongerigen ‘ons brood’ nodig hebben,
  • de daklozen recht hebben op ‘onze woning(en)’,
  • de ontrechten mee door ‘onze inbreng/bemoeienis’ recht recht moet worden verschaft,
  • de eenzamen door ons moeten worden opgemerkt en (weer) liefdevol in de gemeenschap geplaatst en opgenomen,
  • de gevangenen door ons zullen worden bezocht en getroost en indien mogelijk en terecht ook worden bevrijd,
  • de tuchtelozen door ons met klem de orde van Gods Woord behoort te worden voorgeleefd en voorgehouden (en dus niet vooral of liefst met/door ‘onze maatregelen’ tegen hen!),
  • de slaven in deze wereld mee door ‘ons toedoen’ (weer) in vrijheid zullen worden gesteld.

Het zou een lasteren van God en de naaste zijn, de hongerende hongerig te laten, omdat juist de nood van de naaste God het meest aan het hart gaat.  Om wille van de liefde van Christus, die evenzeer uitgaat naar de hongerige als naar mij:

  • breken wij het brood met hem,
  • delen wij met hem onze woning.

Wanneer de ‘behoeftige’ (in welke zin dan ook) niet door ons bij het geloof en bij de genade bepaald wordt en niet (weer) in onze gemeenschap wordt opgenomen, valt de schuld op hen die weigerden met en voor hem het brood te breken en het met hem te delen.

De hongerende brood geven is de weg bereiden voor het komen van de genade en bewijs van ons weten en erkennen en daadwerkelijk willen belijden zelf ook én samen van ‘genadebrood‘ (het ‘hemelse Brood’! – zie Johannes 6 : 30-71) te (moeten) leven.

Bron tekst: Bonhoeffer Brevier – “Bereidt de weg des Heren” – “Het is niet om het even hoe de genade ons aantreft  (11 december) – ©1968 Ten Have b.v. Baarn, Vijfde druk 1978

NB. De tekst van dit gedeelte uit ‘Bonhoeffer Brevier’ is een ietwat aangepaste versie van de oorspronkelijke tekst.

(…) 18 … De eerste zei: “Ik heb net een akker gekocht, die ik beslist moet gaan bekijken. Tot mijn spijt kan ik de uitnodiging niet aannemen.” 19 En een ander zei: “Ik heb vijf span ossen gekocht en ik ga ze keuren; tot mijn spijt kan ik de uitnodiging niet aannemen.” 20 Weer een ander zei: “Ik ben pas getrouwd en daarom kan ik niet komen.” 21 Toen de dienaar teruggekomen was, bracht hij zijn ​heer​ verslag uit. Toen werd de ​heer​ des huizes toornig (Uit Lukas 14 en zie ook Jesaja 59 : 15b – 21)

Bron afbeelding:  SlideShare

 

Dit bericht werd geplaatst in Bijbel, Gemeente, Geschiedenis, Huwelijk en gezin, Persoonlijk, Politiek. Bookmark de permalink .

Een reactie op Willige wegbereiders… (I)

  1. janvdijk9464 zegt:

    Dit is op Sitetitel herblogd.

    Like

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s