Geen wijn meer…

En als er wijn ontbrak, zei de moeder van Jezus tot Hem: Zij hebben geen wijn.
(Johannes 2 : 3)

(…) 1 En op de derde dag was er een bruiloft te ​Kana​ in Galilea en de moeder van ​Jezus​ was daar; 2 en ook ​Jezus​ en zijn discipelen waren ter bruiloft genodigd. 3 En toen er gebrek aan ​wijn​ kwam, zei de moeder van ​Jezus​ tot Hem: Zij hebben geen ​wijn. 4 En ​Jezus​ zei tegen haar: Vrouw, wat heb Ik met u van node (te doen)? Mijn ure is nog niet gekomen. 5 Zijn moeder zei tegen hen, die bedienden: Wat Hij u ook zegt, doet dat! (1) 6 Nu waren daar zes stenen ​watervaten​ neergezet volgens het reinigingsgebruik van de ​Joden, elk met een inhoud van twee of drie metreten. 7 Jezus​ zei tegen hen: Vult de ​vaten​ met water. En zij vulden ze tot de rand. 8 En Hij zei: Schept nu en brengt het aan de leider van het feest. En zij brachten het. 9 Toen nu de leider van het feest het water proefde, dat ​wijn​ geworden was – en hij wist niet, waar deze vandaan kwam, maar de bedienden, die het water geschept hadden, wisten het – riep de leider van het feest de bruidegom, en hij zei tegen hem: 10 Iedereen zet eerst de goede ​wijn​ op en als er goed gedronken is, de mindere; gij echter hebt de goede ​wijn​ tot dit ogenblik bewaard. (Uit Johannes 2)

Wat Johannes geschreven heeft over ‘de bruiloft te Kana’  is onze moeite van het steeds weer opnieuw lezen en overdenken waard. Ook van dit Bijbelgedeelte is het waar dat het is als met een geslepen diamant, waarvan de verschillende facetten niet allemaal in één oogopslag gezien kunnen worden en wanneer we zo’n ‘diamant’ dan maar steeds weer en opnieuw van verschillende kanten willen bekijken en belichten dan zie we steeds weer andere facetten en kleuren.

Op dit bruiloftsfeest is blijkbaar ‘doopwater’ (reinigingswater) in overvloed beschikbaar en alle gasten konden daar steeds weer gebruik van maken, maar voor het samen (verder) vieren van deze bruiloft met elkaar en voor de echte feestvreugde daarbij, daarvoor schoot de beschikbare hoeveelheid wijn en (eigenlijk ook) de kwaliteit ervan toch schromelijk tekort! En was dat alleen hier die ene keer in Kana het geval? Of is en blijkt dat eigenlijk niet steeds weer zo te zijn bij en na elke bruiloft hier op aarde?!

Mogelijk kunnen we dit tekort te Kana ‘op grond van de feiten’ het betreffende bruiloftspaar en/of de ouders, of de leider van het feest en/of mogelijk zelfs ook de gasten kwalijk nemen. Maar zelfs wanneer de schuldigen hierbij aanwijsbaar zouden zijn geweest: leven we niet allemaal in een wereld vol mensen met gebreken en zonden? Een wereld waarin we met allerlei misrekening en daardoor (schuldig) tekort geconfronteerd worden?! Juist ook bij de voorbereiding op onze huwelijken en het latere vreugdevol verder samenleven daarin als echtpaar maar ook samen met anderen?!

Jezus wilde op dit bruiloftsfeest niet naar de schuldigen zoeken om deze (eerst) te kunnen aanwijzen en terechtwijzen, maar Hij wilde ook toen en ook daar al voorbij zien aan onze zonden en gebreken en aan al ons daarmee samenhangende menselijk ‘lek en gebrek’.  Hij doet dat door daar al het overvloedig beschikbare ‘doopwater’ te veranderen in overvloedig beschikbare wijn van de hoogste kwaliteit en alle gasten kunnen en mogen daarvan drinken. En zo mogen de familie en de gasten daar het met elkaar vreugdevol samenzijn en feestvieren om en vanwege die (aardse) bruiloft voortzetten door dit eerste wonderteken van Hem te Kana.

 Ook voor ons wil onze Heer Jezus Christus al het Doopwater (beschikbaar in kerken en gemeenten) wonderlijk omzetten naar kostbare wijn van hemelse kwaliteit en oorzaak van hemelse vreugde! En dat gebeurd bij het samen schenken en drinken van de wijn aan de Avondmaalstafel. Hij kan en mag dat wonderwerk doen van Zijn hemelse Vader, vanwege Zijn bloedstorting om onze zonden aan het kruis op Golgotha en vanwege Zijn opstanding om onze rechtvaardiging.

Daar op Golgotha en in het graf in de hof van Jozef van Arimathea geschiedde het grote en grootste wonder! Daar werd ons de werkelijke gemeenschap met de Vader en met Hem en de gemeenschap met elkaar en de vreugde die daarbij hoort – die we sinds de zondeval missen moesten – hersteld en weer aan ons mensen teruggegeven. Het is de kwijtschelding van al onze zonden en de vergeving van alle schuld die wij daarom en daardoor elkaar ook steeds weer kunnen en behoren te schenken (1en die ons hier zó al een volle voorsmaak geven van de werkelijke hemelse gemeenschap en feestvreugde die Hij ons bereid heeft en die nog op ons wacht!  Soli Deo Gloria! 

(1) En wanneer gij staat om te bidden, vergeeft, indien gij iets hebt tegen iemand; opdat ook uw Vader, Die in de hemelen is, jullie je misdaden vergeven zal. Maar indien jullie niet vergeven, zo zal uw Vader, Die in de hemelen is, ook jullie misdaden niet vergeven. (Markus 11 : 25-26)

Bron afbeelding:  SlidePlayer

Johannes 2 - Bruiloft te Kana - SlidePlayer

 

Dit bericht werd geplaatst in Bijbel, Gemeente, Huwelijk en gezin, Israël. Bookmark de permalink .

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

w

Verbinden met %s