Dienst in een christelijke gemeenschap…(III)

(…) 16 Laat ​Christus’ woorden in al hun rijkdom in u wonen, zodat gij in alle wijsheid elkaar leert en terechtwijst en met psalmen, lofzangen en geestelijke liederen zingende, aan God dank brengt in uw ​harten. (Uit Kolossenzen 3)

In liefde (een ander) de waarheid kunnen zeggen…

Wie mag met zijn woord het leven van de ander binnendringen? Wie mag zich het recht aanmatigen, de ander rekenschap te vragen, hem terecht te wijzen? Het zou geen teken zijn van een diep christelijk inzicht, als men hier zou zeggen dat iedereen dit recht heeft en zelfs deze plicht. De geest van verkrachting zou hier op de meest gemene manier weer binnen kunnen sluipen…

De ander heeft inderdaad zijn eigen recht, zijn eigen verantwoordelijkheid en ook zijn eigen plicht, zich tegen onbevoegd ingrijpen te verzetten. De ander heeft zijn eigen geheim, dat zonder grote schade niet kan worden aangetast en dat hij niet prijs mag geven zonder zichzelf zeer ernstig te schaden.

En toch ligt dit op zich zelf juiste inzicht gevaarlijk dicht bij het dodelijke woord van Kaïn: ‘Ben ik mijns broeders hoeder?‘ (Genesis 4 : 9). Waar christenen samenleven moet het op een gegeven ogenblik en op een of andere manier zover komen, dat de een persoonlijk tegenover de ander spreekt over het Woord en de wil van God.

Wil het woord niet over onze lippen komen, dan moeten wij ons zelf afvragen, of wij onze broeder niet alleen zien in zijn menselijke waardigheid die wij niet durven aantasten, en daardoor niet het belangrijkste vergeten, namelijk, dat ook hij, hoe oud hij ook moge zijn, hoe hoog zijn positie ook is en hoe belangrijk hij ook is, toch een mens is net als wij, die als zondaar om de genade van God roept, die zijn grote noden heeft evenals wij en die hulp, troost en vergeving nodig heeft net als wij zelf.

De basis, waarop christenen met elkaar kunnen spreken is, dat de een weet, dat ook de ander een zondaar is, die in al zijn menselijke grootheid verlaten en verloren is, als hij niet wordt geholpen. Dit inzicht geeft het broederlijk woord de nodige vrijheid en openheid. Wij spreken elkander aan vanuit de hulp, die wij beide nodig hebben. Wij vermanen elkaar om de weg te gaan, die Christus ons wijst te gaan. Wij waarschuwen elkaar voor de ongehoorzaamheid die ons verderf is.

Hoe meer wij onszelf leren het Woord door de ander te laten zeggen en ook scherpe verwijten en vermaningen ootmoedig en dankbaar te aanvaarden, des te vrijer en zakelijker komen wij te staan tegenover ons eigen woord. De lichtgeraakte wordt altijd een vleier, en daarmede al gauw een verachter, een kwaadspreker van zijn broeder. Maar de ootmoedige houdt zich bij de waarheid en bij de liefde. Hij blijft bij het Woord van God en laat zich daardoor tot de broeder brengen. Omdat hij niets voor zichzelf zoekt en vreest, kan hij door het Woord de ander helpen.

Bron tekst: Bonhoeffer Brevier – “Dient elkaar” – “Alleen de ootmoedige kan in liefde de waarheid zeggen” – (29 oktober) – ©1968 Ten Have b.v. Baarn, Vijfde druk 1978

(…) 10 Laat u ook geen leiders noemen, want één is uw Leidsman, de ​Christus. 11 Maar wie de belangrijkste onder jullie is, zal jullie dienaar zijn. (Uit Matteüs 23)

Bron afbeelding:  Pinterest

 

Dit bericht werd geplaatst in Bijbel, Gemeente, Huwelijk en gezin, Persoonlijk. Bookmark de permalink .

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

w

Verbinden met %s