Die in de hemelen zijt… (I)

Ik hef mijn ogen op tot U, die in de hemel troont.
(Psalm 123 : 1)

HC Zondag 46 – Vraag: Waarom wordt hier bijgevoegd: Die in de hemelen zijt?

(1) ‘Ik roep tot de HEERE in mijn nood…’ (vgl. vers 1). Het moet wel een dringende nood zijn die ons aanzet tot het gebed, zoals onze eigen zaligheid of de zaligheid van onze broeder, de eeuwige dood, onze zonden, onze verlorenheid, de eer van God, het Rijk van God, oorlog en vrede, om maar enkele dingen te noemen.

In het Onze Vader worden echter al deze noden in een schone en
heerlijke volgorde aan ons voorgesteld.

Als het voor ons maar mogelijk was om al het kwade waardoor we bedreigd worden, goed te overwegen en te overdenken, dan zouden deze noden ons zeker leren bidden – ja, dan werden we er wel toe gedwongen en gedrongen! De beden uit het Onze Vader moeten wij daarom nauwkeurig in ons opnemen, en ook door de zware wolken heen breken die het aanschouwen van Gods vriendelijk aangezicht verhinderen.

God is ons gunstig gezind – wij moeten daarom vast geloven dat het gebed ons aangenaamste offer voor God is, en dat bidden [en danken] de enige godsdienst is die God van ons verlangt. (2)

Sommigen zoeken als zij in nood zijn naar een middel en vragen om het gebed van de gemeente. Daar is op zich zeker geen bezwaar tegen, want het gebed van meerdere personen is sterker en krachtiger. Maar het blijft noodzakelijk dat je zelf ook bidt en daarin één wordt met de gehele kerk, die uit één mond bidt: ‘Onze Vader…’.

Want God wil niet alleen de Vader van sommige mensen zijn,
maar ook van jou, wie je ook bent.

Uitdrukkelijk heeft David dan ook toegevoegd ‘tot de HEERE’, en dit tegen elke verkeerde gedachte over God. Ik werd eenmaal ook gekweld door zulke gedachten en waardoor sommige eenvoudige mensen onder de papisten nu nog worden gekweld, namelijk dat de Goddelijke Majesteit in de hemel te groot en te hoog is om aan te spreken.

Want ik dacht: ‘Ik ben een zondaar, daarom kan ik niet tot God bidden, want Hij is vanwege mijn zonde vertoornd. Daarom zal ik middelaars zoeken die Hij wel genadig wil zijn: Maria, Petrus, Anna enzovoort.’ Want vreesachtige gewetens verschrikken al als zij alleen nog maar de Naam van God horen noemen, zoals ikzelf uit ervaring weet.

(1) Behandelde tekst: Psalm 120
(2) De eerste plaats komt toe aan het eerbiedig luisteren naar Gods Woord,  nog voor onze offerande van bidden en danken (Zie o.a. 1 Samuel 15 : 22-23  en Lukas 10 : 42).

Maarten Luther: In XV Psalmos graduum, 1532/1533 (1540), vgl. WA 40.3, 22,21 – 23,28

Bron tekst: “Mijn enige troost – 365 dagen met de Heidelberger – Maarten Luther”  – samengesteld door H.C. van Woerden, Den Hertog uitgeverij.

(…) 2 God, wees ons ​genadig​ en ​zegen​ ons,
laat het licht van Uw gelaat over ons schijnen, sela
3 dan zal men op aarde Uw weg leren kennen,
in heel de wereld Uw reddende kracht.
(Uit Psalm 67)

Bron afbeelding:  Pinterest

Psalm 67 2-3 - Let the light of your face shine - Pinterest

Dit bericht werd geplaatst in Bijbel, Catechismus, Gemeente, Huwelijk en gezin, Israël, Persoonlijk. Bookmark de permalink .

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

w

Verbinden met %s