Nooit ernstig met onze zonden gestreden?

(…) Wie is gedurende een heel uur vrij van aanvechtingen? Dan wil ik nog zwijgen van de onzegbaar vele beproevingen en verzoekingen. Van álle aanvechtingen is deze echter wel de gevaarlijkste: als er helemaal geen aanvechting is en alles naar onze zin gaat, zodat de mens God vergeet, te makkelijk wordt, en de dag van de zaligheid [of de genadetijd] misbruikt.

Ja, hier is het aanroepen van Gods Naam nog tienmaal meer nodig dan in een tijd van beproeving. Daarom staat er ook geschreven: ‘Duizend vallen aan de linker- en tienduizend aan de rechterkant’ (vgl. Psalm 91 : 7). Ook dat zien wij als bij heldere dag: dat er juist gruwelijke overtredingen en ongerechtigheden plaatsvinden in tijden van vrede en voorspoed. (…)

Als geen voor- of tegenspoed ons leert om God aan te roepen of op Hem te vertrouwen, dan zou alleen de zonde al meer dan genoeg zijn om ons tot bidden te noodzaken. Want de zonde heeft ons op drie manieren met sterke en grote legers omsingeld. Het eerste is ons eigen vlees, het tweede de wereld, het derde de duivel. Door deze drie worden wij zonder ophouden bestreden en aangevochten. Het vlees zoekt genot en rust, de wereld zoekt bezit, gunst, macht en eer, de duivel zoekt hoogmoed, roem, zelfbehagen en het verachten en haten van onze naaste.

Deze zaken zijn alle bij elkaar zo machtig, dat elk daarvan op zichzelf al voldoende is om een mens genoeg aanvechtingen te bezorgen. Wij kunnen ze immers op geen enkele manier overwinnen dan alleen door gelovig de heilige Naam van God aan te roepen. Zoals Salomo zegt: ‘De Naam van God is een vaste Burg, de gelovige vlucht daarheen en wordt boven alles verheven’ (vgl. Spreuken 18 : 10). Zo ook David: ‘Ik zal de kelk van het heil drinken en Gods Naam aanroepen’ (vgl. Psalm 116 : 13). Evenzo: ‘Ik zal met lofzegging God aanroepen, dan zal ik verlost worden van al mijn vijanden’ (vgl. Psalm 18 : 4).

Deze werken en de kracht van Gods Naam zijn voor ons helaas geheel onbekend geworden, omdat wij ons niet aan Hem hebben gewend (vgl. Job 22 : 21) en nooit ernstig met de zonden hebben gestreden.

Maarten Luther: Von den guten Werken, 1520, vgl. WA 6,223,31 – 224,3; 225,12-29

Bron tekst: “Maarten Luther – Mijn enige troost – 365 dagen met de Heidelbergse Catechismus” (Zondag 52, v&a 127, “Welke is de zesde bede?”) samengesteld door H.C. van Woerden, Den Hertog uitgeverij.

24 Laat het goud toch in de aarde rusten,
laat het erts van Ofir liggen op de bodem van de stroom,
25 dan zal de Ontzagwekkende je goud zijn,
dan zal hij een schat zijn van het puurste zilver.
26 Je zult vreugde vinden bij de Ontzagwekkende
en je gezicht weer naar Hem opheffen.
(Uit Job 22)

Bron afbeelding: NKJV

Job 22 24-26 - the Almighty will be your gold - NKJV

Dit bericht werd geplaatst in Bijbel, Gemeente, Geschiedenis, Huwelijk en gezin, Persoonlijk. Bookmark de permalink .

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s