Want onvolkomen is ons kennen…

(…) Want onvolkomen is ons kennen en onvolkomen ons profeteren. (…) Nu ken ik onvolkomen, maar dan zal ik ten volle kennen,  zoals ik zelf gekend ben.
(Uit 1 Korintiërs 13 : 9-12)
(…) Niet dat ik het al verkregen heb of al volmaakt ben, maar ik jaag ernaar
om het ook te grijpen. Daartoe ben ik ook door ​Christus​ ​Jezus​ gegrepen.
(Filippenzen 3 : 12)

(…) Want u staat daarom nog niet buiten deze prediking, omdat u deze niet volkomen kunt eigen maken. Ook de apostel Paulus moet immers belijden: dat hij het nog niet verkregen heeft of reeds volkomen is (vgl. Filippenzen 3 : 12). Want niet hij is een christen die deze dingen volkomen verstaat, maar hij die onder alle omstandigheden aan Christus hangt. Een christen heeft reeds de gerechtigheid van Christus, omdat hij begonnen is die te hebben.

In het Evangelie staat overal geschreven: Έn Jezus zei tegen Zijn leerlingen’, of ‘tegen Zijn discipelen’, want Hij noemt hen discipelen of leerlingen, maar geen meesters. De naam leerlingen bedoelt te zeggen dat zij nog steeds leren, omdat zij Christus moeten leren kennen, maar niet dat zij Hem al volkomen hebben Ieren kennen.

Hoewel de kennis van Christus onvolkomen is, toch is het de kennis van Christus, al blijven zij ook leerlingen. De les is daarom volledig en volkomen, maar zij die leren, kennen haar nog niet volledig en volkomen. Wij zijn slechts beginnelingen en strekken ons uit naar het hogere (vgl Filippenzen 3 : 13).

Christenen zijn mensen die heel krachtig de dood voelen en de macht van de zonde – maar wat doen zij? Midden in het gevoel van zonde en dood hangen zij evenwel aan Christus. Zij verloochenen het Woord niet; en zij lijden en zij blijven in Christus. Op geen andere plaats – alleen in Christus – zoeken zij hun zaligheid en vrede. Dit alles moeten wij goed onthouden, zodat wij van een christen geen stok en blok maken, en daarbij denken dat hij de zonde niet zou voelen. Hij is immers nog een mens van vlees en bloed en moet noodwendig de zonde en de zwakheid van zijn geloof ondervinden.

De profeet Jesaja beschrijft het: ‘Maar Hij is om onze misdaden gewond, en om onze zonde geslagen – de straf lag op Hem, opdat wij vrede zouden hebben en door Zijn wonden zijn wij genezen’ (vgl. vers 53 : 5). (…) Daarom moet men degenen die deze genade niet kunnen begrijpen of verstaan, vermanen, zodat zij zich vanwege hun zwakheid niet laten afschrikken, maar dat zij net als de apostelen bidden: ‘Heere, versterk ons geloof’ (vgl. Lukas 17 : 5).

Maarten Luther: Vorlesung über Jesaja 1527-2.9 – Scholia 1532/34, vgl. WA 25,331,33 – 332,7.

Bron tekst: “Maarten Luther – Mijn enige troost – 365 dagen met de Heidelbergse Catechismus” samengesteld door H.C. van Woerden, Den Hertog uitgeverij.

Bron afbeelding:  SlidePlayer

Filippenzen 3 12-14 - Niet dat ik het al gegrepen heb - SlidePlayer

 

Dit bericht werd geplaatst in Bijbel, Catechismus, Gemeente, Geschiedenis. Bookmark de permalink .

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

w

Verbinden met %s