Geef ons ook heden ons dagelijks Brood…

‘Ik ben het Brood des levens, wie tot Mij komt, die zal niet hongeren, en wie in Mij gelooft, die zal nooit meer dorsten (Johannes 6 : 35, weergave DB 1545)

Het Brood des levens (a)

(1) (…) “Het is duidelijk dat de Heere hier over ‘geestelijk eten en drinken’ spreekt. Op deze manier legt Hij het immers Zelf uit: Hij spreekt over een honger en dorst die de ziel aangaat. De ziel wil graag eeuwig leven en niet verdoemd worden. Ze wil een genadige God hebben en voor de toorn en het gericht van God kunnen bestaan. Kort gezegd: ze wil door de zonde en de wet niet worden aangeklaagd en wil niet in de hel terechtkomen. Dat is het verlangen van de ziel.

Dat betekent: een geestelijke honger en dorst hebben, waarvoor ook een geestelijke spijs en drank nodig is. Dit gebrek wordt alleen vervuld als de Heilige Geest komt en [tegen de ziel] zegt: ‘Wil je niet sterven of verdoemd worden? Kom dan tot Christus en geloof in Hem, houd je aan Hem, eet dit geestelijke Brood: geloof in de Heere Jezus Christus’ [vgl. o.a. Handelingen 16 : 30-31, hcvw]. Dat is één!

In de tweede plaats moet men deze tekst met aandacht overdenken tot grote troost en versterking van het geloof. En wel, omdat de Heere zegt: ‘Wie tot Mij komt, die zal niet hongeren of dorsten’, dat wil zeggen: hij zal niet sterven (2). Deze woorden moet men met gouden letters, ja nog beter, met levende letters in het hart schrijven.

Zodoende zou de mens kunnen weten, aan Wie hij zijn ziel moet bevelen en waar hij heen zal gaan wanneer hij van deze wereld moet scheiden. Het is immers te wensen dat hij deze gouden kunst [of: kennis] zou bezitten: hier, bij Christus, is mijn ziel veilig, deze Man zal mij niet teleurstellen.

Het zijn zeer heerlijke, kostbare en waardevolle woorden, die wij niet alleen uitwendig moeten kennen, maar waar wij ook ons voordeel mee moeten doen en zeggen: ‘Daarmee wil ik ’s avonds naar bed gaan en daarmee wil ik ’s morgens weer opstaan. Op deze woorden wil ik mijn vertrouwen stellen – op deze woorden wil ik slapen, waken, werken en over de brug [naar de andere wereld] gaan.’”

Maarten Luther:  Wochenpredigten über Joh. 6 – 8, vgl. WA 33, 61, 8 – 62, 11 (H)

(1) Op zaterdagmiddag 3 december 1530 preekte Luther, die de diensten voor de stadspredikant dr. Johannes Bugenhagen tijdelijk waarnam, uit het Evangelie van Johannes. Bugenhagen diende de reformatie voor langere tijd in het Noord-Duitse Lübeck (1530-1532). De tekst voor deze preek was Johannes 6 vers 32 tot 35. Vers 35 was het door Luther behandelde tekstdeel waaruit dit citaat is genomen:

(2) ‘hij zal niet sterven’: zie hiervoor niet alleen Johannes 6 vers 35, maar vervolgens ook de tekst tot vers 40 en o.a. Johannes 6 vers 58; 8 vers 51; 10 vers 28; 11 vers 25-26.

(a) Opgemerkt AJ: Net zoals wij het Avondmaal steeds weer mogen en kunnen vieren, zo mogen en hebben wij  – in het zoeken en in het dienen van Gods koninkrijk – ook steeds weer te vragen om “ons dagelijks Brood” (de Liefde, Wijsheid en Kracht die ons geloof en werken door het geloof nodig heeft) – het is ons door Jezus zelf geleerd!

Bron tekst: Wilt u deze Luthercitaten ter kennismaking doorsturen aan uw vrienden. Er zijn geen kosten aan verbonden. Voor het aanmelden/afmelden van deze wekelijkse citaten kunt u gebruikmaken van dit e-mailadres info@maartenluther.com en van onze website: www.maartenluther.com

Bron afbeelding:  DailyVerses.net

Johannes 6 35 - Bread of life - DailyVerses

Dit bericht werd geplaatst in Bijbel, Gemeente, Israël. Bookmark de permalink .

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

w

Verbinden met %s