Uit de aarde genomen…

Toen formeerde de Here God de mens van stof uit de aardbodem.
(Genesis 2 : 7)

De mens, die God naar zijn beeld en gelijkenis heeft geschapen, is uit de aarde genomen.

Sterker zouden zelfs Darwin en Feuerbach het niet kunnen uitdrukken.

De mens stamt uit een stuk aarde. De verbondenheid met die aarde behoort tot zijn wezen. De ‘aarde is zijn moeder’, uit haar schoot komt hij voort. Uit haar is zijn lichaam. Zijn lichaam behoort tot zijn wezen. Zijn lichaam is niet zijn kerker, zijn omhulsel, zijn uiterlijk, maar zijn lichaam is hij zelf. De mens ‘heeft’ geen lichaam en ‘heeft’ geen ziel, maar hij ‘is’ lichaam en ziel.

De mens die zich van zijn lichaam losmaakt, maakt zich los van zijn existentie voor God, de Schepper. De ernst van het mens-zijn is zijn gebondenheid aan de moederlijke aarde, aan zijn Zijn als lichaam. Zijn bestaan is een bestaan op aarde. Hij is niet, van boven neerdalend, door een wreed lot in de aardse wereld geketend en geknecht, maar uit de aarde waarin hij sluimerde, dood was, werd hij opgeroepen door het woord van God, de almachtige. Een stuk aarde, maar aarde door God geroepen tot mens-zijn.

Zo heeft ook Michel Angelo het bedoeld. De op de jonge aarde rustende Adam is zo vast en innig met de grond waarop hij ligt verbonden, dat hij in zijn nog dromende bestaan zelf een uitzonderlijk en zeer wonderlijk maar toch echt stuk aarde is. Juist in dit volledig toebehoren aan de gezegende grond van de pas geschapen aarde komt de volle heerlijkheid van de eerste mens aan het licht.

En in dit rusten op de aarde, in deze diepe scheppingsslaap, ervaart de mens door de lijfelijke aanraking van Gods vinger het leven – dezelfde hand, die de mens gemaakt heeft, raakt hem nu als van verre teder aan en wekt hem tot leven. Niet langer houdt de hand Gods de mens in zich zelf besloten, zij laat hem gaan en haar scheppende kracht wordt tot de verlangende liefde van de Schepper voor het schepsel.

Bron tekst: Bonhoeffer Brevier – “Wat is de mens” – (17 februari) “De aarde is zijn moeder” – ©1968 Ten Have b.v. Baarn, Vijfde druk 1978

(…) 3 Ik heb geen wijsheid opgedaan, van de ​Heilige​ weet ik niets.
4 Wie is naar de hemel geklommen en weer afgedaald?
Wie heeft de wind met zijn handen gevangen?
Wie heeft het water in zijn ​mantel​ gebonden?
Wie heeft de grenzen van de aarde bepaald?
Noem mij Zijn Naam, en de Naam van Zijn Zoon,
als je Die kent.
(Uit Spreuken 30 – de woorden van Agur)

Bron afbeelding:  Verse of the Day

Genesis 2 7 God-Formed-Man-From-Dust - Verse of the Day

Dit bericht werd geplaatst in Bijbel, Gemeente, Geschiedenis, Israël, Natuur, Politiek, Wetenschap. Bookmark de permalink .

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

w

Verbinden met %s