Je omkeren te midden van een boos en overspelig geslacht…

(…) Laat mijn hartenkreet u bereiken, HEER, geef mij inzicht zoals u hebt beloofd…
(…) Ik heb gedwaald als een verloren schaap; zoek Uw dienaar, want Uw geboden heb ik niet vergeten. (Psalm 119 : 169 en 176=slot)

(…) ‘Ik heb met mijn stem tot God de HEERE geroepen – ik heb met mijn stem God gebeden. Ik wil voor Zijn ogen mijn gebed uitbreiden en wil voor Hem alles wat mij beangstigt, uitstorten’ (Psalm 142:2, Vulgaat-editie WA 1520).

Op die manier moet een christen ook eens overdenken wat hem ontbreekt of waarvan hij juist teveel heeft – dat alles vrijmoedig voor God uitstorten met wenen en kermen, zo bedroefd als hij maar kan zijn. Hetzelfde als hij zou doen voor zijn lieve vader, die bereid is om hem te helpen en te redden.

Als je zelf je zonde en ellende niet kent of weet, en als je daar niet mee wordt aangevochten, dan moet je weten dat je er heel slecht aan toe bent.

Dan is dat je grootste ellende, dat je zo versteend en verhard bent, dat je nu helemaal ongevoelig moet ondervinden dat niets je kan bewegen. Maar er is geen betere spiegel, waarin je je eigen nood kunt zien, dan in de Tien Geboden, daarin vind je wat je ontbreekt en wat je moet zoeken. (1)

Daarom, als je ziet dat je een zwak geloof hebt: niet veel hoop, weinig liefde tot God, idem dat je God niet looft of eert, maar eigen roem en eer liefhebt, de gunst van mensen zoekt, slordig en nalatig bent in gebed en kerkgang in welke zaken niemand zonder gebrek is – dan moet je van deze gebreken meer schrikken dan van alle tijdelijke schade aan bezit, eer, lichaam en leven. Dan moet je weten dat die erger zijn dan de dood en alle dodelijke ziekten. Deze nood mag je met alle ernst voor God neerleggen, Hem klagen en om bijstand bidden, in vertrouwen dat je hulp en genade zult ontvangen.

Ga zo maar van de eerste tafel van de wet, waarin je tegen God gezondigd hebt, naar de tweede tafel, waarin je tegen God én mensen gezondigd hebt. Zie, hoe ongehoorzaam je bent geweest en nog bent, tegen je vader en je moeder en allen die over je gesteld zijn. Je verkeerdheid, haat, schelden, lasteren, ontucht, gierigheid, leugens en onrecht. Dan zal je zonder twijfel zien dat je vol bent met allerlei zonde en ellende, en dat je reden genoeg hebt om tot God te roepen en te kermen of bloeddruppels te wenen als je dat kon.

 (…) Span daarom al uw krachten in om uw geloof te verrijken (2 Petrus 1 : 5)

(1) Daarom valt het zeer te betreuren wanneer de regelmatige prediking van de wet zoals die vanwege de catechismusprediking aan de orde komt/kwam op veel plaatsen niet meer klinkt in onze (tweede) samenkomsten/leerdiensten (en voor zover die nog bezocht worden door de leden van onze kerken.)

Maarten Luther: Von den guten Werken, 1520, vgl. WA 6, 236, 10 – 237, 2

Bron citaat: Wilt u deze Luthercitaten ter kennismaking doorsturen aan uw vrienden. Er zijn geen kosten aan verbonden. Voor het aanmelden/afmelden van deze wekelijkse citaten kunt u gebruikmaken van ons e-mailadres info@maartenluther.com en van onze website: www.maartenluther.com

Lezen: Psalm 15 “Wie mag te gast zijn in uw tent”

Bron afbeelding:  SlidePlayer

Catechismus - Zondag 44 - Waarom tien geboden streng prediken - SlidePlayer

 

 

Dit bericht werd geplaatst in Bijbel, Catechismus, Gemeente, Persoonlijk, Politiek. Bookmark de permalink .

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s