De heilige Drie-eenheid…

(…) 11 Want als de Geest van Hem die Jezus uit de dood heeft opgewekt in u woont, zal Hij die Christus heeft opgewekt ook u die sterfelijk bent, levend maken door zijn Geest, die in u leeft. 12 Broeders en zusters, we hoeven ons niet langer te laten leiden door onze eigen wil. 13 Als u dat wel doet, zult u zeker sterven. Als u echter uw zondige wil doodt door de Geest, zult u leven. 14 Allen die door de Geest van God worden geleid, zijn kinderen van God. 15 U hebt de Geest niet ontvangen om opnieuw als slaven in angst te leven, u hebt de Geest ontvangen om Gods kinderen te zijn, en om hem te kunnen aanroepen met ‘Abba, Vader’. (Uit Romeinen 8)

[Catechismuspreek over de heilige Drie-eenheid, 1535, zonder tekstopgave]

Christus, onze Zaligheid Zelf, getuigt en verklaart ons duidelijk dat de Heilige Geest eeuwig, almachtig God is, anders zou Hij het bevel van de Heilige Doop niet op deze manier samenvatten. Namelijk: dat men in de Naam van de Vader, van de Zoon en van de Heilige Geest moet dopen (vgl. Mattheüs 28 : 19). Omdat Hij echter de verordening van ‘de doop met duidelijke woorden zo voorschrijft, moet daaruit volgen dat de Heilige Geest waarachtig en eeuwig God is, in gelijke macht en heerlijkheid met de Vader en de Zoon van eeuwigheid. Zo niet, dan zou Christus Hem in zulke werken, die vergeving van zonden en eeuwig leven betreffen, naast Zich en Zijn Vader niet noemen.

Dit zegt Christus ook: ‘En Ik zal de Vader bidden, en Hij zal u een andere Trooster geven, opdat Hij bij u blijve in eeuwigheid. De Geest der waarheid, Die de wereld niet kan ontvangen, want zij ziet Hem niet, en kent Hem niet’ (vgl. Johannes 14 : 16). Op deze tekst moet u letten, want daar kunt u het onderscheid tussen de drie Personen van de Drie-eenheid zien. ‘Ik’, zegt Hij, ‘zal de Vader bidden.’ Daar hebt u twee Personen, Christus de Zoon Die bidt, en de Vader tot Wie gebeden wordt dat Hij een andere Trooster zal geven. Als deze Trooster door de Vader gegeven moet worden, dan kan de Trooster niet de Vader Zelf zijn. Christus Die om deze Trooster bidt, kan ook Zelf de Trooster niet zijn. Hij zegt immers dat Hij een andere Trooster zal geven.

Dat de drie Personen hier op het nauwkeurigst omschreven worden, valt niet te ontkennen. Zoals de Vader en de Zoon twee onderscheiden Personen zijn, zo is ook de derde Persoon, de Heilige Geest, een andere Persoon dan de Vader en de Zoon. En is toch alleen één eeuwige God.

Wie nu deze derde Persoon is, leert de Heere als Hij zegt: ‘Wanneer echter de Trooster zal komen, Die Ik u zenden zal, de Geest der waarheid, Die van de Vader uitgaat, Die zal van Mij getuigen.’ Hier spreekt Christus niet alleen over het ambt en het werk van de Heilige Geest, maar ook over Zijn Wezen. Want Hij zegt: dat Hij van de Vader uitgaat. Dat is zoveel gezegd: dat Zijn uitgang zonder begin is, van eeuwigheid.

Maarten Luther: Hauspostille 1544, gepredigt zu Hause, 1530-1535, vgl. WA 52,340,30-341,19

Bron tekst: “Maarten Luther – Mijn enige troost – 365 dagen met de Heidelbergse Catechismus” samengesteld door H.C. van Woerden, Den Hertog uitgeverij.

Bron afbeelding:  YouTube (Psalm 119 vers 3, OB)

Psalm 119 vers 3 OB - YouTube

Dit bericht werd geplaatst in Bijbel, Catechismus, Gemeente, Israël. Bookmark de permalink .

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s