Gods orde en die van de geestdrijvers…

(…) 14 Maar hoe kunnen ze hem aanroepen als ze niet in hem geloven? En hoe kunnen ze in hem geloven als ze niet over hem hebben gehoord? En hoe kunnen ze over hem horen als hij niet verkondigd wordt? 15 En hoe kan iemand verkondigen als hij niet is uitgezonden? Het is zoals geschreven staat: ‘Welkom zijn zij die goed nieuws verkondigen.’ 16 Toch hebben slechts weinigen aan het ​evangelie​ gehoor gegeven, want ​Jesaja​ vraagt: ‘Heer, heeft iemand geloofd wat wij hebben gezegd?’ 17 Dus door te luisteren komt men tot geloof, en wat men hoort is de verkondiging van ​Christus. (Uit Romeinen 10)

Zondag 20 HC:  Van God de Heilige Geest en van onze heiligmaking.

[Tegen de hemelse profeten]
Nu God Zijn heilig Evangelie heeft laten uitgaan onder de mensen, handelt Hij met ons op twee manieren.

In de eerste plaats uitwendig en in de tweede plaats inwendig. Uitwendig handelt Hij met ons door het mondeling gesproken woord van het Evangelie en door zichtbare [of tastbare] tekenen, zoals de doop en het avondmaal zijn. Inwendig handelt Hij met ons door de Heilige Geest en het geloof, bovendien door alle andere gaven. Echter wel in die maat en orde dat de uitwendige zaken zullen en moeten voorafgaan aan de inwendige.

De inwendige zaken moeten volgen en door de uitwendige zaken gewerkt worden. Want God heeft het zo besloten: dat Hij niemand de inwendige zaken wil geven dan alleen door het middel van de uitwendige zaken. Hij wil immers op geen andere manier aan iemand de Geest of het geloof geven, dan alleen door het uitwendige Woord en de tekenen [= sacramenten].

Dit alles alleen zoals Hij dat ingesteld heeft volgens het Evangelie van Lukas: ‘Laten zij naar Mozes en de Profeten luisteren (Lukas 16 : 29). Vandaar dat ook Paulus de doop het bad der wedergeboorte noemt, waarin de Heilige Geest door God rijkelijk uitgegoten wordt (Titus 3 : 5). Het mondeling gesproken Evangelie wordt door Paulus bovendien een Goddelijke kracht genoemd, die allen zalig maakt die daarin geloven (Romeinen 1 : 16).

Broeders, op deze orde moet u letten, want dat is van het grootste belang! Hoewel dan de geestdrijvers zich voordoen alsof zij hoog opgeven van Gods Woord en Geest en zich beroemen op een voortreffelijke, brandende liefde en ijver om de waarheid en de gerechtigheid van God, toch is het hun bedoeling om deze door God ingestelde orde om te keren. Uit weerspannigheid willen zij het tegenovergestelde instellen en daarom drijven zij het op deze manier: alles wat God uitwendig verordent om het inwendige door Zijn Geest te werken – zoals reeds gezegd is – bespotten zij. Ach, hoe vol hoon en laster verwerpen zij alle genademiddelen en slaan zij die in de wind en willen eerst beginnen met de Geest.

Maarten Luther: Wider die himmlischen Propheten, von den Bildern und Sacrament, vgl. WA 18,136,9-31

Bron tekst: “Maarten Luther – Mijn enige troost – 365 dagen met de Heidelbergse Catechismus” samengesteld door H.C. van Woerden, Den Hertog uitgeverij.

Luther geciteerd: Want hoewel het wáár is dat de Heilige Geest inwendig in het hart Zijn werking heeft, wil Hij toch deze werking ordelijk en in het algemeen niet anders dan door het mondeling gesproken Woord uitrichten. Paulus zegt dat ook: ‘Hoe zouden kunnen geloven, die eerst niet over Hem hebben gehoord? (vgl. Romeinen 10:14). Daarom noemt Christus Hem een Getuige. Nu echter, bij dit getuigen hoort de mond en het woord van de apostelen en van alle predikers die het Evangelie van Christus rein en zuiver verkondigen. Daarom mag niemand die waarlijk troost begeert, wachten totdat de Heilige Geest Christus persoonlijk aan hem voorstelt of direct uit de hemel tot hem zal spreken. Hij houdt Zijn getuigenis openbaar in de prediking, dáár moet u Hem zoeken en op Hem wachten, totdat Hij door dit Woord – dat u met uw oren hoort – uw hart aanraakt en op die manier door Zijn werking inwendig in het hart van Christus getuigt. Maar dit inwendige getuigenis komt niet eerder, of alleen dan, als daarvóór dat andere openbare en mondelinge getuigenis van het Woord heeft plaatsgevonden.
Bron: Vom Abendmahl Christi. Bekenntnis, 1528, vgl. WA 26,505,29-37; Hauspostille 1544, WA 52,308,30-30

Bron afbeelding:  YouTube

Romeinen 1 16-17 - I am not ashamed - YouTube

 

Dit bericht werd geplaatst in Bijbel, Catechismus, Gemeente, Geschiedenis. Bookmark de permalink .

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

w

Verbinden met %s