Goddeloos denken over onze jongeren/jeugd…

(…) ik keer terug in het ​huis​ van de HEER tot in lengte van dagen.
(Uit Psalm 23 : 6)
Waarmede zal de jongeling zijn pad rein bewaren? Als hij dat houdt naar uw Woord.
(Psalm 119 : 9)

Deze psalm en dit vers zijn het gebed van een jonge man (vgl. vs. 99 en 100). Een jonge man (1) stoot hier op zijn levensvraag, niet uit geestdrift voor het goede en het edele in het algemeen, niet uit een dweperig idealisme, maar uit de ervaring die hij heeft opgedaan met de macht van het woord Gods en de onmacht van zijn eigen leven. Wanneer ons deze vraag naar de ‘reine’, onberispelijke weg ouwelijk, geforceerd en pessimistisch in de oren klinkt, komt dit alleen maar, omdat wij ons eraan hebben gewend zeer goddeloos over de jeugd te denken en de kracht en energie, die de onschuld bezit, niet meer kunnen begrijpen.

Het is vermetel en verkeerd te denken, dat de mens eerst diep in de schuld van het leven verstrikt zou moeten raken voor hij het leven en dan ten slotte ook God kan leren peilen. Het leven en de daarmee verbonden schuld leren wij nooit kennen door het leven zelf, maar alleen door Gods gericht over de mensen en door zijn genade in het kruis van Jezus Christus.

De zonde als pedagogische factor in de opvoeding willen betrekken, is een lichtvaardig gedachtenspel, dat zich verschrikkelijk wreekt. Rein zijn daar waar onreinheid nog een gevaar is, onberispelijk zijn niet uit burgerlijke gezapigheid maar uit liefde voor God, is geen levensvlucht maar levensvervulling, het is geen miskenning van Gods schepping, maar de heiliging ervan door de Schepper te gehoorzamen. God is de heer van de mens vanaf zijn eerste ademtocht, en Hij wil geen moment van zijn heerschappij afstand doen.

Door de vraag naar de onberispelijke weg te stellen, erkent de jonge man de zonde die in hem woont. Anders hoeft hij niet te vragen. En alleen, omdat hij de zonde heeft herkend in heel zijn macht over zijn hart en zijn natuur, ziet hij niet meer uit naar menselijke middelen tot herstel.

Geen goede voornemens of brandende idealen, evenmin werk en plichtsvervulling, maar Gods woord alleen kan de weg ‘rein bewaren’; want tegen de zonde kan alleen God zelf het opnemen. Hij heeft het gedaan door ons in Jezus Christus alle zonde te vergeven, Hij doet het nog, doordat Hij ons zijn woord van Genade en Gericht doet weten en ons dagelijks opnieuw richt en begenadigt. Waaraan zal ik mij vasthouden in het uur van aanvechting en verzoeking? Aan Gods woord alleen. Zó zal mijn weg rein blijven.

Bron tekst: Bonhoeffer Brevier – “Het bidden van de Psalmen”  – (9 februari) “Goddeloos denken over de jeugd” – ©1968 Ten Have b.v. Baarn, Vijfde druk 1978

(1) Opgemerkt door AJ: Het lijkt me niet onmogelijk dat de dichter (mogelijk inmiddels “op leeftijd”) zowel (zichzelf als) een jonge als ook een oude(re) man “sprekend” aan het woord laat in deze Psalm.

Bron afbeelding:  Like Gold Refined Again

Psalm 23 6 - Surely goodness and mercy - LikeGoldRefinedAgain

Dit bericht werd geplaatst in Bijbel, Gemeente, Geschiedenis, Huwelijk en gezin, Politiek, Wetenschap. Bookmark de permalink .

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s