Hij was mij tot vriend en broeder…

Ben ik mijn broeders hoeder? …Wie is mijn naaste?
(Uit Genesis 4 en Lukas 10 )

(…) Weest niet eigenwijs. Vergeldt niemand kwaad met kwaad; hebt het goede voor met alle mensen. Houdt zo mogelijk, voor zover het van u afhangt, vrede met alle mensen. Wreekt uzelf niet, geliefden, maar laat plaats voor de toorn, want er staat geschreven: Mij komt de wraak toe, Ik zal het vergelden, spreekt de Here. Maar, indien uw vijand honger heeft, geef hem te eten; indien hij dorst heeft, geef hem te drinken, want zo zult gij vurige kolen op zijn hoofd hopen. Laat u niet overwinnen door het kwade, maar overwin het kwade door het goede. (Romeinen 12 : 17-21)

‘Mij is erbarming wedervaren’ – zo zingt de gehele christelijke gemeente iedere nieuwe dag. ‘Mij is erbarming wedervaren’ – toen ik mijn hart voor God toesloot; toen ik de eigen weg van mijn zonde ging; toen ik mijn zonde meer liefhad dan God, toen ik door mijn zonde in ellende en verdriet geraakte; toen ik gedwaald had en de weg terug niet meer vond – toen trof mij Gods Woord; toen hoorde ik: God heeft mij lief; toen vond mij Jezus, Hij was bij mij – Hij en Hij alleen – Hij troostte mij en vergaf mij al mijn zonden en rekende mij het kwade niet toe.

‘Mij is erbarming wedervaren.’ Toen ik een vijand van God was om zijn geboden, was Hij voor mij als een vriend. Toen ik Hem kwaad deed, was God goed voor mij. Hij rekende mij het kwade niet toe, dat ik gedaan had, Hij zocht mij, zonder het moe te worden, zonder te verbitteren. Hij leed met mij, Hij stierf voor mij, Hem was niets te zwaar voor mij. Toen had Hij mij overwonnen. God had zijn vijand gewonnen. De Vader heeft Zijn kind teruggevonden.

Bedoelen we dat niet wanneer wij dit lied zingen? Ik begrijp weliswaar niet waarom God mij liefheeft, waarom ik Hem dierbaar was; ik kan ook niet bevatten dat Hij mijn hart door zijn leven wilde overwinnen, maar ik kan nu zeggen:Mij is erbarming wedervaren’. Maar juist omdat ik hier niets begrijp en versta, zegt onze tekst: ‘Weest niet eigenwijs’ — d.w.z. jullie kunt verder heel knap zijn, in je werk bijvoorbeeld, maar van één ding weten jullie van nature nooit voldoende -, op één punt zijn jullie dwaas en clownesk als een onmondig kind, namelijk op het punt van de goddelijke barmhartigheid; of veel meer: hoe uit een vijand een vriend wordt, hoe een vijand van God wordt overwonnen.

Bron tekst: Bonhoeffer Brevier – “Liefde tot de vijand”  – (29 januari) “Hij was voor mij als een vriend” – ©1968 Ten Have b.v. Baarn, Vijfde druk 1978

(…) 20 Als iemand zegt: ‘Ik heb God lief,’ maar hij haat (1) zijn broeder of zuster, is hij een leugenaar. Want iemand kan onmogelijk God, die hij nooit gezien heeft, ​liefhebben​ als hij de ander, die hij wel ziet, niet liefheeft. 21 We hebben dan ook dit gebod van hem gekregen: wie God liefheeft, moet ook de ander ​liefhebben. (Uit 1 Johannes 4)

(1) Haten: dat is God en/of een medemens en/of de dieren- en plantenwereld niet de hen van God gewezen plaats gunnen en/of geven in ons samenleven en omgaan met Hem en met elkaar en met de levende wezens in de ons omringende natuur. Juist hier blijkt nalatigheid een van de meest voorkomende zonden (zie m.n. de gelijkenis van de barmhartige Samaritaan, Lukas 10 : 25-37)

Bron afbeelding:  zie afbeelding

1 Johannes 4 20 - If anyone says I love God

 

 

Dit bericht werd geplaatst in Bijbel, Gemeente, Huwelijk en gezin, Israël, Persoonlijk. Bookmark de permalink .

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s