Toen mijn ziel bezweek…

Toen mijn ziel in mij bezweek, dacht ik aan de HEERE; mijn ​gebed​ kwam tot U,
in Uw ​heilige​ tempel” (Jona 2 : 7).

Lectures on Jonah – 1525/1526 (13)

(…) Als eerste verleent God genade en geest om het hart te bemoedigen, Hij herinnert het aan Gods genade, verwerpt gedachten die zich bezig houden met Gods toorn, waardoor het hart zich keert van God de Rechter naar God de Vader. Maar dit ligt niet in de macht van de mens – want Jona zegt hier dat zijn ziel in hem bezweek en dat de sterkte en kracht van zijn ziel alleen maar zwakheid was. Het feit dat hij over zichzelf nadenkt en begint te vertrouwen dat is niet het werk van zijn ziel.

De Geest, en niemand anders, kan de Heer ons in gedachten brengen. En als het gebeurt dat het hart herinnerd wordt aan de Heer, dan vlamt er een nieuw licht op, het leven heft weer het hoofd omhoog en het hart wordt aangemoedigd om te roepen met smeekgebeden – en zo vindt het smeekgebed ook zeker een luisterend oor. Dit is wat Jona ons wil vertellen wanneer hij in Jona 2 : 2 zegt: ‘Ik heb tot de Here geroepen vanuit mijn nood, en Hij heeft mij geantwoord.’ Nu komen de dood, toorn, zonde, de hel en elke overwinning van het verderf tot een einde – alles wordt overwonnen en verzwolgen door geloof dat haar grond vindt in Gods genade.

Wanneer Jona verklaart: ‘Mijn gebed kwam tot U in Uw heilige tempel’, verwijst hij opnieuw naar de tempel in Jeruzalem, waar God destijds Zich onder Zijn volk lichamelijk woning had gemaakt. Het volk Israël was op het hart gedrukt om nergens anders te aanbidden, dan op de plaats, die Hij Zich verkiezen zou en zou aanwijzen. Zo verklaart God in Exodus 20 : 24: ‘Op elke plaats waar Ik Mijn Naam zal laten gedenken, zal Ik naar u toe komen en u ​zegenen.’

Daarom moesten allen, die in het land of daarbuiten woonden, hun gebeden richten naar en hun hart vestigen op de plaats waar God door Zijn Woord lichamelijk verblijf hield, om er zeker van te zijn dat zij geen andere God zouden aanbidden dan Hem, die zetelde boven de cherubim op de genade-troon. Alle gebeden moesten daarheen gericht worden, net zoals vandaag in het Nieuwe Testament onze smeekbeden zich moeten richten tot Christus, Die onze genade-troon is, tenzij we een andere god erkennen, tot hem bidden en hem aanbidden, naast Hem Die lichamelijk woont in de Mens Christus Jezus. En in feite is er geen andere God.

Maarten Luther: Dr. Martin Luthers Werke (Weimarer Ausgabe) WA 19, 229, 27 – 230, 20

Bron tekst: If you would like to have these Luther Quotes (1) sent to family or friends you can send (with their permission) the email address to: info@martinluther-quotes.com.
Or, they can use the web-form located on the homepage of www.maartenluther.com. There you can find both options to subscribe and unsubscribe from the weekly quotes. The emails are free of charge and you are not asked for donations.

(1) Deze Luther Quote “Lectures on Jonah – 1525/1526 (13)” werd vertaald uit het Engels.

Bron afbeelding: Pinterest

Psalm 119 81 I have put my hope in your Word - Pinterest

Dit bericht werd geplaatst in Bijbel, Gemeente, Geschiedenis, Israël. Bookmark de permalink .

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

w

Verbinden met %s