Verheugde ik mij niet in uw wet…

(…) 17 Meent niet, dat Ik gekomen ben om de wet of de profeten te ontbinden;
(Uit Matteüs 5)

HEER, voor eeuwig staat uw Woord in de hemel vast.
Uw trouw duurt van geslacht op geslacht,
U hebt de aarde gegrondvest en zij houdt stand.
Naar Uw voorschriften blijven hemel en aarde bestaan,
alles is aan U onderworpen.
Verheugde ik mij niet in Uw wet,
ik zou vergaan van ellende.
In eeuwigheid zal ik uw regels niet vergeten,
daardoor houdt U mij in leven.
Ik ben van U, red mij,
want steeds zoek ik Uw regels.
Zondaars zijn uit op mijn ondergang,
maar Uw richtlijnen geven mij inzicht.
Aan alles, hoe volmaakt ook, zag ik een einde,
maar Uw gebod is grenzeloos ruim.
              Psalm 119 : 89-96

(…) 16 Immers uit Zijn volheid hebben wij allen ontvangen zelfs ​genade​ op ​genade; 17 want de wet is door ​Mozes​ gegeven, de ​Genade​ en de Waarheid zijn door ​Jezus​ ​Christus​ gekomen (Uit Johannes 1)

(…) 19 Wie dan één van de kleinste dezer geboden ontbindt en de mensen zo leert, zal zeer klein heten in het Koninkrijk der hemelen; doch wie ze doet en leert, die zal groot heten in het Koninkrijk der hemelen. 20 Want Ik zeg u: Indien uw ​gerechtigheid​ niet overvloedig is, meer dan die der ​Schriftgeleerden​ en Farizeeën, zult gij het Koninkrijk der hemelen voorzeker niet binnengaan. (Uit Matteüs 5)

(…) 6  Hij heeft ons geschikt gemaakt om het nieuwe ​verbond​ te dienen: niet het ​verbond​ van een geschreven wet, maar dat van zijn Geest. Want de letter doodt, maar de Geest maakt levend. (1 Korintiërs 3 : 6)

Opgemerkt: De (geschreven) wet van Mozes kon en kan ons niet verlossen van onze zonden en verzoenen met God. De wet kan ons mensen alleen maar veroordelen en ontdekken aan onze doodsstaat voor God. Wij allen staan schuldig tegenover heel de wet. Zie bijvoorbeeld hoe in Psalm 119 de dichter voortdurend vraagt of God hem wil redden. Wij zijn allen zondaars (dieven, rovers, echtbrekers, roddelaars) en wij mogen tegen niemand zeggen: “jij bént een dief, echtbreker, etc., en ik niet”. Maar we mogen en behoren (elkaar) wel te zeggen: de wet verbied ons te stelen en de echt te breken en nu doe jij dat toch, dat is niet naar Gods (volmaakte) liefdes-wil. (Zie Matteüs 5 : 48)
Maar met Jezus is onze Redder verschenen en is Gods Genade en Waarheid openbaar geworden en Hij heeft ons volkomen de Wet (Gods liefdes-wil) verklaard en ons verlost van de vloek van de wet en in de Vrijheid gezet door ons Zijn Geest te schenken.
De betreffende Bijbeltekst ( 2 Korintiërs 3 : 6) behoort (dus) niet te gebruikt te worden om Gods wetsregels/onderwijs zoals we die opgetekend vinden in Gods Woord te relativeren en om die niet met vreugde te lezen en te onderwijzen of om deze zelfs “passeerbaar” te achten.

Bron afbeelding:  DagelijkseBroodkruimels

Psalm 1 2 - Gelukkig wie vreugde vind - DagelijkseBroodkruimels

 

Dit bericht werd geplaatst in Bijbel, Gemeente, Israël, Persoonlijk. Bookmark de permalink .

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

w

Verbinden met %s