Het rouwkleed verscheurd…

(…) Tot U, Here, riep ik, en tot de Here smeekte ik om genade…
(…) Here, U deed mij opkomen uit het dodenrijk, U hebt mij leven gegeven,
zodat ik niet in de groeve neerdaalde.
(Uit Psalm 30)

Psalm 30 (1) is een aansprekende Psalm. De uitleg ervan levert weinig moeilijkheden op.

(…) De dichter boort echter in zijn levensgeschiedenis een diepere laag aan. De ervaring die hij opdeed, reikt verder dan het patroon ziekte – gebed – gezondheid. Wat hij ondervond, heeft hem iets gedaan. Het proces dat hij doormaakte, heeft hem er diep van doordrongen hoe hij God dreigde te vergeten, terwijl hij volstrekt afhankelijk van Hem is. Het doordringt hem er vooral van wie God is: God is heilig en vooral goed en genadig.

De dichter is verhoord. Door deze ervaring heeft hij de HERE God beter leren kennen. Hij jubelt het uit en roept anderen op Hem te loven (vers 5). De reden daarvoor geeft hij in de MT (1) als volgt weer: ‘Want, een ogenblik is er in zijn toorn, een leven in zijn genade!’ Het gevoel van Gods toorn tijdens zijn ziekte was slechts tijdelijk! Hij beseft dat God maar korte tijd toornig is, maar dat zijn genade een leven lang duurt!
De Griekse tekst is zo mogelijk nog mooier. De vertaler legt er nadruk op dat God genadig wil zijn en dat zijn toorn een voorbijgaand affect is. De LXX (1) zegt: Want toorn is er (wel) in zijn gemoedsneiging, maar leven in Zijn wil.’ God reageerde op de overmoed van de dichter die aan Hem voorbij leefde. Deze levenshouding wekte het affect op van Gods toorn. Maar deze neiging van Gods gemoed liet Hij niet ten volle gelden. Zij stuitte als het ware op zijn eigenlijke wil die genade wil bewijzen.

Het dubbele affect dat de zonde oproept bij de HERE God vinden we ook bij de profeten. God is geraakt door de zonde van zijn volk, maar wil het toch genade bewijzen. Vooral Hosea heeft dit beseft. Om enigszins te ervaren wat de zonde van Israël de HERE God deed, moest Hosea trouwen met een ontrouwe vrouw, van wie hij ging houden. Haar ontrouw raakte hem tot in zijn nieren. Twee affecten botsten tegen elkaar: de toorn om haar houding en de wil om haar lief te hebben. De wil om genadig te zijn is sterker dan de toorn. In het Nieuwe Testament heeft Christus beide affecten met elkaar verzoend. Doordat Hij een ogenblik de toorn droeg, kwam er ruimte voor Gods wil om het leven te geven. Zo kon de dag van Pasen aanbreken.

Luther schrijft ergens dat het met de HERE God is als met de keizer. Rondom hem heen zijn hellebaardiers en ridders. Wie de keizer bezoekt, moet langs hen heen. Ze kijken streng en gereserveerd. Je raakt onder de indruk en je zou willen vluchten. Wie de keizer daarna echter in zijn binnenvertrek ontmoet, wordt des te meer geraakt door zijn vriendelijkheid en welwillendheid. In de binnenvertrekken blijkt wat de eigenlijke wil van de keizer is. Zo liet God de dichter zijn ongenoegen ervaren om hem in de crisis des te meer zijn eigenlijke wil te laten kennen.

De Griekse vertaling van de Psalm is een waar kunstwerk! Wie het Grieks machtig is en de Psalm hardop leest, merkt dat. Heel veel zorg moet er door de vertalers besteed zijn aan het metrum van de vertaling. De accenten zijn zo gelegd dat ze bijdragen aan het begrijpen van de Psalm. Ook aan de woordkeus is veel aandacht besteed.
Een enkel voorbeeld kan dat illustreren:

  • In de al genoemde zinsnede ‘want toorn is (wel) in de neiging van zijn gemoed, maar leven in zijn wil’, klinkt het eerste deel voorzichtig en bedachtzaam, het tweede opgetogen en krachtig.
  • In vers 12b zegt de dichter dat God zijn rouwkleed verscheurd heeft. In het Grieks staat het woord ‘dierrèxas’. De lezer hoort in het woord als het ware het geluid van het scheuren.

Als de gelovigen samenkwamen in het gebedshuis en deze Psalm zongen, moeten de woorden ervan diepe indruk op hen gemaakt hebben en hen bemoedigd hebben. De inhoud is extra aansprekend geweest door het prachtige metrum en de klank van de woorden, die met de inhoud overeenstemmen. De Psalm heeft de gelovigen geholpen om in de wereldgeschiedenis niet hoogmoedig te zijn, maar op te zien naar God. Elke nood is begrensd, omdat ‘er wel toorn is in Gods gemoedsneiging (om de zonde), maar leven in zijn wil. Dat zorgt ervoor dat de gemeente niet zal verstommen, zelfs niet in de nood van de geschiedenis.

Zo heeft de Psalm ook ons veel te zeggen!

(1) In Ecclesia wordt in een vervolgserie over de Psalmen steeds de oudere Hebreeuwse tekst (“MT-versie”) van een Psalm vergeleken met de tekst van de latere Griekse vertaling (“LXX-versie”) ervan. Je kunt zeggen dat in de Griekse vertaling het voortgaande openbaringswerk van de Heilige Geest opgemerkt kan worden. De vertalers moeten hun vertaalwerk met veel eerbied, biddend en “de Schriften” bestuderend en vergelijkend hebben gedaan .

Bron tekst: Gedeelten uit “Psalm 29 in de LXX” van dr. H. Klink (Hoornaar) in Ecclesia (nr. 17 – augustus 2017).

Bron afbeelding:  Our Daily Blossom

Psalm 30 6 - Weeping may endure for a night - Our Daily Blossom

 

Dit bericht werd geplaatst in Bijbel, Gemeente, Persoonlijk. Bookmark de permalink .

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

w

Verbinden met %s