“Gij zijt die man” (mens)…

(…) 4 Geen aanklacht is nog zuiver, geen rechtszaak wordt eerlijk gevoerd. 
(Uit Jesaja 59)
(…) 5 David​ ontstak in woede over de rijke man en zei tegen ​Natan:
‘Zo waar de HEER leeft, de man die zoiets doet verdient de dood.
(Uit 2 Samuël 12)

HC Zondag 40 : Wat gebied God ons in het zesde gebod?

Pleeg geen moord. (Exodus 20 : 13)

Het is toch bedroevend dat God hier in het algemeen spreekt en niemand uitzondert. Hij laat Zijn oordeel over alle mensen gaan, over goeden en kwaden, armen en rijken, over hoge en lage standen, over vorsten, heren en knechten. Zou Hij dan de heilige mensen niet buiten beschouwing hebben gelaten, de wetgeleerden en de farizeeën? Nee, niemand valt er buiten. Hij bedoelt ze allen en werpt ze allen op één hoop (vgl. Romeinen 3 : 9) (1). Het is alsof Hij wilde zeggen: zij zijn allemaal misdadigers, moordenaars en doodslagers, er is er niet één die geen kwade bloedhond is. Dit is nu in het kort de conclusie: zoals wij allen ooit ongehoorzaam waren tegen vader en moeder, zo zijn wij ook allen moordenaars. Op die manier kunnen we nu leren wat een ‘lief’ kind onze wereld is. Dat laten de Tien Geboden mooi zien, waarin je als in een spiegel kunt kijken hoe het er vanbuiten en vanbinnen bij jou uitziet.
Je zegt echter: ‘Ik wil helemaal niemand doden, vermoorden of doodslaan, ik zou nog geen vlieg kwaad doen.’ Wel, lieve vriend, wanneer iedereen doet wat jij graag wilt, je vriendelijk toelacht en je goede vriend of broer noemt, dan ben je wel vroom – als ze je echter onrecht aandoen, als ze je aanvallen, uitschelden of lasteren, dan kom je er wel achter hoe geduldig en lijdzaam je bent.
Maar waarom zegt God dit dan? God ziet in jou de boze natuur waarin je geboren bent (2), want Hij is een Proever en Kenner der harten (vgl. Spreuken 17 : 3), daarom heeft Hij dit gebod gegeven. Wanneer je echter een vriendelijk hart kon hebben tegenover vijanden, ze allen het goede zou gunnen en niet het minste kwaad – ook als iemand jou treitert en pest, dan kon je jezelf beroemen: ik dood niet! Maar waar kan je iemand vinden die dat doet? Niemand doet dat, want zolang kan je wel vriendelijk blijven, zolang als een ander jou ook geen kwaad doet. Doet hij dat wél dan is de vriendschap al voorbij en kan je jezelf niet zo inhouden dat je niét tegen dit gebod zondigt – je doodt hem, doe je het niet met de vuist dan doe je het toch wel in je hart.

(1) (…) 13 Hun keel is een open ​graf, met hun tong plegen zij bedrog, addergif is onder hun lippen. 14 Hun mond is vol ​vervloeking​ en bitterheid, 15 hun voeten zijn snel om ​bloed​ te vergieten. 16 Vernieling en ellende is op hun wegen, 17 en de weg van de ​vrede​ hebben zij niet gekend. 18 De vreze Gods staat hun niet voor ogen. (Uit Romeinen 3)
(2) (…) 7 Ik was al schuldig toen ik werd geboren, al ​zondig​ toen mijn moeder mij ontving (Uit Psalm 51)

Maarten Luther: Predigten über das 2. Buch Mose, 1524-1527, vgl. WA 16, 508,19-509,19

Bron tekst: “Maarten Luther – Mijn enige troost – 365 dagen met de Heidelbergse Catechismus” samengesteld door H.C. van Woerden, Den Hertog uitgeverij.

Bron afbeelding: god’s word images

Matteüs 22 - eerste en tweedeGebod - English - god's word images

Dit bericht werd geplaatst in Bijbel, Catechismus, Gemeente, Geschiedenis, Huwelijk en gezin. Bookmark de permalink .

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s