Petrus bekering van de romantiek van het Jood-zijn… (slot)

(…) 25 Jezus​ zei tegen hen: ‘Vorsten oefenen heerschappij uit over de aan hen onderworpen volken, en wie macht heeft laat zich weldoener noemen. 26 Laat dat bij jullie niet zo zijn! (…) 32 maar Ik heb voor jullie ​gebeden, dat jullie geloof niet zou bezwijken. En Petrus, als jij eenmaal tot bekering gekomen bent, versterk dan je broeders. (Uit Lucas 22)

(…) Reeds eerder blijkt Petrus de les van zijn Meester te hebben verstaan.

Tweemaal gebruikt dezelfde Petrus in het boek Handelingen een woord, dat rechtstreeks is afgeleid van het vroeger zoo gehate euergetès. De eerste maal betreft het de genezing van den kreupele, waarvan hoofdstuk 3 de beschrijving geeft: „zilver en goud heb ik niet, maar wat ik heb, geef ik u : in de naam van Jezus Christus, de Nazarener, wandel!”.
In zijn verantwoording aan den raad noemt Petrus die daad een euergesia, weldaad. Het woord hangt rechtstreeks samen met het woord, dat in Lucas 22 : 25 door de Heiland gebruikt was: euergetès. Wij zien hier, dat Petrus uit Jezus’ woorden deze lering heeft getrokken: de enige werkelijke Euergetès is Jezus Christus, de Nazarener.

Petrus heeft begrepen, dat Jezus’ woorden niet slechts negatieve strekking hadden en waarschuwden tegen het haat blijven voeden tegen hen, die zich den euergetès-titel aanmatigden, alhoewel hun daden met de betekenis van dit woord vloekten.

Even goed als Christus, de Sootèr, de Heiland is, — zoals dit woord in het Nieuwe Testament meer dan 20 maal voor de Christus gebruikt wordt, o.a. door Petrus in Handelingen 5 : 31  – en dat niettegenstaande het feit, dat de Hellenistische vorsten in hun gewaande goddelijkheid, zichzelf die titel toekenden (wij merkten reeds vroeger op, dat de sootèr-titel reeds in het klassieke Hellas nauw met den euergetès- titel verwant is), – even goed gebruikt Petrus in zijn verantwoording aan den raad het woord euergesia, om een daad te typeren, die door hem volbracht is in de naam van Jezus Christus de Nazarener.

Het komt ons zeer waarschijnlijk voor, dat de woorden van onzen Heiland in Lucas 22 door Hem in het Grieks gesproken zijn. Het woord euergetès is zulk een typisch Griekse term – hij was tot het Joodse bewustzijn immers vanuit de Hellenistische cultuurinvasie doorgedrongen – dat wij geneigd zijn aan te nemen, dat deze gesprekken in het Grieks gevoerd zijn. Ook Petrus’ verantwoording tegenover den raad kan dit worden aangenomen. En indien in deze beide gevallen al Aramees gesproken mocht zijn, dan is toch het gebruik van den term weldoener en weldaad een vertaling uit het Grieks. In het Grieks is deze term oorspronkelijk.

Het derde Maccabeeën-boek, waarin wij den term aantroffen, geldt als een oorspronkelijk Grieks geschrift. En als de Heiland spreekt van koningen, die heersen en machthebbers, die weldoeners worden genoemd, spreekt Hij een scherp oordeel uit over het Hellenistisch geloof, dat in den euergetès-titel tot uitdrukking komt. Maar daarbij blijft het niet. Het Nieuwe Testament bewijst ook daarin een plant van Griekse bodem te zijn, dat de bekering en het ‘versterken van de broeders’ die Griekse term opeist voor het Koninkrijk Gods. De taal is eigendom van de soevereine God en als het afvallig geloof de taal gebruikt om dat geloof te belijden, dan spreekt zij daarmee geenszins het laatste woord.

Volstrekt noodzakelijk is het gebruik van Grieks in de rede, die Petrus – het is alweer Petrus! – spreekt tot Cornelius en zijn huisgezin. Wij zien daar de groei van Petrus’ bekering van zeer nabij. In een visioen was Petrus meegedeeld, dat hij wat God voor rein verklaard had, niet onheilig mocht achten, en daarop komt de boodschap van Cornelius. In de rede tot deze Romein en zijn huisgezin gebruikt Petrus het woord weldoen, euergetein, Handelingen 10:38, eveneens een rechtstreekse afleiding van het woord euergetès. Dit is de conclusie, die Petrus trekt uit het visioen, waarin hij gewezen werd op een laatste rest van zijn zondige houding tegenover niet-Joden. De onzekerheid omtrent de betekenis van het visioen, waarvan in vs. 17 nog sprake is, als nu voorbij. De bekering van Petrus was voltrokken en hij was bekwaam en wel toegerust om zijn broeders, ook zijn broeder Cornelius, te versterken.

Bron tekst:  “Evangelie contra evangelie – Joden en Grieken in het Nieuwe Testament” van prof. dr. K.J. Popma (1903-1986).

Bron afbeelding:  SlidePlayer en ericngala.wordpress.com (HC in Kiswahili)

Dit bericht werd geplaatst in Bijbel, Gemeente, Geschiedenis, Israël, Politiek. Bookmark de permalink .

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

w

Verbinden met %s