Gebedsverhoring…

Verhoor mij niet, o God!

En Hij heeft tot mij gezegd: Mijn genade is u genoeg. (2 Korintiërs 12:9)

HEERE, BARMHARTIGE VADER, ik wil zijn maar ook niet zijn, sterven maar ook leven, weten maar ook niet weten, overvloed hebben maar ook gebrek lijden, indien slechts Uw wil geschiedt. Ik zoek niet het Uwe, ik moet Uzelf hebben. U bent me niet meer lief als het goed met mij gaat, ook niet minder lief als het slecht met mij gaat. Het is eerlijk en goed, als U mij tegen bent, want U hebt recht op mij en het mijne, maar ik niet op U en het Uwe.

Als iemand zich zo diep vernedert dat hij van God niets meer bidden of begeren wil, dan alleen dat wat uit genade en naar Gods wil is, die kent zijn onwaardigheid, die weet dat hij niets van wat hij van God ontvangt, verdiend heeft en dat al zijn woorden en werken enkel zonde en dwaasheid zijn. Zulke mensen maken het voor de duivel en de wereld niet gemakkelijk, want niets kan hen schaden. Zij vertrouwen alleen op God. Wáármee de duivel hen ook aanvecht, zij overwinnen dat door het geloof – waardoor alle dingen overwonnen worden – zoals Paulus spreekt van hen die door het geloof koninkrijken overwonnen hebben. Dat zijn de echte kinderen van God, zoals hij ergens anders zegt: Want zovelen als er door de Geest Gods geleid worden, die zijn kinderen Gods. (Romeinen 8:14).

Maarten Luther: Von zweierlei Menschen, 1523, vgl. WA 11,468,15-469,8

Open wijd uw mond, eist van mij vrijmoedig!

Bidt, en u zal gegeven worden ; zoekt, en gij zult vinden;
klopt, en u zal opengedaan worden. (Matteüs 7:7)

WIE NIETS ONTVANGT en ook niets vindt, die heeft vast niet gebeden en ook niet gezocht. Wie niet opengedaan wordt, die heeft vast niet geklopt. Daarom moet het zonder twijfel aan ons liggen als ons iets ontbreekt; aan God kan het niet liggen, God is gewillig en genegen genoeg om te geven. Hij belooft niet alleen verhoring aan degenen die tot Hem bidden – Hem ijverig zoeken en vol vertrouwen aankloppen – maar Hij zweert het ook met een dure eed door Zijn eniggeboren Zoon, Die Hij ons als Middelaar en Voorbidder heeft aangewezen.

Hij zegt: Deze is Mijn geliefde Zoon, in Welke Ik Mijn welbehagen heb. Die moet u horen (vgl. Mattheüs 3:17). Wel, hoort Hem De Zoon van God spreekt: Amen, amen, Ik zeg u: Al wat u de Vader bidden zult in Mijn Naam, dat zal Hij u geven (vgl. Johannes 16:23).

O God, geef geen voorspoed aan luie handen die hier niets aangrijpen!

Maarten Luther: Bibel- und Bucheinzeichnungen, vgl. WA 48,108,3-15

Bron tekst: “Uit de diepten roep ik tot U – Dagboek over het gebed – Maarten Luther” – samengesteld, vertaald en ingeleid door H.C. van Woerden (Uitgever Den Hertog B.V., Houten)
Bron afbeelding:  Schuilen bij God

Uit Psalm 85

9 Ik wil horen wat God ons zegt.
De HEER spreekt woorden van ​vrede
tegen zijn volk, zijn getrouwen.
Laten zij niet weer vervallen in dwaasheid!

10 Voor wie hem eren is zijn hulp nabij:
zijn ​glorie​ komt wonen in ons land,
11 trouw en waarheid omhelzen elkaar,
recht en ​vrede​ begroeten elkaar met een kus,
12 uit de aarde bloeit de waarheid op,
het recht ziet uit de hemel toe.

13 De HEER geeft al het goede:
ons land zal vruchten geven.
14 Het recht gaat voor God uit
en baant voor Hem de weg.

Psalm 16 1-2 Bewaar mij o God ik schuil bij U - Schuilen bij God

Dit bericht werd geplaatst in Bijbel, Gemeente, Huwelijk en gezin, Israël. Bookmark de permalink .

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

w

Verbinden met %s