Waar(in) ligt onze geloofszekerheid verankerd?

(…) 32 Wij verkondigen u het goede nieuws dat God zijn belofte aan onze voorouders 33 in vervulling heeft doen gaan ten behoeve van hun ​kinderen​ – ten behoeve van ons – doordat Hij ​Jezus​ tot leven heeft gewekt. Daarover staat in de tweede Psalm geschreven: “Jij bent Mijn zoon, ik heb je vandaag verwekt.”  
(Uit Handelingen 13: “het bemoedigende Woord” van Paulus in de synagoge te Antiochië)

‘Hoe kom ik tot zekerheid van het geloof?’.

(…) Een praktisch geschrift is het Doopboekje van dr. G. Oorthuys (1876-1959). Hierin is een lezing opgenomen met de bovenstaande titel. (…) Deze lezing is ook uitgegeven in boekvorm.  Hij wijst erop dat deze vraag op twee manieren gesteld kan worden.

  • Enerzijds, hoe kom ik tot de vaste overtuiging, dat het Evangelie, de leer van de Christelijke kerk, wezenlijk de waarheid is?
  • En anderzijds, hoe kom ik tot de zekerheid, dat ik een kind van God ben; hoe kom ik daartoe, dat ik het vast geloof en op goede gronden weet, dat al mijn zonden vergeven zijn en dat God mij tot Zijn kind aangenomen heeft.

Oorthuys geeft dan als antwoord: ‘Door in de Heere Jezus te geloven! Er is geen andere weg dan u gelovig toevertrouwen aan Hem.’ Maar mag ik wel geloven? Wat voor grond heb ik nu om te geloven, dat het ook voor mij is?

Dan wijst Oorthuys op het Woord en op het sacrament van de doop: ‘Eerst het Woord, maar daar laat God het niet bij’. De boodschap van genade en vergeving heeft Hij bovendien nog verzegeld door het sacrament: “Wanneer ge in de nood van uw zonde niets ontdekken kunt, dat u recht geeft een kind van God te wezen, leg dan uw hand op uw voorhoofd (1) en spreek (2): ‘Heere, daar hebt Gij geschreven: dit kind is van Mij en Gij wist toch wel, welk een goddeloos hart ik had en Gij hebt gezegd: zo zeker, kind, als Ik je met water was, zo zeker was Ik jou van alle zonden met het bloed van het Lam. Heere, daar houd ik U aan.’ Dan hebt u beteren grond dan duizend bevindingen en duizend woorden’.

(1) (…) 21 en dat water is een voorafbeelding van het water van de doop, waardoor u nu wordt gered. De doop wast niet het vuil van uw lichaam, het is een vraag aan God om een zuiver geweten. Hierom kunt u vragen dankzij de opstanding van ​Jezus​ ​Christus, 22 Die de hemel is binnengegaan en nu aan Gods rechterhand zit, terwijl de ​engelen, machten en krachten aan hem onderworpen zijn. (Uit 1 Petrus 3)

(2) Daarom is het – buiten onze wil en keus om – als baby/jong kind al gedoopt zijn – op het verlangen en gebed van de ouders en in het midden van de gemeente van onze Heer Jezus Christus – het eenvoudigst te zien en aanvaarden als een ons van God gegeven zichtbaar teken ter bevestiging van het aan heel Zijn gemeente verkondigde Woord! (AJ)

Bron tekst: “Dr. G. Oorthuys (1867-1959) (II, slot) – Ecclesia nr 15/16 – juli 2017

Bron afbeelding: SlidePlayer

Psalm 105 - God zal zijn waarheid nimmer krenken - SlidePlayer

 

Dit bericht werd geplaatst in Bijbel, Gemeente. Bookmark de permalink .

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

w

Verbinden met %s