De Geest zucht met ons…

(…) 25 Indien wij echter hopen op hetgeen wij niet zien, verwachten wij het met volharding. 26 En evenzo komt de Geest onze zwakheid te hulp; want wij weten niet wat wij ​bidden​ zullen naar behoren, maar de Geest zelf pleit voor ons met onuitsprekelijke verzuchtingen. 27 En Hij, die de ​harten​ doorzoekt, weet de bedoeling van de Geest, dat Hij namelijk naar de wil van God voor ​heiligen​ pleit. (Uit Romeinen 8)

Rechtvaardiging (5)

Op zaterdagmiddagen werd er in de stadskerk gepreekt uit het Evangelie van Johannes. Luther sprak op zaterdag 6 mei 1531 over Johannes 6 vers 65: ‘Niemand kan tot Mij komen, tenzij het hem door Mijn Vader gegeven is.’ In deze preek geeft hij een voorbeeld van een zeldzaam diep gebed (1).

Hier volgt het gebed:

“Ik dank U, mijn God, dat ik geleerd heb, dat ik mijn zonde niet kan overwinnen door mijn eigen boetedoening – dat ik het geloof niet kan beginnen met goede werken én dat ikzelf voor mijn zonden niet kan betalen. Voor de mensen kan ik dat wél doen, voor de wereld en de rechter kan ik mijn straf dragen – voor hen is dat genoeg. Maar bij U, o God, is de eeuwige straf, daar heb ik niets om mee te voldoen – daar moet ik wanhopen.

Daarom dank ik U, dat een Ander in mijn plaats mijn zonden op Zich genomen, die gedragen en ervoor betaald en ervoor geboet heeft. Dat zou ik graag willen geloven. In mijn gedachten is het ook heerlijk en goed, heilig en vol troost, maar helaas, ik kan het voor mijzelf niet aannemen. Ik ondervind dat het mijn kracht te boven gaat – ik weet niet hoe het ooit zou kunnen gebeuren! Heere, leert U mij, help mij en geef mij de kracht en de gave dat ik ook geloven mag.

De profeet zucht in de psalm: ‘O God, schep in mij een rein hart en geef mij een nieuwe, vaste geest’ (vgl. Psalm 51:12). Een nieuw en rein hart ben ik niet bij machte te maken. Het is Uw maaksel en schepping. Zoals ik de zon en de maan niet kan doen opgaan, zodat die helder schijnen aan de hemel, zo min kan ik maken een rein hart te hebben en een vaste geest of een sterk vertrouwen.

Een rein hart is een hart dat niet onzeker en wankelmoedig is of twijfelt aan Uw Woord. Dát is een nieuw, rein, zacht hart dat zeggen kan: ‘Ik heb een goede geest, een nieuwe wil, een nieuw gemoed en een nieuw hart – een hart dat daarop staat en niet twijfelt, maar zó werkelijk gelooft, dat het lichaam en leven ervoor wil overgeven: Christus is voor mij gestorven!”

Maarten Luther: Wochenpredigten über Johannes 6-8, 1531, vgl. WA 33, 285, 15 – 286, 15

(1) Uit dit gebed blijkt dat in de tijd van de reformatie onder de mensen ook wel veel strijd was om tot de zekerheid van het geloof te komen. Dat betekent echter niet dat Luther zegt: dat de ‘rechtvaardiging’ door het geloof niet noodzakelijk is. Want wat Paulus zegt, blijft waar: ‘Nu wij dan rechtvaardig zijn geworden door het geloof, hebben wij vrede bij God door onze Heere Jezus Christus’ (weergave DB 1545).

Bron tekst: Wilt u deze Luthercitaten ter kennismaking doorsturen aan uw vrienden. Er zijn geen kosten aan verbonden. Voor het aanmelden/afmelden van deze wekelijkse citaten kunt u gebruikmaken van dit e-mailadres info@maartenluther.com en van deze website: www.maartenluther.com

Bron afbeelding: SlidePlayer

De Geest en het zoonschap - SlidePlayer

Dit bericht werd geplaatst in Bijbel, Gemeente, Persoonlijk. Bookmark de permalink .

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

w

Verbinden met %s