Onrecht en ander lijden – ootmoedig, lijdzaam en vergevingsgezind (ver)dragen…

“Mijn juk is zacht en mijn last is licht.” (Matteüs 11 : 30)

(…) Kierkegaard: Dat een zwaar lijden weldadig is, moeten wij geloven; wij kunnen het niet zien, of misschien alleen achteraf. Dat moeten wij onszelf steeds weer voorhouden. Als iemand die lijdt toch gelooft, dat dit weldadig voor hem is, dan verzet hij bergen. “De weldadigheid geeft de berg voeten om te gaan”. Juist wanneer het het juk in geloof gedragen wordt, wordt het licht. “Als het verstand geen handbreed voor ogen kan zien in de duistere nacht van het lijden, dan kan het geloof zien, want het geloof ziet het best in het donker.

(…) 4 Alles wat vroeger is geschreven, is geschreven om ons te onderwijzen, opdat wij door te volharden en door troost te putten uit de Schriften zouden blijven hopen.
(Romeinen 4 : 15)

(…) Het feit, dat de mens ten opzichte van God altijd schuldig lijdt, heeft hoe dan ook iets vreugdevols aan zich: het houdt in, dat men zich altijd voor een opdracht gesteld ziet, waardoor er reden is om te hopen, te hopen, dat, wanneer het lijden verlicht of weggenomen wordt, alles beter zal worden: meer arbeid, meer gebed, meer gehoorzaamheid, meer ootmoed, meer toewijding aan God, inniger in zijn liefde, vuriger van geest (Vgl. Romeinen 12 : 11).

(…) Het is echter een blijk van Gods ​genade​ wanneer u verdraagt wat u moet lijden voor uw goede daden. 21 Dat is uw roeping; ook ​Christus​ heeft geleden, om uwentwil,
en u daarmee een voorbeeld gegeven. Treed dus in de voetsporen van Hem
22 die geen enkele ​zonde​ beging en over wiens lippen geen leugen kwam.
 (Uit 1 Petrus 4)

In de vijfde toespraak gaat Kierkegaard uit van het woord van Jezus: “… smal is de weg, die ten leven leidt” (Mattheüs 7 : 14). Hij brengt in dit woord echter een correctie aan (1): niet de weg is nauw (aldus de vertaling), de benauwenis is niet een eigenschap van de weg, waarvan wij veel hinder kunnen ondervinden. Nee, zij is de weg zelf.
Dat benauwdheid de weg is, houdt in, dat zij niet weggenomen kan worden, daar dan de weg wordt weggenomen. En andere wegen zijn er niet, alleen maar dwaalwegen. De lijdende mens hoeft zich dus niet af te vragen, of hij wel op de goede weg is, zodat hij – een reden tot vreugde – meteen aan de hem gegeven opdracht kan beginnen, – een opdracht, die, “geformuleerd met het gezag van de eeuwigheid”, de lijdende mens kracht verleent.

(…) 18 Ik ben ervan overtuigd dat het lijden van deze tijd in geen verhouding staat
tot de luister die ons in de toekomst zal worden geopenbaard
.
(Uit Romeinen 8)

Voor zijn zesde toespraak kiest de Kierkegaard als zijn vertrekpunt een woord van Paulus: “Want onze benauwenis, die kort van duur en licht is, verschaft ons een alle maat te boven gaand, eeuwig gewicht van heerlijkheid” (2 Korintiërs 4 : 17). Een woord, dat niet het verschil tussen zaligheid en lijden, maar dat tussen een eeuwige zaligheid en een tijdelijk lijden wil onderstrepen. Het kleinste deel van de eeuwige zaligheid weegt eindeloos veel meer dan het meest langdurige aardse lijden. Verwerpt men de gedachte van eeuwig leven, dan heeft men in het lijden geen uitzicht meer, laat staan, dat er ruimte is voor vreugde. Dan rest alleen het uitzicht van de straf. Vgl. Hebreeën 2 : 3.

(…) 35 Geeft dan uw vrijmoedigheid niet prijs, die een ruime vergelding heeft te wachten.
36 Want gij hebt volharding nodig, om, de wil van God doende,

te verkrijgen hetgeen beloofd is. (Uit Hebreeën 10)

In zijn laatste toespraak staat de auteur stil bij de vrijmoedigheid waarmee de apostelen het evangelie hebben verkondigd, en hij gaat hierbij uit van Handelingen 5 : 41 : “toen verlieten zij (Petrus en Johannes) verheugd de Raad, omdat zij waardig bevonden waren bespot te worden omwille van de naam van Christus.De apostelen kenden geen vrees voor mensen. Zij voerden geen strijd met mensen. Zonder hun verhouding tot de mensen uit het oog te verliezen waren zij uitsluitend bezig met hun verhouding tot God. De vrijmoedigheid, die macht van de overwinning geeft, was voor hen een bron van vreugde. Hierin zijn zij ons allen tot voorbeeld. Zouden wij ons hierdoor laten gezeggen, hoe heilzaam zou het voor ons jammerlijk verpauperde welvaartschristendom zijn! (…)

(1) Hoewel het niet het eigen woord van de Heer is dat de benauwenis de weg is, dan is het toch zijn leer, want leert Hij niet dat benauwenis heilzaam is.

Bron tekst: Ecclesia nr. 14 – juli 2017 – gedeeltes uit “Opbouwende toespraken in verschillende geest (II)” – J.G. Barnhoorn, Nunspeet

Bron afbeelding: Het Heilig Woord

U hebt geen beproeving te dragen boven vermogen 1-kor-10-132 - Het Heilig Woord

Dit bericht werd geplaatst in Bijbel, Gemeente, Geschiedenis, Huwelijk en gezin, Israël. Bookmark de permalink .

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s