Hebben wij te streven naar meer (bijzondere gaven) van de Geest?

Paulus opvoedkunde in zijn eerste brief aan de Korintiërs

(…) 1 Maar, broeders en zusters, ik kon tot u niet spreken als tot geestelijke mensen. Ik sprak tot mensen van deze wereld, tot niet meer dan ​kinderen​ in het geloof in ​Christus. 2 Ik heb u melk gegeven, geen vast voedsel; daar was u niet aan toe. En ook nu nog niet, 3 want u bent nog gebonden aan de wereld.  (Uit 1 Korintiërs 3)

(…) 6 Broeders en zusters, ik heb hiervoor over Apollos en mijzelf gesproken. Dat heb ik gedaan omwille van u. U moet namelijk uit ons voorbeeld deze regel leren: houd u aan wat geschreven staat. U mag uzelf niet belangrijk maken door de een te verheerlijken boven de ander. 7 Wie denkt u dat u bent? Bezit u ook maar iets dat u niet geschonken is? Alles is u geschonken, dus waarom schept u dan op alsof u het zelf verworven hebt? 8 Maar natuurlijk – u bent al helemaal verzadigd, u bent al rijk, u bent al koningen geworden zonder ons. Was u maar koningen geworden, dan zouden wij het ook zijn. 9 Maar volgens mij heeft God ons, ​apostelen, de laagste plaats toegewezen, alsof we ter dood veroordeeld zijn. We zijn voor heel de wereld, zowel voor ​engelen​ als mensen, een schouwspel geworden. 10 Wij zijn dwaas omwille van ​Christus, terwijl u dankzij ​Christus​ zo geweldig wijs bent; wij zijn zwak, terwijl u zo geweldig sterk bent; u staat enorm in aanzien, terwijl wij worden veracht.  (Uit 1 Korintiërs 4)

Het is wijsheid van Paulus dat hij het streven naar bijzondere gaven van de Geest van de Korintiërs niet afwijst en later in de brief zelfs nog wat lijkt aan te moedigen, maar wie goed leest en het doel en het geheel van de eerste brief aan de Korintiërs heeft leren “plaatsen”, die begrijpt wel dat Paulus met de woorden van 1 Korintiërs 13 aan dit streven voorbij wijst naar iets dat wel nagestreefd kan en mag en behoort te worden: De Liefde.  De enige “bijzondere gave” die wel nagestreefd kan en mag worden dat is de gave van de profetie! (zie hieronder).

(…) 7 In iedereen is de Geest zichtbaar aan het werk, ten bate van de ​gemeente. 8 Aan de een wordt door de Geest het verkondigen van wijsheid geschonken, aan de ander door diezelfde Geest het overdragen van kennis; 9 de een ontvangt van de Geest een groot geloof, de ander de gave om te genezen. 10 En weer anderen de kracht om wonderen te verrichten, om te profeteren, om te onderscheiden wat wel en wat niet van de Geest afkomstig is, om in klanktaal te spreken of om uit te leggen wat daar de betekenis van is. 11 Al deze gaven worden geschonken door een en dezelfde Geest, die ze aan iedereen afzonderlijk toebedeelt zoals Hij wil. (Uit 1 Korintiërs 12)

(…) 26 En evenzo komt de Geest onze zwakheid te hulp; want wij weten niet wat wij ​bidden​ zullen naar behoren, maar de Geest zelf pleit voor ons met onuitsprekelijke verzuchtingen. (1) 27 En Hij, die de ​harten​ doorzoekt, weet de bedoeling des Geestes, dat Hij namelijk naar de wil van God voor ​heiligen​ pleit. (Uit Romeinen 8)

(…) 31 Richt u op de hoogste gaven. Maar eerst wijs ik u een weg die nog voortreffelijker is. (Uit 1 Korintiërs 12)

(…) 1 Jaag de ​liefde​ na en streef naar de gaven van de Geest, vooral naar die van de ​profetie. (Uit 1 Korintiërs 14) (2)

(…) 23 Wanneer namelijk de hele ​gemeente​ samenkomt en iedereen zich in klanktaal uit, zullen ongelovige buitenstaanders die de samenkomst bezoeken dan niet zeggen dat u krankzinnig bent? 24 Maar profeteert iedereen (2a), dan zal een ongelovige buitenstaander door iedereen worden beoordeeld en terechtgewezen. 25 Alles wat hem heimelijk beweegt zal aan het licht komen en dan zal hij zich ter aarde werpen, God aanbidden en belijden: ‘Werkelijk, God is in uw midden.’ (Uit 1 Korintiërs 14) (1)

Wanneer wij in alles streven naar de liefde (3), dan is het niet nodig om te streven naar de bijzondere gaven van de Geest, maar dan zal de Heilige Geest naar Zijn wil en op Zijn tijd zijn gaven toebedelen en inzetten. We moeten de bijzondere gaven (bijvoorbeeld die van genezing) ook beslist niet zien als iets waarover iemand permanent de beschikking heeft gekregen of kan krijgen. Zelfs de apostelen hadden niet één of meer bijzondere gaven als steeds weer “in te zetten middel(en)” tot hun beschikking!

(…) 13 Broeders en zusters, u bent geroepen om vrij te zijn. Misbruik die vrijheid niet om uw eigen verlangens te bevredigen (3), maar dien elkaar in ​liefde, 14 want de hele wet is vervuld in één uitspraak: ‘Heb uw naaste lief als uzelf.’ 15 Maar wanneer u elkaar aanvliegt, pas dan maar op dat u niet door elkaar wordt verslonden. 16 Ik zeg u dus: laat u leiden door de Geest, dan bent u niet gericht op uw eigen begeerten (3). 17 Wat wij uit onszelf najagen is in strijd met de Geest (3), en wat de Geest verlangt is in strijd met onszelf. Het een gaat in tegen het ander, dus u kunt niet doen wat u maar wilt. 18 Maar wanneer u door de Geest geleid wordt, bent u niet onderworpen aan de wet. 19 Het is bekend wat onze eigen wil allemaal teweegbrengt: ontucht, zedeloosheid en losbandigheid, 20 afgoderij​ en toverij, vijandschap, tweespalt, jaloezie en woede, gekonkel, geruzie en rivaliteit, 21 afgunst, bras- en slemppartijen, en nog meer van dat soort dingen. Ik herhaal de waarschuwing die ik u al eerder gaf: wie zich aan deze dingen overgeven, zullen geen deel hebben aan het ​koninkrijk van God. 22 Maar de vrucht van de Geest is ​liefde, vreugde en ​vrede, geduld, vriendelijkheid en goedheid, geloof, 23 zachtmoedigheid en zelfbeheersing. Er is geen wet die daar iets tegen heeft. 24 Wie ​Christus​ ​Jezus​ toebehoort, heeft zijn eigen natuur met alle hartstocht en begeerte (3) aan het ​kruis​ geslagen. 25 Wanneer de Geest ons leven leidt, laten we dan ook de richting volgen die de Geest ons wijst. 26 Laten we elkaar niet uit eigenwaan de voet dwars zetten en elkaar geen kwaad ​hart​ toedragen. (Uit Galaten 5)

(…) 20 U echter bent ​gezalfd​ door de ​heilige, u allen weet dat. 21 Ik schrijf u niet omdat u de waarheid niet zou kennen, maar juist omdat u die kent en omdat uit de waarheid nooit een leugen voortkomt. (…) 27 Wat uzelf betreft: de ​zalving​ die u van hem ontvangen hebt is blijvend, u hebt geen leraar nodig. Zijn ​zalving​ leert u alles naar waarheid, zonder bedrog. Blijf daarom in hem, zoals zijn ​zalving​ u geleerd heeft. (4) (Uit 1 Johannes 2)

Tot slot: Zie ook de tekst van de afbeelding (Openbaringen 19 : 10):
(…) Alles wat u zegt en al uw kennis 6 bewijst dat het getuigenis over ​Christus​ bij u verankerd is, 7 en hierdoor ontbreekt het u, terwijl u op de komst van onze ​Heer​ ​Jezus​ ​Christus​ wacht, aan geen enkele gave van de Geest. (Uit 1 Korintiërs 1)
Paulus verbindt hier het “niet ontbreken aan alle gaven van de Geest” in de gemeente van Korinthe met de kennis van het getuigenis van Christus. En dat getuigenis, dat is het evangelie dat de apostelen ons verkondigd hebben en dat is ook het getuigenis (de profetie) van het Oude Testament. Wanneer dan alle gaven van de Geest zó geschonken zijn en worden aan de gemeente, dan is het niet nodig nog te streven naar deze gaven, behalve die van de profetie. 

(1) Hoe vaak speelt dat bijvoorbeeld niet bij ernstige ziek(t)en en genezing daarvan, dat we niet goed (meer) weten wat we (nog) bidden zullen.
(2) Het soort profetie waar Paulus in dit tekstgedeelte over spreekt en op doelt is het lezen, uitleggen en toepassen van Gods Woord. Daar kunnen we om bidden en aan werken om dat goed te kunnen en mogen doen!  Gezien de verzen 23-25 kan hier niet anders dan deze betekenis aan het profeteren en profetie worden gegeven. Het is dus niet het soort profetie dat iemand overkomt of invalt of in een droom wordt geopenbaard, want dit soort profetie valt niet “na te streven” (en dat raadt Paulus nu juist wel aan!) en moet altijd eerst nog worden getoetst.
(2a) Met iedereen wordt hier bedoelt ieder die in een samenkomst het Woord/woord neemt/voert.  En volgens Paulus moeten dat er zeker niet meer dan twee of drie zijn in een samenkomst.
(3) Dat begeren en najagen dat kan dus heel goed zijn  het “begeren en najagen van de bijzondere gaven van de Geest”!
(4) Door de zalving met de Heilige Geest, die aan ieder in de gemeente gegeven is, belijden de (gehoorzame) gelovigen dat Jezus de Christus is en Zoon van de Vader (Zie 1 Johannes 2)

Bron afbeeldingSlidePlayer

Getuigenis van Jezus is geest van de profetie - SlidePlayer

 

 

Dit bericht werd geplaatst in Bijbel, Gemeente. Bookmark de permalink .

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

w

Verbinden met %s