Scheurkerk(en)…

33 Op de vijftiende dag van de achtste maand, de datum die Jerobeam eigenmachtig had vastgesteld als feestdag voor de Israëlieten, besteeg hij de treden naar het ​altaar​ dat hij in Betel had laten maken, om er een ​offer​ te ontsteken.(…) (Uit 1 Koningen 12)

Jerobeam, de zoon van Nebat, heeft in Israels geschiedenis de ongunstigste naam gekregen, omdat hij „Israël zondigen deed”, en deze zonde school juist in de altaarbouw te Bethel. Vooreerst deed Jerobeam dit niet uit godsdienstige, maar uit politieke overwegingen. Hij was maar bang dat zijn mensen bij hun jaarlijkse bezoek aan de tempel in Jeruzalem weer naar de oude koningsstad zouden verlangen, en hem afvallig worden. (…)

De zonde van Jerobeam was, ten eerste dat hij de geestelijke eenheid van het volk van God, die ondanks de politieke verdeeldheid moest blijven bestaan, verscheurde. De kerk te Bethel was scheurkerk. En in de tweede plaats was het religieuze bedrijf daar niets anders dan eigenwillige godsdienst.

God zegt ons niet alleen, dat Hij gediend wil worden, maar ook hoe. Wij mogen Hem op geen andere wijze vereren dan Hij in Zijn Woord bevolen heeft. De manier waarop we dit doen, wordt niet aan onze eigen smaak overgelaten. Dat zit de mensen wel in het bloed. Ze gaan dan zelf kerkje spelen. Ze richten zelf een kerkje op of iets dergelijks als het oude niet meer bevalt. Of ze zeggen: als wij de Here maar liefhebben, komt ’t er niet op aan, naar welke kerk we gaan. En ze bedenken allerlei lieve en mooie en vrome dingen, en ze vinden die eigen bedenksels veel inniger en warmer, want in de „officiële kerk” is ’t allemaal zo koud en kil.

Nu, dit is eigenwillige godsdienst tot en met, die van God vervloekt is, en daar doet nu Jerobeam ook aan mee, of liever hij gaat er in voor. De Here had gezegd, dat Jeruzalem de stad was waar Hij aangebeden wilde zijn, en dáár wilde Hij gemeenschap oefenen met Zijn volk in de tempel. Bij al die zelfgebouwde altaren buiten Jeruzalem is de Here niet. Hij is er zo weinig — hoeveel vroomheid er ook bedreven, en hoeveel offeranden er ook gebracht worden — dat de profeet Amos later toornt: „Zoekt de Here, maar zoekt Bethel niet!

De oude profeet te Bethel heeft dit alles gezien en…. gezwegen.
Zeker, hij is er niet bij geweest, toen Jerobeam het schismatieke altaar te Bethel inwijdde, want hij moet alles wat er gebeurd is van z’n jongens vernemen, en met enige goede wil is dit wegblijven nog wel zó te verklaren, dat het z’n instemming niet had.
We zijn nu eenmaal niet klaar met te zeggen: Dit of dat loopt scheef, maar m’n instemming heeft het niet! Dan moet het woord van luid protest worden gehoord. Vooral als het gaat om zo’n grote zonde die heel het volk naar de afgrond voerde! Hij had z’n bezwaren moeten inbrengen tegen de geest der eeuw! Hij was er niet bij, maar hij had er bij moeten wezen. Om te getuigen! Om heel dat vroom-goddeloze gedoe aan de kaak te stellen! En dat er een profeet helemaal uit Juda moest komen, terwijl de pastor lui thuis blijft zitten en alles op z’n beloop laat, dát is wel de ernstigste disqualificatie voor deze schuldige zwijger!

Schuldige zwijger! Zwijgen is meestal erger zonde dan spreken.
Nalatigheid en verzuim brengt meer slachtoffers in de hel dan menigeen vermoedt, denkt u maar aan de mensen die de naakten niet hadden gekleed en de hongerigen niet gevoed…  enkel maar ’n klein verzuim!

1 Ik roep je dringend op, ten overstaan van God en van ​Christus​ ​Jezus, die zal oordelen over de levenden en de doden, ik bezweer je bij zijn komst en heerschappij: 2 Verkondig de boodschap, blijf aandringen, of het nu uitkomt of niet, wijs terecht, straf en vermaan met alle geduld dat het onderricht vereist. 3 Want er komt een tijd dat de mensen de heilzame leer niet meer verdragen, maar leraren om zich heen verzamelen die aan hun verlangens tegemoet komen en hun naar de mond praten. 4 Ze zullen niet meer naar de waarheid luisteren, maar naar verzinsels. 5 Jij echter moet in alles nuchter zijn, je lijden aanvaarden, je werk als verkondiger van het ​evangelie​ doen, je dienende taak vervullen. (Uit 2 Timoteüs 4)

Bron tekst: “Hoofdstuk VI – De oude profeet” uit “Dubieuze posten – figuren uit de Bijbel” van ds. H. Veldkamp (1895-1956)

Bron afbeeldingSlidePlayer

Koningen 13 - eigenwillige godsdienst - SlidePlayer

Dit bericht werd geplaatst in Bijbel, Gemeente, Geschiedenis, Israël. Bookmark de permalink .

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s