‘als Gij mijn hart verwijd zult hebben’… (II)

De HEER zij geprezen, Hij heeft mijn smeekbede gehoord. (Psalm 28 : 6)

(…) We moeten er ook op letten hoe God het hart van Zijn kinderen verwijdt en wat ze daarbij ervaren. Als een mens voelt dat hij geestelijk ziek is, en hij onder de ellendige en benauwde toestand van zijn hart lijdt, dan moet er leven in zijn hart zijn; hij is een gelovige die geestelijk leven bezit.

De Heere Jezus laat als de grote Geneesheer een mens zijn ziekte zien en gevoelen, en Hij brengt hem bij de oorzaak van de moeilijkheden. De Heere laat hem zien waar hij zijn eerste liefde heeft verlaten, waar hij de innigheid en oprechtheid van zijn liefde is kwijtgeraakt. Iemand kan in zulke moeilijke en verdrietige omstandigheden komen, als ze maar één stap zetten zonder dat de Heere hen leidt. Het ingrijpende gevolg is dat de Heere Zich aan hen onttrekt. De Heere Jezus leidt zo’n mens uiteindelijk tot een belijdenis van de ernst en het goddeloze karakter van zijn zonden. Ze erkennen de heiligheid en de rechtvaardigheid van God, en ze veroordelen zichzelf. Ze worden min of meer van zichzelf verlost en hun hart wordt daardoor enigermate verwijd of verruimd.

Ja, de Heere Jezus laat zo’n mens de dingen zien die zijn hart beheersen en benauwd maken: de overmatige liefde tot de wereld, het geld, een hoge positie, eer en aanzien, enz. O ja, als de vreze Gods niet de wacht houdt over het hart van een mens bij deze dingen, zullen ze voor hem een valstrik worden. Hij moet daar beducht voor zijn. Daarbij komt nog dat de zonde in het hart haar kracht blijft houden en een bron is van goddeloze verlangens, waardoor het hart ver van de Heere is en leeft. Ja, de Heere laat zo’n mens afdalen tot de gruwelijke wortel en de vergiftigde bron van zijn hart, namelijk zijn bedorven grondslag: zijn boze natuur. Het is een bekend spreekwoord en dat kunnen we ook hier gebruiken: als we de oorzaak van de ziekte kennen, is de patiënt al half genezen.

Dit heeft tot gevolg dat de patiënt met zijn hele hart gaat vragen naar de balsem van Gilead en de Heelmeester uit Jeremia 8:22. Het hart doet dit met alle ernst en het opent zich voor de Heere Jezus. Een mens die werkelijk met zichzelf bekend gemaakt is, zal niet met minder geholpen zijn. Hij zal de Geneesheer niet laten gaan als hij nog maar half genezen is, of als er alleen maar enige verlichting van de klachten optreedt. O nee, hij klampt zich aan Hem vast en hij durft geen afscheid van Hem te nemen; hij krijgt Hem steeds meer nodig. Hij krijgt steeds meer behoefte om zijn zonden te betreuren. Salomo zegt dat door de droefheid van het aangezicht het hart gebeterd wordt (Prediker 7:3).

Wanneer de Heere zo in het hart van een zondaar werkt, opent Hij een deur van hoop in het dal van Achor, dat is in dat ellendige hart. Hij laat zien dat Hij alles kan veranderen, hoe goddeloos dit hart van binnen ook is. De Heere laat Zijn bereidwilligheid en Zijn grote macht zien. Zijn bloed reinigt van alle zonden. Ja, Hij laat zo’n zondaar die de troost van het Evangelie mist, Zijn liefde wel eens ervaren. O’, zegt de Heere, ‘Ik verlang niet naar uw dood en uw ongeluk. Er is geen mens die een te grote zondaar is. Er is in Mijn volk geen zonde of gebrek zó diep ingeworteld en aanhoudend, of Mijn genade is nóg groter.’

Dit maakt het hart beschaamd en verbroken. Wat veel moeilijke en zware tegenslagen niet kunnen bereiken, kan de liefde wel. De liefde breekt het harde hart in stukken en laat het smelten in oprechte zelfvernedering en verwondering. De liefde maakt het hart oprecht voor God en veroorzaakt een afkeer van de zonde. De liefde zorgt ervoor dat het hart kiest voor Christus en Zijn dienst; de liefde verruimt het hart. De liefde sluit het hart voor de wereld en maakt het benauwd voor de zonde. De kinderen van God worden teer in hun geweten. Het doet hun pijn als ze tegen de Heere zondigen, want daarvan ervaren ze alleen maar schade. Ja, het is de liefde die alles van zichzelf vaarwel zegt, en die ervoor zorgt dat ze hun hoogste geluk bij de Heere zoeken. Ja, ze zeggen het Johannes de Doper na dat Hij groter moet worden, maar zij minder (Johannes 3:30).

Ze verbinden zich opnieuw aan de Heere Jezus en dragen zich op Zijn kosten onvoorwaardelijk aan Hem op. Ze kiezen met hun hele hart blindelings al Zijn wegen. Zo zal Hij hen in hun leven beschutten en hen ten slotte in de heerlijkheid brengen. Het grote middel waardoor Hij hen bewaart om in die verruimde toestand te blijven is, dat zij in hun onmacht het zekere licht zoeken en vinden, en in vreze wandelen. Daarom blijven ze steeds weer gericht op hun overste Leidsman. (…)

1 Daarom dan, laten ook wij, nu wij zulk een grote wolk van getuigen rondom ons hebben, afleggen alle last en de ​zonde, die ons zo licht in de weg staat, en met volharding de wedloop lopen, die vóór ons ligt. 2 Laat ons oog daarbij (alleen) gericht zijn op ​Jezus, de leidsman en voleinder (voltooier) van het geloof, die, om de vreugde, welke vóór Hem lag, het ​kruis​ op Zich genomen heeft, de schande niet achtende, en gezeten is ter rechterzijde van de troon Gods. 3 Vestigt uw aandacht dan op Hem, die zulk een tegenspraak van de zondaren tegen Zich heeft verdragen, opdat gij niet door matheid van ziel verslapt. (Uit Hebreeën 12)

Bron tekst: Gedeelte uit de preek “Bede van de gelovige om de hulp van God” van ds. Justus Vermeer (1696-1745) – uitgegeven in de Reveil-serie (No. 534 – Mei 2017) van Stichting “Smytegelt-Fonds”.

Bron afbeelding: Pastorale Hulpverlening Jongeren

Wees-sterk-en-moedig Det 31-6 - Pastorale Hulpverlening Jongeren

 

Dit bericht werd geplaatst in Bijbel, Gemeente, Geschiedenis, Persoonlijk. Bookmark de permalink .

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

w

Verbinden met %s