Krachtige bijstand…

“De zeelui werden bang, en ieder riep tot zijn god om hulp” (Jona 1 : 5)

Lectures on Jonah – 1525 (3)

(…) Laten we (in algemene zin) hier ook leren van de natuur en van de rede over wat van God geweten kan worden. Deze mensen beschouwen hun god als iemand die hen van alle kwaad kan bevrijden – en daar leren ook wij van! Want de rede moet toegeven dat alles wat goed is van God komt – want Hij die ons kan redden uit elke nood en van alle ongeluk is natuurlijk ook bij machte om ons toe te bedelen al wat goed is en om te zorgen voor ons geluk. Dus zover als het licht van de rede haar stralen werpen kan – ziet het God als vriendelijk, genadig, barmhartig en welwillend.

En inderdaad is dat een helder licht. Alhoewel, hier blijken wel twee grote gebreken: Ten eerste, de rede gelooft weliswaar dat God in staat en bij machte is om te helpen en om te schenken – maar de rede weet niet of Hij daadwerkelijk bereid is om dit ook voor ons te doen! Dat maakt de positie van de rede wankel en onstabiel. De rede gelooft in de macht van God en is zich ervan bewust, maar het is onzeker of God wel bereid is om dit ten bate van ons aan te wenden, omdat het in rampspoed het tegendeel ervaart. Dat blijkt hier wel heel duidelijk.

Mensen doen inderdaad een beroep op God en erkennen daarmee dat Hij kan helpen wanneer Hij daartoe geneigd is. Ze geloven zelfs ook dat Hij anderen zal helpen. Maar verder kunnen ze niet gaan – ze kunnen daar niet bovenuit stijgen. Ze benutten alle middelen die hun ter beschikking staan – ze doen hun uiterste best. Meer kan de “vrije wil” niet bereiken. Maar ze geloven niet dat God (al) klaar staat om hen te helpen. (2 Kronieken 16 : 9 (1),  Jesaja 40 : 31)

Want wanneer dat wel zo was, dan zouden ze geen “lading die in het schip was in zee gooien”, en ook zouden zij zich niet tot Jona gewend hebben met de opdracht om ook tot zijn God te bidden. Nee, ze zouden rustig op Gods hulp hebben gewacht. En ja, zelfs de zee zou tot rust zijn gekomen vanwege hun geloof. Maar deze omstandigheden vragen om geloof dat niet twijfelt. maar dat ervan overtuigd is dat God zijn genade niet alleen aan anderen wil schenken, maar ook aan mij. Dat is een oprecht en levend geloof. Dat is een grote en rijke en bijzondere gift van de Heilige Geest, en wij zullen dat dus gaan zien in Jona. (…)

Maarten Luther: Dr. Martin Luthers Werke (Weimarer Ausgabe) WA 19, 206, 7-30

(1“Want de ogen van de Here gaan over de hele aarde, om krachtig bij te staan hen, van wie het hart volkomen naar Hem uitgaat.” (2 Kronieken 16 : 9)

Opgemerkt: Deze tekst is vertaling van een eerder verschenen “Luther Quote” (zie hieronder).

Bron tekst: If you would like to have these Luther Quotes sent to family or friends you can send (with their permission) the email address to: info@martinluther-quotes.com. Or, they can use our web-form located on the homepage of http://www.maartenluther.com. There you can find both options to subscribe and unsubscribe from these weekly quotes. The emails are free of charge and you are not asked for donations.

Bron afbeelding: klankbord – blogger

2 Kronieken 16-9 - Want de ogen van de Here

Dit bericht werd geplaatst in Bijbel, Gemeente, Geschiedenis, Israël. Bookmark de permalink .

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s