Zoek uw knecht…

‘Ik heb gedwaald als een verloren schaap; zoek Uw knecht, want Uw geboden heb ik niet vergeten’ (Psalm 119 : 176).

Over de rijkdom van Psalm 119 voor het leven van Gods kinderen…

(…) Deze psalm zal dus voor de Kerk altijd onmisbaar zijn tot onderwijs. Een oprecht christen zal er altijd op gericht zijn om te jagen naar dat wat Paulus ook heeft gegrepen; ja, hij kan hieraan herkend worden. Een nederig hart en een ootmoedig leven voor de Heere laten zien dat een christen tegenover God de juiste plaats inneemt. Want hoeveel hij ook ervaren heeft van de liefde en goedheid van God, toch blijft hij voor God als een dwalend schaap. Ja, hij blijft met David altijd afdwalen en hij moet steeds weer bij de hand genomen worden. Hieraan kan hij en kunnen ook anderen zien dat hij oprecht aan Christus verbonden is; het werk in zijn hart is werkelijk het werk van God. Psalm 119 werd door de oude theologen het ABC van de godzaligheid genoemd. (…) Bij de vrome Joden stond ze in hoog aanzien, en ze scherpten die hun kinderen in; een voorbeeld voor ons!

Deze psalm moet voor ons een voorbeeld zijn van het leven van een christen, omdat ze van begin tot eind laat zien dat David hartelijk verbonden was met de wil van God en dat de wet van God hem de grootste blijdschap gaf. Hij kon geen woorden genoeg vinden om deze zaken uit te drukken. Steeds weer klinkt het: Uw wet, Uw Woord, Uw weg, Uw rechten, Uw geboden, Uw getuigenissen, Uw beloften, Uw oordelen, Uw gerechtigheid, Uw waarheid, enz. We vinden dit overal in de psalm, behalve in vers 122 waar hij de Heere bidt om ondersteuning en hulp. Hij laat ook zien dat hij ver gevorderd is in de zelfverloochening, omdat hij steeds spreekt over ‘U’ en ‘Uw’. We zien David in zijn overgave aan en verbondenheid met de weg en de wil van God, maar ook in zijn afkeer van zijn zondige eigenliefde waardoor hij steeds van zichzelf afwijst. 

Deze psalm laat ons dus zien wat er in David’s hart leefde met betrekking tot God, tot zichzelf en tot zijn medemensen. Met betrekking tot God: het loven en prijzen van God in verzen als 65, 129, 137 en andere. Met betrekking tot zichzelf: zijn belijdenis en zijn klachten tot de Heere in de verzen 57, 81 en 97. Met betrekking tot zijn medemensen zoals in vers 1: ‘Welgelukzalig zijn de oprechten van wandel’. Dit leeft in zijn hart en hij kan dit niet verborgen houden. We vinden in deze psalm gebeden en tegelijkertijd ook vele klachten en verlangens. Dat is wel het nederigste bidden, zoals in vers 25: ‘Mijn ziel kleeft aan het stof; maak mij levend naar Uw Woord.’ Het begint met een klacht die op een verlangen uitloopt. Zie ook de verzen 33 en 153.

In deze psalm lijkt er voor ons verduisterde verstand weinig samenhang te zijn; bepaalde zaken worden verschillende keren herhaald, met dezelfde of andere woorden. Wij moeten echter onze blindheid erkennen, dan zouden we met vrucht de Bijbel lezen. Dat er zoveel dingen herhaald worden, strijdt tegen de hoogmoedige wijsheid van de wereld die God niet kent (1 Korintiërs 1:21). Maar het is wel de ervaring van hen die door de Geest geleid worden in de weg van het Woord, en het laat duidelijk zien waarnaar het hart van David uitging. Als iemand met God om de vergeving van de zonden worstelt, zal hij in het gebed steeds met dezelfde woorden hierom vragen.

Wat betreft het punt dat er in deze psalm geen samenhang zou zijn, zei ik al dat we moeten erkennen geestelijk blind te zijn. We weten dat de psalmen geïnspireerd en opgeschreven zijn onder de oppermachtige en vrije werking van de Heilige Geest. De Geest is niet gebonden aan onze maatstaven. Het kan juist goed zijn dat de inhoud van de psalm niet met ons begrip overeenkomt. Het is alleen uiterst hoogmoedig als we anders zouden spreken. in de samenhang van de psalm vinden we een niet te doorgronden geestelijke wijsheid en een veelheid aan geestelijke ervaringen, hoogtepunten en dieptepunten. (…)

Zie eventueel ook nog: Meditatie(s) van Dietrich Bonhoeffer over Psalm 119

Bron tekst: Inleiding van de preek “Bede van de gelovige om de hulp van God” van ds. Justus Vermeer (1696-1745) – uitgegeven in de Reveil-serie (No. 534 – Mei 2017) van Stichting “Smytegelt-Fonds”.

O God, ik ben van harte zeer verblijd
over de weg van uw getuigenissen.
In uw bevelen ligt mijn zaligheid,
ik zal mij van uw wegen vergewissen.
Ik loof U, die mijn grootste rijkdom zijt,
laat mij, o HEER, geen van uw woorden missen.
(Psalm 119 berijmd, vers 6, NB 1973)

Bron afbeelding: RK NetNieuwsForum – ActieBoard

Psalm 119-2

Dit bericht werd geplaatst in Bijbel, Gemeente, Geschiedenis, Huwelijk en gezin, Israël, Persoonlijk. Bookmark de permalink .

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s