De Godverlatenheid van Jezus Christus…

2 Mijn God, mijn God, waarom hebt u mij verlaten?
U blijft ver weg en redt mij niet, ook al schreeuw ik het uit.
3‘Mijn God!’ roep ik overdag, en u antwoordt niet, ’s nachts, en ik vind geen rust.
(Uit Psalm 22)

(…) Aan de oorspronkelijke dichter en diens lijden gaat Luther (1) voorbij. Het is Christus die in deze psalm klaagt en roept om hulp, maar hulp, een redder, is er niet.

Het lijden wordt verzwaard wanneer men het einde ervan niet kan zien. Hier voegt Luther toe: Onze men­sen in Augsburg hebben het nu ook zo ervaren.” Het lijden van de dichter, Christus, heeft zijns gelijke niet. Onze vaders hoopten op U en U hebt hen uitgehol­pen. Zij werden gered, zo vaak zij U aanriepen. Ik roep en word niet gered. Ik ben een worm en geen mens. Dat zijn, zegt Luther, zeldzame woorden. Chris­tus mag in de wereld geen mens zijn. Alle mensen zijn meer mens dan Hij, en hoe goddelozer ze zijn, des te wijzer, machtiger en rechtvaardiger zij zijn. Dit laatste bedoelt Luther wel ironisch. Zo gaat het immers in de wereld toe? Christus echter en de zijnen mogen geen mensen zijn. Zoals men trapt op een worm, trapt men op Hem. Bij de verachting komt de spot van het volk. De dichter zwijgt daar echter op en is ons daarin tot een voorbeeld. Hij weet zich vanaf zijn geboorte op God geworpen. Op Hem blijft hij vertrouwen. Zal God hem nu niet helpen, nu hij door booswichten wordt omsingeld, die voor hem zijn als dreigende, verscheu­rende dieren? Zijn krachten begeven hem, zijn vijan­den lachen en hebben plezier.

Christus’ overwinning

Maar dan, in vers 20, is er de omslag: de Heere is niet ver van hem. “Het is Gods eretitel dat Hij een helper is van hen die zonder enige menselijke hulp zijn.De psalm loopt uit op de profetie van de Opstanding: “Ik zal uw Naam aan mijn broeders verkondigen.” “Wat betekent het dat een dode zal vertellen, iemand die vermoord is zal loven? Hier spreekt Christus in eigen persoon van zijn Opstanding en hij noemt ons hier zijn broeders. Hoe belangrijk dít woord “mijn broe­ders” is, kan niemand helemaal bevatten. Dat komt door dit “mijn.” De grote God, die hemel en aarde vervult, die de overwinnaar is van dood en hel, zonde en kwaad, zegt tot hen, die Hem horen: “Gij zijt mijn broeders.” Dit troost ons tegen alle tirannen, want wat kunnen zij doen wanneer Christus onze broeder is?”

Uw Naam“- “Evangelie is dus het bekend maken van de eer van God, opdat God alleen worde gepre­zen.” Dit betekent ook het bekend maken van onze schande, “want Gods eer en onze eer kunnen niet samen ín één bed liggen, ook kunnen Gods Naam en onze naam niet samen in één stal staan.” “Bekend maken, verkondigen” – dat is nu het predikambt en het Rijk van Christus. Christus is een Koning die door het gepredikte woord regeert, Hij is een “Woordkoning.” Het Woord van Christus is bedoeld om te blijven en het zal komen tot het einde van de wereld, opdat men aller­wege zich tot de Heere bekeert. Ook “wij heidenen zul­len behoren tot het Rijk van Christus, hoewel ons dat niet zoals aan de Joden is beloofd. Zij zullen zijn gerechtig­heid verkondigen, dat is “de gerechtigheid van Christus en van het geloof, niet de gerechtigheid van de wer­ken.” God is immers de God van de gevangenen, van hen die geslagen en veracht worden, Hij is “een bisschop van de armen en machtelozen, niet alleen van de rijken.” Hij zorgt ervoor dat een volk geboren wordt, uit water en bloed (Joh. 3), het volk, “een nieuwe creatuur van de waarheid,” dat deze Koning toebehoort.

Luther vindt in deze psalm met zijn hele hart de grondlijnen van het Evangelie van het kruis der verzoe­ning terug. Zou dat ook gelden voor de velen in deze tijd die menen dat zij in het spoor van Luther gaan?

(1) Bespreking van een uitlegging van Psalm 22 zoals Maarten Luther die gedicteerd heeft aan Veit Dietrich tijdenz zijn verblijf in Coburg toen in Augsburg een Rijksdag werd gehouden o.a. met het oog op het gevaar van de Turken en de éénheid van de kerk. De uitlegging van deze Psalm is pas na het overlijden van Luther gevonden in de nalatenschap van Veit Dietrich in 1559 en daarna pas voor het eerst uitgegeven.

Bron tekst: Ecclesia nr. 7 – april 2017 – Luther over Psalm 22 – L.J. Geluk, Rotterdam
Bron afbeelding:  SeniorenNet Blogs

Bijbel en Luther - SeniorenNet Blogs

Dit bericht werd geplaatst in Bijbel, Gemeente, Israël. Bookmark de permalink .

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

w

Verbinden met %s