Het Evangelie van Gods mensenliefde in het boek Job…

‘Als ik mijn slaaf of slavin (of werknemers) ooit hun recht heb ontzegd
wanneer wij van mening verschilden,
wat zal ik dan beginnen als God voor mij oprijst,
en als Hij mij ondervraagt – wat kan ik dan antwoorden?
Maakte Hij hen in de moederschoot niet net als mij, (1)
vormde Een en Dezelfde ons niet eender in de moederbuik?’

‘Heb ik mij verheugd over mijn vermogen,
omdat ik eigenhandig zoveel had weten te verwerven? (2)
Keek ik ooit naar de zon, haar stralende licht,
naar de maan in haar wassende pracht,
terwijl mijn hart zich heimelijk liet lokken
en ik in verering mijn mond op mijn hand drukte?
Ook dat zou als een misdrijf bestraft moeten worden,
want dan zou ik God daarboven verloochend hebben.’

‘Verheugde ik mij over de ondergang van mijn vijand,
juichte ik wanneer hij door het kwaad getroffen werd?
Nooit heb ik mijn mond laten zondigen
door met een vloek zijn leven te verlangen.
Zullen mijn verwanten niet getuigen:
“ieder deed zich tegoed aan het vlees van zijn kudden”?
Geen vreemdeling liet ik buiten overnachten,
voor elke reiziger opende ik mijn deuren.’

‘Heb ik als anderen mijn overtredingen verhuld
en mijn zonden weggeborgen in mijn binnenste,
omdat ik in angst voor de menigte (algemene opinie) verkeerde
en de verachting van anderen mij angst aanjoeg,
zodat ik mij stilhield en geen opening van zaken gaf?’

‘O, wilde er maar iemand luisteren!
Ik sta in voor wat ik heb gezegd.
Laat de Ontzagwekkende antwoord geven,
laat mijn tegenstanders Zijn klacht boekstaven!
Dan zou ik die op mijn schouders dragen,
als een krans om mijn hoofd vlechten. (3)
Ik kan van al mijn gangen rekenschap afleggen,
fier als een vorst treed ik Hem tegemoet.’ (4)

‘Als mijn akkers ooit geroepen hebben om vergelding,
als uit hun voren een jammerklacht is opgestegen,
als ik hun vruchten heb verteerd zonder te betalen
en de landarbeiders tot wanhoop heb gebracht –
mogen er dan dorens opschieten in plaats van tarwe
en woekerkruid in plaats van gerst.’

(Uit de slotwoorden van Job zoals die te lezen zijn in Job 31)

(1) Zie Psalm 139.
(2) Zie Genesis 14 : 21-24.
(3) Zie Psalm 141 : 5-6.
(4) Zie Job 42 : 1-6.

Vraag: Hoe passen bovenstaande woorden in een (blank) “America first’ en MAGA?

Leestips: Titus 3 en 1 Johannes 4.

Zie ook: ‘Het Evangelie van Gods mensenliefde in het boek Jesaja

Niemand heeft ooit God gezien. Maar als we elkaar liefhebben blijft God in ons en is Zijn liefde in ons ten volle werkelijkheid geworden. En dat wij in Hem blijven en Hij in ons, weten we omdat Hij ons heeft laten delen in Zijn Geest.’ (Uit 1 Johannes 4 vers 12)

Bron afbeelding: in.pinterest-com

Geplaatst in Geen categorie | Plaats een reactie

Heeft de discussie tussen twee giganten ons iets te zeggen?

Jullie mogen jezelf niet belangrijk maken door de een te verheerlijken boven de ander.’
(Uit 1 Korintiërs 4 uit de verzen 6-10 : 6b)

Geciteerd 1: Heeft de discussie tussen twee giganten uit de twintigste eeuw – Billy Graham  (1918-2018) en Reinold Niebuhr (1892-1971) – ons iets te zeggen? Wat mij betreft dat de één niet zonder de ander kan.
Geciteerd 2: De twee respecteerden elkaar. In de ogen van Niebuhr steeg Graham ver uit boven veel andere tv-predikers, terwijl Graham gretig alles las wat Niebuhr schreef.
Geciteerd 3: Bewust ging hij (BG) steeds pastorale contacten aan met presidenten, van Dwight D. Eisenhower tot en met Bill Clinton. Christelijk geïnspireerde spiritualiteit bij de bewoner van het Witte Huis zou de hele natie positief kunnen beïnvloeden.

Opgemerkt 1: De Heilige Geest heeft niets van doen met de welbespraaktheid en de populariteit van ‘giganten’ en ook niet met tv-dominees, maar wel met hun broeders, die voorganger zijn en die niets anders willen doen dan Gods Woord verkondigen in een gemeente waarin/waarvan ze een beroep kregen tot de dienst van het Woord en alles wat daar bij hoort om samen met gekozen ‘oudsten’ leiding te geven in (niet: aan) een gemeente.

Opgemerkt 2: Hoe kan het dat we dat toch heel duidelijke onderwijs van Paulus over het de één willen verheerlijken boven de ander altijd maar weer genegeerd wordt. Het kan niet anders dan dat men de gemeenten niet durft toe te vertrouwen aan het werk van de Heilige Geest. Want Die is machtig genoeg om met het werk dat lokale voorgangers samen met hun oudsten kunnen doen (o.a. ook voorbede voor de overheden en voor alle mensen) alles te bereiken wat Hij nodig acht in een bepaalde tijd/eeuw. Daar hebben de apostelen en hun medewerkers/opvolgers het al mee willen doen en mee moeten doen en waarom zou dat in onze tijd/eeuw anders zijn?

Opgemerkt 3: Vraag: Wat had Billy Graham daar te zoeken in het Witte Huis? Antwoord: Niets! Lees de woorden van Paulus in 2 Korintiërs 10 : 12-18.

> Lees ook deze blog(s) n.a.v. eerdere aandacht voor Billy Graham en zoon Franklin: ‘Wauw, het werkt!’ en ook ‘De zonde van de westerse theologen/christenheid…’

Bron citaten: ND Opinie – ‘Wat is er belangrijker, de geloofsverandering van het hart of maatschappelijke verandering?’ – door Aad Kamsteeg.

Wij daarentegen willen niet zo buitensporig hoog van onszelf opgeven (en ook anderen moeten dat niet doen over ons, zie 1 Korintiërs 4 : 6-8), (laten) we blijven binnen de grenzen die God ons heeft gesteld.’ (Uit 2 Korintiërs 10 uit de verzen 12-18 : 13)

Bron afbeelding: Bible Verses

Geplaatst in Geen categorie | Plaats een reactie

Over het bidden van het Onze Vader gebed…

Komt iemand onder jullie wijsheid tekort? vraag God erom en Hij, Die aan iedereen geeft, zonder voorbehoud en zonder verwijt, zal je wijsheid geven (1). Bid vol vertrouwen, zonder enige twijfel. Wie twijfelt is als een golf in de zee, die door de wind heen en weer wordt bewogen. Wie zo aarzelend en onberekenbaar is bij alles wat hij of zij doet, moet niet denken dat Hij of zij verhoring van de Heer zal ontvangen.’ (Uit Jakobus 1 de verzen 5-8)

Bidden als iemand die het bidden van het Onze Vader gebed begrepen heeft!

Geciteerd 1: Bontenbal vertelt tegen twee NRC-interviewers dat hij met zijn gezin ’s ochtends uit de Bijbel leest en het Onze Vader bidt. En nee, hij bidt verder niet ‘om de dag door te komen’, of misschien wel, als hij ‘mijmeren in de auto’ er ook onder mag verstaan. En dán komt die vraag: ‘Roept u ook weleens de hulp in van iets dat hoger is? God?’

Geciteerd 2: Bidt de CDA-leider God niet om hulp omdat hij er niet helemaal op vertrouwt dat er iets hogers is, dat hem zou kunnen helpen?, vraagt zij. Bontenbal: ‘Nee. Dat heeft te maken met hoe ik denk dat God zich tot de wereld verhoudt. Misschien soms ook … En dat is een gekke gedachte die niet klopt, maar ik denk vaak: God heeft wel iets beters te doen dan naar mijn onbenulligheden te luisteren. Die heeft mij talenten gegeven en een geweldige opvoeding, en een omgeving waar ik niks over te klagen heb.’
Leest u mee? Bontenbal spreekt van ‘een gekke gedachte die niet klopt’.

Opgemerkt 1: Wat kunnen wij beter bidden, persoonlijk en met onze kinderen aan het begin of aan het einde van een dag, dan het Onze Vader gebed? Dat gebed is een belijdenis. Het is ons leven toevertrouwen aan God om dan samen met Godsvertrouwen de dag en het leven in te gaan.

Opgemerkt 2: En na dat gebed zullen we de durf (het geloof, het Godsvertrouwen) hebben om te gaan doen wat onze hand vindt (gegeven is, gegeven wordt) om te doen en waarvan we (dus) vertrouwen dat God ons dat te doen geeft. Natuurlijk is aan dat wat onze hand vindt om te doen een hele (mensen) geschiedenis vooraf gegaan – Bontenbal spreekt over geschonken talenten en een geweldige opvoeding… – en dat geeft reden en moed om op basis daarvan aan de slag te gaan.

Opgemerkt 3: Vanwege dat gebed en bijbehorende Godsvertrouwen kunnen we ook de mensen die God op onze weg brengt serieus nemen en liefhebben en daar zorg voor dragen. Want ook zij zijn niet toevallig op deze aarde en ook niet toevallig op onze weg gebracht. Het is onze opdracht om goed met onze medemensen om te gaan en natuurlijk zullen er dan ook momenten zijn dat je zucht om wijsheid en dat je niet goed weet waar je goed aan doet. Maar dat hoort bij het mensenleven en God neemt ons dat ook niet kwalijk! Hij verwacht dat wij als bidders altijd weer met een gelovig hart en met dat Onze Vader gebed bij Hem aankloppen en dan hoort Hij naar ons zonder verwijt!

(1) De bede om ons dagelijks brood is de bede om de wijsheid van onze Heer te mogen ontvangen om Gods Koninkrijk als eerste te zoeken en te dienen en dat door de kracht van de Heilige Geest. Zie voor het bewijs het onderwijs van onze Heer in Matteüs 6 : 7-14 en 31-34 en Lukas 11 : 1-13 en 12 : 29-34.

> Zie ook deze blog: ‘Over alles van God verwachten…

Bron citaat: ND Opinie – ‘Stof tot nadenken: Bontenbal over zijn gebedsleven en CVandaag dat een vals getuigenis geeft’ – door Reina Wiskerke (Columnist en redacteur opinie en debat)

Zoek liever Zijn Koninkrijk, en die andere dingen zullen je erbij gegeven worden. Vrees niet, kleine kudde, want jullie Vader heeft jullie het Koninkrijk willen schenken.‘ (Uit Lukas 12 uit de verzen 22-34 : 31-32)

Bron afbeelding: Pinterest

Geplaatst in Geen categorie | Plaats een reactie

Over alles van God verwachten…

Gij zult geen andere goden hebben.
(Uit Exodus 20 : 1-7; Deuteronomium 5 : 6-21)

Geciteerd: Wie geld en goed heeft, voelt zich veilig, is opgewekt, zonder vrees, alsof hij/zij midden in het paradijs zit. En aan de andere kant: wie niets heeft, is vol twijfel en schrik, alsof hij van geen God weet. Want er zijn maar weinigen die goede moed hebben, die niet zuchten en klagen als zij de mammon moeten missen. Dit kwaad kleeft en hangt de menselijke natuur aan tot aan het graf.
Precies hetzelfde: wie erop vertrouwt en er zich op beroemt dat hij bijzondere gaven, geleerdheid, wijsheid, macht, rechten, vriendschap en eer heeft, die heeft inderdaad ook een andere god, maar niet deze ware, enige God.
Hier zie je dan opnieuw hoe verwaand, zelfverzekerd en trots men is over dit soort zaken en hoe wanhopig men is als ze ontbreken of weggenomen worden. Daarom herhaal ik nog eens wat de goede uitleg van deze Bijbelwoorden is: dat het ‘hebben van een God (god)’ betekent, Iemand (iets) hebben waarop het hart helemaal vertrouwt.
[Maarten Luther: Deudsch Katechismus (Der Grosse Katechismus), 1529, vgl. WA 30.1, 133,25 – 134,24]

Vraag: Wie of wat dienen onze politieke partijen en houden wij misschien met/door de politieke invulling van onze idealen en door onze voorkeuren en stemadviezen en ons stemgedrag er toch ook nog een andere god of goden op na?

Leestip: Titus 3 : 1-8.

De Wet is door Mozes gegeven, maar de goedheid en waarheid zijn met Jezus Christus gekomen. Niemand heeft ooit God gezien, maar de enige Zoon, Die Zelf God is, Die aan het hart van de Vader rust, heeft Hem doen kennen*.’ (Uit Johannes 1 vers 18)
* En wij kennen Hem dus niet (pas) door de werken van Augustinus of Calvijn of welke ‘grootheid/gigant’ uit de kerkgeschiedenis dan ook.

Jezus zei: “Ik ben nu als zolang bij jullie, en nog ken je me niet, Filippus? Wie Mij gezien heeft, heeft de Vader gezien. Waarom vraag je dan om de Vader te mogen zien?” (Uit Johannes 14 vers 9)

Wij hebben God lief omdat God ons het eerst heeft liefgehad. Als iemand zegt/beweert: “Ik heb God lief” (zie hierbij ook Jakobus 2 : 14-26), maar hij of zij zijn of haar naasten/medemensen niet liefheeft (en recht doet!), dan is hij of zij een leugenaar. Want iemand kan onmogelijk God, Die hij/zij nooit gezien heeft liefhebben als hij/zij de ander, die wel gezien wordt, niet liefheeft (en geen recht doet). We hebben dan ook dit gebod van Hem gekregen: wie God liefheeft moet ook de ander liefhebben (en recht doen!).’ (Uit 1 Johannes 4 de verzen 19-21)

Bron afbeelding: Zie afbeelding

Geplaatst in Geen categorie | Plaats een reactie

‘De nieuwe mens zit tegenwoordig nogal hoog te paard’…

Ik ben de deur: wanneer iemand door Mij binnenkomt zal hij of zij gered worden; hij/zij zal in en uitlopen en zal zeker weidegrond vinden.’ (Uit Johannes 10 vers 9)

Geciteerd: Hij herkent bij de ultra-gereformeerden de neiging om een anker van het geloof te zoeken in jezelf.

> Het verbaast niet dat Immink kritisch is op de theologische insteek van Stefan Paas, die beweert dat we God alleen ontmoeten in onze ervaring. (…) Naar mijn idee focussen we dan zo op de werkingen van Christus in het heden, dat de historische openbaring van Jezus Christus en de heilsfeiten van kruis en opstanding naar de achtergrond verschuiven. De primaire aandacht is dan niet meer gericht op de openbaring die eenmaal is geschied – Christus buiten ons en voor ons – maar op datgene wat zich nú voordoet in onze ervaring. (…) Geloofskennis is breder en omvattender dan wat wij uit eigen ervaring hebben leren kennen. Neem bijvoorbeeld wat ons is toegezegd: de opstanding van de doden en het toekomstige koninkrijk van God. Die onttrekken zich nog aan onze ervaring. Daarvan hebben we echter wel geloofskennis.’

> ‘Van de gereformeerde traditie wordt vaak gezegd dat de ‘boetvaardigheid’ – het besef van je schuld en zonden – een veel te grote rol speelt. Ik denk dat die juist bij zelfonderzoek voortdurend een rol moet spelen, want voor je het weet draait alles om de wedergeboren mens. De nieuwe mens zit tegenwoordig nogal hoog te paard. In de praktijk valt het in mijn ervaring vaak knap tegen, hoe ‘vernieuwd’ mensen zichzelf ook mogen inschatten. Ze zijn hun oude ondeugden niet zomaar kwijt, ook niet in hun vernieuwde bestaan. Nee, je karakter, je psyche, je biografie – al die zaken spelen een grote rol in het christelijke leven. Daar moet je niet te snel overheen walsen, anders wordt het geloof overgeestelijk.

> We hebben niet alleen te maken met het mysterie van het geloof, ook met het mysterie van de werkelijkheid. ‘Er is zoveel dat we niet begrijpen: waarom de dingen zijn zoals ze zijn, waarom dingen gebeuren. Het is de taak om bij de mensen te zijn en het daar uit te houden.’ Dat geeft je een realistische kijk op het leven. Het is soms een puinhoop. En dat blijft het. Juist in het geloof heb je oog voor de gebrokenheid.’

Geciteerd slot: Terugkijkend op zijn leven vraagt Immink zich geregeld af hoe hij zelf in het orthodox-gereformeerde spoor is gebleven. ‘Een kort antwoord is: die andere sporen bevredigden me niet. De ultra-gereformeerden zijn me te eenzijdig, met al hun nadruk op de persoonlijke bekering en het gevoelsleven. Aan de andere kant kon de vrijzinnigheid, het modernisme, me ook niet bekoren. God is een werkelijkheid in het leven. Die ervaring dient zich iedere keer weer aan, onweerstaanbaar. Die werkelijkheid is Christus, met zijn genade en verzoening, als uiteindelijk houvast. Dat kan ik niet missen.’

Opgemerkt 1: Kan me helemaal vinden in de hierboven geciteerde woorden van deze predikant, hoogleraar en rector.

Opgemerkt 2: Wanneer je als nieuwe mens vanwege je oude mens niet verder bent gekomen dan (mee)rijden op een ezel, dan weten die hoog te paard zittende nieuwe mensen je de toegang tot de stal te ontzeggen (terwijl ze zelf zó niet door de staldeur kunnen….) en buiten de stal rijden ze met hun neus omhoog aan je voorbij…

Bron citaat: ND Geloof – ‘Spreken over geloofservaring is als koorddansen, zegt theoloog Gerrit Immink. ‘Je bent zo het evenwicht kwijt’’ – door Koos van Noppen.

Bron afbeelding: Vecteezy

Geplaatst in Geen categorie | Plaats een reactie

Het grootste deel van de bezoekers komt voor de boodschap van de Amerikaan…

De Amerikaanse evangelist Billy Graham is in de jaren 50 een fenomeen. Op 30 juni 1955 krijgt hij een volle Kuip doodstil. Met zijn toespraak over ‘Wat de bijbel ons te zeggen heeft’ weet hij zo’n 60 duizend mensen naar het stadion in Rotterdam te trekken.
Ze komen uit het hele land en vanuit België met bussen naar Rotterdam. Er rijden extra trams naar het stadion en rondom de Kuip regelen agenten het verkeer. Het grootste deel van de bezoekers komt voor de boodschap van de Amerikaan. Een gedeelte van het publiek is gewoon nieuwsgierig naar de charismatische man, die onder meer door zijn massabijeenkomsten bekend is geworden.

Graham is die dag begonnen op Paleis Soestdijk. Daar spreken hij en zijn vrouw met toenmalig koningin Juliana en prinses Wilhelmina. ’s Middags geeft hij een persconferentie op E55 in Rotterdam, de manifestatie die 10 jaar na het einde van de Tweede Wereldoorlog laat zien, wat er is bereikt met de wederopbouw.
Het Vrije Volk schrijft op 1 juli 1955 dat Graham zijn bewondering heeft uitgesproken over de opbouw van Rotterdam. Ook meldt de krant dat de Amerikaanse evangelist zegt dat hij naar Nederland is gekomen om de grootste vijand van de kerk te bestrijden: de onverschilligheid.

Na Paleis Soestdijk en E55 is het ’s avonds tijd om de duizenden mensen toe te spreken, die speciaal voor hem naar het stadion zijn gekomen. Een met bloemen versierd podium staat aan de rand van het veld en op de grasmat ligt met witte letters de tekst: ‘Jezus uw Heiland?’
Een koor van ongeveer 5 duizend mensen opent de avond. De toespraak van Billy Graham wordt vertaald door een brigadier van het Leger des Heils. Met de bijbel in zijn hand, spreekt Graham: “Dit is een goed boek, het modernste boek dat de wereld heeft. Met een programma voor vrede, waar de wereld naar verlangt.”

De stemmen van Graham en de vertaler galmen dwingend door het stadion: “Als ge niet zo geleefd hebt als Christus, dan zijt ge tekort geschoten en dan zijt ge een zondaar.”
Die massabijeenkomsten van Graham eindigen vrijwel altijd met een Altar Call, waarbij het publiek wordt opgeroepen naar voren te komen en een keuze te maken voor Jezus Christus. “Stel uw bekering niet uit. Uitstel is een trucje van de duivel”, zegt Graham volgens Het Vrije Volk.

Zie ook: ‘Wauw, het werkt!’

Bron citaat: Rijnmond – ‘Hoe een dominee de Kuip vol kreeg’ – door Marcia Tap

Bron afbeelding: Rijnmond

Geplaatst in Geen categorie | Plaats een reactie

‘Wauw, het werkt!’

God in Nederland’ na bezoeken van Billy Graham in Nederland
(Jaren vijftig vorige eeuw)

Geciteerd 1: Bij de Volkstelling van 1899 behoorde zo’n 2 procent tot de onkerkelijken. In 1930 nam dit percentage toe tot 14 en in 1960 was 18 procent onkerkelijk. Waar Nederland in de jaren vijftig en zestig nog een overwegend christelijk land was, is vandaag de dag (2024) nog maar 27% lid van een kerk of religieus verband. Tien jaar geleden was dit nog 32%.

‘God in Belgisch Vlaanderen’ tijdens bezoek van Franklin Graham…
(Van 27 september tot eind oktober)

Geciteerd 2: ‘Wauw, het werkt!’ (1) Dat dacht Anastasi toen hij in april 2024 in Krakau honderden mensen naar voren zag komen nadat Franklin Graham hen opriep om hun leven aan Jezus toe te wijden. Anastasi’s gezicht licht op als hij erover spreekt. ‘Ik was erbij en toen kwam dat vuur natuurlijk ook in mij.’ Graham werd in Krakau uitgenodigd om naar Brussel te komen en tijdens een voorbereidende bijeenkomst in februari committeerden ruim vijfhonderd kerkleiders zich om ambassadeur te worden van dit evenement. ‘Aan de Vlaamse kant, ik kan niet voor Wallonië spreken, waren er wel wat gemengde gevoelens over het idee van massa-evangelisatie. Maar dit is geen massa-evangelisatie, want in een heel vroeg stadium zijn de plaatselijke kerken hierin betrokken* en leveren zij nazorgers en vrijwilligers’, zegt Anastasi.
* Dat was bij de bezoeken van Billy Graham aan ons land ook al het geval – wist Ad de Boer mij te melden.

(1) Zou Paulus dat ook geroepen hebben toen er in Korinthe Joden en heidenen ‘overgingen tot het geloof en zich lieten dopen’: ‘Wauw, hét (mijn aanpak) werkt!’? Paulus was bevreesd! Lees het na in Handelingen 18 : 8-11 en in 1 Korintiërs 2 : 1-5.

Geciteerd 3: Uit 640 voornamelijk evangelische kerken werken zaterdag meer dan 500 vrijwilligers mee, onder wie Anastasi zelf, en hebben ruim 600 mensen zich voor de nazorg aangemeld. Zij zijn hiervoor specifiek toegerust. Ook is geregeld dat vanuit de nazorg een ieder die een keus wil maken om ‘Jezus te gaan volgen’, wordt gekoppeld aan een lokale kerk. Het Amerikaanse team van de Billy Graham Foundation blijft tot oktober om de follow-up te begeleiden. ‘Elke persoon die een keuze gemaakt heeft, krijgt een bezoek’, belooft Anastasi. ‘Ze gaan niet vertrekken totdat iedereen contact heeft gehad.’

Geciteerd 4: Franklin Graham staat bekend om zijn directe, soms confronterende boodschap over zonde, hemel en hel. Anastasi verdedigt deze aanpak: ‘Dat is de boodschap. We kunnen heel moeilijk iets afdoen van de Bijbel. De woorden van Jezus spreken dezelfde taal. Het probleem ligt niet in de boodschap die confronterend is, maar in de mens die het niet meer kan verdragen geconfronteerd te worden.’ (…) Anastasi: ‘De BGEA-statistieken zeggen dat meestal zo’n tien procent van de aanwezigen tot geloof komt. Als dat zo zou zijn, verwachten we dat er duizend mensen naar voren komen. Maar ook als het er minder zijn, ben ik tevreden, want elke ziel is er één.’

Geciteerd slot: ‘Is het niet de hoogste tijd dat we ons omdraaien? Dat we richting Europa gaan kijken?’ – Hilbrand Rozema in het ND (donderdag 25 september)

Zie ook deze blogs: Het grootste deel van de bezoekers komt voor de boodschap van de Amerikaan… en ook De zonde van de (westerse) theologen/christenheid…

Bron citaat 1: Bron: Centraal Bureau voor de Statistiek | CBS.
Bron citaten 2-4: ND Geloof – ‘De komst van Franklin Graham brengt kerken in Vlaanderen en Wallonië samen. ‘Een getuigenis voor België’’ – door Laura Dijkhuizen

Bron afbeelding: Franklin Graham in Syracuse – Syracuse-com

Geplaatst in Geen categorie | Plaats een reactie

Strijden tegen vloeken in de kerk…

Is het dan zo’n grote zonde, Gods Naam met zweren en vloeken te lasteren, dat God Zich ook over diegenen vertoornt die, zoveel als hun mogelijk is, het vloeken en zweren niet helpen weren en verbieden.’ (HC Zondag 36 vraag 100 )

Geciteerd (a): Het grootste en allermoeilijkste werk van dit gebod is: de heilige Naam van God tegen allen beschermen die deze Naam op een geestelijke manier misbruiken – én dat wij deze Naam onder alle mensen zuiver en onvervalst belijden en – laten (1) – prediken. Het is immers niet genoeg dat ik alleen voor mijzelf en in mijzelf de Goddelijke Naam dankzeg en aanroep in voor en tegenspoed, ik moet voor de dag komen en voor Gods eer en Naam de vijandschap van alle mensen op mij laden. Zoals Christus tot Zijn discipelen zegt: ‘Om Mijn Naam zullen alle mensen jullie haten’ (vgl. Matteüs 10 : 22 en zie ook Lukas 12 : 49-53).
Om deze Naam moeten wij [indien dat nodig is/blijkt] vader, moeder, echtgenote en kinderen en onze beste vrienden vertoornen. Om deze naam moeten wij ook de geestelijke en wereldlijke overheden weerstaan en voor ketters en opstandelingen worden uitgemaakt, bovendien ook de rijken, geleerden, heiligen en alles wat in deze wereld iets meent te zijn, tegen ons in het harnas jagen. Hoewel zij aan wie de prediking van Gods Woord is opgedragen (2), in het bijzonder verplicht zijn dit te doen, toch is iedere christen daartoe ook verplicht – waar tijd en plaats dit vereisen (3). Want wij moeten voor de heiliging van Gods Naam alles over hebben en alles daaraan geven wat wij hebben en kunnen.
[Maarten Luther: Von den guten Werken, 1520, vgl. WA 6, 225, 32 – 226, 18 (verkort)]

(a) Uit dit citaat blijkt wel dat Luther bij de uitgave van dit boekje in maar 1520 al voorbereid was op wat voor hem werkelijkheid zou worden bij zijn moeten verschijnen op de Rijksdag te Worms op 18 en 19 april 1521.

(1) Zie (3)
(2) Denk hierbij allereerst aan voorgangers en oudsten in een christelijke gemeente, maar ook degenen die aan hogescholen en universiteiten hebben les te geven aan aankomende predikers van het Woord. Dat was juist ook Luthers werk toen hij deze woorden schreef.
(3) Denk hierbij aan de verantwoordelijkheid die wij allen dragen in de gemeente waar wij dooplid van zijn, niet alleen bij het verkiezen van oudsten en bij het beroepen van een predikant, maar ook door betrokkenheid te laten blijken bij wat er gepredikt wordt en door wie (denk ook aan wie en aan wat voor verkondiging wij onze jeugd ‘blootstellen’) en ook aan wat (en hoe) er gezongen en gebeden wordt.

Ik ben gekomen op aarde om een vuur te ontsteken, en wat zou ik graag willen dat het al brandde! Ik moet een doop ondergaan, en ik wordt hevig gekweld zolang die niet volbracht is. Denken jullie dat Ik gekomen ben om vrede te brengen op aarde? Geenszins zeg ik jullie, ik kom verdeeldheid brengen. Vanaf heden zullen vijf in één huis verdeeld zijn: drie tegen twee en twee tegen drie. De vader zal tegenover zijn zoon* staan en de zoon tegenover zijn vader, de moeder tegenover haar dochter en de dochter tegen haar moeder, de schoonmoeder tegenover haar schoondochter en de schoondochter tegenover haar schoonmoeder.’ (Uit Lukas 12 : 49-53)
* Zie hierbij dit artikel: https://christenzijn.nl/een-zoals-de-vader-en-de-zoon-een-zijn

‘Laat jullie op geen enkele manier door hen die zich tegen je keren angst aanjagen, want dat – jullie onverschrokkenheid – is een teken voor God: voor hen dat ze ten ondergaan, voor jullie dat je wordt gered. Aan jullie is de genade geschonken niet alleen in Christus te geloven, maar ook omwille van Hem te lijden. Jullie voeren nu de zelfde strijd als die jullie mij vroeger hebben zien voeren** en die ik, zoals jullie horen, nog steeds voer.‘ (Uit Filippenzen 1 : 28-30)
** Zie Handelingen 16 : 11-40.

Bron afbeelding: only.bible-com

Geplaatst in Geen categorie | Plaats een reactie

Waarom echtscheiding zo’n groot kwaad is…

Een levenslang ja en amen…

Zo bracht Hij ons vrede en verzoende Hij door het kruis beide (werelden, zie vers 13-15) in één lichaam met God, door in Zijn lichaam de vijandschap te doden. Vrede kwam Hij verkondigen aan jullie (heidenen) die ver weg waren en vrede aan hen die dichtbij waren (de Joden): dankzij Hem hebben wij allen door één Geest toegang tot de Vader.’ (Uit Efeziërs 2 15-18)

Geciteerd: In het gebod ‘Gij zult de Naam van de HEERE uw God niet misbruiken’ leer ik in de eerste plaats: dat ik Gods Naam alleen tot zijn eer, oprecht, heilig en goed moet gebruiken, maar ook dat ik bij Zijn Naam niet mag zweren, vloeken, liegen enzovoorts. Verder dat ik niet hoogmoedig mag zijn en daarmee mijn eigen eer of naam zoek en bedoel, maar dat ik alleen Zijn Naam moet bedoelen, ootmoedig aanroepen, aanbidden, prijzen en loven – en Zijn Naam mijn hoogste eer en roem laten zijn. Want dit is mijn roem dat Hij onze en ook mijn God is en dat wij allen Zijn Schepselen zijn en (uit en van onszelf) onwaardige dienstknechten.

In de tweede plaats dank ik God voor dit heerlijk geschenk dat Hij aan mijn broeders en zusters en ook aan mij Zijn Naam geopenbaard en gegeven heeft (1), zodat ik nu – en reeds van jongs af aan – in Zijn Naam mocht en mag roemen en mijzelf als Gods dienaar, schepsel, kind, huisgenoot en erfgenaam kan en mag noemen. Daarbij dat Zijn Naam mijn toevlucht is, ‘een vast Burcht’ – zoals Salomo zegt: ‘waar de rechtvaardige heenvlucht en bescherming vindt’ (vgl. Spreuken 18 : 10).

In de derde plaats biecht en belijd ik mijn schandelijke en zware zonden waarmee ik mijn leven lang tegen dit gebod overtreden heb, want ik heb Gods Naam niet in alle omstandigheden aangeroepen, niet geroemd of geëerd, maar ik ben op allerlei manier voor het openbaren en bekendmaken van Zijn Naam nalatig en ondankbaar geweest. Ik heb deze Naam op velerlei wijze tekort gedaan en geschonden en misbruikt – door (onnodig) zweren (en/of niet nakomen van een afgelegde eed), door liegen en bedriegen, lasteren, mijn vertrouwen stellen op geld en goed, enzovoorts. Dat doet mij leed en ik vraag om genade en vergeving en schenk die ook aan anderen (o.a. Matteüs 6 : 14-15, 18 : 35, Markus 11 : 25, Lukas 17 : 3b-4, Jakobus 6 : 14-15).

In de vierde plaats bid ik (altijd weer) om hulp en kracht dat ik dit gebod wél zal leren en houden [= met liefde en wijsheid zal begrijpen en toepassen in het samenleven met al mijn naasten (2)] en mij wacht voor deze schandelijke ondankbaarheid: Het misbruiken ván en het zondigen tégen Gods Heilige Naam. Niet alleen dit, en daarbij en daarmee bid ik ook dat ik – vandaag! – in ware dankbaarheid zal/mag leven en Zijn Naam vrezen, eren en liefhebben, zoals we dat door het onderwijs van onze Heer geleerd hebben dagelijks daarom te vragen (3) met de bedes van het Onze Vader gebed: ‘Uw Naam worde geheiligd’ enzovoorts.

[Maarten Luther: Eine einfaltige weise zu beten für einen guten Freund, 1535, vgl. WA 38, 365, 28-366, 10]

(1) En die openbaring van Gods Naam klonk en werd betekend en verzegeld bij onze Doop.
(2) En dat door de kracht en de liefde en de wijsheid van de Heilige Geest, Die ons vast en zeker geschonken is en wordt op het gelovig gebed (Zie Lukas 11 : 13]
(3) Zie het gebedsonderwijs van onze Heer in Matteüs 6 : 5-14 en 24-34 en Lukas 11 : 1-13.

Opgemerkt: Ons leven zal een levenslang ja en amen zijn op onze Doop, die wij in het samenleven met/van een gemeente van onze Heer Jezus Christus ontvingen en dat gedoopt zijn heeft daarom ook levenslang consequenties voor ons samenleven in familie en gezin en huwelijk en in heel de mensenmaatschappij waar God ons als dopelingen [=geheiligden én gerechtvaardigden] een plaats heeft gegeven. Vandaar dat echtscheiding zo’n groot kwaad is en schenden van Gods heilige Naam, zij heeft gevolgen voor alle samenlevingsverbanden waarin we geplaatst zijn, en dus niet alleen de kinderen maar zelfs ook nog de kleinkinderen – wanneer die ons gegeven zijn of worden – ondervinden er de gevolgen van.

Leestip: Efeziërs 2 (en de bovengenoemde Bijbelgedeelten over gebedsonderwijs)

Bron afbeelding: only.bibe-com

Geplaatst in Geen categorie | Plaats een reactie

Tegen het fascisme het Evangelie!

Zij die trouw waren zijn verdwenen uit het land, niemand is nog rechtschapen. Allen zijn op bloed belust, ieder belaagt zijn naaste.‘ (Uit Micha 7 vers 7)

Geciteerd: Tegen de revolutie het Evangelie! Dat was de slogan waarmee in de vorige eeuw Groen van Prinsterer ten strijde trok tegen de machten van revolutie en ongeloof voortkomend uit de Franse Revolutie aan het eind van de 18de eeuw. Werkend in het hartje van Zuidelijk Afrika heeft de zwarte evangelist Shadrach Maloka wellicht nog nooit van Groen van Prinsterer gehoord, maar in zijn dagelijks werk van evangelieverkondiging is de uitspraak van de grondlegger van de christelijke politiek in Nederland zijn inspirerend Leitmotiv.

Werkend in het hartje van Zuidelijk Afrika heeft de zwarte evangelist Shadrach Maloka wellicht nog nooit van Groen van Prinsterer gehoord, maar in zijn dagelijks werk van evangelieverkondiging is de uitspraak van de grondlegger van de christelijke politiek in Nederland zijn inspirerend Leitmotiv.

Tegen de revolutie, het Evangelie. Of om het positiever te zeggen: het Evangelie van Jezus Christus als middel om verzoening tot stand te brengen tussen blank en zwart.

Toen evangelist Maloka in het afgelopen na­ jaar op uitnodiging van de stichting ‘In Zijn Opdracht’ enkele weken in Nederland was, heeft hij het tijdens vergaderingen en op scholen bij herhaling gezegd: niet de revolutie, maar het evangelie brengt de oplossing. En op vaak ontroerende wijze maakte hij aan de hand van voorbeelden duidelijk dat dit geen loze kreet maar realiteit is in de smeltkroes van problemen waarmee men in Zuidelijk Afrika worstelt. Met grote klem riep evangelist Maloka op geen kerkelijke steun te geven aan zogeheten ‘bevrijdingsbewegingen’.

Uit eigen ervaring in met name Mozambique en Rhodesië kon hij getuigen hoe terrorisme slechts leidde tot bloedvergieten en grotere haat, terwijl de terroristenleiders die zeggen hun volk te willen bevrijden slechts uit zijn op het vestigen van een marxistische staat waarin geen plaats meer is voor God en geloof.

En voor wie het niet wilde geloven, diste hij voorbeelden op uit met name Mozambique, maar ook Rhodesië waar ondanks alle mooie beloften christenen ter dood zijn gebracht omdat ze de Heere meer gehoorzaamheid wilden blijven betuigen dan de nieuwe machthebbers. Kerken in Mozambique zijn verwoest, predikanten gedood of gevangen gezet. Bijbels massaal verbrand en kinderen heropgevoed. Shadrach Maloka, die zelf vaak in Mozambique evangelisatiecampagnes heeft geleid en de taal van het volk spreekt, krijgt zijn gegevens van christenen die Mozambique zijn ontvlucht en nu in de mijnen van Zuid-Afrika werken of een onderkomen hebben gezocht bij familieleden net over de grens met Zuid-Afrika Eén van de gemeenten van de Evangelische Broederkerk, waarvan evangelist Maloka voorganger is, ligt op steenworp van de grens met Mozambique.

En Shadrach Maloka realiseert zich terdege het grote gevaar van de oprukkende revolutionaire krachten. Voordat ook Zuid-Afrika, direct of indirect een prooi wordt van intimidatie en geweld, ziet br. Maloka het als een roeping zijn landgenoten het evangelie te verkondigen en waar mogelijk nieuwe gemeenten te stichten. Gemeenten die als cellen kunnen dienen in het grote raderwerk van Gods kerk op aarde. Gemeenten die wel toegerust ook in tijden van verdrukking en lijden staande kunnen blijven in het geloof.

Wie is overigens die Shadrach Maloka, die in Nederland bekendheid geniet dankzij het feit dat hij eenmaal sprak op een landdag van de Evangelische Omroep en de laatste jaren tijdens bezoeken spreekbeurten vervulde en met name ook op diverse lagere en middelbare scholen grote indruk maakte door zijn boodschap en getuigenis?

Shadrach Maloka werd in 1929 geboren in Ficksburg, een dorpje dicht bij de grens met Lesotho. Hij had een bijzonder verdrietige jeugd, want hij werd geboren uit een buitenechtelijke verhouding. Zijn vader heeft hij nooit gekend. Bij zijn geboorte kreeg hij de naam Mohanoe, dat in de Sotho-taal betekent: ‘verstotene’. Tot overmaat van ramp liet zijn moeder hem ook in de steek toen hij amper een half jaar was. Hij werd opgevoed door zijn grootouders die na de Tweede Wereldoorlog van het platteland verhuisden naar de grote Bantoestad Soweto. Die lokatie was destijds nog één grote sloppenwijk met huizen van golfplaat en karton. Met name bij kou en regen was er nauwelijks gelegenheid om te slapen. Men hurkte dan maar wat bij elkaar.

De jonge Mohanoe Maloka, die jarenlang veehouder was, groeide in Soweto op voor galg en rad totdat hij op Tweede Kerstdag 1947 met kwade bedoelingen een tent van de Dorothea-sending instapte. Nieuwsgierig als hij was naar een film die zou worden vertoond.

In die samenkomst greep Gods Geest hem aan met de woorden: ‘Want alzo lief heeft God de wereld gehad, dat Hij Zijn eniggeboren zoon gezonden heeft, opdat een ieder die in Hem gelooft, niet verloren gaat, maar eeuwig leven hebbe.’ Van liefde had Mohanoe Maloka nog nooit gehoord, hoewel hij er innerlijk naar hunkerde.

Zelf vertelt hij: ‘Op die 26ste december 1947 ben ik ontwaakt uit een diepe geestelijke slaap. In feite een doodsslaap. Ik kwam door Gods genade tot een nieuw leven in de meest letterlijke zin.’ Hoewel zijn grootvader het hem in de eerste weken na zijn bekering erg moeilijk maakte om als christen te leven, zocht hij meteen mogelijkheden om zich in de dienst van God te stellen. En zijn diepste verlangen werd vervuld toen hij een opleiding mocht volgen aan de Bijbelschool van de Dorothea-sending. Het enige dat hij bezat toen hij op school kwam was een kapot hemd en een sportbroekje. Hij had geen gemeente of familie die in zijn onderhoud kon voorzien of studiegeld betalen. Maar God heeft op wonderlijke wijze in al deze dingen voorzien. Door Zijn genade mag hij nu in Zuidelijk Afrika het evangelie brengen. En dat in een tijd waarin er zich donkere wolken samenpakken boven het Zuidelijk deel van Afrika en revolutionaire krachten de overhand krijgen. Maar met kracht moet het evangelie als enige weg tot bevrijding worden gepredikt boven de leugenachtige leuzen van de bevrijdingsbewegingen die al in heel wat landen onvrijheid en onderdrukking hebben gebracht. Met name van de christenen. Denk maar aan landen als Mozambique, Angola en Ethiopië.

Na zijn bekering nam Mohanoe Maloka de naam Shadrach aan. Shadrach Maloka is uitgegroeid tot een zeer begaafd evangelieprediker in kon en ver daarbuiten. Naast het werk in zijn eigen kerk, de Evangelische Broederkerk (een onafhankelijke, wettelijk erkende Bantoekerk die in geen enkel opzicht banden heeft met een zogeheten blanke moederkerk in Zuid-Afrika) wordt Shadrach Maloka bij herhaling uitgenodigd voor grote evangelisatiecampagnes en jeugdconferenties. Soms gaat hij ook voor in blanke diensten. Mede door zijn enorme talenkennis (hij spreekt minstens negen talen vlot) kan hij zich bij alle stammen in Zuid-Afrika verstaanbaar maken.

Shadrach Maloka, die begin april een open hartoperatie onderging in Kaapstad, is één van de meest vooraanstaande niet-blanke evangelisten in Zuid-Afrika die zich openlijk afkeren van de weg die de Wereldraad van Kerken gaat. Met risico voor eigen leven, zoals hij zelf terdege beseft, want in Mozambique en andere landen waren het juist de Bijbelgetrouwe predikers die als eersten werden geliquideerd na de machtsovername door de marxisten.

Vandaar dat we in dit artikel graag zijn veelvuldig geuit verzoek mogen en willen doorgeven tot voorbede voor Shadrach Maloka, zijn gezin, zijn gemeente en zijn medewerkers in het uitdragen van het evangelie in Zuid-Afrika zolang daar nog in alle vrijheid de kans voor is.

Daarnaast is het zeer zeker het overwegen waard hoe wij deze broeder in Zuidelijk Afrika, die in financieel opzicht met zeer beperkte mogelijkheden moet werken, met geldelijke steun kunnen helpen. Als we tegen de revolutie het evangelie willen laten verkondigen en ernstige bezwaren hebben tegen de financiële hulp aan de zogeheten bevrijdingsbewegingen is het haast vanzelfsprekend dat we de helpende hand bieden aan hen die zich met hart en ziel inzetten voor de verkondiging van de waarachtige boodschap van bevrijding.

Bron artikel: De Waarheidsvriend 01-05-1980 (Digibron) – ‘Tegen de revolutie het Evangelie – Shadrach Maloka’ – door M. Leerling.

Opgemerkt: Hebben wij westerse christenen Afrika en Oost Europa met de middelen die wij als rijke christenen tot onze beschikking hadden Afrika en Oost Europa met het Evangelie ‘overspoeld’ of hebben wij hen eerst en vooral het nut van een welvaart brengende kapitalistische maatschappij en wereldheerschappij willen voorhouden en leren?

Maar ik, ik blijf – desondanks! – uitzien naar de HEER, ik blijf hopen op de God Die mij redding zal brengen. Hij zal mij horen, mijn God.‘ (Uit Micha 7 vers 7)

Bron afbeelding: In Due Time

Geplaatst in Geen categorie | Plaats een reactie