Knappe staaltjes van roemen in mensen…

Maar hoe jullie of een menselijke instelling* over mij oordelen interesseert me niet, en hoe ik over mezelf oordeel telt evenmin. Ik ben me weliswaar van geen kwaad bewust, maar dat betekent niet dat mij niets ten laste kan worden gelegd. Het is de Heer Die over mij oordeelt. Houdt dus op te oordelen en wacht de tijd af dat de Heer komt, omdat Hij het is Die aan het licht zal brengen wat in het duister verborgen is en zal onthullen wat mensen heimelijk bewogen heeft of beweegt. En dan zal God het zijn Die ieder de lof geeft die hem of haar toekomt.‘ (Uit 1 Korintiërs 4 uit de verzen 1-5 de verzen 3-5)
* Een theologische hoge school of universiteit bijvoorbeeld.

Geciteerd 1: Maar meer dan aardse roem was het feit dat beide ouders vanaf hun jonge jaren ware (!) gelovigen waren.
Geciteerd 2: Naar eigen waarneming (!) was Halyburton al in zijn kinderjaren een grote zondaar. Zelfs zijn beste daden brachten hem nog in de schuld: „Ik was als de appels van Sodom: mooi om te zien en veelbelovend wanneer men er nog niet van geproefd had, maar vanbinnen vol as en walgelijkheid.”
Nou ja, het waren toch maar jeugdige dwaasheden, of kleine gebreken, zeiden mensen. „Maar de Heere denkt daar heel anders over. Sommige van die zonden zijn me zeer bitter geworden. (…) Wat een monster (!) zou ik geworden zijn als ik aan mezelf zou zijn overgegeven.”
Door Gods genade werd Halyburton geen monster van ongerechtigheid, maar „een man van grote godsvrucht, uitmuntende natuurlijke gaven, ijverige studie en een buitengewoon (!) onderscheidings- en beoordelingsvermogen”. Die typering is van de hand van predikant-dichter Isaäc Watts. Watts schreef voor de meeste werken van Halyburton een voorwoord en hij zei vol waardering over diens geschriften: „Op elke bladzijde (!) is er zo’n nederigheid en eerlijkheid te vinden. Daarom kan men achter zijn heilige taal zijn verborgen (!) gedachten zien.”
Opgemerkt (bij 2): ‘Een monster’? Je vraagt je af hoe deze vrome man dan oordeelde over de mensen die niet zo’n bijzondere vrome weg gegaan waren als hij?

Geciteerd 3: Halyburton hield zelf een autobiografisch dagboek bij (zie ”Geestelijke ervaringen van Halyburton”). Hij zou tijdens het schrijven, zei hij zelf, geen tijd verspillen aan onbelangrijke zaken: „Maar ik kan de genadige handelingen van de Heere jegens mij verhalen, zowel vóór als ónder de bijzondere handelingen van de Heere met mij. En dit op een manier die zal leiden tot overtuiging, verlichting, bekering, vertroosting en onderwijs van de lezer.”
Opgemerkt (bij 3): Duidelijk voorbeeld van zelfoverschatting! Leek hem het Woord van God en de kracht van de Heilige Geest dan niet genoeg om dit werk in een mensenhart teweeg te brengen. Moesten Halyburton’s dagboekverhalen nog toegevoegd worden aan het (Bijbel)boek Handelingen (der apostelen – beter nog te noemen: Handelingen van onze Heer Jezus Christus na Zijn hemelvaart!)?

Geciteerd 4: Halyburton werd predikant in het eenvoudige boerendorp Ceres (in het huidige raadsgebied Fife). Op zijn sterfbed zei hij later van zijn eerste en enige gemeente: „Dat volk was mijn keuze (!). Ik heb met aandoening getracht het tot Christus te brengen (1). Zij zullen weten dat er een profeet in hun midden geweest is.”

Opgemerkt (bij 4): Blijkt uit deze laatste woorden van deze (‘buitenbijbelse’) ‘profeet en leraar’ nog wel de nederigheid van Johannes de Doper, die zich vernederde onder dé grote Profeet en Leraar met de woorden ‘Hij moet groter worden, ik kleiner’?

Opgemerkt slot: Is dat oordelen over en roemen in mensen niet juist heel opvallend te vinden in ‘kerkelijke kringen’ waar men zo graag roemt in Gods soevereiniteit bij de uitverkiezing van mensen. Desondanks weet men daar heel geweldige en vrome leraars aan te wijzen, (mede)mensen die blijkbaar al onze roem en aandacht waardig zijn en blijven. Mensen die zelfs een bedevaart naar hun graf zich waardig hebben gemaakt.

(1) Zou hij bedoeld hebben dat hij altijd weer gevraagd heeft of hij zelf (en niet een andere predikant) de kinderen mocht dopen? Dat zal helaas wel niet het geval zijn geweest, vandaar dan ook die zelfoverschatting!

> Zie hierbij ook nog deze blog: ‘De schakel tussen het Oude en het Nieuwe Testament…

Bron citaat: RD Kerk & religie – ‘Thomas Halyburton, een gerijpte korenschoof’ – Jan van ’t Hul

De bruidegom krijgt de Bruid; de vriend van de Bruidegom staat te luisteren en is blij dat hij de stem van de Bruidegom hoort. Dat vervult mij met grote vreugde. Hij moet groter worden en ik kleiner.‘ (Uit Johannes 3 de verzen 29-30)

Bron afbeelding: enjoying Christ

Geplaatst in Geen categorie | Plaats een reactie

De ellende na Dordt…

Ze vroegen Hem: “Wat moeten we doen? Hoe doen we wat God wil? Dit moeten jullie voor God doen: geloven in Hem Die Hij gezonden heeft,” antwoordde Jezus.’ (Uit Johannes 25-40 de verzen 28-29)

“Zegt u mij heren, wat moet ik doen om gered te worden?” Ze antwooordden: ‘Geloof in de Heer Jezus en u zult gered worden, u én uw huisgenoten.” En ze verkondigden het woord van de Heer aan hem en aan ieder die bij hem woonde.‘ (Uit Handelingen 16 uit de verzen 25-34 de verzen 30-32)

Geciteerd 1: Bij ”geloof, en je bent gered” is het geloof erg theoretisch. Het lijkt op het geloof dat in steenachtige plaatsen is bezaaid (Mattheüs 13). Dit geloof ontvangt het Woord terstond met vreugde, maar is voor een tijd, want het heeft geen wortel in zichzelf (Mattheüs 13:20-21). In de klassiek gereformeerde prediking is het onderscheid tussen tijdgeloof en waar geloof een belangrijk aandachtspunt in prediking en pastoraat (DL III/IV.9). Bij Van den Brink blijft deze zelfbeproeving geheel achterwege (2 Korinthe 13:5)

Geciteerd 2: Ik motiveer mijn catechisanten tot het lezen van het ”ABC des geloofs” van Comrie. De verschillende geloofsdaden die hij daarin beschrijft, hebben steeds te maken met de wet die verwondt en het Evangelie dat geneest. Ik noem zeven geloofsdaden en zet die tegenover het ”geloof, en je bent gered” van Van den Brink: bekennen van ongerechtigheid, dorsten, hongeren, komen, kiezen, kussen, leggen van Christus tot zijn fundament.

Opgemerkt: Wanneer we de schrijver mogen geloven dan hebben de apostelen nadat Joden en heidenen aan hun prediking gehoor gaven en zich lieten dopen, daarna alle moeite gedaan om deze gelovigen duidelijk te maken dat er bij hen in feite hooguit sprake kon zijn van een ‘tijd-geloof’ (tijdelijk geloof) en daarom direct begonnen om deze mensen onder de prediking van de wet alsnog tot ‘verbrijzeling’ en ‘ware bekering’ (wedergeboorte) te brengen, maar hoe anders lezen we daarover in Handelingen en in de brieven. En hoe anders is juist ook de prediking van onze Heer Zelf geweest!

Toen het tot een hevige woordenstrijd kwam, stond Petrus op en zei…’ (…) ‘God, Die weet wat er in mensen omgaat, heeft (Zelf) getuigd door hen de Heilige Geest te geven (1), zoals Hij Die ook aan ons geschonken heeft. Hij heeft geen enkel onderscheid gemaakt tussen ons (die de wet kennen) en hen, want Hij heeft hen door het geloof innerlijk gereinigd. Waarom willen jullie dan God trotseren door op de schouders van deze leerlingen een juk te leggen dat onze voorouders nog wijzelf konden dragen. Nee, wij geloven dat we alleen door de genade van de Heer Jezus Christus gered kunnen worden, op dezelfde manier als zij (2).’ (Uit Handelingen 15 uit de verzen 1-15)

(1) Lees hierover in Handelingen 10 : 34-48.
(2) Namelijk door het geloof.

Aanvullend: ‘Ik noem zeven geloofsdaden en zet die tegenover het ”geloof, en je bent gered” van Van den Brink: bekennen van ongerechtigheid, dorsten, hongeren, komen, kiezen, kussen, leggen van Christus tot zijn fundament.’
Opgemerkt: Dat zijn allemaal vruchten van een waar geloof en dat geloof begint met Christus te aanvaarden als levend levensfundament van ons geloof en dat door de kracht en het werk van de Heilige Geest, Die aan alle gedoopten vast en zeker beloofd wordt en dus niet eerst maar eens mag worden afgenomen door predikanten, die vinden dat het ‘om niet’ gerechtvaardigd worden wel heel erg goedkoop is om mee te beginnen.

Bron citaat: RD Opinie – ‘Dordtse Leerregels loflied op loutere genade’ – door ds. G. Clements
(De auteur is predikant van de gereformeerde gemeente te Gouda en rector van de Theologische School in Rotterdam.)

Dit is Zijn gebod: dat we geloven in de Naam van Zijn Zoon Jezus Christus en elkaar liefhebben, zoals Hij ons heeft opgedragen. Wie zich aan Zijn geboden houdt blijft in God, en God blijft in hem/haar. Dat Hij in ons blijft, weten we door de Geest Die Hij ons gegeven heeft.’ (Uit 1 Johannes 3 de verzen 23-24)

Bron afbeelding: Pinterest

Geplaatst in Geen categorie | Plaats een reactie

Wat een theologie/theoloog al niet vermag…

Vanuit Hem groeit het hele gebouw, steen voor steen, uit tot een tempel die gewijd is aan Hem, de Heer, in wie jullie ook (oud én jong!) samen opgebouwd wordt tot een plaats waar God (naar Zijn belofte!) woont door de Geest.‘ (Uit Efeziërs 2 de verzen 21-22)

Geciteerd 1: Schilder constateerde dat de gereformeerde ecclesiologie nogal wat onduidelijkheden en inconsequenties bevatte. Als rechtgeaard theoloog zette hij zich ervoor in (op dit gebied) een stap verder te zetten (1). Met zijn geweldige denkkracht ontwierp hij een kerkvisie waarin verschillende ongerijmdheden (van bijvoorbeeld Johannes Calvijn, Abraham Kuyper en anderen) overstegen werden. Net als veel theologen voor hem beoogde hij een kerkleer te presenteren die meer recht deed aan Gods Woord en zoveel mogelijk helder en logisch was. Hij werd daarin gedreven door diepe eerbied en liefde voor zijn Heiland Christus, die met de gedachte gekomen was om iets te gaan opzetten wat Hij ‘kerk’ noemde. De christelijke kerk zou ontstaan (Matteüs 16 vers 18). Het ging Schilder om de vraag wat Christus met dit nieuwe fenomeen beoogde.
Staande op de schouders van theologen uit de eeuwen voor hem keek hij verder dan zij en bracht hij de theologie verder. Zijn dynamische kerkleer zette vooral iedere gelovige tot nadenken over zijn plaats en taak in de kerk waar hij lid van was. Schilder bracht nieuw leven (2) in verstarde kerkelijke verhoudingen, een verfrissend ecclesiologisch bad.

Opgemerkt 1a: ‘Zijn dynamische kerkleer zette vooral iedere gelovige tot nadenken over zijn plaats en taak in de kerk waar hij lid van was.’ Zou het? En heeft het ons geholpen? Of hielden de meesten het liever bij nadenken alleen? Kunnen en durven we werkelijk beweren dat het zo werkt(e) in de gemeenten van onze Heer? Of wijst Gods Woord ons toch een andere weg om geholpen te worden onze plaats en taak te leren verstaan in de gemeente waar wij lid van zijn? Want anders moeten we toch vaststellen dat de kerk eeuwenlang de kracht en helderheid van deze ‘overstijgende dynamische kerkleer’ (node) gemist heeft.
Opgemerkt 1b: ‘Die met de gedachte gekomen was’. Zelfs onze Heer was/is blijkbaar een theoloog met mooie gedachten en plannen. Vanwege Zijn vroegtijdige dood waren die nog niet helemaal helder gemaakt. Hij moest met wat Hij er (indertijd) mee voor ogen had, zelfs wachten tot een ‘Schilder’ Zijn mooie plannen eindelijk eens goed begrepen had. Nu konden Zijn mooie plannen toch nog ‘uit de verf’ komen. De vrijgemaakte kerken hebben een aantal decennia aan dat mooie ‘schilderij’ (‘Schilderwerk/Schilderkerk’) mogen werken.

Geciteerd 2: Door mijn afstudeeronderzoek naar kerkelijk vrijwilligersmanagement sprak ik mensen uit het hele land over hun inzet voor de gemeente. Ik hoorde mensen vol van geestelijk enthousiasme over hun taak, maar ook mensen die niet goed wisten waarom ze hun taak deden en tegen allerlei uitdagingen aanliepen. Daarom vind ik het mooi om ook in deze gemeente mensen te ondersteunen om hun gaven te ontdekken, geestelijk enthousiast te maken en gaven op hun eigen manier in te zetten tot opbouw van de gemeente.

Opgemerkt 2a: Bij ons in de gemeente is sinds kort een ‘HBO-theologe’ aangesteld. Het is de bedoeling dat zij aan de slag gaat met het gavengerichte gemeente zijn, wat ook als hoge prioriteit uit een gemeentebrede enquête is gekomen, vorig jaar.
Opgemerkt 2b: Wat dus eerst een universitair geschoold theoloog voor elkaar wist te krijgen, dat besteden we nu dus uit aan een (jonge/prille) HBO-theologe. Het kan verkeren…*
* Bredero’s lijfspreuk, die wij nu ook kennen en gebruiken was “’t Kan verkeren”, ofwel: het kan veranderen, het leven is wisselvallig.

Geciteerd slot: Neem als Nederlandse Gereformeerde Kerken niet te snel afscheid van het gedachtegoed van Klaas Schilder, bepleit Paul Voorberg. Want dankzij Schilder kijkt iedereen kritisch naar de eigen kerk.
Opgemerkt slot: Je verbaast je over de uitspraken die in dit artikel staan! Maar wat hier beweerd wordt… Kan me wel herinneren dat wij buiten die ‘eigen kerk’ gezet werden*, maar dat krijg je er ook van, als ‘de kerk’ als ‘eigen kerk’ wordt gezien omdat Klaas Schilder (!) het daar voor het zeggen had.
* En natuurlijk kan dat je ook vandaag in een ‘eigen gemeente’ overkomen. Daar hebben we Schilder echt niet voor nodig.

(1) Een kleine stap voor een universitair opgeleid en op andere hun schouders staand theoloog, maar een grote stap (voorwaarts) voor ‘de (ware) kerk’?
(2) ‘Schilder bracht nieuw leven’? Is dat niet roemen in mensenwerk? Wat is Calvijn, wat is Kuyper en wie was die professor Schilder uit het Nederlandse Kampen?

> Zie (lees) meer in deze blog(s): ‘Deel krijgen aan de gemeenschap met Christus…’

Bron citaat 1: ND Opinie – ‘Waarom de kerkvisie van Klaas Schilder nog steeds heel veel zeggingskracht heeft’ – door Paul Voorberg (emeritus predikant te Wezep)
Bron citaat 2: Kerkblad December 2023 van NGK ‘De Ontmoeting’ (Barneveld)

Dan zullen we, door ons aan de waarheid te houden en elkaar lief te hebben, samen volledig toegroeien naar Hem die het hoofd is: Christus. Vanuit dat hoofd krijgt het lichaam samenhang en wordt het ondersteund en bijeengehouden door alle gewrichtsbanden. Ieder deel draagt naar zijn/haar vermogen bij tot de groei van het lichaam, dat zo zichzelf opbouwt door de Liefde.’ (Uit Efeziërs 4 de verzen 15-16).

Het is God Die jullie en ons Christus als fundament geeft, Die ons allen heeft gezalfd, heeft gewaarmerkt als Zijn eigendom (met en door onze Doop) en ons als voorschot de Geest gegeven heeft.’ (Uit 2 Korintiërs 1 de verzen 21-22)

Bron afbeelding: Pinterest

Geplaatst in Geen categorie | Plaats een reactie

‘Bijbels nuchter’ (leren) nadenken…

En terwijl hij dit tot zijn verdediging aanvoerde, zei Festus met luider stem: Gij spreekt wartaal, Paulus, uw vele studie brengt u in de war. Maar Paulus zei: Hoogedele Festus, ik spreek geen wartaal, maar nuchtere waarheid. Want de koning weet van deze dingen en tot hem spreek ik vrijmoedig, want ik kan niet geloven, dat hem iets van deze dingen onbekend is; dit is immers niet in een uithoek geschied. Koning Agrippa, gelooft gij de profeten? Ik weet, dat gij ze gelooft! Maar Agrippa zei tegen Paulus: Gij wilt mij wel spoedig als Christen laten optreden!‘ (Uit Handelingen 26 de verzen 24-28)

Geciteerd 1: Dit verklaart meteen waarom de zeven brieven (die aan Paulus moeten worden toegeschreven) volstrekt geen biografische gegevens over Jezus bevatten. Als Jezus in levenden lijve had bestaan, dan zou Paulus van de andere apostelen toch van alles over deze bijzondere figuur willen weten? En dan zouden bepaalde biografische feiten toch door de brieven worden weerspiegeld? Maar niets van dit alles. Meer dan hierboven* is er niet. De Jezus van Paulus verricht geen enkel wonder. Over zijn familie, beroep en uiterlijk: geen woord. Ook is deze Jezus opmerkelijk zwijgzaam; Paulus citeert hem maar één keer.
* De schrijver verwijst hiermee naar de door hem even eerder geciteerde woorden uit 1 Korintiërs 15 : 3-9.

Opgemerkt 1: Tijdens Jezus ‘rondwandelingen’ in Israël, sprak Hij in de synagogen en er kwamen zelfs Farizeeën en Schriftgeleerden speciaal op bezoek om naar Hem te luisteren (net als dat ze eerder bij Johannes de Doper onderzoek hadden laten doen en gedaan). Door het optreden van onze Heer gonsde Zijn naam door het hele land en zelfs in de omstreken van het toenmalige Israël werd Hij bekend.

Geciteerd 2: In het nawoord bij de vertaling van de vier evangeliën zegt Mario Molegraaf over het wenen van Jezus aan het graf van Lazarus: ‘Wij vinden dit het sympathieke moment van een verder onsympathieke persoonlijkheid.’ Maar Jezus is te schimmig om zelfs maar onsympathiek te kunnen zijn.

Opgemerkt 2: We weten wel meer over de emoties van onze Heer hier op aarde, dan alleen dat Hij weende bij het graf van Lazarus (1). Jezus liet Zelf geen enkel geschrift na en het moet ons niet verwonderen dat de apostelen (geen mensen van/uit een ‘schriftelijk bestaan/cultuur, itt tot de Farizeeën en Schriftgeleerden) pas laat – waarschijnlijk op uitdrukkelijk verzoek van hun hoorders – de evangeliën op schrift hebben (laten) stellen. Dat de brieven van Paulus eerder verschenen is daarom niet als argument te gebruiken tegen de oorspronkelijkheid en waarheid die deze evangeliën (pretenderen te) beschrijven.

Opgemerkt slot: Het is toch niet voorstelbaar dat Paulus (in opdracht van zijn meerderen in Jeruzalem) tot in Damascus toe de christengemeente aan het vervolgen was, terwijl hij eerder niet wist van Jezus bestaan (over Zijn optreden en over Zijn afkomst uit Nazareth, etc.). Hij wist daar heel wat van, maar dat was juist reden voor hem (als Joodse Farizeeër) om deze Jezus te willen mijden en om, na berichten over Zijn opstanding na Zijn kruisiging te Jeruzalem, de nieuwe volgelingen van Hem fanatiek te bestrijden door vervolging.

(1) Zie o.a. Marcus 8 : 33, 10 : 13-16, Lukas 9 : 51-56.

> Zie hierbij ook deze blog over het Farizeïsme in een Hellenistische cultuur.

Bron citaten: maartenonline-nl – ‘Was Jezus een mythe‘ – gepubliceerd door Maarten van Rossem.

Toch waren er ook veel leiders die wel in Hem geloofden, maar vanwege de Farizeeën kwamen ze daar niet voor uit, omdat ze niet uit de synagoge gezet wilden worden. Ze stelden meer prijs op de eer van mensen dan op de eer van God.’ (uit Johannes 13 de verzen 42-43)

Bron afbeelding: Talk To The Word

Geplaatst in Geen categorie | Plaats een reactie

Kunnen we spreken van een ‘gezonde’ gemeente/kerk?

Als zij die rechtvaardig leven – echter ook heus nog zondaars zijn, maar wel volgens Jezus’ voorschriften leven! – al ternauwernood gered worden, hoe moet het dan gaan met hen die zondigen omdat ze God niet gehoorzamen – dus niet naar Jezus’ voorschriften leven – ?’ (Uit 1 Petrus 4 vers 18).

Geciteerd 1: Geef ‘ongezonde’ kerkleden de juiste zorg, zodat zij weer gezond actief worden. Christelijke zorg omvat pastoraat, huwelijkscursussen, samen bidden, lezen en luisteren, training van medewerkers, netwerkondersteuning, diaconie… Een breed zorgplan is nodig om leden gezond te laten functioneren. Deze factor loopt het risico te veel aandacht te krijgen, waardoor er onbalans ontstaat in het organisme. Ons christelijke ”immuunsysteem” moet optimaal werken om aanvallen afdoende tegen te gaan. We hebben goede antwoorden nodig om kerkverlaters (of misschien zelfs Godverlaters) te helpen.

Opgemerkt 1: Wanneer ik de brieven van onze Heer aan de zeven gemeente lees, dan denk ik dat Sardes zo’n gemeente was, die bekend stond als een ‘gezonde’ gemeente/kerk. Misschien hadden ze er al zelfs al huwelijkscursussen en mogelijk waren ze daar ook al in discussie over of kinderen wel ‘zomaar’ gedoopt konden worden en of het niet beter was om ze eerst een lang traject van catechese te laten doorlopen, alvorens ze voor de keus te stellen of ze gezond genoeg meenden te zijn om gedoopt te kunnen/mogen worden of (beter nog maar) niet*.

Opgemerkt 2: Bijzonder toch dat onze Heer zo’n zwak heeft voor de gemeente in Filadelfia. En dan hebben ze daar (in onze ogen) in die gemeente toch eigenlijk niets bijzonders gedaan: ‘Ik (Zelf) heb ervoor gezorgd dat de deur voor jullie openstaat, zonder dat iemand hem kan sluiten. Want ook al hebben jullie weinig invloed, jullie zijn trouw gebleven aan wat ik heb gezegd en jullie hebben Mijn naam niet verloochend.’ (…) Omdat jullie trouw zijn gebleven aan Mijn gebod om stand te houden (te volharden in het geloof en dat door het gelovig gebruik van de ‘middelen’), zal ik jullie ook trouw zijn wanneer binnenkort de tijd van beproeving aanbreekt.‘ (Openbaring 3 uit de verzen 7-11).

Opgemerkt 3: De juiste leefstijl van een gemeente, dat is die van een patiënt. Een patiënt die te horen gekregen heeft dat hij/zij een ernstige ziekte onder de leden heeft, ook al is dat niet altijd even ‘openbaar’. Die leefstijl van een patiënt, die geldt (is nodig) voor alle leden afzonderlijk, maar ook voor de gemeente als geheel. We zullen (daarom) niet op eigen inzicht kunnen afgaan, maar heel goed hebben te luisteren naar wat onze Geneesheer ons ‘voorschrijft’ aan behandeling en medicijnen en van Hém horen/leren wat een gezonde (beter: passende!) leefstijl is voor Zijn patiënten. Hij heeft het beslist niet aan ons eigen inzicht overgelaten hoe wij zullen (samen)leven en hoe wij Zijn ‘middelen’ hebben te gebruiken! Toch zijn Zijn voorschriften niet moeilijk en is het gebruik van ‘de middelen’ die Hij ons voorschrijft zelfs van grote eenvoud te noemen. We hebben er zelfs geen geleerde ‘doctores’ (of bedreven/gedreven managers) bij nodig! Ze hoeven ons ook beslist niet veel geld te kosten…

Opgemerkt 4: We zullen niet vrezen ‘arm van geest’ te zijn (en daarom geminacht te worden) en niet menen dat we juist (eerst) een heel rijke geest moeten hebben (gevormd door veel studie bijvoorbeeld) om in het lichaam van Christus goed te kunnen functioneren. Want een arme van geest heeft honger en voelt zich zwak en wil gevoed worden door het Woord (alleen), terwijl een rijke geest zich verzadigd voelt en zich sterk weet en voortdurend de neiging heeft de (dagelijkse) voeding die het Woord biedt van minder belang te achten. Ook heeft een rijke geest de neiging om (veel/teveel) aandacht en ruimte te vragen voor de eigen (verworven) rijkdom aan kennis en wetenschap.

Opgemerkt 5: Onze Geneesheer raadt ons dan ook niet in de eerste plaats allerlei coaches aan, maar Hij wil Zelf door de Heilige Geest ons dagelijks ‘coachen’. Dat vraagt wel geloof! Dat geloof zullen allen in de gemeente opbrengen onder elkaar en voor elkaar! Ouders voor hun kinderen, Voorgangers en oudsten voor hun broeders en zusters. Wanneer men dat voor ogen houdt, dan kan het niet anders of er is ook een grote bereidheid om naar elkaar te luisteren. Het is niet zo gauw nodig een ander een weg te wijzen, een oplossing aan te reiken. Een gelovige zal geloven dat God Zelf zijn of haar leven zal leiden en daar zo nodig ook de hulp van anderen bij wil inschakelen. Maar dan zullen die anderen hem of haar wel in de hun gegeven eigen zelfstandigheid en verantwoordelijkheid hebben te respecteren!
NB. Dat geldt zelfs ook voor gemeenten/kerken onderling!

* Monica, de moeder van Augustinus, wilde haar zoon niet laten dopen… Vandaar dat ze zoveel heeft gebeden en tranen moeten plengen, ze kon geen beroep doen op wat God vast en zeker belooft bij de doop van een kind en nu moest ze zelf God zien te vermurwen…
> De doop is een ‘geloofsstuk’ en hoort in feite thuis in de Twaalf Artikelen van het geloof: We geloven één Doop… Zie hierbij ook Johannes woorden in zijn eerste brief H2 de verzen 12-14 en 26-27.

Bron citaat: RD Opinie – ‘Gezonde kerk heeft kenmerken van gezond lichaam’ – Dick Slikker MSc (1)

(1) De auteur (MSc public health) bezocht kerken in onder meer Oost-Europa en het Midden-Oosten, waar sprake is van passie en kerkgroei. Literatuur: ”Negen kenmerken van een gezonde kerk” (Mark Dever); ”Handboek gezonde gemeente” (Robert Warren).

Daarom raad ik jullie aan: Koop van Mij goud dat in het vuur gelouterd is, en jullie zullen rijk zijn; witte kleren om jullie naaktheid te bedekken, zodat jullie je niet meer hoeft te schamen; zalf voor jullie ogen, zodat jullie weer kunnen zien. Iedereen die Ik liefheb wijs Ik terecht en straf Ik. Zet jullie dus volledig in en breek met het leven dat jullie nu leiden.’ (Uit Openbaring 3 de verzen 18-19)

Bron afbeelding: Pinterest

Geplaatst in Geen categorie | Plaats een reactie

Verdrietig stemmende opvattingen over ‘predikant-zijn’…

Over de onderling liefde hoeven wij jullie niets te schrijven, want jullie hebben zelf van God geleerd hoe jullie in liefde met elkaar hebben om te gaan. Jullie doen dat al met alle gelovigen in Macedonië, maar broeders en zusters wij sporen jullie aan dat nog veel meer te doen…’ (…) ‘Dat hebben we jullie opgedragen. opdat jullie een eerzaam leven zullen leiden in de ogen van hen die niet tot de gemeente behoren...’ (Uit 1 Tessalonicenzen 4 uit de verzen 9-12)

Geciteerd 1: Maar wat houdt predikant-zijn eigenlijk in? Met die vraag raakte hij in zijn eerste twee gemeenten best een beetje in de knoop. Besteedde hij niet veel te veel tijd aan naar binnen gerichte activiteiten? Ging er niet te veel energie verloren met het inspelen op behoeften van gemeenteleden en de interne organisatie van de kerk? Wat kwam er terecht van de roeping om in maatschappij en cultuur te getuigen van het Evangelie?

Geciteerd 2: „In mijn dissertatie onderscheid ik vier taken van een voorganger. De eerste is om de gemeente in het Evangelie van Jezus Christus te verankeren (1). De tweede is dat een predikant zich moet inzetten om de vele gaven in de gemeente te activeren (2), want nog steeds zijn veel kerken in Nederland typische domineeskerken, waarin veel draait om de voorganger (3). Wat mij betreft dagen predikanten gemeenteleden meer uit om hun gaven te besteden in relaties met anderen (4).

(1) Verankeren? Nee, een predikant zal Gods Woord verkondigen en dat op profetische manier! Want waar dat ontbreekt, dáár wordt het Godsvolk de geestelijke wapenrusting ontnomen (zie o.a. Spreuken 29 : 18, 1 Korintiërs 14 : 24-25, 2 Korintiërs 10 : 3-6 en Efeziërs 6 : 10-20)!
(2) Moet een dominee de geestelijke gaven (gaan) activeren? Al weer een onmogelijke taak en in haar strekking is het een beledigen van de Heilige Geest en ook van de leden van de gemeenten, die beslist niet afhankelijk zijn of moeten worden geacht en gemaakt van wat hun predikant samen met de kerkenraad en commissies allemaal voor mooie plannen weten uit te werken (meewerken aan een buurtcafé, meelopen in processies en/of een klimaatmars, etc., etc.)
(3) Waarom is dat helemaal niet mijn ervaring geweest, in de NGK-gemeente waar ik ben opgegroeid (Rijswijk, ZH) en andere gemeenten waar wij later nog lid werden, dat wij daar een typische domineeskerk* hadden? Het kan zijn dat dat binnen de CGK-gemeenten veel meer het geval is geweest en nog, en dat zal indertijd ook een (belangrijke, zo niet doorslaggevende) reden zijn geweest voor een deel van de NGK-predikanten (destijds) om de NGK-studenten dáár (TUA) niet onder te brengen, maar om toch een eigen opleiding te willen hebben: het Nederlands Gereformeerd Seminarie (1976-2016).
(4) Een goede Woordverkondiging dáár kan en wil (DV!**) de Heilige Geest Zijn zegen over geven in het leven van de gemeenteleden door-de-weeks. Wat een predikant zelf allemaal aan uitdagingen weet te verzinnen, daar heeft Hij niets aan en niets mee! Mijn ervaring is (inmiddels, helaas!) dat dit leidt tot een toepassing aan het slot van de Woordverkondiging waarin ons allerlei ideetjes worden aangereikt en/of waarin men de mensen oproept om aan de ‘mooie plannen’ van de kerkenraad te gaan bijdragen.

* Lees hier meer over de oorzaak van ‘domineesgemeente(n)’: ‘Hoe spreekt Hij nú met ons?
** Maar we lezen in Gods Woord, dat er tijden zijn (geweest) dat zelfs die zegen niet meer ten deel viel aan het Godsvolk. En in Zijn brieven aan de zeven gemeenten, waarschuwt onze Heer niet voor niets dat de lampenstandaard van een gemeente kan worden weggenomen!

Geciteerd 3: Zouden de conclusies van uw dissertatie gevolgen moeten hebben voor hoe predikanten worden opgeleid?
„Zeker. Op mijn eigen opleiding kijk ik best positief terug. Maar, overdreven gesteld: ik ben toen vooral opgeleid om netjes te preken, netjes catechisatie te geven, netjes vergaderingen voor te zitten en netjes mensen te bezoeken. En niet met de focus hoe ik de gemeente kan helpen om in onze tijd een geloofwaardige kerk te zijn (5) en in de samenleving het lichaam van Christus te vertegenwoordigen. Eigenlijk zouden alle aan een theologische opleiding gegeven vakken van de noodzaak van dit besef doortrokken moeten zijn.”

(5) ‘De gemeente helpen een geloofwaardige kerk te zijn’. Het Evangelie is waar en geloofwaardig (‘alle aanneming waard’!) en wij belijden één algemene christelijke kerk’ te gelóven. En daarmee is niet gezegd dat het ons (eerst en steeds weer) lukken moet die kerk geloofwaardig te maken. God zij dank is dat niet afhankelijk van wat een predikant met hulp van zijn kerkenraad en gemeente er (nog) van weet te maken!

Opgemerkt (tot slot): Alsof we als leden van Christus’ gemeente niet zelf dagelijks de nodige liefde en wijsheid zullen ontvangen om onze gaven/talenten in te zetten om daarmee de goede werken te doen die God voor ons heeft ‘klaargelegd’ (Efeziërs 2 vers 10). Maar dat vraagt wel geloof van de leden van de kerkenraad én van de leden van de gemeente! Laat het zondagse onderwijs ons daar maar bij bepalen! Dan gaan we begrijpen waarom Christus zegt: ‘Zonder Mij (!) kunnen jullie niets doen.’ (Zie Johannes 15) en dan zullen we toch door-de-weeks elke dag niet(s) zonder Hem (!) beginnen?!

Leestips: 1 Timoteüs 3 : 10 t/m 4 : 5 en Titus 3 : 1-8.

Bron citaten: RD Kerk & religie – ‘Promovendus ds. Rein den Hertog: Ik ben steeds minder aan gebakspastoraat gaan doen’ – door Addy de Jong

Wij danken God dan ook onophoudelijk dat jullie Zijn Woord, dat jullie ons hebben horen verkondigen, niet hebt aangenomen als een boodschap van mensen, maar wat het werkelijk is: als het Woord van God dat ook werkzaam is in jullie, die geloven.’ (Uit 1 Tessalonicensen 2 vers 13)

Bron afbeelding: One Walk | with Jesus

Geplaatst in Geen categorie | Plaats een reactie

Hoe spreekt Hij nú met ons?

En het Woord werd vlees en woonde onder ons.’
(Uit Johannes 1 vers 14)

Geciteerd: Maar hoe spreekt Hij nu met ons? Ook op deze dag is de Doop en de prediking van Gods Woord niet mijn Doop en niet mijn Woord. Het is Góds Woord, en wanneer wij het zien en horen (‘ontvangen’), moeten we er aan denken dat God Zelf met ons handelt en spreekt. Je zou echter kunnen zeggen: Daar staat een arme – of ‘geestelijk rijke’ (1) – dienaar en hij deelt het Avondmaal uit. Ja, als je het zó bekijkt, dan ben je geen christen. Want daar spreekt God, Hij spreekt en werkt en is daar Zelf tegenwoordig. Daarom heeft de betreffende prediker niet in eigen persoon (en op basis van eigen ‘kwaliteiten’) gepredikt, maar hij spreekt en predikt in de naam van God. Je moet dan altijd weer zeggen (2): Ik heb God Zelf zien dopen en het Avondmaal zien uitdelen, en het Woord horen prediken.
Maar hoe kunnen we de mensen inprenten dat ze God Zelf zien en horen prediken? Wij geloven dat God Zich over ons ontfermt en door mensen tot ons spreekt. Wat hindert het dat Hij niet in Zijn majesteit tot ons spreekt (3) of Zich in heerlijkheid aan ons openbaart? Ja, als ik Hem nu toch eens op een bijzondere manier in Zijn majesteit en heerlijkheid zou kunnen zien en horen!
Het is je (blijkbaar) onmogelijk om je ogen naar de hemel op te heffen. Daarom schijnt de Doop je ook gering te zijn, want het was/is maar een mens die hem bedient. Wij moeten echter leren en weten dat God niet met ons spreken wil op bijzondere manieren en/of in Zijn majesteit; ook wil Hij onze devotie (op zondagen of bij bijzondere gelegenheden en feestdagen) niet hebben, maar Hij zegt: Hoor Mij, Ik heb Mij vernederd en wil met jullie door Mijn Woord en Sacrament spreken (4).
[ Maarten Luther: Auslegung des dritten und vierten Kapitels Johannis (1538-1540), WA 47, 202 ff]

(1) ‘Zalig de armen van geest, want…’ (Matteüs 5 vers 3). Helaas zijn er gemeenten/kerken waar men in iemands Doop (als zuigeling/kind) onvoldoende grond vindt om zichzelf of iemand anders als (werkelijk) lidmaat van het lichaam van onze Heer te zien en hem of haar dan ook ‘in volle rechten’ als zuster of broeder in de Heer te aanvaarden (wat deelname aan het Avondmaal impliceert!). In zulke kerken worden dominees ‘heilsbemiddelaars’, die de mensen moeten helpen – door hún prediking en pastoraat’ – te ontdekken in hoeverre zij zich het heil (al) mogen ‘toe-eigenen’ en op basis van welke bij zichzelf waargenomen ‘kenmerken’ dat dient te gebeuren. Zulke gemeenten worden/zijn (onvermijdelijk!) ‘domineesgemeenten’ en omdat de meerderheid zich niet gedragen kan/mag als dankbare kinderen van God, is er een wettisch ‘sociaal-klimaat’ gecreëerd om de mensen (jong en oud) dan maar (voorlopig) op die manier te helpen om zich ‘te gedragen’ (in feite: te doen alsof!) …
(2) Een predikant/voorganger zal dat niet in de weg staan door daar een soort van ‘eigenmachtig optreden’ te vertonen.
(3) Zie hierbij 1 Korintiërs 2 : 1-5, 4 : 9-13, 11 ; 10-13, 13 : 3-4, Galaten 4 : 12-18 en 1 Tessalonicenzen 2 : 13.
(4) Zie Marcus 1 : 12, 9 : 7 en 2 Petrus 1 : 16-21.

Zie ook blogserie: ‘‘Deel krijgen aan de gemeenschap met Christus… (I)(II)(III)(IV) en (Slot)

Zie ook de blogserie: ‘Kom ga met ons en doe als wij’… (I) en (II) en (Extra)

Bron citaat: ‘Vertroost elkaar met deze woorden…’ – Meditatie van 19 december – Den Hertog uitgeverij (2022)

Zo zeker als de waarheid van Christus in mij is, dié roem zal ik mij nergens in Achaje laten ontnemen. En waarom niet? Omdat ik jullie niet lief zou hebben? God weet dat ik dat wel doe. Ik zal mijn werk op dezelfde manier blijven doen om die apostelen de kans te ontnemen met hun gewichtigdoenerij dezelfde roem* te oogsten als wij.‘ (Uit 2 Korintiërs 11 de verzen 10-12)
* Zie 2 Korintiërs 1 : 12-13 en 10 : 12-18.

Bron afbeelding: BibleWordings-com

Geplaatst in Geen categorie | Plaats een reactie

‘Kom ga met ons en doe als wij’… (II)

Of weten jullie niet dat jullie een tempel van God zijn en dat de Geest van God in jullie midden woont? Indien iemand Gods tempel vernietigt, zal God hem (of haar) vernietigen, want Gods tempel is heilig – en die tempel zijn jullie zelf.’ (Uit 1 Korintiërs 3 vers 16)

Geciteerd 1: Het woord van de apostolische prediking is het Woord, dat de zonden van de gehele wereld lichamelijk heeft gedragen; het is de in de Heilige Geest tegenwoordige Christus. Christus in Zijn gemeente, dat is het ‘onderwijs’ van de apostelen, de apostolische prediking. Deze leer maakt zichzelf nooit overbodig, maar schept Zich de gemeente, die zich gedurig aan haar houdt, omdat ze door het Woord is aangenomen en daar altijd weer van vergewist wordt.

Bij de zichtbaarheid van het lichaam van Christus in de prediking komt nog de zichtbaarheid in Doop en Avondmaal. Beide komen voort uit het waarachtig menszijn van onze Heer Jezus Christus. In beide ontmoet Hij ons lichamelijk en maakt ons de gemeenschap van Zijn lichaam deelachtig. Bij beide handelingen hoort de verkondiging. In de Doop zowel als bij het Avondmaal is het de verkondiging van de dood van Christus voor ons (Romeinen 6 ver 3 vv; 1 Korintiërs 11 vers 26). Bij beide is de gave het lichaam van Christus. In de Doop worden wij tot leden van Zijn lichaam gemaakt; In het Avondmaal krijgen wij deel aan de lichamelijke gemeenschap met het lichaam van de Heer en juist daarin met de leden van dit lichaam. Zo worden wij door de gave van Zijn lichaam één lichaam met Hem.

Noch de gave van de Doop, noch die van het Avondmaal is in zijn geheel verstaan, wanneer wij die als zondevergeving aangeven. De gave van het lichaam, die in de sacramenten geschonken wordt, schenkt ons de lichamelijke Heer in Zijn gemeente. Zondevergeving is echter mee besloten in de gave van het lichaam van Christus als gemeente. Van hieruit is het begrijpelijk, dat oorspronkelijk de uitdeling van de Doop en het Avondmaal – volkomen in tegenstelling tot ons hedendaagse gebruik – niet aan het ambt van de apostolische verkondiging gebonden is, maar door de gemeente zelf voltrokken wordt (1 Korintiërs 1 vers 14 vv). Doop en Avondmaal behoren alleen aan de gemeente van het lichaam van Christus. Het Woord richt zich tot gelovigen en ongelovigen. De sacramenten behoren alleen aan de gemeente. Zo is de christelijke gemeente in eigenlijke zin Doop- en Avondmaalsgemeente en pas van hieruit predikgemeente.
Het is duidelijk geworden, dat de gemeente van Jezus Christus in deze wereld een ruimte voor de verkondiging verlangt. Het lichaam van Christus is zichtbaar in de om Woord en Sacrament verzamelde gemeente.

Geciteerd 2: De doop in het lichaam van Christus is het, die elke christen het volle leven in Christus, in de gemeente waarborgt. Het is een verkeerde, geheel on-nieuwtestamentische verschraling, wanneer de gave van de Doop beperkt wordt tot het deelnemen aan de prediking en het Avondmaal (en soms zelfs dat laatste ook niet); dat wil dus zeggen aan het deel hebben van de heilsgoederen, misschien ook nog aan de ambten en diensten van de gemeente. Veeleer is met de Doop de ruimte van het gemeenschappelijk leven van de leden van het lichaam van Christus in alle levensverhoudingen voor iedere gedoopte zonder voorbehoud opengesteld.

Wie een gedoopte broeder (of zuster) de deelneming aan de godsdienstoefening toestaat, hem of haar echter in het dagelijks leven de gemeenschap ontzegt, hem (of haar) misbruikt of veracht, die maakt zich aan het lichaam van Christus Zelf schuldig (1 Korintiërs 3 vers 16). Wie gedoopte broeders de heilsgaven toekent, hun echter de gaven van het aardse leven weigert of willens en wetens in aardse nood en moeilijkheden laat, maakt de heilsgave tot een bespotting en wordt tot leugenaar. Wie daar, waar de heilige Geest gesproken heeft, nog gehoor schenkt aan de stem van zijn/haar bloed, van zijn/haar natuur, van zijn/haar sympathieën en antipathieën, bezondigt zich aan dit sacrament. De Doop in het lichaam van Christus verandert niet alleen de persoonlijke heilsstatus van de gedoopte, maar ook al zijn/haar levensverhoudingen.

Geciteerd slot: Wie door de doop tot het lichaam van Christus behoort (is ‘ingelijfd’), is uit de wereld bevrijd en eruit geroepen, die moet voor de wereld zichtbaar worden, niet alleen door de gemeenschap van de godsdienstoefening en de gemeente orde, maar ook door de nieuwe gemeenschap van het broederlijke (en zusterlijke) samenleven. Waar de wereld de christelijke broeder/zuster veracht, zal de christen hem/haar liefhebben en dienen; waar de wereld hem/haar geweld aandoet, zal hij/zij helpen en verzachten; waar de wereld hem/haar onteert en beledigt, zal een lidmaat van Christus’ gemeente zijn/haar eer geven voor de broeder of zuster. Waar de wereld winst zoekt, zal hij/zij daar afstand van doen; waar de wereld uitbuit, zal hij/zij zich geheel geven, waar de wereld onderdrukt, zal hij/zij zich neerbuigen en oprichten. Ontzegt de wereld gerechtigheid, zo zal hij/zij barmhartigheid oefenen; hult de wereld zich in leugens, zo zal hij/zij de mond opendoen voor de stommen en getuigenis afleggen voor de waarheid.
Terwille van de broeder of zuster, of hij/zij nu Jood is of Griek, slaaf of vrije, sterk of zwak, edel of onedel, zal een lidmaat van Christus’ gemeente zich onthouden van alle gemeenschap met de wereld; want hij/zij dient de gemeenschap van het lichaam van Jezus Christus. Zo kan een lidmaat van Christus’ gemeente in deze gemeenschap ook niet verborgen blijven voor de wereld. De dopeling is eruit geroepen en volgt na.

Zie ook: ‘Kom ga met ons en doe als wij’… (I)

Bron citaat: ‘Navolging’ – Uit hoofdstuk: ‘De zichtbare gemeente’ – Dietrich Bonhoeffer – Ten Have, vijfde druk (2012)

Wie gestorven is, is rechtens vrij van de zonde. Wanneer wij met Christus gestorven zijn, geloven we dat we ook met Hem zullen leven, omdat we weten dat Hij, Die uit de dood is opgewekt, niet meer sterft. De dood heeft geen macht meer over Hem. Hij is gestorven om een einde te maken aan de zonde, voor eens en altijd; en nu Hij leeft, leeft Hij voor God. Zo moeten jullie jezelf ook zien: dood voor de zonde, maar in Christus Jezus levend voor God.‘ (Uit Romeinen 6 de verzen 7-11)

Bron afbeelding: Heartlight-org

Geplaatst in Geen categorie | Plaats een reactie

‘Kom ga met ons en doe als wij…’ (Extra III)

Hij Die van boven komt staat boven allen, wie uit de aarde voortkomt is aards en spreekt de taal van de aarde. Hij die uit de hemel komt en boven allen staat, getuigt van wat Hij gezien en gehoord heet, en toch wordt Zijn getuigenis door niemand aanvaard. Wie Zijn getuigenis wel aanvaardt, bevestigd daarmee dat God betrouwbaar is.‘ (Het getuigenis van Johannes de Doper in Johannes 3 van de verzen 22-36 de verzen 31-33)

Wordt er bij Mozaïek op zand gebouwd?

Geciteerd: In de kerkdienst hoort de verkondiging van Gods Woord centraal te staan. Dat is een hoogst ernstige zaak die het eeuwig heil óf het eeuwig verderf van de hoorder raakt. Dat biedt geen ruimte voor een afgezwakte boodschap over de zonde –bijvoorbeeld over echtscheiding of (homo)seksuele relaties– of de gedachte dat die zondige aard zich gemakkelijk laat overwinnen. In de preek moet doorklinken dat God Zich vertoornt over die zonde en die rechtvaardig zal straffen, tenzij de schuld daarvoor betaald wordt. En ja, er is royale genade en vrijspraak door het offer van Christus voor allen die in Hem geloven, maar ook dan houdt God Zijn kinderen aan de grond als bedelaars die steeds verzoening nodig hebben en als pelgrims die zich op vijandelijk grondgebied bevinden. In de diensten van Mozaiek staat vooral aanbidding centraal, maar als daarbij deze grondtonen van het christelijk leven ontbreken, is het als een huis dat op een zandgrond gebouwd is.

Opgemerkt 1: Het lijkt me, in geval van het gesprek met voorganger Ten Brinke van Mozaïek, toch beter om de woorden van Paulus uit 1 Korintiërs 3 te gebruiken, waar de apostel ons laat weten dat het voor de opbouw en groei van een gemeente van het hoogste belang is met welke materialen er gebouwd wordt op het fundament dat de apostelen gelegd hebben. Daarom zullen de leden van een gemeente zich niet beroepen en zich laten voorstaan op de kwaliteiten van een voorganger, hoezeer ook naar wereldse maatstaven (‘wereld wijsheid’ – zie vers 19!) zo’n voorganger uitermate bekwaam schijnt (bijv. door welbespraaktheid) voor het leiden van een gemeente.

De leden van een christelijke gemeente zullen altijd weer hebben te bepalen ‘toetsen’) of zo’n voorganger werkelijk de ‘kostbare materialen’ (goud, zilver en allerlei edelgesteente) gebruikt (en dat niet alleen in de verkondiging, maar in heel de liturgie), die God in en door Zijn Woord ons beschikbaar heeft gesteld, of dat daarvan gezegd kan (en dus moet!) worden dat de betreffende voorganger (en het kan daarom ook ‘gemeenten/kerk(en)breed’ gelden!) bouwt met hout en hooi en stro en dat zijn/het bouwwerk, als de vuurproef komt, de vuurproef niet zal kunnen doorstaan, alhoewel dat nog niet betekent dat de voorganger en zijn hoorders daardoor verloren gaan.

Opgemerkt 2: Ouders die ervoor kiezen om met hun kinderen voorlopig naar een voor hun kinderen aantrekkelijker gemeente te gaan, die verstaan hun christelijke roeping en verantwoordelijkheid niet (meer)! Ook zij hebben zich af te vragen, of er in een gemeente/kerk werkelijk de ‘kostbare materialen’ worden gebruikt of niet. Daarbij kunnen we er niet onderuit dat ook in ‘reformatorische/gereformeerde’ gemeenten/kerken bepaalde voorgangers en hun theologie zozeer verkondiging en liturgie bepalen en overheersen, dat ook daarvan gezegd moet worden dat er niet gebouwd wordt met de ‘kostbare materialen’, maar met hout, hooi en stro. De vraag is dan ook dan: hoe gaan we daar mee om (welke verantwoordelijkheid hebben we in eigen gezin en gemeente) en valt de door ons gekozen weg werkelijk te verantwoorden vanuit Gods Woord.

Opgemerkt 3: ‘De dag van het oordeel’ waarop door het vuur zal blijken wat het werk van voorgangers (en hun hoorders!) waard is, die zullen we niet alleen op de dag van het ‘laatste oordeel’ betrekken. We kunnen die zeker ook betrekken op moeilijke tijden voor de gemeenten/kerken en daarom ook op de tijd waarin we nu leven in de westerse wereld. De leegloop (én ‘overloop’) van de kerken en de moeiten die onze generaties ‘vandaag’ treffen (jong én oud), die kunnen we zeker ook een vuurproef noemen. En het ziet er niet naar uit dat dit oordeelsvuur al aan het verminderen is. Dat moet ons des te meer bepalen bij de vraag: Bouwen wij in onze gezinnen en gemeente(n)/kerken met de ‘kostbare materialen’ van Gods Woord zelf, of genieten we liever van wat we met hout, hooi en stro er zelf van weten te maken of laten maken? En dat laatste kan beslist allemaal heel vroom en indrukwekkend schijnen! In de laatste hoofdstukken (H10-13) van de tweede brief aan de Korintiërs worden we ook daar nog weer uitdrukkelijk bij bepaald en dat moest Paulus deze gemeente nog weer schrijven, ondanks dat hij toch eerder al zijn ‘hoorders’ uitdrukkelijk had voorgehouden in zijn eerste brief: Laat niemand zichzelf bedriegen. Wanneer iemand van jullie denkt dat hij in deze wereld wijs is, moet hij eerst dwaas worden…’ (zie 1 Korintiërs 3 : 18-23).

Zie ook deze blogs: ‘Kom ga met ons en doe als wij… (Extra I)’ en (Extra II)

Bron citaten: RD Commentaar – ‘Over welke drempel stap je als je bij Mozaiek binnengaat?’ – door hoofdredactie RD

Of er op dat fundament nu verder wordt gebouwd met goud, zilver en edelstenen of met hout, hooi en stro, van ieders werk zal duidelijk worden wat het waard is.’ (Uit 1 Korintiërs 3 de verzen 12-13)

Bron afbeelding: The Bible Way

Geplaatst in Geen categorie | Plaats een reactie

‘Kom ga met ons en doe als wij…’ (Extra II)

Met het oog op degenen die zichzelf rechtvaardig vinden en anderen minachten, vertelde Hij de volgende gelijkenis.’ (Uit Lukas 18 vers 9)

‘Gemeente soms aanspreken op haar beste deel’…

Geciteerd 1a (Voorganger Ten Brinke): Ook in jouw kerk groeten veel predikanten de gemeente toch met: Geliefde broeders en zusters? Ook Paulus spreekt de gemeenten aan wie hij brieven schrijft zo aan.”
Geciteerd 1b (Ds. Van den Berg): „Zeker. Ook wij spreken de gemeente soms aan op haar beste deel, wat niet betekent dat we de hele gemeente als ware gelovigen zien.
Opgemerkt: Hoe kan (en durft) deze dominee dit in/over een gedoopte gemeente zeggen: ‘haar beste deel’. Ongelooflijk!!! Dat ‘beste deel’ dat meenden de Schriftgeleerde en Farizeeën* in de synagogen van hun tijd ook aan te kunnen wijzen…
* Zie Matteus 21 vers 31.

Geciteerd 2a (Van den Berg): Jullie hebben het vaak over een ontmoeting hebben met God. Dat is mooi, want in zekere zin gaat het daar in het geloof ook over. Maar wat houdt zo’n ontmoeting nu in? Hóé raak je verbonden met Christus? Daarin moet je mensen de weg wijzen en ook hun schuld benoemen. In het verlangen dat zij leren steunen op het objectieve heil, dat vast ligt in Christus. Als je die dingen niet doet, laat je in mijn beleving –sorry voor de scherpe verwoording– mensen uiteindelijk toch in de kou staan.”
Opgemerkt 2a: ‘Hoe raak je verbonden met Christus’? En dat je afvragen in een gedoopte gemeente waar onze Heer aan alle gedoopte gelovigen – jong en oud – Zich verbonden heeft.

Geciteerd 2b (ten Brinke): „Als het zo zou zijn zoals jij zegt, nou, dan vind ik dat wel ernstig! Kijk, ik geloof niet dat we bij Mozaiek mensen in de kou laten staan. We willen ze brengen bij de Bron, bij Christus. Zoals de Samaritaanse vrouw*, in Johannes 4, bij de bron en bij Jezus kwam. Dat is altijd de beste plek om te zijn.
Opgemerkt 2b: Niet de Samaritaanse vrouw kwam bij Jezus, maar Jezus kwam bij de Samaritaanse vrouw. De Vader bracht onze Heer bij deze vrouw, dat valt onmiskenbaar te lezen in de verzen 34-38 van Johannes 4. En God voegt nog altijd weer mensen toe en dat gebeurd in bestaande gemeente ‘heel gewoon’ al door onze kinderen te (laten) dopen. En wij matigen ons geen oordeel of zij (al) tot het ‘beste deel’ van de gemeente horen of niet. Bij het (geestelijk) opgroeien en volwassen worden, wijzen wij elkaar als broeders en zusters waar nodig wel terecht (zie o.a. Romeinen 15 vers 14)

Geciteerd 3a (Van den Berg): „Ik denk dat wij hetzelfde verlangen hebben, namelijk om het Evangelie dicht bij de mensen te brengen. Dat verbindt ons. Het verlangen om mensen echt te bereiken. Dat proef ik bij jullie en dat lees ik op jullie website. Iedereen is welkom bij jullie. Je mag komen zoals je bent.

Geciteerd 3b (Dietrich Bonhoeffer): Gods Woord zoekt een gemeente om die aan te nemen. Dat Woord is het essentiële in de gemeente. Dat Woord komt op eigen kracht (dat is: door de kracht van de heilige Geest) de gemeente binnen (niet alleen de oren maar ook de harten, waar het wil groeien en vruchtdragen). Het heeft een eigen beweging naar de gemeente toe. Het is niet zo dat er aan de ene kant een woord, een waarheid is, en aan de andere kant een gemeente, en dat een prediker nu dit woord moet nemen, hanteren en richten op de gemeente, het op de gemeente toepassen. Veeleer gaat het Woord deze weg geheel op eigen kracht; de prediker kan en moet niets doen dan deze eigen beweging van het Woord dienen, er niets aan in de weg stellen. Het Woord gaat uit om mensen aan te nemen; dat wisten de apostelen en dat maakt hun prediking uit.
> Zie de hierboven geciteerde woorden van Dietrich Bonhoeffer binnen een geheel van citaten in deze blog.

Geciteerd 4 (Rianne Vd Spek-de Pater): Pietje mist het één bij Jantje, en Jantje mist het ander bij Pietje…..bij de één is het teveel ellende, en bij de ander te veel dankbaarheid…. Kijk niet naar wat je van elkaar scheidt, maar naar wat je aan elkaar bindt! Was niet elkaars oren, maar wel elkaars voeten!
Opgemerkt 4: Er is toch ook het elkaar in liefde terechtwijzen?! Lees de brieven aan de gemeente in Korinte en Galatië en de Hebreeën er maar op na. En Paulus rekende erop dat men dat ook zelf zou gaan doen, dat men zo thuis raakte in Gods Woord, dat men dat binnen een gemeente en zo nodig ook in breder verband zou doen (Romeinen 15 vers 14). Onze Heer Zelf heeft in de brieven aan de zeven gemeenten in Klein Azië laten horen hoe nodig het kan zijn om terecht gewezen te worden. ‘Op sterven na dood’ hoort de gemeente van Sardes, die blijkbaar overal een goede naam had. En Hij gaat er desondanks vanuit dat ze daar nog ‘oren hebben om te horen’.

Zie ook de blogs ‘Kom ga met ons en doe als wij… (Extra I)’ en (Extra III)

Ik weet wat jullie doen. ik heb ervoor gezorgd dat de deur voor jullie openstaat, zonder dat iemand hem kan sluiten. Want ook al hebben jullie weinig invloed, jullie zijn trouw gebleven aan wat Ik heb gezegd en hebben Mijn Naam niet verloochend.’ (Uit Openbaring 3 vers 8)

Bron afbeelding: Only Savior Jesus

Geplaatst in Geen categorie | Plaats een reactie