Overvloediger gerechtigheid…

Abraham ging op weg, naar het woord dat de Heer tot hem gesproken had.’ (Uit Genesis 12 vers 4)

Geciteerd: Het geloof is een verandering en vernieuwing van onze hele menselijke natuur. En wel zó: dat ogen, oren en het hart zelf, totaal anders horen, zien en voelen dan bij andere mensen het geval is. Want het geloof is een levende en machtige zaak, het is zeker geen slaperige en werkeloze gedachte (1). Het zweeft en drijft niet boven het hart als een gans óp het water, maar het is als het water dat door en door met vuur verhit en verwarmd is; hoewel het wél water blijft, het is toch niet meer koud maar warm. Het is nu een geheel ander water geworden. Op deze manier werkt het geloof dat de Heilige Geest ín ons werkt, een ander hart, gemoed en verstand, en maakt zó een geheel nieuwe mens.
Daarom is het geloof een bezig, moeilijk en machtig ding, en als je daar op een goede manier over wilt spreken, dan is het meer een onderwerping [=passief], dan een werkzaamheid [=actief]. Want het veranderd [zonder ons toedoen (2)] hart en verstand. En waar het verstand zich aan het zichtbare pleegt te houden, daar grijpt het geloof de dingen aan die je met je ogen niet kunt zien; houdt die, tégen alle verstand (en alle zichtbare dingen om ons heen) in, voor zichtbaar en aanwezig. Dat is dan ook de reden dat het geloof niet ieders ding is (3), zoals bijvoorbeeld het gehoor, want maar weinigen zijn gelovig (4). Velen (een meerderheid)* daarentegen houden zich liever aan de zichtbare dingen, die je kunt voelen en grijpen, dan aan het Woord.
[Maarten Luther: WA 42, 452, 14-27]
* Hier stond ‘De grote massa’. Maar dat doet me toch teveel denken aan de woorden van de Schriftgeleerden en Farizeeën die spraken over ‘de schare die de wet niet kent’. Maar Jezus zag in die ‘schare’ arme dwalende schapen zonder goede herders…

(1) We kunnen zeker stellen dat het geloof ook al een werkzame kracht was in het leven van de jonge Luther. Dat maakte dat hij tegen advies van zijn vader koos voor het leven in een klooster. En ook al de aanvechtingen en wanhoop gedurende dit kloosterleven kwamen voort uit geloof, alleen was toen het probleem dat hij Gods Woord nog niet goed gelezen en begrepen had. Zijn niet aflatende zoektocht in Gods Woord werd beloond. En daardoor kon/mocht ook hij op een gegeven moment (1521 te Worms) zeggen/belijden: ‘Ik ben wijzer dan al mijn leermeesters‘ (zie Psalm 119 vers 99)
(2) We zullen wel de ons geschonken middelen blijven gebruiken en het werk van de Heilige Geest daarmee niet weerstaan. Het geloof is ook een leerproces. Zie het leven van Abraham en Sara.
(3) Of dat het geloof door dwaalleer en dwaalleraars niet zo werkzaam is als dat het zo kunnen en behoren te zijn – waar Luther mee geworsteld heeft en waar onze Heer tegen gestreden heeft tijdens Zijn leven hier op aarde.
(4) Zie hierbij Jakobus 2 : 14-26.

Want Ik zeg jullie: als jullie gerechtigheid niet groter is dan die van de Schriftgeleerden en de Farizeeën, zullen jullie zeker het koninkrijk van de hemel niet binnengaan.’ (Uit Matteüs 5 vers 20)

Bron afbeelding: Knowing Jesus

Geplaatst in Geen categorie | Plaats een reactie

‘Een stok om mee te slaan’? *

Ik zeg jullie, mijn vrienden, vreest hen niet, die het lichaam doden en daarna niets meer kunnen doen. Ik zal jullie tonen, Wie voor Wie jullie ontzag zullen hebben. Vreest Hem, Die, nadat Hij gedood heeft, macht heeft om in de hel te werpen. Voorwaar, Ik zeg jullie, vreest Hem! (…) Wanneer zij jullie brengen voor de synagogen en voor de overheden en de machthebbers, maakt je niet bezorgd, hoe of wat je ter verdediging zult zeggen. Want de Heilige Geest zal je op het daarvoor geëigende ogenblik leren, wat er dán gezegd moet worden.‘ (Uit Lukas 12 de verzen 4-5 en 11-12)

Geciteerd 1: „De Brès, een rondtrekkende prediker, schreef ”Le baston” (1) als een handboek voor zijn gemeenteleden, die verspreid in de Zuidelijke Nederlanden woonden. Zeg maar tussen Antwerpen en Lille. Ze moesten zich verdedigen tegen de rooms-katholieke overheid, weerbaar zijn, maar ook de confrontatie kunnen aangaan.

Opgemerkt 1: Moesten de gelovigen werkelijk zo weerbaar zijn en hun RK-medegelovigen of zelfs de inquisiteurs de mond kunnen snoeren of werd er toch een andere houding van hen gevraagd? Was een eenvoudig getuigenis, zoals zij dat zelf zo nodig zouden kunnen geven, niet genoeg? Maarten Luther heeft bijvoorbeeld juist helemaal niet zo willen benadrukken dat de ‘Paapse mis’ wel ‘vervloekte afgoderij’ genoemd moest worden. De Augsburgse Confessie zocht juist de eenheid met de RK en haar gelovigen te benadrukken en te behouden. (2)

Geciteerd 2: Er verschenen meer boeken met citaten van kerkvaders, onder anderen van Martin Bucer en Thomas Cranmer. Hoe uniek is dat van De Brès? „Niet uniek, want dergelijke bloemlezingen van Bijbelteksten en citaten van kerkvaders waren een bekend genre: ”florilegia”. De uitgave van De Brès is wel weer interessant omdat het een versie voor de gewone man is, in de volkstaal geschreven. Hij populariseerde deze boeken.

Opgemerkt 2: Het stemt me helemaal niet zo vrolijk en blij, te horen dat Guido de Brés zo terugvalt op citaten van kerkvaders (die hij blijkbaar voor het merendeel niet eens zelf gelezen heeft). We weten dat Maarten Luther zich op de rijksdag te Worms – waar zelfs de hele geleerde kerkelijke wereld van die dagen bijeengekomen was – niet heeft beroepen de kerkvaders – daar konden ze nog jaren over discussiëren, hoe je die ‘lezen’ moest – maar op wat Hij uit Gods Woord Zelf geleerd had. En dat kon en wilde hij niet herroepen. En nu zouden allerlei pas bekeerde leken zich met citaten van kerkvaders tegen de inquisiteurs moeten verweren?

Geciteerd slot: In verschillende paragraafjes heeft De Brès vervolgens de eigenschappen van God in kaart willen brengen.

Opgemerkt slot: Wanneer de gelovigen dat in kaart brengen van de eigenschappen van God nodig zouden hebben gehad, dan hadden onze Heer en/of de apostelen dat wel voor ons gedaan, maar die komen er niet mee aanzetten. Gods Woord dat verkondigd wordt in en aan de gemeente is levend en krachtig in de harten van de (gelovige) hoorders door het werk van de Heilige Geest! (3)

* Gods Woord is een stok en staf voor de schapen om ze te corrigeren, niet een hulpmiddel dat schapen kunnen gebruiken om wolven mee te verslaan. Daar kunnen de schapen maar beter voor vluchten. En wanneer ze dan toch weerloos en verwond onder de bekken van de wolven neerliggen, kunnen ze maar beter het voorbeeld van hun Heiland navolgen.

(1) Wat zeg je als protestant tegen inquisiteurs die je over het heilig avondmaal of de rechtvaardiging door het geloof ondervragen? Guido de Brès schreef er een handzaam boekje voor: ”Le baston de la foy chrestienne”, de stok of staf van het christelijk geloof.
(2) Zie deze blog: nr 6 uit een serie van 8.
(3) Zie hierbij 1 Korintiërs 14 : 25-25 en Hebreeën 4 : 12

Prof. Moehn bestudeerde de tekst van ”Le baston” tot op de punten en komma’s. Waarom koos De Brès voor bepaalde onderwerpen, hoe beschreef hij die, waar kwamen zijn citaten vandaan en hoe werd het boek gebruikt? Ruim tien jaar werkte de bijzonder hoogleraar geschiedenis van het gereformeerd protestantisme vanwege de Gereformeerde Bond aan de Protestantse Theologische Universiteit in Amsterdam aan de eerste wetenschappelijke uitgave van ”Le baston”. Het boek, met de oorspronkelijke teksten en Engelstalige aantekeningen, telt zo’n 1200 bladzijden en verschijnt eind deze maand bij de gerenommeerde uitgever Librairie Droz in het Zwitserse Genève.

PS. 
In een artikel hierover in de Waarheidsvriend (16/2024, 18 april) valt te lezen: ‘Het is de hoogleraar wel opgevallen dat de Brès zich in de Geloofsbelijdenis veel minder op de kerkvaders beroept dan we zouden verwachten op basis van zijn studie naar de kerkvaders.” Is er misschien sprake geweest van voortschrijdend (Bijbels) inzicht bij Guido de Brès?

Bron citaten: RD Kerk 7 religie – ‘De Brès’ stok van het geloof is soms om mee te slaan’ – door Maarten Stolk.

Bron afbeelding: WMTLC Fear Busters

Geplaatst in Geen categorie | Plaats een reactie

Over sociale (en gemeentelijke/kerkelijke) uitsluiting…

Nabots stadsgenoten en, de oudsten en aanzienlijksten van zijn woonplaats, deden wat Izebel hun had opgedragen in de brieven die ze had gestuurd. Ze kondigden een vastendag af en lieten Nabot vooraan zitten toen het volk samenkwam. Twee mannen namen tegenover hem plaats en beschuldigden hem ten overstaan van het volk van godslastering en majesteitsschennis. Daarop werd hij buiten de stad gebracht en gestenigd.‘ (Uit 1 Koningen 21

Geciteerd 1: (Chernobyl, april 1986) – Uiteindelijk kloppen ze toch maar aan bij de West-Duitsers voor een opafstand bestuurbare grijper die ze per helikopter op het dak zetten. Alleen valt vrijwel onmiddellijk de besturing uit. Wat blijkt? De Russen hebben de propagandacijfers over de hoeveelheid straling aan de Duitsers doorgegeven; tenminste vijf keer lager dan de gemeten straling. Op de bank schoot ik (1) in een onbedaarlijke lachstuip, terwijl de scène niet per se grappig was.
Een dag later daalde langzaam in waar mijn lachbui vandaan kwam. De houding van de apparatsjiks die zich in allerlei bochten wringen om de feiten in hun ideologie in te passen, lijkt erg op hoe wij in Nederland omgaan met de overweldigende hoeveelheid wetenschappelijke bewijzen over de risico’s van onze intensieve, technologische landbouw. De negatieve effecten van stikstof zijn, net als straling, niet onmiddellijk zichtbaar. Het gaat voornamelijk om een verstoring van de mineralenbalans in de bodem die pas later, indirect, zichtbaar wordt in natuurkwaliteit.

Geciteerd 2: Zoals je in Rusland geen twijfels mocht uiten over de ‘superieure’ nucleaire technologie, zo mag je in Nederland onze ‘hoogwaardige technologische landbouw’ niet ter discussie stellen. Ook hier zijn er gelukkig gradatieverschillen, maar het taboe is duidelijk en radicalisering is de trend. In veel gevallen blijft het niet bij sociale uitsluiting of kleine pesterijen; steeds vaker gaan er brieven op hoge poten naar leidinggevenden van wetenschappers die de dogma’s van de intensieve landbouw ter discussie stellen of hinderlijk blijven publiceren over de negatieve effecten van de massaproductie op biodiversiteit en gezondheid. Het aantal bedreigingen en intimidaties neemt toe en de knokploegen parkeren steeds vaker hun trekkers bij kennisinstellingen en sinds kort ook bij supermarkten die gezonde en plantaardige alternatieven promoten. Hoe durven ze! De Pravda van de intensieve veehouderij moet overeind gehouden worden, niet met feiten of met onderzoek, zelfs niet met verontwaardigde retoriek, maar met ouderwetse terreur.

Geciteerd slot: En wanneer de politieke fantasie systematisch zwaarder gewaardeerd wordt dan degelijk wetenschappelijk onderzoek, ontspoort de samenleving en gaan wij met ons ‘vrije Westen’ het communisme achterna: implosie, corruptie, polarisatie. Als we dat willen omzetten in een gezonde voedseltransitie, dan moeten we de belangenverstrengeling ontvlechten. Want driekwart eeuw landbouwpolitiek leert dat je geen communisme nodig hebt om een meltdown te organiseren.

Opgemerkt: Hoe gaan we in de christelijke gemeenten/kerken om met mensen die zich tegen het beleid van ‘hogerhand’ verzetten op basis van een gedegen kennis van Gods Woord en de geschiedenis van de kerken. Willen we ook daar de beleidmakers met hun ‘reigieuze dromen/fantasieën’ (of deze nu van orthodoxe of meer van vrijzinnige aard zijn) zwaarder waarderen en zo nodig met allerlei (ook ongeoorloofde) middelen beschermen tegen kritiek en critici of durven we ons nog tegen deze machthebbers en de macht die ze kunnen uitoefenen te verzetten?

PS. Zullen we christelijke gemeenten met hun pastoraat niet hebben te zien als boerenbedrijfjes (en niet als bedrijven met megastallen) die elk landbouw en veeteelt hebben te (blijven) bedrijven volgens de principes van hun ‘Landsheer’, Die hen zowel de grond als de dieren in pacht gegeven heeft en dat met een verantwoordelijkheid voor elk stukje land en elk dier waarvoor ze zorg dragen*. Die verantwoordelijkheid en zorg kan dus niet overgedragen/overgelaten worden naar/aan een collectieve instanties (lees: kerkelijke synodes) of aan (gemeentelijke/kerkelijke) beleidsmakers die op hun boerenbedrijf(jes) niet (meer willen) werken volgens de principes van hun ‘Landsheer’. Waar de principes van de ‘Landsheer’ niet (meer) gevolgd en (dus) geschonden worden, daar mogen/zullen zelfs ‘de dieren’ protest aantekenen.
* Dat zijn (dus) ook de (gelovige) homofiele broeders en zusters waar het pastoraat en heel de (lokale) gemeente zorg voor dragen.

(1) Sander Turnhout is strategisch adviseur bij SoortenNL en is gepromoveerd op natuurmonitoring. Hij schreef onder meer Dan staat het gras als liefde: Een toekomst voor natuur in Nederland

Bron citaten: De groene Amsterdammer (via Blende) – ‘Pesticiden schadelijk? Welnee joh’ – door Sander Turnhout

Bron afbeelding: De cartoons van Westrate

Geplaatst in Geen categorie | Plaats een reactie

Over opvoedkundige (dank)gebeden…

Ik dank mijn God altijd voor jullie, omdat Hij jullie in Christus Jezus Zijn genade heeft geschonken. Door Hem zijn jullie in elk opzicht rijk geworden. (…) Hij is het ook Die jullie tot het einde toe de zekerheid geeft dat jullie geen blaam zal treffen op de dag van onze Heer Jezus Christus. God, door Wie jullie geroepen zijn om één te zijn met Zijn Zoon Jezus Christus, is trouw.‘ (Uit 1 Korintiërs 1 uit de verzen 4-9)

Geciteerd: Alles kan goed gaan, alles kan fout gaan. Ons rest niets anders dan een klein, fijn opvoedgebed: God, ik doe mijn best, doet U alstublieft de rest.

Opgemerkt 1: Alles is volbracht. God heeft niet nog een ‘rest’ te doen, nadat wij ons best hebben gedaan. Wij zullen zelf door het geloof leven uit en van dat volbrachte werk van onze Heer Jezus Christus en ook onze kinderen zullen dat doen door de kracht van de Heilige Geest Die hen gegeven is. Wij zullen ‘heel gewoon’ (iedereen kan dat) gelovig en trouw de door God gegeven en beschikbare middelen hebben te gebruiken en dan mogen ouders (en kinderen) op allerlei gebied zo hun beperkingen en zonden hebben, maar daar laat de Heilige Geest zich heus niet door belemmeren, want Hij ziet ons geloof aan.

Opgemerkt 2: Wanneer we lezen hoe Paulus ‘zijn kinderen’ (zie 1 Korintiërs 4 : 14-15) toespreekt in de eerste vier hoofdstukken van de eerste Korinthe brief, dan horen we dat hij de gelovigen op het hart drukt – wat hun tot geloof komen betreft – dat ze niets aan zijn persoon en de kwaliteiten van zijn werk moeten toeschrijven. Het is de Heilige Geest geweest Die bij hen het geloof in hun harten gewerkt heeft. Daarom moeten ze in de gemeente dan ook niet de ene apostel (of een bepaalde medewerker van hen) boven de ander gaan stellen wat de verkondiging van het Evangelie betreft. En zo mogen ook de gelovige ouders weten dat ze zich niet hoeven af te meten aan anderen (en dat ook hun kinderen dat niet zullen doen). Ze mogen gewoon op hun manier de door God gegeven en beschikbare middelen in en met hun gezin gebruiken. En dan zal God het zijn die het geloof zal (blijven) werken in de harten van ouders en kinderen en zo zal er ook geloofsgroei plaats kunnen vinden en mogen ze/we de vruchten van het geloof verwachten – en met geloofsogen opmerken en zien – in het leven van henzelf en hun kinderen. Natuurlijk zullen ze ook oppassen voor ‘verachteren in de genade’ door een slordig/nalatig (ipv trouw) gebruik van de middelen en/of door vasthouden aan een verkeerde/zondige levensweg.

Opgemerkt slot: Wil hier nog wijzen op het bidden in onze gemeenten/kerken. Ook daar zullen we niet zo hebben te bidden en zingen dat het klinkt als ‘Wij doen ons (‘stinkende’) best, God doet U nu, als’t U belieft, de rest’. Wij kunnen veel leren van de dankgebeden die Paulus uitspreekt aan het begin van zijn brieven. God schiet niet tekort in wat Hij ons, ook als gemeente(n) aan gaven toebedeelt. Wij zullen die gaven goed leren gebruiken, en daartoe is het onderwijs van Gods Woord op de zondagen een van God gegeven middel dat we trouw zullen hebben te gebruiken en dat we niet zonder gevolgen – voor onszelf en onze kinderen – kunnen nalaten.

Bron citaat: Annemarie van Heijningen-Steenbergen in een column in het ND.

Breng dus met vreugde dank aan de Vader. Hij stelt jullie in staat om te delen in de erfenis die alle heiligen wacht in het licht. Hij heeft ons gered uit de macht van de duisternis en overgebracht naar het rijk van Zijn geliefde Zoon, Die ons verlossing heeft gebracht, de vergeving van onze zonden.’ (Uit Kolossenzen 1 de verzen 12-14).

Bron afbeelding: SlidePlayer

Geplaatst in Geen categorie | Plaats een reactie

Een (ware) christelijke kerk met enkel heiligen – benauwende gedachte?

Maar wanneer jullie door de Geest geleid worden, zijn jullie niet onderworpen aan de wet.‘ (Uit Galaten 5 vers 18)

Geciteerd: Er zijn altijd maar weinig goede leerlingen van het Evangelie geweest. Velen zijn weliswaar geroepen, en velen horen het en weten er veel over mee te praten (juist niet in het minst de leidinggevende figuren in de kerk!), maar weinigen zijn uitverkoren, die in geduld vrucht voortbrengen. Want het geloof is niet ieders ding. Daarom, waar deze huichelaars met hun eigen geest heen willen, daar hoop ik niet te komen. De barmhartige God moge mij bewaren voor een christelijke kerk waar enkel heiligen zijn.
Ik wil in de kerk (de gemeente van Jezus Christus!) en onder het hoopje (gelovigen) zijn en blijven waar bevreesden, zwakken en zieken zijn. Bij hen wil ik blijven die hun zonden, ellende en jammer erkennen en voelen. Die ook zonder ophouden tot God om troost en hulp hartelijk zuchten en roepen, en de vergeving van zonden geloven. Bovendien blijf ik bij hen omwille van het (gepredikte en te prediken) Woord, dat ze rein en onvervalst (willen) leren en belijden en waarom ze ook vervolgingen uitstaan.
De satan is een listige boef. Hij wil door zijn geestdrijvers de eenvoudigen voorhouden dat het niets gedaan is met de (eenvoudige en doorgaande!) prediking van het Evangelie. Ze zeggen: ‘Het moet anders worden aangepakt! We moeten een heilige wandel hebben, het kruis dragen en veel vervolging lijden.’ Door deze valse schijn van eigenwillige heiligheid, die tegen Gods Woord is, worden velen verleid. Maar onze heiligheid en onze gerechtigheid is Christus alléén in Wie wij volmaakt zijn.
[Maarten Luther: WA 46, 583, 4-23]

Opgemerkt 1: Neemt u/nemen jullie nu in gedachten de gemeente van Korinthe waaraan Paulus zijn eerste brief schrijft. Dat waren bijna nog ongeestelijke mensen (zie 1 Korintiërs 3 : 1-4) en toch mogen ze zich rijk rekenen (rijk weten door Doop en geloof). En de apostelen kwamen niet aanzetten met een dik boek met dogmatiek of met gemeente ethiek, maar ze onderwezen de gemeente(n) in Gods Woord (OT) en ‘braken het brood’ met hen, zoals ze dat van hun Heer door de Heilige Geest geleerd hadden. Desondanks stonden er al heel snel mensen op in de gemeente van Korinthe, die van een heel andere aanpak wisten, dan die Paulus zijn opvolgers Timoteüs (zie 1 Timoteüs 4 : 11-16 en 2 Timoteüs 4 : 1-5) en Titus (zie Titus 2 : 1 en 3 : 1-8) voorhield. We horen Paulus dan ook ernstig waarschuwen tegen die geestdrijvers in de gemeente van Korinthe (m.n. in 2 Korintiërs 10 t/m 13).

Opgemerkt 2: Na de Lutherreformatie zaten de kerken vol met ‘zuigelingen in het geloof’ (zie 1 Korintiërs 3), aan wie nu – doordat de prediking van Gods Woord weer teruggebracht was in de kerkgebouwen (beter: in de samenkomsten van de gemeente, je kon het toen geen erediensten noemen, dan kon je maar beter in de RK blijven!) – door de beschikbare predikers met ‘engelengeduld’ (1) weer het Evangelie onderwezen zou gaan worden. Helaas is er van dat engelengeduld niet zo heel veel terecht gekomen. Al snel waren er dikke boekwerken in omloop, waarin ‘de nieuwe leer’ (en bijbehorende praktijken) – die men beleed en waaraan men zich voortaan maar te houden had – uitgebreid (2) en haarfijn uit de doeken werd gedaan en waarmee anderen (nog ‘andersdenkenden’) naar de ‘verdachtenbank’ (of erger) konden worden verwezen. (3)

Opgemerkt 3: Het ‘Homo-rapport’ van de NGK-synode wil ik ook zien/typeren als een werkstuk van theologen (ook een dik boekwerk) waar de gemeenten van Christus niet om (wel mee!) verlegen zaten/zitten. En natuurlijk zijn er altijd nog anderen die daar weer (dikke) ‘werkstukken’ van theologen tegenover willen en kunnen zetten.

(1) Zie hoe de voorgangers van de gemeenten door onze Heer aangesproken worden in de zeven brieven (Openbaring 2-3).
(2) Vele malen uitgebreider dan in de Twaalf Artikelen.
(3) Zie deze blogserie waarin dat gebrek aan geduld met elkaar in de ‘reformatie-kerken’ aan de orde komt: ‘Apostolische wijsheid en geduld versus ‘dwepers en drijvers’‘.

Bron citaat: ‘Vrees niet, geloof alleen’ – Meditatie ‘De eigenwillige godsdienst’ (20 april) – Den Hertog uitgeverij (2019)

Volg dus het voorbeeld van God*, als kinderen die Hij liefheeft, en ga de weg van de liefde, zoals Christus, Die ons heeft liefgehad en Zich voor ons gegeven heeft als offer, als een geurige gave voor God.‘ (Uit Efeziërs 5 de verzen 1-2)
* Titus 3 : 1-8!

Bron afbeelding: NIV Bible

Geplaatst in Geen categorie | Plaats een reactie

‘Het lijkt een hechte Bijbelkring’…

Hebben wij jullie niet nadrukkelijk verboden de naam van deze Jezus nog te gebruiken en onderricht over Hem te geven? En toch verspreiden jullie Zijn leer in heel Jeruzalem en jullie stellen óns aansprakelijk voor de dood van deze man.‘ (Uit Handelingen 5 vers 28)

Geciteerd 1: Op het podium van de kerk bidden ze zij aan zij: “Onze Vader die in de hemelen zijt …” Het lijkt een hechte Bijbelkring, maar het zijn daders en overlevenden van de genocide. De verzoeningsgroep praat maandelijks over schuld en schaamte, over vergeving en verzoenen.
“Ik was 24 toen de genocide begon”, vertelt Julienne (1). “Mijn man en ik konden allebei vluchten, maar belandden in verschillende plaatsen. Slechts vier mensen van mijn familie overleefden het. Ik heb ook broers en zussen verloren.
Als overlevende is het heel moeilijk om samen te leven met daders van de genocide. Inmiddels kan ik dat beter, onder andere doordat ik trainingen heb gevolgd over heelheid en eenheid.”

Geciteerd 2: De leden van de groep ondernemen ook activiteiten zodat ze leren om weer samen te leven. “Toen ik hoorde dat er een verzoeningsgroep in mijn kerk kwam, was ik heel blij. Ik dank God hiervoor, en ook de dominee, want hij kwam met het idee. Verzoening is belangrijk omdat mensen weer heel moeten worden. Ook ons land moet weer één worden, zoals voorheen. En als ík niet vergeef, hoe kan God mij dan vergeven? Vergeving geeft bovendien verlichting.
Verzoening is een lang proces, ook in onze groep. Mensen schamen zich voor wat ze gedaan hebben. Sommigen van hen zijn nog niet klaar om zich open te stellen.”

(1) Julienne Mukabandora (53) overleefde de genocide in Rwanda in 1994, toen in een paar maanden tijd meer dan 1 miljoen slachtoffers vielen. Ze is nu lid van een verzoeningsgroep in haar kerk, de presbyteriaanse kerk in Gihinga.

Lees dit artikel in Petrus (PKN) over verzoening via deze link.

Hoewel ze geen enkele grond voor een doodvonnis konden vinden, drongen ze er bij Pilatus toch op aan Hem terecht te stellen.’ (…) ‘Wij verkondigen jullie het goede nieuws dat God Zijn belofte aan onze voorouders in vervulling heeft doen gaan ten behoeve van hun kinderen – ten behoeve van ons – doordat Hij Jezus tot leven heeft gewekt.’ (…) ‘Jullie moeten weten, broeders en zusters, dat het dankzij Hem is dat de vergeving van de zonden jullie verkondigd wordt; iedereen die op grond van de wet van Mozes geen vrijspraak kon krijgen, wordt door Hem geheel vrijgesproken, mits diegene gelooft.’ (Paulus aan het woord in de synagoge in Antiöchie, Handelingen 13 uit de verzen 26-41)

Bron afbeelding: Pinterest

Geplaatst in Geen categorie | Plaats een reactie

Schoenmaker(s) blijf bij je leest!

Jullie hebben ook gehoord dat destijds tegen het Godsvolk werd gezegd: “Leg geen valse eed af, voor de Heer, gedane geloften moeten worden ingelost.” En ik zeg jullie dat je helemaal niet moet zweren, noch bij de hemel, want dat is de troon van God, noch bij de aarde, want dat is Zijn voetenbank, noch bij Jeruzalem, want dat is de stad van de grote koning; zweer evenmin bij je eigen hoofd (of verstand/wijsheid), want je kunt nog niet één haar zwart of wit maken. Laat jullie ja ja zijn (1), en jullie nee nee; Wat je daaraan toevoegt (of afdoet) komt voor uit het kwaad.‘ (Uit Matteüs 5 de verzen 31-37)

Geciteerd: Een scheiding gaat altijd gepaard met rouw en schuldgevoel. Dat komt indringend naar voren in de podcast Gebroken gelofte van deze krant. Kerken die vasthouden aan de onwrikbare huwelijksbelofte die eens werd uitgesproken, laten daarom (pastorale) kansen en verantwoordelijkheden liggen om de gebrokenheid van de wereld, die ook in een liefdesrelatie ervaren kan worden, een plek te geven. Predikant Sytze de Vries pleitte al in 2005 voor een kerkelijk echtscheidingsritueel. De Protestantse Kerk in Nederland reikt in haar Dienstboek alleen enkele gebeden aan, maar daar blijft het bij.

Opgemerkt: Het pastoraat behoort terughoudend te zijn en m.i. zelfs te weigeren om te zeggen dat een huwelijk duurzaam ontwricht is en dat echtscheiding de enige oplossing is. En ze zullen zeker nalaten om met één van de partners (‘partijen’) mee te gaan werken om de echtscheiding te versnellen en snel z’n beslag te doen krijgen.
Vergelijk het maar met een ernstig of zelfs ongeneeslijk ziek iemand. Dan gaat de kerkenraad ook niet doen alsof of zij de rol van een deskundig (ziekenhuis)arts moeten overnemen. Zij kunnen wel bidden voor ernstig of dodelijk zieke mensen, maar zij hoeven/hebben zich niet uit te spreken over de ernst of de dodelijkheid van de ziekte. Natuurlijk mogen zij best – dat wat de arts(en) hebben laten weten – onder de aandacht van de patiënt, de (evt.) partner en de familie brengen, maar dat is nog wat anders dan te gaan zeggen: ‘deze zieke zal niet meer genezen, bidden heeft geen zin’. Laten we eraan meewerken dat de patiënt zo spoedig mogelijk uit zijn (ondraaglijk) lijden verlost wordt.’
En bij dat laatste zouden ze nog vroom kunnen zeggen, ach, die partner heeft het zo zwaar en voor de kinderen is zulk lijden van de patiënt en partner ook zo moeilijk om aan te zien, nee hoor, als wij een goed woordje kunnen doen voor euthanasie, dan zullen wij dat bij de partner en kinderen en deskundigen zeker doen (zelfs aanraden) en de laatsten (de deskundigen) laten weten dat wij daar helemaal achter staan. Desnoods schrijft de voorzitter van de kerkenraad een ‘vriendenbrief’ (2) aan de patiënt om hem of haar te laten weten dat de kerkenraad helemaal achter het ‘toedienen’ van euthanasie staat en verwacht dat de patiënt zich door hem (hen!) laat gezeggen.

(1) Lees hierbij de woorden van de discipelen in Matteüs 19 : 10 in reactie op Jezus’ woorden.
(2) In onze echtscheidingszaak had de voorzitter van de kerkenraad zelfs het lef om mijn advocaat een brief te schrijven van deze strekking: Wij vinden het mooi dat u de patiënt blijft helpen, maar weet de kerkenraad een spoedige euthanasie van de patiënt nastreeft, u begrijpt wel dat de deskundigen en de artsen dit ook zullen voorschrijven (3).
(3) Bedoeld werd: Uw cliënt maakt bij de rechter geen schijn van kans met z’n hoger beroep, dus als u hem nog kunt helpen daar vanaf te zien, dan kunnen wij nu doorpakken met ‘ónze euthanasie’ op dit huwelijk. Maar ik had niet alleen mijn advocaat al eerder duidelijk genoeg laten weten dat ik mijn echtgenote en kinderen nog weer tijd wilde geven om van die euthanasie op ons huwelijk af te zien, maar zelfs dat werd me door de ‘hoge heren’ van de kerkenraad niet gegund!

> Leestips: Psalm 15, 41 : 7-10 en 101.

Heeft hij tot zijn schade gezworen, hij verandert het niet; hij leent zijn geld niet op woeker en aanvaardt geen geschenk tegen de onschuldige. Wie zó handelt zal nimmer wankelen.’ (Uit Psalm 15 uit de verzen 4-5)

Bron afbeelding: SlideShare

Geplaatst in Geen categorie | Plaats een reactie

De overheid als ‘zetbaas’ van de kerken?

Uiteindelijk bracht de stadssecretaris de menigte tot bedaren. Hij zei: “Efeziërs, er is toch geen mens die niet weet dat onze stad zorg draagt voor de tempel van de grote Artimis en voor het beeld dat uit de hemel gekomen is?“‘ (Uit Handelingen 19 vers 35)

Geciteerd 1: De overheid is als dienares van God (Romeinen 13:4) ook gebonden aan de eerste tafel van Gods wet. Hoe kan men dan haar zwaardmacht beperken tot de prediking van het Evangelie? Zij zou dan alleen met het zwaard ruimte moeten scheppen voor de prediking van het Woord van God en bijvoorbeeld godloochenaars in de openbare ruimte moeten laten begaan en afgodstempels moeten tolereren.

Opgemerkt 1: Het moet een Bijbellezer toch duidelijk zijn dat Paulus hier spreekt over de overheden waar de christenen van toen mee te maken hadden (een christelijke overheid was er in die tijd niet en ook ‘ondenkbaar’!). En dat waren overheden die godloochenaars in de openbare ruimte hun gang lieten gaan en die afgodstempels tolereerden en de schenners daarvan vervolgden. Dat hadden Paulus en Silas ‘aan den lijve’ ondervonden in Filippi. Toch durfden zij de overheidspersonen, die hen in Filippi ten onrechte gestraft hadden (door geseling en gevangenschap), te vragen hen alsnog recht te doen.

Geciteerd 2: De mening van De Brès wordt op pagina 129 van Van der Zwaags boek correct samengevat. Als de Woordbediening er niet in slaagt om de afgoderij en valse godsdienst te bestrijden, „dan is de overheid verplicht de bestrijding kracht bij te zetten, zij het wel met de restricties dat zij alleen mag weren op het publieke terrein en dat zij de doodstraf alleen ten uitvoer mag brengen voor hardnekkige ketters die ook een gevaar vormen voor de orde in de samenleving”. Schippers vergist zich dus wanneer hij De Brès aanvoert als bewijs voor zijn mening.

Opgemerkt 2: Want een onmogelijk ‘goed’ uitvoerbaar advies en plan (van Melanchton, Calvijn en de Brès). En dat zou ons door Gods Woord (aan)bevolen worden? Als eerste lukt het ‘de kerk’ (blijkbaar) niet om met het zwaard van de Geest de ketterij van haar leden weg te houden. En dan zouden de ‘goede predikanten’ wel kans zien om de overheidspersonen juist voor te lichten (in de kerk of in de overheidszalen en rechtszalen) en hén wel te overtuigen van ‘hun gelijk’, zodat de overheid alsnog zou moeten doen wat hen in de gemeenten/kerken niet lukt? Dwaze gedachte! En als het wel lukt, dan heeft ‘de kerk’ niets gewonnen!

Geciteerd 3: Melanchthon heeft in zijn ”De officio principum” (Over het ambt van de vorsten) uit 1539 de overheid de bewaakster van beide tafelen van de wet (custos utriusque tabulae) genoemd. Aan dit Bijbelse argument gaat Schippers geheel voorbij. Van dit belangrijke en breed verspreide geschrift verschenen in Genève twee Franse vertalingen (1544 en 1545), waarvan Calvijn de instigator en wellicht de vertaler is geweest. In 1553/1554 verscheen de eerste vertaling in het Nederlands. Zo heeft Melanchthon invloed uitgeoefend op Calvijn, op Beza en op de opsteller van de Nederlandse Geloofsbelijdenis, Guido de Brès, die in Genève gestudeerd heeft.

Opgemerkt 3: Heeft Melanchton zo’n grote autoriteit dat ieder voor ‘zijn theologie’ wel moet zwichten en geeft het feit dat Calvijn zijn visie ‘gepromoot’ heeft, de definitieve doorslag? We weten toch hoe Calvijn als predikant te Geneve een tekort aan Godsvertrouwen heeft laten blijken door woorden waarmee hij de gevangenneming en latere verbranding van Servet bij voorbaat sanctioneerde. Hij vreesde dat wanneer die gevangenneming van Servet niet op tijd gebeurde (1), de invloed van Servet op stadsbestuur en bewoners ertoe zou kunnen leiden dat hij opnieuw verbannen zou worden. En daar had hij geen behoefte aan, al beleed ook hij (vroom) dat hem ‘niets bij geval’ zou overkomen…

(1) Om als predikant alleen met vertrouwen op de zwaardmacht van het Woord tegen Servets ketterij en (mogelijk weer) opruiende woorden te moeten strijden, was hem blijkbaar (toen) toch teveel gevraagd.

Bron citaat: RD Opinie – ‘Overheid heeft wel degelijk taak in bestrijding ketterij’ – Drs. P.H. op ’t Hof

De gerechtsdienaars brachten deze woorden over aan de stadsbestuurders, die de schrik om het hart* sloeg toen ze hoorden dat Paulus en Silas Romeinse burgers waren. Dus gingen ze naar de gevangenis, spraken op vriendelijke toon tegen hen en lieten hen vrij met het verzoek uit de stad te vertrekken.’ (Uit Handelingen 16 de verzen 38-39)
* Dat zal een door God bewerkte schrik zijn geweest en daaraan zal de aardbeving, die de gevangenis op bijzondere wijze zwaar getroffen had, meegespeeld hebben. Voor God is niets onmogelijk, bleek daar ook weer.

Bron afbeelding: Pinterest

Geplaatst in Geen categorie | Plaats een reactie

‘Vroeger was waarheid wat de dominee zei’…

Als je mond belijdt dat Jezus Heer is en je hart gelooft dat God Hem uit de doden heeft opgewekt, zal je worden gered. Want de Schrift zegt: “Wie in Hem gelooft, komt niet bedrogen uit.”‘ (Uit Romeinen 10 de verzen 9-11)

Geciteerd 1: Daarnaast verzorgt de emeritus predikant van de gg in Houten daar nog de belijdeniscatechisatie. Dat houdt hem „in contact met de jonge generatie. Ik wil begrijpen hoe zij denken. Vroeger nam de jeugd aan dat het waarheid was wat de dominee zei. Het studeren maakt de jeugd kritischer dan vijftig jaar geleden.” Dat is niet alleen negatief, vindt de predikant. „Voorheen deden de mensen automatisch belijdenis rond hun 20e, 22e. Je moest je vragen opzeggen en er werd niet gevraagd: geloof jij in de Heere Jezus? Die periode is in veel gemeenten gelukkig voorbij. Jongeren moeten goed motiveren waarom ze belijdenis willen doen. Hier in Houten moeten ze ook opschrijven waarvoor ze zich in de gemeente willen inzetten.”

Geciteerd 2: Ook met ds. P. Blok, onder wie ik tot bekering ben gekomen en bij wie ik belijdenis heb gedaan, ben ik altijd goed gebleven. Hij kwam eens op het zendingsveld als deputaat. Op een grote steen hield hij een preek over „Komt herwaarts tot Mij, allen die vermoeid en belast zijt”. Ik zei tegen hem: „Nou Piet, zo ruim doe je het in Nederland niet.” Maar dat leverde nooit ruzie op.”

Opgemerkt 1: Vijftig jaar geleden, toen was ik negentien jaar en ik kan me niet herinneren dat wij klakkeloos maar aannamen dat wat de dominee zei wel de waarheid moest zijn en ook niet dat ik ‘automatisch’ belijdenis gedaan heb. En voor m’n negentiende leerling op christelijke scholen waar de meerderheid van de leerlingen televisie in huis hadden en leerlingen van boven de zestien boeken lazen van Jan Wolkers en ook naar de bioscoop gingen om o.a. een film als ‘Turks fruit’ te bekijken. En later aan de lerarenopleiding voor de vakken biologie en aardrijkskunde allemaal VU-docenten die de evolutieleer aanhingen en medestudenten die niet meer lieten blijken dat ze het christelijk geloof nog van huis uit mee gekregen hadden.

Opgemerkt 2: Hoe kan het dat er in die door ds. Vreugdenhil bedoelde kerkelijke kringen zoveel gezag toegekend werd aan de dominees, dat men blijkbaar niet meer zelf hoefde na te denken en dat je op je 20, 22e maar belijdenis deed omdat het zo hoorde. Is er in die kringen toch meer mis (geweest) op het gebied van leer en praktijk betreffende Doop en Avondmaal, dan men wil erkennen? En was dat automatisme dat in die kringen bestond niet veel reëler dan het ‘verbondsautomatisme’ dat men anderen meende te kunnen/moeten verwijten?

Opgemerkt 3: Wij hadden thuis en in de kerk en op school gehoord en geleerd dat Gods Woord de waarheid is en dat Gods mensenliefde geopenbaard is in en door onze Heer Jezus Christus. En omdat ik daar nog altijd met mond en hart gelovig ‘ja en amen’ op kon zeggen toen ik achttien werd, heb ik aan het eind van een jaar belijdeniscatechisatie ook in het openbaar (in het midden van een gemeente van onze Heer) – zonder verdere motivatie, wat zou dat aan waarde van mijn belijdenis doen hebben toegevoegd – belijdenis afgelegd van mijn geloof.
En omdat we op grond van Gods Woord geleerd hadden en geloofden dat ons geloof een werk van de Heilige Geest is en dat Gods Woord ons leert dat we ons geloof door Hém zullen laten onderhouden, namelijk door het regelmatige en goede/juiste gelovige gebruik van de bediening van Gods Woord en de sacramenten Doop* en Avondmaal, hebben we dat ook gehoorzaam en daadwerkelijk gedaan: blijven onder de bediening van Gods Woord, deelnemen aan het Avondmaal en je Doop geloven.
* Ook je Doop moet je gelovig blijven gebruiken en je daarbij steeds weer laten bepalen wanneer anderen in de gemeente de Doop ontvangen.

Bron citaat: RD Kerk & religie – ‘Ds. C.G. Vreugdenhil (GG) blikt terug na halve eeuw dienen: „Ik hoop dat de jonge generatie de kerk trouw blijft” – door Kees van den Brink

Hij geeft zijn rijke gaven aan allen die Hem aanroepen, want er staat: “Ieder die de naam van de HEER aanroept, zal worden gered. Maar hoe kunnen ze Hem aanroepen als ze niet in Hem geloven? En hoe kunnen ze in Hem geloven als Hij niet verkondigd wordt? En hoe kan iemand verkondigen als hij niet is uitgezonden? Het is zoals geschreven staat: “Welkom zijn zij die goed nieuws verkondigen.”‘ (Uit Romeinen 10 uit de verzen 12-15)

Bron afbeelding: SlidePlayer

Geplaatst in Geen categorie | Plaats een reactie

‘Ze mogen zo kwaad worden als ze willen’…

Pilatus zei tegen Hem: Wat is waarheid?
(Uit Johannes 13 vers 8)

Geciteerd 1: ‘Wat is waarheid’? Met deze woorden is aangetoond wat de gang van zaken in de wereld is: namelijk dat men de waarheid niet kan verdragen (en dienen!). Wie in de wereld een mooi leventje wil leiden, die moet de waarheid verzwijgen en voor leugen en bedrog kiezen. (1)
Wil je echter van de waarheid getuigen, reken er dan maar op dat de duivel en zijn engelen, de wereld met haar wijsheid en verstand, je tegenstanders worden. Ja, dat zelfs je ouders, vader en moeder, broers en zusters, en je beste vrienden (2) en buren tegen je krijgt – dat zal zeker (!) gebeuren.
Wanneer ze je nu allen haten en vervolgen omwille van de waarheid (3), zeg dan: ‘Dit heb ik (in mijn leven) gezocht, zo heb ik het gewild, God zij geloofd, het gaat goed, het gaat zoals het moet gaan (4). Als ik de waarheid zou verzwijgen (in huwelijk en gezin, binnen familie en gemeente/kerken) dan waren zij alle mijn lieve vrienden en goede buren. Omdat ik echter niet kán (behoor te) zwijgen, ben ik bij allen in ongenade gevallen. Toch is het Evangelie de enige Waarheid (5), daarom mogen ze zo kwaad worden als ze willen (6).
Dáár moge God ons voor bewaren, dat we niet spotten zoals Pilatus doet, als hij zo verachtelijk zegt: ‘Wat is waarheid?‘. (7)

Zalig (gelukkig!) die vanwege de gerechtigheid vervolgd worden, want voor hen (van hen) is het koninkrijk van de hemel.’ (uit Matteüs 5 vers 10)

Geciteerd 2: Als mijn goedheid in jou is, zal dat ook verzet oproepen. Mensen om je heen zullen zich eraan ergeren en dat maakt je kwetsbaar. Je zult tegenstand ervaren. Blijf zoeken en verlangen naar de ware goedheid die Ik je geef en die jij uitdeelt. Want langs die weg wordt Mijn koninkrijk zichtbaar op aarde. En vergeet nooit: Ik ben bij je.

Leestips: Johannes 18 : 28-40 en Psalm 57.

(1) Markus 8 : 35 en Lukas 16 : 26-27 over ‘je leven verliezen’ en ‘kruis dragen’.
(2) ‘je beste vrienden’ – waaronder zelfs ook je gemeentelijke/kerkelijke broeders en zusters met wie je vriendschappelijke omgang had (voor mij was dat o.a. mee op het gebied van natuurliefhebberij en vogels kijken).
(3) Zie Matteüs 3 : 15, 5 : 10 en Johannes 5 : 30-38 – in deze teksten komen gerechtigheid en waarheid en daarvan getuigen ter sprake.
(4) Mij overkomt niets ‘bij geval’ en God is bij machte het kwaad dat me overkomt, mij ten beste te keren (Zie het belijden van Gods Woord in Zondag 9 en 10 van de Heidelbergse Catechismus).
(5) Zoals onze Heer het ons heeft onderwezen en ons de waarheid doet kennen, ook wat waarheid – wat waarachtige ‘vreze Gods’ is – in de christelijke praktijk van elke nieuwe dag (zie o.a. Jakobus 1 : 5-8)
(6) Psalm 27 en 118.
(7) Zo kunnen we ook over Gods Woord spreken: ‘Ja, ieder heeft (leest) zo z’n eigen waarheid* (in de Bijbel). Laten we elkaar daarmee niet lastig vallen en moeilijk maken in onze gemeente/kerken’.
* En je hoort ook vaak zeggen: ‘Ja, ieder heeft zo z’n eigen waarheid over het gebeuren in zijn of haar huwelijk’. En ook: ‘Waar twee vechten hebben twee schuld’. Maar zeker ook in een huwelijk zullen we waarheid en leugen en wat de waarheid wel of niet dient scherp onderscheiden. En daarom zullen we ook Bijbels voorzichtig hebben te zijn met van wie (Wie!) we hulp verwachten en van wiens hulp – al of niet betaald – we zullen inroepen.

Bron citaat 1: ‘Vrees niet, geloof alleen’ – Meditatie van 9 april – ‘Getuige der Waarheid’ – Den Hertog uitgeverij (2019)
Bron citaat 2: ‘Tijd met Jezus – Meditatie van 9 april – van ds. Jos Douma

‘Mijn hart is gerust, o God
mijn hart is gerust,
ik wil voor U zingen en spelen.
Ontwaak, mijn ziel, ontwaak
met harp en lier,
ik wil het morgenrood wekken.’
(Uit Psalm 57 de verzen 8-9)

Bron afbeelding: Heartlight-org

Geplaatst in Geen categorie | Plaats een reactie