‘Bereidheid om te handelen zonder hoop op succes’…

Immers, wat iemand ziet, waarom zou hij dat nog hopen? Maar als wij hopen op wat wij niet zien, dan verwachten wij het met volharding.’ (Uit Romeinen 8 uit de verzen 22-26 vers 25)

Geciteerd 1a: Voor Kant is hoop geen voorspelling dat alles goed zal komen. Het is de bereidheid om te handelen zonder garantie op succes. Echte hoop is volhouden, ook wanneer de uitkomst onzeker blijft. Dat maakt zijn visie op hoop veeleisend. Zij troost minder snel, maar is wel eerlijker. Hoop is niet geloven dat het goed afloopt, maar blijven doen wat juist is, ook als het niet loont.
Kants kritiek op hoop is helder, maar zij hangt samen met een wereldbeeld waarin het metafysische en transcendente grotendeels naar de achtergrond zijn verdwenen. Kant maakte een onderscheid tussen wat de menselijke rede kan kennen en wat daarbuiten valt.
Vragen over God plaatste hij buiten het domein van wetenschap en publieke rationaliteit. Hij zei, kort gezegd: laat zulke vragen over aan geloof en kerk.
Het maakte ruimte voor vrijheid, autonomie en kritisch denken. Maar het droeg ook bij aan een wereld die vooral functioneert en meet, en waarin weinig woorden overblijven voor zin, mysterie en troost.
Juist die leegte ervaren veel mensen en vooral jongeren vandaag als pijnlijk.

Geciteerd 1b: Wie jongeren verwijt dat zij geen perspectief zien, miskent dat perspectief eerst zichtbaar moet worden gemaakt.

Opgemerkt: Als er iemand is geweest om volhardend te blijven handelen zonder garantie op succes, dan is het wel onze Vader des Vaderlands prins Willem van Oranje (1) geweest. Van hem werden deze woorden opgetekend: ‘Men hoeft niet te hopen (2) om iets te ondernemen, noch te slagen om te volharden.’
(1) Nederlands stadhouder 1533-1584.
(2) Hopen op zichtbaar aards succes.

Geciteerd 2: Op 13 april 1574 wordt het door zijn broer Lodewijk – met financiële steun van de Franse koning en diens broer, die kort daarvoor koning van Polen geworden was – verworven leger vernietigd op de Mokerhei. Twee broers van de prins (Lodewijk en Hendrik) kwamen om en alleen zijn broer Jan ontkomt door toeval – was afwezig om soldijgeld te halen – aan een zekere dood.
De prins heeft in de voorafgaande maanden zelf ook een leger van 6000 soldaten verzameld, dat op 16 april bij Zaltbommel wordt gelegerd. Vanuit Zaltbommel schrijft hij brieven aan zijn broers, maar hij wacht vergeefs op antwoord…

Op 7 mei schrijft hij aan zijn broer Jan de volgende woorden:

‘Ik moet u bekennen dat mijn hoofd zo dof geworden is van de grote menigte van zaken die het doen omlopen en ook van verdriet en neerslachtigheid over het verlies van hertog Christoffel en mijn broers, wier dood wel zeker is, dat ik nauwelijks nog weet wat ik doe. Maar aangezien het de wil des Heeren is geweest, moeten we dat geduldig dragen.

Wij moeten acht slaan op Zijn Goddelijke voorzienigheid, dat Hij het bloed van Zijn enige Zoon heeft gestort om Zijn Kerk in stand te houden, niets zal doen dan hetgeen strekt tot Zijn eer en tot bescherming van Zijn gemeente. En al kwamen wij allen te sterven en al werd dit arme volk geheel vermoord of verjaagd, behoren wij toch verzekerd te zijn dat God de Zijnen nooit verlaat.

Ik herinner me dat ik je gezegd heb dat men dit land twee jaar zou kunnen verdedigen tegen de hele macht van Spanje, maar dan hebben we hulp nodig al zou God ons ook zonder enige hulp kunnen ondersteunen zoals Hij tot nu toe heeft gedaan, maar ik spreek op menselijke wijze. En nu deze twee jaar binnenkort voorbij zijn, is het hoog tijd dat enige vorsten en machthebbers ons de hand reiken. Als die niet te vinden zijn en wij door gebrek aan hulp zullen gaan verliezen, in Gods Naam, het zij zo! Wij hebben dan nog altijd de eer dat wij iets gedaan hebben dat nog nooit een volk heeft gepresteerd, namelijk dat een zo klein land zich heeft verdedigd en standgehouden tegen zulke machtige en vreselijke vijanden zonder enige hulp. En wanneer de arme inwoners van dit land, door iedereen in de steek gelaten, nog zouden willen volhouden, zoals ze tot nu toe gedaan hebben en ik hoop dat ze dat nog zullen doen, en God ons nog meer wil kastijden en wij alles verliezen, zal het nog het halve Spanje kosten, zowel aan inwoners als aan bezit, voor ze een eind aan ons hebben gemaakt.

Wat mijzelf betreft, ik kan je verzekeren, dat ik mijn plicht zal doen, met alles wat in mij is, zoals ik tot nu toe hier gedaan heb. Ik voorzie duidelijk dat als dit land eenmaal verloren is en onder het juk en de tirannie van de Spanjaarden is gebracht, dat in al de andere landen de (protestantse) religie daar de enorm buitengewone gevolgen van zal ondervinden en menselijkerwijs aan het eind zal gekomen zijn en uitgeroeid worden, zonder dat er nog een vonkje zal schijnen. De Duitsers zullen mettertijd de schade ervan ondervinden, evenals de Engelsen, die de gebeurtenissen en gevolgen van onze zaken afwachten, of met grote voorzichtigheid proberen uit te stellen. De arme Fransen die vastbesloten de wapens weer hebben opgenomen voor de zaak van de (protestantse) religie zullen dan in de grootste verlegenheid raken. Moge God het verlies van dit land niet gedogen, want het is te vrezen dat de koning van Frankrijk opnieuw een verbond zou sluiten met de koning van Spanje dat zij overal in één slag deze (protestantse) religie zullen kunnen vernietigen.

> Leestip: Romeinen 8 : 18-39.

Bron citaat 1: ND Opinie – ‘‘Het komt goed’, is wel het meest hopeloze zinnetje dat er is. Hoop heeft een bedding nodig’ – door Jos van Remundt – filosoof en auteur van het boek Spirituele verbeelding (Uitg. Eburon).
Bron citaat 2: Boek ‘Een Prince van Oreangien – Portret van Willem van Oranje’ – door A.P. Bijl (Uitgeverij De Groot Goudriaan, 1995)

Het geloof legt de grondslag voor alles waarop wij hopen, het overtuigt ons van de waarheid van wat we niet zien. Om hun geloof werden mensen uit vroeger tijd geprezen. Door geloof komen we tot inzicht dat dat de wereld door het Woord van God geordend (geschapen) is, dat dus het zichtbare is ontstaan uit het niet zichtbare.’ (Uit Hebreeën 11 de verzen 1-3)

Bron afbeelding: Biblia-com

Geplaatst in Geen categorie | Plaats een reactie

De EO had als gloednieuwe omroep maar één doel voor ogen…

Welnu, jullie zijn het Lichaam van Christus en ieder (dooplid) van jullie maakt daar deel van uit. God heeft in de gemeente allerlei mensen een plaats gegeven: ten eerste aan ons apostelen (die hebben de gemeenten mogen funderen op Christus, zie 1 Korintiërs 3), ten tweede profeten (zie 1 Korintiërs 14 : 20-33) en ten derde aan leraren (er zit ook een tijdsvolgorde in, lees de brieven aan de leraren Timoteüs en Titus).’ (Uit 1 Korintiërs 12 de verzen 1-31, de verzen 27-28b)

Geciteerd 1: ‘Er zijn twee trappenhuizen. Vandaag was ik* al vroeg op de redactie en ging ik via de grote trap in de hal omhoog, als ik wat later ben, pak ik toch de kleinere. Om ongezien naar binnen te glippen.’ Haar ogen twinkelen en er verschijnt een ondeugende lach op haar gezicht. Terwijl we de grote trap bestijgen, wijst ze naar een enorme ladder van transparant kunststof in het trapgat. ‘Het is gebaseerd op een Bijbelverhaal. Welk precies, weet ik even niet.’
* Wilke Stuij, contentmaker en het gezicht van het EO-jongerenplatform Beam. (1)

Het blijkt een verwijzing naar een verhaal over bijbelfiguur Jakob, waarin hij droomt over een ladder die van de aarde naar de hemel reikt. In de vergaderkamer waar we plaatsnemen, staan papieren bordjes met ‘Geloof, hoop en wifi’. Het EO-pand contrasteert met het Mediapark, waar de omroepen op een kluitje zitten en redacteuren van de nos, vpro en avrotros rond hetzelfde tijdstip een wandelingetje maken over het park.

Dit is ook de plek waar een ideeënstrijd werd uitgevochten. In de jaren zestig tot zeker de jaren tachtig was de EO tegen abortus, tegen het homohuwelijk, zelfs tegen de evolutieleer. Sollicitanten werden op deze punten getoetst. De EO was de fundamentalistische polder-variant van het Amerikaanse evangelisme en had als gloednieuwe omroep maar één doel voor ogen: van Nederland weer een christelijk land maken. De vrije geest van de jaren zestig moest beteugeld, de wetten van God waren heilig.

‘Decennialang was het voor veel jongeren verplicht mee te gaan naar de kerk. Ze vonden het saai, er kleefde een overtuiging aan. (2) Maar die lading heeft het voor de nieuwe generatie helemaal niet’, legt ze uit, terwijl ze haar rode haar uit haar gezicht strijkt.

(1) Het jongerenplatform kiest er bewust voor geen sluitende antwoorden te geven, over hoe je het geloof invult of niet. Dat past ook niet bij de EO, benadrukt ze: ‘Wij zijn een publieke omroep, geen kerk.’ (3) Het geloof is iets dat je zelf moet ontwikkelen, vindt ze. ‘De omroep is veelkleurig, er is niet één manier van geloven. We staan met beide benen in de maatschappij en ondertussen bestaat het geloof gewoon om ons heen. Althans, de mensen die er ontvankelijk voor zijn, voelen dat zo.’
(2) ‘Verplicht’, ‘saai’, ‘overtuiging’. Zo wordt het samenleven in een gemeente van Jezus Christus ‘van tafel geveegd’ op een manier die de pretentie inhoudt dat de jeugd een (beter) alternatief moet worden geboden en dat de EO die op het spoor is.
(3) ‘Wij zijn een publieke omroep, geen kerk.’ Precies, en daar ging de EO de fout in en daar gaat de EO ook nu weer fout in!

Opgemerkt: Een (christelijke publieke) omroep kan de opdracht en het nederige werk dat de Heilige Geest door het samenleven in en van de gemeenten van Onze Heer Jezus Christus hier op aarde wil doen niet verrichten. Als christelijke omroep kan zij hooguit wat hand en spandiensten verlenen aan gelovige christenen, maar meer ook niet. Dus zowel in de jaren zestig-tachtig – toen leek de EO op de GKV in een omroepjasje (4) – als nu in de eerste decennia van de twintigste eeuw weet de EO haar plaats niet t.o.v. de gemeenten van onze Heer Jezus Christus en de kerkverbanden waarin de laatsten (nog) functioneren.

(4) ‘De EO had als gloednieuwe omroep maar één doel voor ogen: van Nederland weer een christelijk land maken.’ De structuur is hiërarchisch en de top bestaat uit evangelisten en predikanten. Zij hebben veel invloed op de inhoud van de programma’s. Later worden er Amerikanen aangenomen, in de hoop dat ze op die manier kennis over televisieproductie binnenhengelen. De EO bereikt nog nauwelijks mensen buiten het eigen fort. De programma’s zijn stijfjes, het is een verlengstuk van de kerk, met een overvloed aan Bijbelteksten.

Geciteerd 2: De veranderingen bij de EO zijn volgens de directeur te categoriseren in drie perioden. De eerste, vanaf de oprichting tot eind jaren tachtig, kenmerkt zich door tegenstellingen: er was een duidelijk beeld van goed en fout, de EO streed voor ‘het goede’. De EO verdedigde conservatieve waarden. In de tweede periode, in de jaren negentig, professionaliseerde de omroep. Er kwamen naast religieuze figuren ook journalisten binnen en daarmee verloor de top langzaam aan invloed op de inhoud. De programma’s werden inhoudelijk beter en er kwamen bekroonde dramaseries bij. De omroep zit nu in de derde fase, die ze zelf de periode van verbinding noemen.

Geciteerd slot: Onderzoekers Linda Woodhead en Paul Heelas schrijven in hun boek The Spiritual Revolution: Why Religion is Giving Way to Spirituality, dat de innerlijke religieuze ervaring steeds belangrijker wordt, meer nog dan de kerk of de bijbel. Het geloof is een gevoel geworden, iets dat er soms is en je aanraakt, en dan weer niet. Daardoor is het ook diep persoonlijk en abstract. Emotionele ervaringen bevestigen de echtheid ervan, niet het kerkbezoek of hoe vaak je bidt. De waarheid vind je niet alleen in de bijbel, maar in de bevestiging van je eigen, authentieke emoties.

Bron citaten: De Groene Amsterdammer – ‘De evolutie van de Evangelische Omroep – Zachter zenden’ – door Jasmijn Huisman

Zo zijn jullie – dopelingen! – dus geen vreemdelingen of gasten meer, maar burgers, net als de heiligen (uit het OT) en huisgenoten van God, gebouwd op het fundament van de apostelen en profeten met Christus Jezus Zelf als de Hoeksteen. Vanuit Hem groeit het hele gebouw, steen voor steen, uit tot een tempel (zie 1 Korintiërs 3 : 9-22) die gewijd is aan Hem, de Heer, in Wie wij ook samen (!) opgebouwd worden (door Woordverkondiging en bediening van Doop en Avondmaal) tot een plaats waar God woont door Zijn Geest.’ (Uit Efeziërs 2 de verzen 1-22 : 19-22)

Bron afbeelding: bol-com

Geplaatst in Geen categorie | Plaats een reactie

Zien en horen door de ogen en oren van de profeten en apostelen…

Ogen zullen niet langer blind zijn en oren zullen weer aandachtig luisteren.‘ (Uit Jesaja 32 vers 3)

Geciteerd 1: Door de plaag van onwetendheid weet u niets van God, noch van Jezus Christus. Tracht dan om op Jezus Christus te zien, dat zal u verlich­ten en uw onwetendheid genezen, zoals Jesaja 32 : 3 zegt: „De ogen van hen die zien, zullen niet terugzien.” En Psalm 34 : 6: „Zij hebben op Hem gezien en werden verlicht (Engelse vertaling). Eén heldere blik op Hem zal de mist van duisternis ver van u doen wijken. Nu, als uw gebed is (komende tot de avondmaalstafel) dat uw ogen mogen worden geopend, dan zeg ik: één heldere blik op de Zoon van God zal een ge­neesmiddel voor u zijn en u genezen van de plaag van uw onwetendheid. Daar is ook de plaag van hardheid des harten, wat de plaag is van velen in dit geslacht: één duide­lijke blik op Christus zal u daarvan genezen. Toen Chris­tus Zich omkeerde en Petrus aanzag, werd hij indachtig het woord des Heeren en weende bitter (Lukas 22 : 62). Indien u één blik op Hem mocht slaan, zouden „waterbeken afvlieten uit uw ogen en uw hoofd zou een springbron van tra­nen zijn”. In Zacharia 12 : 10 staat: „Zij zullen Mij aanschouwen, Die zij doorstoken heb­ben en zij zullen over Hem rouwklagen.” De omhelzing van een gewonde Christus zou uw hart verwonden en doen smel­ten. O, dat wij tranen van bloed konden schreien vanwege ons doorwonden van de Zoon van God!

‘… Mozes en Elia, die met Jezus in gesprek waren.’ (Uit Matteüs 17 de verzen 1-8 vers 3)

Geciteerd 2: Hoe kun je weten dat Jezus werkelijk de beloofde Verlosser is? Hij had aangekondigd dat sommigen van Zijn hoorders nog voor hun dood Hem in Zijn majesteit zouden zien. (1) Dat gebeurde. Drie apostelen gingen met Jezus de berg op en zagen hoe schitterend Hij werd. Mozes en Elia kwamen met Hem spreken. Mozes de wetgever. Elia, zonder twijfel de grootste profeet uit het Oude Testament. De wet en de profeten komen bij Jezus in Zijn glorie. Er is een nauwe band. De leerlingen moeten beseffen dat de komst en het werk van Jezus geheel in lijn zijn met wat God door alle eeuwen heen heeft gezegd. Hij is de climax van de wet en de profeten. Hij vervult de wil van God en spreekt volmaakt het Woord van God. Jezus is het laatste Woord van God, het absolute Hoogepunt (2). Ook God Zelf getuigt dat Jezus Zijn geliefde Zoon is naar wie wij moeten luisteren.
(1) Zie Lukas 9 : 27-36 : 27.
(2) Zie Hebreeën 1 : 1-14.

> Leestips: Johannes 9 : 24-41, Romeinen 10 : 11-17, 2 Petrus 2 : 16-21 en 1 Johannes 1 : 1-4.

> Zie hierbij ook nog deze blog: ‘Recht doen aan het echte leven…

Bron citaat 1: RD Meditatie – ‘”Christus boven alles dierbaar”, 2000’ – door Andrew Gray, predikant te Glasgow
Bron citaat 2: Dag in dag uit 2026 – meditatie van zaterdag 1 augustus – door ds. L.G. Compagnie*
* Onze kinderen mochten graag luisteren naar deze predikant.

Die stem hebben wij zelf uit de hemel horen klinken toen wij met Hem op de heilige berg waren. Ons vertrouwen in de profeten is daardoor alleen maar toegenomen. Jullie doen er goed aan de aandacht altijd dáárop gericht te houden, als op een lamp die in een donkere ruimte schijnt, totdat de morgenster opgaat in jullie hart.‘ (Uit 2 Petrus 1 uit de verzen 12-21 : 18-19)

Bron afbeelding: Knowing Jesus

Geplaatst in Geen categorie | Plaats een reactie

Recht doen aan het echte leven…

Geciteerd 1: De Britse biograaf Emily Herring noemt Henri Bergson „de beroemdste filosoof ter wereld”. En daarmee overdrijft ze niet.
Bergsons hele oeuvre gaat over het recht doen aan de echte tijd en aan het echte leven. Om zijn positie enigszins te begrijpen, is een korte blik op zijn belangrijkste werken nodig. Vanuit dat perspectief krijgt de gedetailleerde biografie van Herring het juiste reliëf.

Bergsons toehoorders waren diep onder de indruk van zijn manier van denken, die afweek van het in de filosofie heersende zuivere rationalisme. Hij stelde dat je met alleen logisch nadenken het echte leven niet kunt begrijpen; volgens hem was het minstens zo belangrijk om het leven van binnenuit te voelen en te ervaren. Hij boeide bovendien met een stijl van spreken die bijzonder dichterlijk was.

Als docent distantieerde Bergson zich van de Engelse filosoof Herbert Spencer, die met zijn sociaal darwinisme de evolutie van de mens dacht te kunnen beschrijven: „Bergson zou een van de belangrijkste spreekbuizen worden van degenen die het idee hadden dat (met de industriële ontwikkeling) de ziel uit de wereld was gerukt en dat kilheid en zinloosheid de overhand begonnen te krijgen”, schrijft Herring.

In het mijnenveld van de materialistische filosofie ging Bergson behoedzaam te werk. Met zijn ideeën (het „bergsonisme”) was hij niet uit op een openbaar gevecht, laat staan op een strijd op leven en dood. Op een beschaafde manier verdedigde hij zijn visie op het leven en zijn kritiek op de technologische ontwikkelingen die dat leven naar zijn mening in gevaar brachten. Voor die overtuiging oogstte hij veel waardering, vooral bij vrouwen. Bergsons tegenstanders zeiden daarom smalend dat zijn filosofie een wijsbegeerte voor vrouwen was.

Mechanisch gedrag, dat vanbuiten wordt opgelegd en niet uit het innerlijk afkomstig is, is voor Bergson verraad van het leven. Daarom is ook de mechanische ordening van het leven, bijvoorbeeld door de klok die de tijd reguleert, in zijn ogen een ontkenning van het echte leven, het ”élan vital”. Hij wil recht doen aan de tijd als ”stroom” en ”duur”, aan Gods voortdurende schepping.

In ”Les deux sources de la morale en de la religion” (1932, ”De twee bronnen van de moraal en van de religie”) spreekt Bergson over de verhouding tussen de stuwkracht van het leven en God. Onder invloed van de apostel Paulus en van mystici als Teresa van Avila is Bergson tot het besef gekomen dat het onze bestemming als door God geschapen mensen is om lief te hebben en om voorwerp van liefde te zijn. De liefde is in zijn ogen de definitie van scheppende energie: God heeft ons tot aanzijn geroepen om scheppers te zijn, om Zijn liefde voor Zijn schepping in ons eigen leven werkzaam te laten zijn.

Geciteerd 1 slot: Bergson slaagde er niet in om tegenwicht te bieden tegen de vernieuwende natuurkundige inzichten van Albert Einstein. Toen hij in 1941 stierf, was zijn roem al danig geslonken. Hij stierf aan een longontsteking die hij opliep toen hij de snerpende vrieskou in Parijs trotseerde om zich als Jood te laten registreren. De uitzonderingspositie die hem door de Duitse bezetter van Parijs was aangeboden had hij welbewust afgewezen.

Geciteerd 2: Geschiedenis – in de ruimste zin genomen – omvat ál wat gebeurd is, al wat geschied is.
De zonsopgang van deze morgen, de lichtbundels, die door onze ramen gleden, de onmerkbare uitzetting van de metalen sponningen door de warmte, de vlucht van een vogeltje naar een hogere tak, zijn jubelend lied in al hogere tonen, de wisselende indrukken van het honingzoekende bijtje in de bloesem van de fruitboom voor het venster, het handelen en leven en lijden van de mensenwereld, de noden van de geboorte en de angsten van de stervenden – en ook het uitvloeien van de letters uit mijn pen in bepaalde volgorde, die door mijn gedachtengang word beheerst – ja ook die gedachtengang zelf – dat alles behoort in het naastvolgende ogenblik tot de geschiedenis.
Maar welk schepsel – zelf in de stroom van de tijd vervloeiend – zou in staat zijn om ook maar van één seconde die geschiedenis met zijn verstand te omvatten.
God – boven de tijd verheven – kent het gebeuren van al het bestaande van seconde tot seconde. Er valt, naar het woord van onze Heiland, geen musje ter aarde en geen haar van ons hoofd zonder Zijn wil.
De geschiedenis zelf – de feiten in heel hun samenhang met het natuurgebeuren – zoals een ooggetuige, zoals een historisch romanschrijver het kan vertellen – dát is en blijft geschiedenis waar wij mensen belang bij hebben om die te horen en er kennis van te nemen.
Wij vertellen het verhaal van de Evangelisten – die ons verhalen wat er gebeurd is. We vertellen (dus) het verhaal van ooggetuigen en zoeken in de bronnen van de geschiedenis naar de werkelijk gebeurde feiten. Op die manier is de geschiedenis en het bestuderen en kennis nemen van de geschiedenis voor ons allen van belang.

Bron citaten ‘Geciteerd 1’: RD Recensie – ‘Filosoof Henri Bergson wilde recht doen aan het echte leven’ – door dr. Hans Ester
Bron citaten ‘Geciteerd 2’: Boek – ‘Opvoeding en onderwijs’ – Hoofdstuk: ‘Het werk Gods dat onder de zon is geschied’ (1924) – door A. Janse (1890-1960)

Toen zag ik al het werk Gods, dat de mens niet kan uitvinden, het werk, dat onder de zon geschiedt, om hetwelk een mens arbeidt om te zoeken, maar hij zal het niet uitvinden; ja, indien ook een wijze zou zeggen, dat hij het zou weten, zo zal hij het toch niet kunnen uitvinden.’ (Uit Prediker 8 vers 17)

Bron afbeelding: ABConcepts

Geplaatst in Geen categorie | Plaats een reactie

Wat is de basis van goed samenleven?

Niemand van jullie moet zich daarom laten voorstaan op een ander mens, want álles is van jullie; of het nu Paulus, Apollos of Petrus is, wereld, leven of dood, heden of toekomst – álles is van jullie. Maar jullie zijn van Christus – gekocht en betaald! – en Christus is van God.’ (Uit 1 Korintiërs 3 de verzen 21-23)

Geciteerd 1a: Daarom is ontworteling – de vernietiging van een groep, een collectief (een gezin, AJ), een thuisland – zo misdadig, schrijft Weil: het is een misdaad tegen de ziel. Andersom stelt ze ook: een collectief dat geen zielen voedt, maar ze ontwortelt en opvreet, verdient geen bescherming, maar vernietiging.

De mens maakt er een puinhoop van, God heeft gefaald of afgedaan, en niemand weet wat hem moet vervangen. We hebben verandering nodig, schrijft Baldwin. ‘Niet aan de oppervlakte, maar in de diepte.’

Geciteerd 1b: Die vernieuwing gaat niet om visioenen of profeten, maar om iets heel tastbaars. Je zou het misschien nog sterker kunnen stellen: die vernieuwing bestaat eruit de wereld om ons heen opnieuw tastbaar te máken. Voor Baldwin – net als voor Weil — is spiritualiteit namelijk niet irreëel of zweverig, het is juist een voorwaarde voor contact met de realiteit. Daarom ergert hij zich zo aan kerkelijke taboes op sensualiteit: sensualiteit is een noodzaak voor een spiritueel leven.

‘Sensueel zijn’, schrijft Baldwin, ‘betekent volgens mij: dat je de kracht van het leven, dat je het leven zélf respecteert en viert, dat je aanwezig bent bij alles wat je doet, van je inspanningen om lief te hebben tot het breken van brood. Het zou trouwens een grote dag zijn voor Amerika als we weer echt brood gingen eten, en niet dat godslasterlijke en smakeloze rubber dat we er nu voor aanzien. En ik maak geen grap. Er gebeurt iets heel sinisters met de inwoners van een land wanneer ze hun eigen reacties zo diepgaand wantrouwen als ze hier doen, en zo vreugdeloos worden als ze hier zijn.’

In Baldwins ogen zijn (met name witte) Amerikanen zo onzeker, en zo slecht in staat om hun dorst te lessen ‘bij de bron van hun eigen levens’ dat je nauwelijks nog met hen kunt discussiëren. Immers: ‘Wie zichzelf wantrouwt, heeft geen toetssteen voor de realiteit – die toetssteen kun je alleen zelf zijn. Zo iemand plaatst tussen zichzelf en de realiteit een labyrint van meningen.’ Oftewel: wie niet kan putten uit een innerlijke bron, wordt vatbaar voor misinformatie en propaganda.

Impliciet hieraan is volgens mij de aanname dat die innerlijke bron waarover Baldwin schrijft – een bron waar alleen jijzelf, op eigen kracht, bij kunt – tegelijk gemeenschappelijke grond biedt voor een gesprek. De bron is in jou, maar ook in iedereen, hij is zowel compleet privaat als universeel. Het is Weils innerlijke bruggetje naar het goede.

Geciteerd 1c: Dit is de grootste troef van het fascisme: het is, in tegenstelling tot het liberalisme, niet gehandicapt door een grote vrees voor het mystieke, metafysische, spirituele, bevlogene. Het presenteert een valse versie ervan, maar wel een heel begeesterende.

Het collectief (het volk) waar fascisme mee dweept, is een bijna perfecte dubbelganger van het universele, of spirituele: iets wat jij bént, maar wat ook boven je uitstijgt. Het collectief, of de massa, functioneert gemakkelijk als een namaak-God: het volk is, net als een God, veel groter dan jij bent, en toch ben je het zelf.

Hannah Arendt schreef dat vooral eenzame en geïsoleerde individuen vatbaar zijn voor fascisme. Los in de leegte zijn is onverdraaglijk voor een mens. Wat progressieven of linksen vandaag vaak reflexmatig doen – het weghonen van al het spirituele – is daarom, denk ik, zowel kortzichtig als gevaarlijk. We hoeven niet mee te gaan in de macho-mystiek van rechts, maar we kunnen toch zeker betere vormen van verbondenheid scheppen? Een betere en minder dodelijke lijm?

Het idee van ‘morele herbewapening’ is zo gek nog niet, zolang we die niet begrijpen als (christelijke of nationalistische) propaganda, maar als het scheppen van ruimte voor de essentiële vragen. Het zoeken naar grond waarin de ziel kan wortelen. Dit is werk dat ieder van ons persoonlijk kan en moet doen, maar hoe meer macht of aanzien je hebt, hoe groter de verplichting.

Geciteerd 2a: Voor elk christelijk samenleven is het een bestaanskwestie, dat het lukt om op het juiste moment het onderscheidingsvermogen op te brengen tussen menselijk ideaal en Gods werkelijkheid, tussen geestelijke en psychische gemeenschap.

>> Of men op dit punt zo snel mogelijk tot een nuchtere instelling komt is beslissend voor dood of leven van een christelijke gemeenschap. <<

Met andere woorden: een gemeenschapsleven onder het Woord kan alleen daar gezond blijven, waar het zich niet ontwikkelt als ‘beweging’, vereniging of collegium pietatis, maar waar het zichzelf kent als een deel van de ene, heilige, algemene christelijke kerk en waar het handelend en lijdend deelneemt aan de nood, strijd en belofte van de hele kerk.

Elk streven naar voorkeur voor bepaalde mensen of groepen en daarmee naar afzondering, dat niet heel zakelijk zijn reden vindt in de gezamenlijke arbeid, in plaatselijke omstandigheden of in gezinsverbanden, is voor een christelijke gemeenschap levensgevaarlijk.

Geciteerd 2b: Er is zeker geen christen, aan wie God niet één keer in zijn leven de gelukkig makende ervaring schenkt van echte christelijke gemeenschap. Maar zo’n ervaring blijft in deze wereld alleen een genadige toegift boven het dagelijks brood van het christelijk gemeenschapsleven. Op zulke ervaringen hebben wij geen recht en we leven niet met andere christenen samen ter wille van zulke ervaringen. Niet de ervaring van de christelijke broederschap, maar het vaste en zekere geloof in de broederschap houdt ons bijeen.

> Lees het geheel in deze (en bijbehorende) blogs: ‘Door God tot enkelingen gemaakt…

Bron citaten 1a-1d: De Correspondent – ‘Een antwoord op fascisme vind je bij mystici’* – door Bregje Hofstede (Correspondent Nieuwe goden)
Bron citaten 2a-2b: “Verborgen omgang” (deel “Gemeenschapsleven”) van Dietrich Bonhoeffer.
* Link naar het artikel: ‘Een antwoord op fascisme vind je bij de mystici…

Ziet, hoe goed en hoe liefelijk is het als broeders ook tezamen wonen
(Uit Psalm 133 vers 1, lees bij deze woorden ook Psalm 87)

Bron afbeelding: Bible Study Tools

Geplaatst in Geen categorie | Plaats een reactie

Geen ‘zelfverbeteringscorvee’…

Opdat wij waarlijk vrij zouden zijn, heeft Christus ons vrijgemaakt. Houdt dus stand en laat u niet weder een slavenjuk opleggen.’ (Uit Galaten 5 : 1)

Geciteerd 1: Een dezer dagen valt bij ons allemaal een overheidsfolder in de bus met instructies voor hoe je je voorbereidt op een noodsituatie. Die folder werd geladen met een waarschuwing van NAVO-baas Mark Rutte, die zijn vermogen om ernstige dingen weg te lachen sinds zijn intrede als boodschappenjongen van daddy Trump lijkt te hebben ingewisseld voor de keerzijde van dezelfde munt: angst zaaien. ‘We moeten ons voorbereiden op een oorlog van een omvang die onze grootouders en overgrootouders hebben meegemaakt.’

> ‘Tirannieke regimes’, schrijft hoogleraar psychiatrie Judith Lewis Herman, ‘creëren cynisme, onverschilligheid en navelstaarderig egoïsme onder het grote publiek. Ze moedigen mensen aan om alleen het eigen vege lijf te redden en de andere kant op te kijken als hun buren worden geraakt. Door alle gevoel van saamhorigheid en het algemeen belang te ondermijnen, houden dit soort overheersers mensen onder controle.’

> Het klinkt misschien lachwekkend, maar hét symbool daarvan is voor mij sinds kort een nieuw type tuinschutting waarmee mijn woonwijk wordt vol gezet: houten schotten die hermetisch aan betonnen palen en stoepbandjes zijn geschroefd, waardoor er geen egel meer langs of onderdoor kan. We bakenen ons privéterrein rigoureus af en maken onszelf wijs dat we binnen de vierkante meters tussen onze erfgrenzen kunnen heersen, zonder afhankelijk te hoeven zijn van wat daarbuiten gebeurt. Zonder nog te zien dat alles daarbuiten ons nodig heeft.

Geciteerd 2: Als je dus een kind van God wilt zijn, neem dan in je hart voor je naaste zo te dienen, alsof Christus het Zelf aan jou zou hebben gevraagd, ja alsof het Christus Zelf is, Die geholpen moet worden. (1)
Deze roem en zekerheid – het dienen van Christus Zelf – kan geen priester, monnik en non hebben. Want niemand kan zeggen: God heeft Zelf mij geboden (dagelijks) de mis te lezen, de metten (2a) te zingen, de zeven getijden te bidden (2b), en dergelijke zaken meer. Want ze hebben daarvoor geen enkel bevel in de Schrift. Daarom, als je hen vraagt of ze zeker weten of hun geestelijke stand God behaagt, dan is het voor hen onmogelijk om daar ‘ja’ op te zeggen. Maar als je een eenvoudige huishulp vraagt waarom zij het huis aanveegt, de borden wast, de glazen poetst, de koe melkt enz., dan kan ze zeggen ik weet dat mijn werk God behaagt, aangezien ik Zijn Woord en bevel heb dat ik mijn baas of mevrouw zal gehoorzamen. (3) Dat is een groot goed en een kostbare schat! Een werkheilige is het niet waard om daar ook maar iets van te weten of te begrijpen.
Zo kan ook een vorst in zijn of haar positie doen wat God heeft bevolen en waaraan Hij een welbehagen heeft, als Hij de (werkelijk) kwaden vervolgt en straft en de goeden beschermt. En een huisheer als hij zijn vrouw en kinderen en huispersoneel goed en christelijk bestuurt. God ziet niet aan hoe gering of groot de werken zijn – in de ogen van mensen (4). Hij ziet naar het hart, dat in geloof en gehoorzaamheid aan God de dingen doet die het beroep vereist. Maar het gaat allemaal gebrekkig genoeg. Wat God gebiedt daar heeft (haast) niemand belangstelling voor. Wat mensen instellen en gebieden, daar komt iedereen bij hopen op af.

Opgemerkt: Dit onderwijs van Maarten Luther werd in praktijk gebracht op de Dillenburg aan het hof van Willem van Nassau waar zijn tweede vrouw Juliana van Stolberg leiding gaf aan het huishouden van haar gezin, terwijl haar man zich bezig hield met het besturen van het graafschap, lees erover in deze blog(s): ‘Over Juliana van Stolberg…

(1) Lees hierbij Matteüs 25 : 31-46.
(2a/b) a) De vroege ochtend gebeden en b) de zeven liturgische gebeden, verdeeld over de hele dag.
(3) Lees hierbij 1 Petrus 2 : 11-25.
(4) Zie 1 Samuel 16 : 7.

Bron ‘Geciteerd 1’: De Correspondent – ‘Nieuw jaar, nieuwe voornemens: een heel jaar vrij van zelfverbeteringscorvee!’ – door Rinke Verkerk (Correspondent Omstanders)
Bron ‘Geciteerd 2’: Boek ‘Als goud door vuur beproefd’ – ‘Over werkgevers en werknemers’ – door H.C. van Woerden (Den Hertog Uitgeverij, 2020)

Daarom zullen allen die lijden omdat ze leven naar Gods wil, het goede blijven doen en hun leven toevertrouwen aan Hem op Wie wij mogen vertrouwen als onze Schepper*. (Uit 1 Petrus 4 : 19)
* Zie hierbij de woorden van Jakobus in Jakobus 1 : 18.

Bron afbeelding: Knowing-Jesus-com

Geplaatst in Geen categorie | Plaats een reactie

Bewaard worden voor zelfoverschatting en martelaarscomplex…

Wij bidden God dat jullie het kwade zullen nalaten, niet om te bewijzen dat wij geslaagd zijn, maar omdat jullie het goede moeten doen, ook al zouden wij mislukt zijn.’ (Paulus in 2 Korintiërs 13 uit de verzen 1-11 : 7)
* Zie 1 Korintiërs 4 : 1-5.

Geciteerd 1: Martin Luther King leek fatalistisch en Stefan Paas schrijft in De Nieuwe Koers over een martelaarscomplex dat ook christenen kunnen hebben. Het feit dat je gehaat wordt, wordt gezien als bewijs van het eigen gelijk.
Het leven van Martin Luther King laat zien dat grote morele leiders niet alleen maar goed zijn. Ze zijn en blijven mensen, met hun gebreken en contradicties.
Een duidelijke roeping, sterke morele overtuigingen en de bereidheid te lijden kunnen eerst de reden zijn dat een leider moedig tegen de bestaande orde ingaat. Na verloop van tijd kunnen juist deze kwaliteiten steeds meer een last worden, een gestold eigen gelijk en een onvermogen tot aanpassing aan wat er op dat moment nodig is.
Moreel en dienend leiderschap schieten dan hun doel voorbij en worden een middel om anderen uit te sluiten. Zo zei King toen zijn vrouw Coretta aangaf een actievere rol in de beweging na te streven: ‘Je moet begrijpen dat ik ben geroepen, en jij niet.’
Het leven van King is hiermee ook een waarschuwing om alert te zijn wanneer moreel leiderschap een tegenovergestelde uitwerking heeft. Uiteindelijk zijn mensen niet óf goed óf fout en zoals King al preekte in 1957: ‘In het beste van ons bevindt zich iets slechts, en in ons slechtste gedeelte bevindt zich iets goeds.’

Geciteerd 2: King was veel meer dan de man die de ‘I have a dream’-toespraak hield en mensenmassa’s in vervoering bracht. In plaats van een morele held had hij net als ieder mens gebreken. Zo kwam hij steevast te laat bij vergaderingen, beet hij op zijn nagels, had hij depressies en bedroog hij voortdurend zijn vrouw.

Opgemerkt 1: ‘Bedroog hij voortdurend zijn vrouw’. Verdrietig om dat te lezen. Blijkbaar zijn krachtige figuren op huwelijksgebied en partnertrouw extra kwetsbaar (denk aan J.F. Kennedy, Clinton, Trump, King, etc., etc.).

Opgemerkt 2: Heel verdrietig wanneer ‘geweldige’ mannen in de gemeente waar je lid van bent – en die menen/pretenderen het voortbestaan van hun huwelijk zelf wel waar te hebben gemaakt en waard te zijn geweest – zulke ‘krachtmensen’ (Kennedy,… etc., etc.) op jou als trouwe en liefdevolle huwelijkspartner projecteren. Blijkbaar hadden en hebben ze dát toch ook nog nodig gehad (en nog!) om hun echtgenoten en kinderen ervan te overtuigen hoe goed ze met hen af waren en zijn.

NB. Bij ‘martelaarscomlex’ kan je ook nog denken aan bepaalde vormen van slachtofferschap.

Bron citaat: ND Opinie – ‘Leiders, leer van Martin Luther King: hij was een held die verstarde. ‘Ik ben geroepen, jij niet’’ – door Tabitha van Krimpen (bedrijfskundige en theoloog, promovenda VU/PThU)

Luister geliefde broeders en zusters: heeft God niet juist hen die minder bedeeld zijn, uitgekozen om rijk te zijn door het geloof en deel te krijgen aan het Koninkrijk dat Hij heeft beloofd aan wie Hem liefhebben?‘ (Uit Jakobus 2 vers 5)

Bron afbeelding: The Bible Says

Geplaatst in Geen categorie | Plaats een reactie

Twijfelen aan de vrije wil…

Het is echter een blijk van Gods genade wanneer je moet lijden vanwege je goede daden. Dat is jullie roeping: ook Christus heeft geleden, ten bate van ons, en om ons daarmee ook een voorbeeld te geven. Treed dus in de voetsporen van Hém, die geen enkel kwaad beging en over wiens lippen geen leugen kwam.’ (Uit 1 Petrus 2 uit de verzen 1-25 : 20b-22)

Geciteerd vooraf: ‘Wie was ik om in zijn voetsporen te treden’

Geciteerd 1: En dan was er nog de pure rijkdom van Russells leven. Vier keer getrouwd. Oprichter van een progressieve school. Winnaar van de Nobelprijs voor de Literatuur. Auteur van meer dan zestig boeken, tweeduizend artikelen en veertigduizend brieven. Overlevende van een vliegramp. Russell leefde bijna honderd jaar, en vlak voor het einde publiceerde hij nog een weidse autobiografie van 750 pagina’s – alsof één leven niet genoeg voor hem was geweest.

Ik weet nog dat ik een vergeelde editie kocht, met oude, broze bladzijden. Op de eerste pagina trof ik, onder het kopje ‘Waar ik voor geleefd heb’, de mooiste woorden die ik ooit had gelezen: ‘Three passions, simple but overwhelmingly strong, have governed my life: the longing for love, the search for knowledge, and unbearable pity for the suffering of mankind. These passions, like great winds, have blown me hither and thither, in a wayward course, over a great ocean of anguish, reaching to the very verge of despair.’
(‘Drie passies, eenvoudig maar overweldigend sterk, hebben mijn leven beheerst: het verlangen naar liefde, de zoektocht naar kennis en een ondraaglijk medelijden met het lijden van de mensheid. Deze passies hebben mij, als grote winden, heen en weer geblazen, op een grillige koers, over een grote oceaan van angst, tot aan de rand van de wanhoop.’)

Toen ik verder las, kwam ik erachter dat Russell in zijn tienerjaren dezelfde crisis had doorgemaakt als ik. Op zijn 15e was ook hij gaan twijfelen aan de vrije wil. (1)

Op mijn Pentium 4 opende ik een curieuze website met de naam YouTube, waar ik een oud BBC-interview met Russell tegenkwam, uit 1959. Gevraagd naar het advies dat hij toekomstige generaties zou geven, noemde hij twee principes: een intellectueel en een moreel. Zijn intellectuele advies was om de wereld altijd te zien zoals die werkelijk is (2), niet zoals je hem graag zou wíllen zien. Zijn morele advies was om onze verschillen te verdragen. Of in zijn woorden: ‘Liefde is wijs, haat is dwaas.’ (2)

Geciteerd 2: Russell zocht naar waarheid met een scherpte die een revolutie teweegbracht in de filosofie, hij vocht voor vrede met een koppigheid die hem in de gevangenis deed belanden, hij verdedigde de vrijheid, ook al kostte het hem zijn baan. Hij had lief, faalde, begon opnieuw, en liet een oeuvre achter dat nog altijd inspireert.
Zo bereikte hij een andere vorm van onsterfelijkheid: niet door de dood te ontkennen, maar door een monument van zijn leven te maken. (3)

Geciteerd 3: Ik moet eerlijk toegeven dat toen ik uitgenodigd werd om deze lezingen te geven, ik nog nooit van de Reith Lectures had gehoord. Zo zie je maar welke gaten een Nederlandse opvoeding kan vertonen. Maar je kunt je mijn ontzag voorstellen toen ik hoorde dat niemand minder dan Bertrand Russell de allereerste serie verzorgde, in 1948. Natuurlijk kreeg ik acuut last van het impostersyndroom. Wie was ik om in zulke voetsporen te treden?

Geciteerd slot: Net als Bertrand Russell denk ik niet dat het antwoord daarboven, in de hemel te vinden is, maar hier op aarde. In onze eigen menselijke natuur. Het verlangen naar liefde is heilig. De zoektocht naar kennis is heilig. Het ondraaglijke medelijden met het lijden van mensen is heilig.
En hetzelfde geldt voor de kleine dingen: lachen en zingen, vriendschap, spel, de verwondering van kunst, de schoonheid van de natuur, het geschenk van aandacht. Al het menselijke is heilig – dát is de openbaring die uit ons verleden voortvloeit. We zijn geen gevallen zondaars, we zijn apen (2) die steeds verder opklimmen. De ware betekenis van het menselijke avontuur is niet daarboven te vinden, maar in de toekomst die we samen kunnen bouwen. (4)

(1) Helaas heeft men in de RK en protestantse kerken toch geleerd dat Adam&Eva (in het paradijs) wel een vrije wil hadden en dat was nodig (volgens hen) om God van het kwaad in de wereld vrij te spreken en om alle schuld bij Adam&Eva en dus bij ons mensen neer te leggen. Maar Gods Woord (zoals de Heilige Geest dat voor ons heeft laten optekenen door mensen) leert ons dat helemaal niet. Het is van het begin af aan Gods plan geweest om ons mensen Zijn liefde en barmhartigheid te openbaren in en door Zijn geliefde Zoon. Het enige dat wij mensen vanaf het begin af aan tot nu toe zullen doen is God geloven op Zijn aan ons geopenbaarde Woord, waarin ons Zijn liefde en trouw worden geproclameerd. Dan moet onze mensenwijsheid het afleggen en dat was dus al vanaf het eerste begin ons probleem: God vertrouwen op Zijn Woord. God geloven op Zijn Woord, dát is niet onredelijk maar onze verantwoordelijkheid.

(2) Geloven in evolutie is voortgekomen uit wat de Bijbel dwaasheid noemt: Willens en wetens je afwenden van God en van onze verantwoordelijkheid (Psalm 14). Kaïn was de eerste die daarmee begon en na de zondvloed deed de mensheid niet anders. Het was dat God het werk van Zijn handen niet los wilde laten en met Abraham een nieuw begin begon, anders had geen van de volken hier op aarde vol verwachting Kerst kunnen vieren.

(3) Lees Johannes 1 : 1-18.

(4) Lees Genesis 11 : 1-9.

Bron citaat: De Correspondent – ‘Wat is nog heilig in dit tijdperk van de machine?’ – door Rutger Bregman (Correspondent Vooruitgang)

‘En jij, kind [=Johannes de Doper],
jij zult genoemd worden: profeet van de Allerhoogste, *
want voor de HEER zul je uitgaan om de weg voor Hem gereed te maken,
en om Zijn volk bekend te maken met hun redding
door de vergeving van hun zonden.
Dankzij de liefdevolle barmhartigheid van onze God
zal het stralende licht uit de hemel over ons opgaan
en verschijnen aan allen die leven in duisternis
en verkeren in de schaduw van de dood,
zodat we onze voeten kunnen zetten op de weg van de vrede.’
(Uit de lofzang van Zacharias, Lukas 1 de verzen 76-79)

* Zie Lukas 7 : 26-28.

Bron afbeelding: Berea Project

Geplaatst in Geen categorie | Plaats een reactie

‘For unto us’…

Want een Kind is ons geboren, een Zoon is ons gegeven; de heerschappij zal op zijn schouders rusten. En men zal Hem noemen: Wonderlijk, Raadgever, Sterke God, Eeuwige Vader, Vredevorst.‘ (Uit Jesaja 9 vers 6, KJV-vertaling)

Geciteerd: Op deze manier zijn wij – tenminste als wij dit geloven en als waarheid beschouwen (1) – onschuldig, heilig en rechtvaardig voor God, bekleed met de onschuld, heiligheid en rechtvaardigheid van dit Kind.

Zo zien we hier niet alleen dat dit Kind een van nature onschuldige en heilige Mens is, maar ook dat Hij geheel de onze is in alles wat Hij is, heeft, doet en kan doen. Omdat Hij voor ons geboren is, zijn Zijn heiligheid, onschuld en rechtvaardigheid ook de onze en worden ze ons geschonken, alsof ze van onszelf waren. Nu tooien en bekleden wij ons ermee voor God als met onze eigen schitterende gewaden die wij van Hem ontvangen hebben.

Let nu op het Woord dat verklaart wat voor Persoon deze Koning is, en hoe meesterlijk Jesaja Hem beschrijft en zijn woorden plaatst en afweegt. Ten eerste is Hij – zoals de Hebreeuwse tekst aangeeft – een Kind dat geboren is, een ware Mens, zoals iemand die geboren is uit een vrouw met een lichaam van vlees en bloed. Hij leeft, loopt en staat, werkt en handelt als ieder ander mens, terwijl Hij toch zonder zonde geboren is en dit alles voor anderen doet.

‘Ons,’ ‘ons,’ ‘ons’ staat er. Dit Kind is voor ons allen geboren, daarom geboren voor ons welzijn. In deze tekst verdient het kleine woordje ‘ons’ bijzondere aandacht, want alles hangt af van dit ene woord. Alle kinderen die geboren worden, worden geboren voor zichzelf of voor hun ouders. Alleen over dit ene Kind wordt gezegd dat Hij geboren is en ons bezit is geworden, maar dat zou ons in het geheel niet geholpen hebben. Wat baat het ons dat er vanaf het begin der tijden duizenden kinderen geboren zijn en elke dag geboren worden? Want zelfs als dit Kind duizend en nog eens duizend keer geboren was, en het nog steeds niet – voor ons – geboren was…

(…) Want voor ons is een Kind geboren – Voor Hemzelf was het helemaal niet nodig geweest om geboren te worden. Daarom is alles wat Hij is, heeft en doet door Zijn geboorte of door Zijn mens-zijn hier aan ons beloofd als het onze. We worden erdoor gediend, want het is allemaal voor onze redding en zaligheid. Toch vereist dit kleine woordje ‘ons’ een vast geloof. (1)

[Maarten Luther: Die Epistel des Propheten Jesaia, so man in der Christmesse lieset, Predigt des Jahres 1526, WA 19, 149, 14 – 150, 13]

Bron citaat: http://www.maartenluther-com – Engelstalig citaat van donderdag 11 december 2025.

(1) ‘Ook jullie (gedoopte ‘heidenen’) zijn (net als wij besneden en gedoopte Joden) door Zijn genade gered. (2) Hij heeft ons (!) samen met Hem (!) uit de dood opgewekt (3) en ons een plaats gegeven in de hemelsferen, in Christus Jezus. (4) Zo zal Hij in de eeuwen die komen laten zien hoe overweldigend rijk Zijn genade is, hoe goed Hij voor ons is door Christus Jezus. Door Zijn genade zijn jullie immers gered, dankzij jullie geloof. Maar (let op!) dat geloof danken jullie niet aan jezelf; Het is een geschenk van God en geen gevolg van jullie daden, dus niemand kan er zich op laten voorstaan. (5) Want Hij heeft ons gemaakt tot wat wij nu (reeds) zijn: In Christus Jezus geschapen (6a) om de weg te gaan van de goede daden (6b) die God mogelijk heeft gemaakt (in en door onze Heer door ons Zijn Geest te schenken).’ (Uit Efeziërs 2 de verzen 6-10) (7)

(2) Zie 2 Korintiërs 12 : 6-13
(3) Zie Romeinen 6 : 1-14.
(4) Zie Filippenzen 3 : 20-21.
(5) Zie 1 Korintiërs 1 : 20-21 en 2 Korintiërs 10 : 12-18.
(6a) Zie Jakobus 1 : 16-18 en (6b) bijv. Efeziërs 4 : 20-32.
(7) Ons geloof fundeert zich op de – ook in en door bovenstaande Bijbelteksten! – aan ons allen verkondigde waarheid van het Evangelie, niet op onze bevindingen daarvan.

Bron afbeelding: Shutterstock

Geplaatst in Geen categorie | Plaats een reactie

Wanneer het over en om onze keuzevrijheid gaat…

Ze vroegen Hem: “Wat moeten we doen, hoe doen we wat God wil?” “Dit moeten jullie voor God doen: geloven in Hem Die Hij gezonden heeft,” antwoordde Jezus.’ (Uit Johannes 6 de verzen 28-29)

Geciteerd 1: Wij zijn niet de eersten die worstelen met de vraag naar Gods alwetendheid en onze vrijheid. Ik neem je even in gedachten mee naar Middelburg aan het begin van de zeventiende eeuw, naar het koor van de Nieuwe Kerk. Daar geeft dominee Anton de Waele (1573-1639) les aan een aantal jongens van 14 tot 18 jaar. Het is een soort tweetalig vwo, maar dan in het Zeeuws en in het Latijn. Omdat er geen schoolgebouw is, komt hij met zijn leerlingen samen in het koor van de kerk, waar het in de winter best koud moet zijn geweest.

Opgemerkt 1: ‘Wij zijn niet de eersten’. Nee, inderdaad! Adam&Eva worstelden er al mee toen de boze hen met zijn woorden in een tweestrijd zette, door openlijk Gods goede bedoelingen in twijfel te trekken en daarmee het door God tot hen gesproken woord in de verdachtenbank te plaatsen.

Geciteerd 2: De Waele legt uit dat de Bijbel ons leert dat God alles bestuurt en regeert. „Maar”, zo vraagt één van zijn leerlingen, „hoe kunnen mensen dan nog vrij zijn?” De dominee antwoordt: „Dat is een moeilijke vraag. Misschien kun je het zo zien: Gods alwetendheid en almacht sluit de menselijke vrijheid niet uit, maar in. Jij doet in vrijheid wat je doet, omdat God heeft besloten dat jij dat –en niet iets anders– in vrijheid zou doen.” Onze vrijheid is ingekapseld in het besluit van God.

Opgemerkt 2: Of kan een christen de vraag of een mens ten diepste vrij is – eenvoudig* – beantwoorden met en door het geloof en dat is Godsvertrouwen. Is het niet veel belangrijker voor een mens om te geloven dat God goed is en uit liefde het beste met ons voor heeft – en dat op grond van Gods Woord tot ons, en het Woord van God is ons vlees [=mens] geworden -, dan dat wij antwoord kunnen geven op de vraag of en hoe wij mensen vrij zijn in onze keuzes en of en hoe dat dan door ons te bepalen zou zijn.
* Theologen (w.o. dominees) en filosofen houden daar niet zo van. Die trekken liever een geleerd of diepzinnig gezicht en komen dan met een heel betoog… (1)

Geciteerd 3: Ten slotte eindigt dominee De Waele met de vraag wat nu echte vrijheid is. Geen enkel mens heeft absolute vrijheid. Je zou zelfs kunnen verdedigen dat het veel moeilijker is om echte vrijheid te combineren met het evolutionisme en naturalisme, die geen ruimte laten voor een vrije wil, omdat ze alles terugbrengen tot chemische processen in het brein.
Dan is het eigenlijk veel eenvoudiger om te geloven in God, die zelf absoluut vrij is en die Zijn schepselen op een voor ons onbegrijpelijke manier een vrije wil heeft gegeven. Toch blijft het belangrijk om te bedenken wat echte vrijheid inhoudt. De Heere Jezus heeft daar een antwoord op gegeven toen Hij zei: „Als de Zoon jullie heeft vrijgemaakt, dan zullen jullie écht vrij zijn.” De diepste vrijheid ligt in gehoorzaamheid aan het heilige Woord van God. Om God weer te kunnen gehoorzamen, moeten we eerst bevrijd worden van de bezettende en verslavende macht van de zonde. Zelfs als het om onze keuzevrijheid gaat, zijn we alleen maar vrij omdat we door een almachtige en alwetende God geschapen zijn.

Opgemerkt 3: Of zullen we hier niet invullen ‘zijn we alleen maar vrij omdat we door een almachtige en alwetende God geschapen zijn’, maar liever/beter: We zijn dankbare en gehoorzame [dat is: altijd weer luisterende] mensen omdat we gehoord hebben van de liefde van onze almachtige en alwetende God en Schepper, Die Zich in en door onze Heer Jezus Christus ten volle in Zijn mensenliefde aan ons mensen geopenbaard heeft. (2) Dan blijven we eenvoudig bij Gods Woord en vinden we rust in Gods liefde en dat niet uit eigen kracht maar door de kracht van de Heilige Geest (3), Die ons – gedoopte gelovigen – geschonken is en wordt.

(1) Zie Lukas 10 : 21-24 en 1 Korintiërs 3 : 18-23.
(2) Zie o.a. Johannes 1 : 1-14, Titus 3 : 5-8 en 1 Johannes 1 : 1-5 en 4 : 10 en ook Psalm 131 hoort hier helemaal bij.

Bron citaat: RD Opinie | Wat zeg je dan – ‘Als God alles weet en bestuurt, hebben wij dan iets te kiezen?’ – door Prof. dr. H. (Henk) van den Belt (De auteur is hoogleraar systematische theologie aan de Vrije Universiteit Amsterdam en de Theologische Universiteit Apeldoorn).

Want voor wie geroepen zijn, zowel Joden als Grieken, is Christus Gods kracht en wijsheid, want het dwaze van God is wijzer dan mensen, en het zwakke van God** is sterker dan mensen. Denken jullie eens aan jullie roeping, broeders en zusters…’ (Uit 1 Korintiërs 1 de verzen 18-31 : 24-26)
** Zie 2 Korintiërs 13 : 4-6.

Bron afbeelding: Knowing Jesus

Geplaatst in Geen categorie | Plaats een reactie