Rinkelen met de ‘goudbuidels’ van ‘onze’ theologie?

Sta niemand toe dat hij vanwege je jeugdige leeftijd (en mogelijk ook: mindere belezenheid) op je neerkijkt, maar wees voor de gelovigen een voorbeeld in wat je zegt, in je levenswijze, in liefde, in geloof en zuiverheid. In afwachting van mijn komst moet je je toeleggen op het voorlezen uit de Schrift, op de prediking en het onderricht.’ (…) ‘Richt je hierop, maak je het eigen, zodat voor iedereen duidelijk wordt dat je vorderingen maakt (dat kon/mocht dus ook nog!). Neem je in acht, houd je aan de (eenvoud van onze verkondiging, zie 1 Korintiërs 1 : 1-31) leer en blijf dit doen; dán red je zowel jezelf als hen die naar je luisteren.‘ (Uit 1 Timoteüs 4 uit de verzen 11-16)

Neem als richtsnoer de heilzame woorden die je van mij hebt gehoord, houd vast aan het geloof en aan de liefde die in Christus Jezus zijn. Bewaar door de Heilige Geest het goede dat je is toevertrouwd.’ (…) ‘Elke Schrifttekst is door God geïnspireerd en kan gebruikt worden om onderricht te geven, om dwalingen en fouten te weerleggen, en om op te voeden tot een deugdzaam leven, zodat een dienaar van God voor zijn taak berekend is en voor elk goed doel volkomen (!) toegerust.‘ (Uit 2 Timoteüs 1 de verzen 13-14 en uit 3 de verzen 16-17).

Geciteerd 1: „Wat als de krachtige doorwerking van Gods Woord schaars wordt?” vraagt ds. De Heer zich af. De theologen die hij citeert „spraken Gods Woord na en gingen in op actuele discussies”. De vragen van toen leven nog, constateert ds. De Heer. Hij stelt daarom voor om alle reformatorische ouderlingen en middelbare schooldocenten te verplichten het ”Handboek dogmatiek” van À Marck te lezen. „1200 bladzijden in hedendaags Nederlands moet toch te doen zijn?”

Geciteerd 2: Prof. Van Vlastuin: Johannes Calvijn stelde dat de gelovige „volkomen rust vindt in de Schrift”. Die is voor hem „zekerder dan zeker”. Prof. Van Vlastuin: „In een eeuw van postmodernisme mag dit ons wel opvallen. Hier klinkt taal uit de werkelijkheid van God.”

Geciteerd 3: dr. H.J. Selderhuis: Ik kijk er ook van op hoe predikanten, bijvoorbeeld in Azië, in hun preken veel meer namen van theologen noemen, boekentips geven en hun gemeente aansporen tot lezen en kennis vergaren dan ik dat doe. Ben ik, of mag ik zeggen: zijn wíj bang geworden oud goud aan te prijzen. Of bang geworden om ook andere theologen te noemen dan alleen een paar goed geselecteerde nadere reformatoren en puriteinen die onze opvattingen bevestigen en die, als ze vandaag zouden leven, lang niet allemaal op onze kansels zouden mogen voorgaan? (…) Terwijl je hier niet met een boek van Abraham Kuyper gezien wilt worden, zijn de Engelse vertalingen van zijn werk niet aan te slepen. Datzelfde geldt voor theologen als Herman Bavinck en zelfs Klaas Schilder (voor wie nog weet wie dat was).

Opgemerkt 1: Moeten predikanten ons werkelijk (weer) allerlei theologen en (hun) theologische werken gaan aanprijzen en is dat niet juist in tegenspraak met het belijden van de volkomenheid van de Heilige Schrift? Hebben theologen in de loop der eeuwen zoveel deugdzaam werk geleverd, dat wij hun werk nu ook goud en zilver mogen noemen, of zullen we dat toch maar reserveren voor wat predikanten door het werk van de Heilige Geest uit Gods Woord weten op te diepen (1) en dat van de kansels aan de gemeente in Gods Naam hebben willen en durven verkondigen. Dan gaan we ons i.e.g. niet te buiten aan het roemen in mensen(werk) en belijden we ook op die manier de genoegzaamheid van Gods Woord.

Opgemerkt 2: Dat mensen die theologie gaan studeren ook veel tijd aan de theologisch-dogmatische werken van vroegere en huidige theologen moeten spenderen – tijd die ten koste gaat van het altijd weer lezen en overdenken van Gods Woord zelf (Maarten Luther ging in zijn colleges o.a. door heel het boek van de Psalmen, samen met zijn studenten) – dat maakt hun het leven al moeilijk genoeg! Moeten ze dat werk vanaf de kansels dan ook nog eens (deels) gaan opleggen aan (alle of het intellectuele deel van de) gedoopte leden van de gemeente(n) van onze Heer Jezus’ Christus? Of durven ze/we de gemeente toch – net als de apostelen ook steeds weer moesten doen – toe te vertrouwen aan het werk dat onze Heer wil doen door die heel gewone doorgaande lezing en verkondiging van Gods Woord dat werkzaam is door de kracht van de Heilige Geest in de harten van de gelovigen (2)(3).

Opgemerkt slot: Heeft de Heilige Geest zo weinig kracht dat hij in Afrika, Azië en Zuid Amerika niet mensen de wijsheid kan geven die daar nodig is om Gods werk uit te leggen en toe te passen in de omstandigheden waarin zij leven. Moeten er werkelijk scheepsvrachten boeken naar hen toegevoerd worden? Zullen we hierbij niet ook deze Schriftwoorden hebben te overdenken en toepassen: ‘De kennis maakt opgeblazen, maar de liefde sticht.‘ (zie 1 Korintiërs 8 : 1-4).

(1) Matteüs 13 : 52.
(2) Zie Handelingen 20 : 32-38 en voorgaande verzen. Lees hierbij ook Openbaring 2 : 1-7 (gericht aan de gemeente te Efeze).
(3) Zie 1 Korintiërs 4 : 17-21.

Bron citaten 1-2: RD Kerk & religie – ‘Prof. Van Vlastuin: Zekerheid over de Schrift direct verbonden met persoonlijke heilszekerheid’ door Kees van den Brink
Bron citaat 3: De Waarheidsvriend (7 november 2024) – ‘Erfgoed van de Reformatie – vruchtbare voedingsbodem (2) – Ontdekkingsvreugde’ – door dr. H.J. Selderhuis.

Hierover valt nog veel te zeggen, maar het is moeilijk jullie uit te leggen, omdat jullie traag van begrip zijn geworden. Werkelijk jullie hadden inmiddels allemaal leraar moeten zijn. In plaats daarvan hebben jullie er zelf een nodig om jullie de (toch eenvoudige!) grondslagen van het Woord van God bij te brengen; het is met jullie zover gekomen dat jullie weer aangewezen zijn op melk in plaats van op vast voedsel. Wie melk drinkt (zie 1 Korintiërs 3 : 1-9 en het vervolg) heeft geen weet van de draagwijdte van de verkondiging van de gerechtigheid. Vast voedsel is voor de volwassenen; hun zintuigen zijn door ervaring geoefend en zij zijn in staat onderscheid te maken tussen goed en kwaad. We moeten echter de eerste – fundament leggende (zie 1 Korintiërs 3 : 10-15!) – beginselen van de leer over Christus hier toch maar laten rusten en ons richten op wat voor volwassenen bedoeld is (zie Efeziërs 4 : 11-16). We willen niet nog eens het fundament leggen over het zich afkeren van daden die tot de dood leiden, over het geloof in God, de leer over het dopen en de handoplegging, en over de opstanding van de doden en het laatste oordeel.‘ (Uit Hebreeën 5 de verzen 11-14 en uit 6 de verzen 1-3 en zie ook 6 : 9-12 en 18-20).

Van Hem uit wordt het hele lichaam samengevoegd en bijeengehouden door elke band die ondersteuning geeft, overeenkomstig de mate waarin ieder deel werkzaam is. Zo verkrijgt het lichaam zijn groei, tot opbouw van zichzelf in de liefde.‘ (Uit Efeziërs 4 vers 13)

Bron afbeelding: Inspirational Bible Images

Geplaatst in Geen categorie | Plaats een reactie

Parels moet je zelf dragen…

Geeft het heilige niet aan de honden en gooit uw parels niet voor de varkens, opdat ze u niet met hun poten vertrappen en zich tegen u keren om uzelf te verscheuren.’ (Uit Matteüs 7 vers 6)

Geciteerd: Jezus leert ons de goede volgorde: „Toneelspeler, doe eerst de balk uit uw eigen oog weg en daarna kunt u nauwkeurig kijken om de splinter weg te doen uit het oog van uw broer”. Eerst ik. Niet in de zin van: eerst mijn cultuur. Maar in de zin van: eerst mijn bekering. Pas daarna ben ik nederig genoeg geworden om de ander niet te veroordelen maar te helpen. Bij de ik-cultuur verdwijnt de ander in de mist van interesseloosheid. Bij de bekering om in te gaan, doemt de naaste juist op uit die mist en wordt hij het voorwerp van onze broederlijke bijstand. Wie eerst zelf van genade leerde leven, kan genadig zijn in het omgaan met de gebreken van de ander.
In Jezus’ onderwijs volgt nu een woord dat hierbij aansluit. Ook daarin wordt gewaarschuwd voor onnadenkend gedrag dat zich tegen onszelf keert: „Geeft het heilige niet aan de honden en gooit uw parels niet voor de varkens, opdat ze u niet met hun poten vertrappen en zich tegen u keren om uzelf te verscheuren”. Wanneer wij dit raadselachtige woord uit het verband lichten, wordt het heel moeilijk uit te leggen. De geschiedenis van de exegese bewijst dat het dan van alles zou kunnen betekenen. Wij moeten het echter uitleggen in samenhang met de voorgaande verzen. Met andere beelden gaat het opnieuw over het gevaar dat wij anderen (andere dieren) iets willen voorhouden en dat wij daarbij juist zelf te gronde worden gericht.
De bijzondere kracht van de gebruikte beelden moet de eerste luisteraars direct zijn opgevallen. Voor hen moeten Jezus’ woorden wel extreem en absurd hebben geklonken. Het heilige is immers voor de priesters. Alles wat de Israëlieten aan de HERE opdragen en wat niet verbrand wordt op het altaar, is voor hen bestemd. Alleen zij mogen dit heilige eten op een heilige plaats. Het is voor niemand anders. Nu waren er natuurlijk wel grensgevallen en men gaf zich veel moeite om zo nauwkeurig mogelijk vast te stellen wanneer iemand nog wel of niet meer tot het gezin van een priester kon worden gerekend. Het zou echter bij niemand opkomen om het heilige voedsel, eerstelingengave voor de HERE, achteloos met ander afval buiten de deur te gooien op de vuilnisbelt voor de straathonden. Zelfs het idee kwam niet in hun hoofden op. Waarom niet? Omdat juist het heilige voedsel voor de priesters zelf is: het is hun voorrecht. Ook het tweede voorbeeld voert tot het absurde. Varkens werden niet gehouden in Israël en ze werden zeker niet gevoerd met kostbaar eten. Laat staan dat een vrouw haar parels (in die tijd échte parels!) in de trog zou gooien. Juist het dure sieraad is bestemd om zelf te dragen. Zo hebben beide beelden dezelfde keerzijde: het spreekt geheel vanzelf dat men het heilige als priester voor zichzelf houdt en dat men als vrouw de parels zelf draagt.
Nu spreekt Jezus dit woord in samenhang met zijn aandrang om Gods normen en openbaring allereerst op eigen leven toe te passen. Daarbij passen de gebruikte beelden. Gods openbaring is het heilige woord dat ons gegeven is om er zelf uit te leven. En Gods wijsheid voor het hele leven wordt in het boek Spreuken meer dan eens vergeleken met een halssieraad dat men zelf moet dragen. Wanneer wij onszelf tooien met geloof en goede werken, komt het heilige tot zijn recht.
In Israël hielden velen de wet aan anderen voor zonder er zelf onder te buigen. Men sprak over „de schare die de wet niet kent” en over „heidenen die van geen wet weten”. Israël hield het handvat van de spiegel vast en liet anderen er in kijken. Veroordelend en zichzelf rechtvaardigend. Als een Farizeeër die dankt dat hij niet is als die veroordelenswaardige tollenaar. Tegen dit misbruik van Gods woord keert Jezus zich. Het zal immers leiden tot eigen ondergang. God heeft Israël tenslotte door de heidense Romeinen onder de voet laten lopen. En een christelijke kerk die tekort schoot in heiliging is meer dan eens slachtoffer geworden van de Mohammedanen aan wie men het evangelie trots had voorgehouden. De bijbel geeft geen dekking, maar is gegeven tot bedekking.
De mens die zichzelf wil cultiveren vindt de beste tooi in Gods geboden. Die sieren een mens. Zij doen hem weer tot zijn recht komen als schepsel van God. De echte ik-cultuur vindt zijn maten bij God.

Lees het geheel in deze blog: ‘Ons dikke IK – onderwijs uit de Bergrede

Aanvullend: De sacramenten Doop en Avondmaal moeten we – in het licht van Gods Woord – toch zien als onmisbare medicijnen voor zieken en niet als een bewijs van inmiddels bereikte gezondheid! Alle gedoopte leden van de gemeente hebben die medicijnen nodig en zullen die met regelmaat gebruiken (ook je Doop moet je gebruiken!). Het kan niet zo zijn dat de patiënten in het Hospitaal van onze Heer eerst maar eens moeten aantonen dat ze die medicijnen waard zijn of dat ze die al helemaal op hun waarde en noodzakelijkheid moeten weten te schatten en wanneer dat nog niet het geval is om ze die medicijnen dan maar te onthouden. Dát is het paard achter de wagen spannen. Het verplegend personeel in het Hospitaal dient er juist op toe te zien dat allen de medicijnen op tijd gebruiken en wanneer patiënten daarin nalatig blijken, hen met de woorden van hun Medicijnmeester overtuigen, dat ze daarin niet nalatig kunnen en mogen zijn/worden, dan tot hun groot nadeel. Ze moeten hen ook duidelijk maken dat ze zelf ook altijd weer die medicijnen hard nodig hebben en dat ook zij daarom beslist niet zonder het regelmatig gebruik ervan léven kunnen.

Bron citaat: ‘De Bergrede, reisgids voor christenen’ – door dr. J. van Bruggen – Twaalfde druk 1995, Uitgever J.H. Kok, Kampen.

Hij antwoordde: “Ik ben alleen gezonden naar de verloren schapen van Israël.” Maar zij kwam dichterbij, wierp zich voor Hem neer en zei: “Heer, help mij!” Hij antwoordde: “Het is niet goed om de kinderen het brood af te nemen en het aan de honden te voeren.” Ze zei: “Zeker, Heer, maar de honden eten toch de kruimels op die van de tafel van hu baas vallen.” Toen antwoordde Jezus haar: “Vrouw, u hebt een groot geloof! Wat u verlangt zal ook gebeuren.”‘ (Uit Matteüs 15 uit de verzen 1-28 de verzen 24-28).

Bron afbeelding: Got Questions

Geplaatst in Geen categorie | Plaats een reactie

Zullen we God bewegen tot een opwekking/reformatie?

Maar de rechtvaardige zal uit het geloof leven.’ (Uit Romeinen 1 vers 17)

Geciteerd: Toen ik nog monnik was, heb ik totaal niets bereikt met vasten en bidden. Dit is, omdat zowel ik als ook de andere monniken, onze zonde en ons goddeloze bestaan niet kenden. Werkelijk, we wisten zelfs niets over de erfzonde (beter: onze geërfde Adamsnatuur) en we hadden nog nooit gehoord dat ongeloof een zonde is (beter: dé zonde is, want wantrouwen aan Gods Woord en beloften).
Wij geloofden en leerden dat je eigenlijk aan Gods genade en barmhartigheid móét twijfelen. Dat had tot gevolg dat, hoe harder ik liep en hoe meer ik verlangde tot Christus te komen, hoe verder Hij van mij week. Na de biecht en als de mis had bediend, kon ik in mijn hart nooit voldaan en dankbaar zijn, want het geweten kan geen ware (!) troost ontvangen uit de werken (en die ontvangen we ook niet uit bijzondere ‘bevindingen’!).
Daarom, laten wij van de zegen (van de trouwe en zuivere verkondiging van Gods Woord in onze gemeenten/kerken), die nú (weer algemeen) bij ons tegenwoordig is, gebruikmaken, en vanwege de genade die aan ons is gegeven, nadat het licht van het Evangelie opnieuw is opgegaan, niet nalatig worden of ondankbaar zijn.
Want als een zegen eenmaal is weggenomen, dan staat het daarna niet in onze wil of macht dat wij die weer terug kunnen brengen. Alleen aan Gods gave en genade is dat gelegen, en wel zó dat Hij Zich door geen huilen, roepen, moeite of werk van mensen (daartoe) laat bewegen. (1)
[Maarten Luther: WA 43, 536, 40 – 537, 11]

(1) Denk hierbij aan de tijd van Johannes Hus (rector en magnificus van de universiteit van Praag), waartegen de hele kerkelijke wereld van die tijd zich verzamelde en een banvloek over hem uitsprak. De Duitse keizer Sigismund beloofde Hus een vrijgeleide als hij zou getuigen voor het concilie van Konstanz. Toen hij daar aankwam werd hij desondanks gevangengenomen en veroordeeld tot de brandstapel. Een vonnis dat op 6 juli 1415 voltrokken werd. Toen wist men een reformatie van de RK-kerk en het RK-leven nog te voorkomen. Maar na de ‘Lutherreformatie’ kregen de mensen in Europa een Bijbel in de eigen landstaal en kon men in de kerken de verkondiging van het Evangelie in de eigen landstaal (laten) horen. Die zegen is er nog altijd!

Opgemerkt (slot): De ‘centrale’ Boodschap van het Evangelie ‘Jezus en Die gekruisigd’ is zo eenvoudig, dat de Heilige Geest het niet nodig vond om de Joden in Jeruzalem of de heidenen in Korinthe eerst een catechese-traject of een alpha-cursus te laten volgen om gedoopt te kunnen worden en om (dan op grond daarvan) als een volwaardig lid van de gemeente van onze Heer Jezus Christus geaccepteerd te kunnen worden. Alle dopelingen (ook de huisgenoten die gedoopt werden) mochten vast en zeker weten (in geloofsvertrouwen aanvaarden), dat ook zij de Heilige Geest als waarmerk en onderpand ontvingen bij de Doop in de naam van de Vader, de Zoon en de Heilige Geest en daarmee ook dat Hij (!) hen zou leiden in alle waarheid onder de (doorgaande) verkondiging van het Evangelie en door deelname aan de maaltijden van de Heer. Gehoorzaamheid (luistervaardigheid!), ootmoed en liefde tot God en de naasten, dat diende voortaan hun leven te stempelen en dat moesten ze dus niet (eerst maar) opbrengen uit eigen kracht, leergierigheid en inzet, maar ze mochten dat ontvangen door kracht die onze Heer hen schonk door Zijn Geest: zie 1 Korintiërs 4 : 20.

Bron citaat: ‘Vrees niet, geloof alleen’ – Meditatie van 8 november – Dagboek samengesteld en vertaald door H.C. van Woerden, sr. – Den Hertog uitgeverij (2019)

Bron citaat: ‘Vrees niet, geloof alleen’ – Meditatie van 8 november – Dagboek samengesteld en vertaald door H.C. van Woerden, sr. – Den Hertog uitgeverij (2019)

Laten we zonder te wankelen datgene blijven belijden waarop we hopen, want Hij die de belofte heeft gedaan is trouw.’ (Uit Hebreeën 10 vers 23)

Bron afbeelding: Tumblr

Geplaatst in Geen categorie | Plaats een reactie

‘Naar de nederige ziet Hij om’…

‘Ik wil U loven met heel mijn hart,
voor U zingen onder het oog van de goden,
mij buigen naar uw heilige tempel,
uw naam loven om uw liefde en trouw:
grote dingen hebt U beloofd, tot eer van uw naam.
Toen ik U aanriep, hebt U geantwoord,
mij bemoedigd en gesterkt.

Laten alle presidenten op aarde U loven, HEER,
zij hebben de beloften uit uw mond gehoord. *
Laten zij de wegen van de HEER bezingen:
‘Groot is de majesteit van de HEER.
De HEER is hoogverheven! Naar de nederige ziet Hij om,
de hoogmoedige doorziet Hij van verre.’
* Lees bij dit vers Hebreeën 12 : 14-29.

Al is mijn weg vol gevaren, U houdt mij in leven,
U verdedigt mij tegen de woede van mijn vijanden,
uw rechterhand brengt mij redding.
De HEER zal mij altijd beschermen.
HEER, uw trouw duurt eeuwig,
laat het werk van uw handen niet los. *
* Lees bij deze laatste verzen Psalm 22 : 10-11, 71 : 5-6 en 139 : 13-16.

(Psalm 138, NBV21)

Geciteerd: Het is hier maar een ellendige wereld voor de ongelovigen. Zij werken zo ontzettend hard en toch bereiken zij niets. Zij kunnen zelfs veel bidden, overal zoeken, en op de deur kloppen. Toch is er niets gewonnen, gevonden of bereikt. Waarom niet? Zij kloppen altijd op de verkeerde deur! Zij doen al deze dingen en bidden net zoals ze elk ander werk doen. Met andere woorden: zij doen dit alles zonder werkelijk te geloven dat ze (altijd!) gehoord én verhoord worden.
Dat is dan ook de reden dat zij niet echt kunnen bidden. Bidden is alleen het werk van het geloof. Niemand behalve een gelovige, kan echt bidden. Gelovige bidden niet op grond van wie zij (menen te) zijn of iets dat ze zelf gedaan hebben, maar in de Naam van de Zoon van God, in Wiens Naam zij gedoopt zijn. Zij zijn ook zeker dat hun gebeden God behagen omdat Hij tegen hen gezegd heeft dat zij zullen bidden in de Naam van Christus en beloofd heeft dat Hij naar hen zal luisteren (zie o.a. het gebedsonderwijs in Lukas 11 : 1-13).
Maar de anderen weten dit niet. In plaats daarvan bidden zij in hun eigen naam en geloven zij zichzelf daartoe te kunnen voorbereiden. Zij denken dat ze voldoende kunnen lezen en hebben gelezen [in hun gebedenboek of in hun theologische geschriften waarmee de boekenkasten in hun studeerkamers gevuld zijn] om zichzelf waardig en bekwaam genoeg te maken om van hun gebeden een goed en voorbeeldig werk te maken.
En wanneer wij hen dan vragen of hun gebeden verhoord zijn, dan antwoorden zij: ‘Ik heb gebeden, maar of mijn gebeden verhoord zijn, dat weet God alleen’. Als je niet weet wat je doet en of God wél of niet luistert, wat voor soort gebed is dat?

Leestips: Jesaja 1, Hosea 13 en 14 en 1 Johannes 4 : 10.

Bron citaat: ‘Vrees niet, geloof alleen’ – Meditatie 6 november – Den Hertog uitgeverij (2019)

Mij aangaande, ik zal tot God roepen, en de Heer zal mij verlossen.
(Uit Psalm 55 vers 17)

Bron afbeelding: Papa Shaun’s Corner

Geplaatst in Geen categorie | Plaats een reactie

Een intieme en onverbrekelijke* band…

Want ik ben door de Wet aan de Wet gestorven, opdat ik voor God zou leven. Ik ben met Christus gekruisigd. Toch leef ik; doch niet ik, maar Christus leeft in mij.’ (Uit Galaten 2 de verzen 19-20)

Geciteerd: Toch leef ik; doch niet ik, maar Christus leeft in mij – Paulus heeft een eigenaardige uitdrukkingswijze – niet menselijk, maar goddelijk en hemels. De evangelisten en de andere apostelen gebruiken die niet, behalve Johannes, die van tijd tot tijd op deze manier spreekt. Als Paulus deze manier van spreken niet eerst had gebruikt en ons in expliciete bewoordingen had voorgeschreven, zou niemand, zelfs niet onder de heiligen, het hebben aangedurfd om die te gebruiken.

Het is ongekend en (schijnbaar) overmoedig om te zeggen: “Ik leef, ik leef niet; ik ben dood, ik ben niet dood; ik ben een zondaar, ik ben geen zondaar; ik heb de Wet, ik heb de Wet niet.” Maar deze uitdrukkingswijze is waar in Christus en door Christus. Als het op rechtvaardiging aankomt, bent u dus (nog) in de Wet als u de Persoon van Christus van uzelf scheidt; u blijft erin en leeft in uzelf, wat betekent dat u dood bent in de ogen van God en verdoemd door de Wet.

Geloof moet correct worden onderwezen, namelijk dat u erdoor zo aan Christus bent vastgehecht dat Hij en u als één persoon zijn, die niet kan worden gescheiden, maar voor altijd aan Hem verbonden blijft en verklaart: “Ik ben als Christus.” En Christus zegt op zijn beurt: “Ik ben als die zondaar die aan Mij gehecht is, en Ik aan hem of haar. Want door het geloof zijn wij samengevoegd tot één vlees en één gebeente.” Zoals Efeziërs 5 : 30 zegt: “Wij zijn leden van het lichaam van Christus, van zijn vlees en van zijn beenderen,” op zo’n manier dat dit geloof Christus en mij intiemer verbindt dan een man met zijn vrouw.

Dr. Martin Luthers Werke (Weimarer Ausgabe) WA 40.1 (vertaling gebruikt: Luthers Works, American Edition, Concordia Publishing House, vol. 26, p.168)

* Zie Romeinen 8 : 31-39.

NB. Dit is een vertaling van de Engelstalige Luther Quote ‘Quotes from Luther’s Second Lectures on Galatians (48)’ (24 oktober 2024)

Als u deze Luther Quotes naar familie of vrienden wilt laten sturen, kunt u het e-mailadres sturen naar: info@martinluther-quotes.nl. Meld u ook aan en af voor deze wekelijkse quotes met gebruik van dit e-mailadres, of via www.maartenluther.com. Deze e-mails zijn gratis en er wordt niet om donaties gevraagd.

Galaten, hebben jullie je verstand verloren! Wie heeft jullie in zijn ban gekregen? Ik heb jullie Jezus Christus toch openlijk en duidelijk als de Gekruisigde bekendgemaakt? Ik wil maar één ding van jullie weten: hebben jullie de Geest ontvangen door de wet na te leven of door te luisteren en te geloven? Zijn jullie werkelijk zo dwaas weer op jullie eigen kracht te vertrouwen, en niet langer op de Geest?‘ (Uit Galaten 3 de verzen 1-3)

Bron afbeelding: Pinterest

Geplaatst in Geen categorie | Plaats een reactie

Laat het van de billboards schreeuwen?

Toen zei Hij: Ga, zeg tot dit volk: Hoort aldoor – maar verstaat niet,
en ziet aldoor – maar merkt niet op.’ (Uit Jesaja 6 vers 9)

Geciteerd 1: De Bijbel is in Nederland stukje bij beetje aan de kant geschoven. De meeste jongeren horen hooguit bij geschiedenis nog iets over het christendom. In bibliotheken verdween de Bijbel naar het rijtje naslagwerken. Slechts een op de vijftien Nederlanders gaat wekelijks naar een religieuze dienst – en regelmatig gaat dan niet de Bijbel maar de Koran open. Laat in zo’n land de boodschap van God van de daken geschreeuwd worden.

Opgemerkt 1: Moeten wij niet eerder vrezen dat, zelfs waar het Woord van God nog geopend wordt op de zondag, de voorgangers en de kerkgangers het wel (voor)lezen en horen maar het niet verstaan en het niet weten toe te passen in hun dagelijks bestaan? Dat er zondags wel uit volle borst of luidkeels gezongen wordt, maar dat Jezus’ woorden (waarbij Hij woorden van Jesaja aanhaalt) ook van toepassing zijn op ons kerkgangers: ‘Huichelaars (toneelspelers!), wat is Jesaja’s profetie toch van toepassing op jullie (hier Farizeeën en Schriftgeleerden die vroegen waarom Zijn leerlingen de tradities van hun voorouders overtraden): “Dit volk eert mij met de lippen, maar hun hart is verre van mij, want ze onderwijzen hun eigen leer, voorschriften van mensen.”‘ (Uit Matteüs 15 uit de verzen 1-20 de verzen 7-9).

> Leestips: Jesaja 6, Matteüs 15 : 1-20 en onderstaande blog over de profeet Habakuk met woorden van Walter Luthi (1901-1982) een Zwitsers zielzorger en predikant: ‘Al hadden we alleen maar deze bladzijden opengeslagen…

Aanvullend bij de eerste opmerking ‘Laat het van de billboards schreeuwen?

Geciteerd 2: Laat in zo’n land de boodschap van God van de daken geschreeuwd worden. Maar dan wel steeds met twee woorden: wet en evangelie, zonde en genade. De Bijbelschrijver Habakuk gaf daarin het voorbeeld. God belooft Zijn volk te verlossen en de Babyloniërs te straffen en de profeet moet dat op een bord schrijven. „Met grote lettertekens, opdat zelfs bij een snel voorbijgaan iedereen kan zien wat er geschreven staat”, verklaart Calvijn. Of die voorbijgangers het horen willen of niet, het zij hun gezegd.

Opgemerkt 2: We moeten bij dat voorbeeld van Habakuk bedenken dat hij dat bord wel in Jeruzalem dicht bij de tempel geplaatst zal hebben. Dus zo’n billboard nu, zou eigenlijk op de parkeerplaats van onze gemeente/kerk z’n plekje moeten krijgen. Jesaja moest ook een stenen bord beschrijven, zo lezen we in Jesaja 30 vers 9. Dat bord en het opschrift was niet voor de ‘buitenstaanders’ (heidenen zoals de Egyptenaren en Chaldeeën) bedoeld, maar toch echt voor het volk van God, dat ook nog altijd aan tempelbezoek deed. En wij (vrome) kerkgangers doen er goed aan om te lezen welke verwijten de profeten het volk van God moeten laten horen. Wanneer we Jesaja 58 en 59 er ook nog weer bij willen lezen, dan begrijpen we waarom billboards langs de snelweg geen enkele zin hebben en waarom God van ons kerkgangers niet vraagt om dáár ons goede geld aan te besteden. Wanneer het Woord van God, dat ons kerkgangers nog altijd verkondigd mag worden, ons niet tot daadwerkelijk berouw en bekering brengt (zie o.a. Jesaja 58 : 5) en tot het daadwerkelijk doen van wat God van ons verlangt (zie Jesaja 58 : 6-14), dan zal de voortgaande ‘Godsverduistering’ om ons heen niet ophouden (zie Jesaja 59 : 9-15).

Bron citaten: RD Opinie – ‘Drie seconden is lang genoeg voor een Bijbeltekst’ – van de Hoofdredactie

‘We tasten als blinden langs de muur,
we tasten rond als iemand die niet kan zien.
Op klaarlichte dag struikelen we alsof het schemert,
in de kracht van ons leven lijken we dood.’
(Uit Jesaja 59 : 9-15 vers 10 – zie ook Openbaring 3 : 14-22)

Bron afbeelding: Scripture Images

Geplaatst in Geen categorie | Plaats een reactie

Over verlangen naar theocratie en theocraten…

‘Die vroom begeert te leven,
bidt God nacht ende dag,
dat Hij mij kracht zal geven,
dat ik u helpen mag.’
(Uit het Wilhelmus uit het 3e couplet)

Opgemerkt vooraf: Mee n.a.v. het RD-artikel, waarin de opvattingen van prof. dr. van Lieburg en prof. dr. Els Stronk en haar oud studente Heleen van de Fliert over Petrus Datheen geciteerd werden, reageer ik hierbij – alvast maar (1) – op dit artikel, omdat daarin o.a. (door Van Lieburg) gesteld werd dat de (fel protestantse) predikant Petrus Datheen voortaan niet langer als een ‘steile SGP-er’ aan het Nederlandse (voetbalminnende) publiek kan/moet worden gepresenteerd. Dat (laatste) zou hen kunnen helpen bij het zingen (en begrijpen?) van het Wilhelmus en mogelijk ook bij hen de gedachte aanvaardbaar maken dat dit lied werkelijk door deze ‘kerkleider’ kan zijn gedicht.

Opgemerkt 1: Het is de taak van de overheid om ervoor te zorgen dat al haar burgers (onafhankelijk van welke religieuze of niet religieuze levensopvattingen ze er op na houden) een stil en gerust leven zullen kunnen leiden. Om die taak goed uit te oefenen hebben de overheden de voorbede van de gemeenten van onze Heer nodig, zo leert ons Gods Woord. Die (vrije of onvrije) samenkomsten van de gemeenten van onze Heer en het gebed dat daar opstijgt voor de overheden (en alle mensen) is vele malen belangrijker dan de christelijke wetten die een overheid de burgerbevolking wil en kan of (nog) weet op te leggen! Het is een rijke zegen wanneer er onder onze overheden (overheidspersonen) mensen zijn die zich gedragen weten door de gebeden die in de christelijke gemeenten opstijgen en die zich afhankelijk weten van Gods zegen daarover.

Opgemerkt 2: De apostelen en m.n. ook de apostel Paulus werd veel vaker levensgevaarlijk bedreigd en vervolgd door zijn ‘kerkelijke broeders’ (lees: de wettische Joodse kerk/synagogeleiders) dan door (Romeins recht lievende) heidense overheden.

Opgemerkt 3: Onze prins Willem van Oranje was zo’n overheidspersoon, die ernaar streefde dat de burgers (m.n. toen lutherse of calvinistische protestanten samen met rooms-katholieken en ook Joden) in de (‘Noord en Zuid’) Nederlanden naast elkaar konden leven zonder zich bedreigd te moeten voelen in hun dagelijks bestaan (dus in hun doen en laten in hun gewone leven én in hun religieuze/kerkelijke leven). Hij is in zijn werk ten bate van alle burgers waarvoor hij verantwoordelijkheid droeg aan het Brusselse hof tegengewerkt door m.n. ook Petrus Datheen (2).

(1) Kon het artikel ‘Afscheid van SGP-Voorlichter Menno de Bruine: een ware theocraat’ vanwege de zondag (nog) niet online lezen.
(2) Zie hierover meer in deze blog: ‘Over Apostolische wijsheid en geduld… (V)’

‘Oorlof mijn arme schapen
die zijt in groten nood,
uw herder zal niet slapen,
al zijt gij nu verstrooid.
Tot God wilt u begeven,
zijn heilzaam woord neemt aan,
als vrome christen leven,
’t zal hier haast zijn gedaan.’
(Uit het Wilhelmus het 14e couplet)

Bron afbeelding: Engelfriet-net

Geplaatst in Geen categorie | Plaats een reactie

Geen oordeel over jezelf uitspreken…

‘Wat buigt gij u neder, o mijn ziel, en wat zijt gij onrustig in mij?
Hoop op God, want ik zal Hem nog loven;
Hij is de menigvuldige (!) Verlossings mijns aangezichts, en mijn God.
(Uit Psalm 42 vers 12)

Geciteerd: Wij zien ook veel godzalige zielen [=gelovige mensen] die regelmatig of zelfs altijd verdrietig en zwaarmoedig zijn, die zichzelf door hun eigen gedachten beangstigen. Ze wanhopen en vertwijfelen in de verzoekingen van de duivel. ‘Waar is de Heilige Geest over Wie jullie christenen zo roemen?’ zeggen de wereld en ons eigen vlees.
Daarom moet een christen hier deze wijsheid beoefenen, dat hij geen oordeel over zichzelf uitspreekt volgens zijn/haar eigen gedachten en gevoelens. Hij/zij moet weten dat juist tegenover deze aanvechtingen en zwakheid moet worden vastgehouden aan het Woord; aan de troostprediking die de Heilige Geest doet voor alle arme, bedroefde harten en gewetens.
Christus zegt over Zijn ambt dat Hij moet beoefenen door de Heilige Geest: ‘De Geest des Heeren is met Mij. Daarom heeft de Heere Mij gezalfd, Hij heeft Mij gezonden om te prediken aan de ellendigen, en om te verbinden de verbroken harten, idem: ‘Om te vertroosten alle bedroefden‘ (vgl. Jesaja 61 : 1-2).
Van dit soort teksten zullen we leren, zoals we die kunnen horen op deze plaats en overal in het Evangelie, dat God niet wil dat we bedroefd en bevreesd zijn. Hij wil juist dat we in vreugde en vertrouwen steunen op de zekere, betrouwbare belofte van Zijn genade, die de Heilige Geest Zelf aan ons predikt.
[Maarten Luther: WA 21, 488, 22-38]

Bron citaat: ‘Vrees niet, geloof alleen’ – Meditatie van 14 oktober – Dagboek samengesteld en vertaald door H.C. van Woerden, sr. – Den Hertog uitgeverij (2019)

Aanvaard elkaar daarom (1) ter ere van God, zoals Christus jullie heeft aanvaard. Ik bedoel dit: Christus is een dienaar van de Joden geworden om hun te tonen dat God trouw is en om de beloften aan de aartsvaders te vervullen, maar Hij is ook gekomen om de heidenen in staat te stellen God te loven om Zijn barmhartigheid, zoals geschreven staat: ‘Daarom zal ik U prijzen onder de heidenen, psalmzingen ter ere van Uw Naam.’ En verder staat er: ‘Verheug jullie heidenen, samen met Zijn volk. En er staat ook: ‘Loof de Heer, alle heidenen; prijs Hem alle volken.’ En verder zegt Jesaja: ‘Isaï zal een telg voortbrengen: Hij die komt om over de heidenen te heersen; op Hem zullen zij hun hoop vestigen.’ Moge God, die ons hoop geeft, jullie in het geloof geheel en al vervullen met vreugde, zodat uw hoop overvloedig zal zijn door de kracht van de Heilige Geest.’ (Uit Romeinen 15 de verzen 7-13)
(1) Zie Romeinen 15 : 4-6

Bron afbeelding: Heartlight-org

Geplaatst in Geen categorie | Plaats een reactie

Waarom we niet in mensen zullen roemen!

Want ik ben door de Wet aan de Wet gestorven, opdat ik voor God zou leven. Ik ben met Christus gekruisigd. Toch leef ik; nochtans niet ik, maar Christus leeft in mij.’ (Uit Galaten 2 de verzen 19 en 20)

Geciteerd: “Nochtans niet ik” – Dat wil zeggen, “niet in mijn eigen persoon of substantie.” Hier laat Paulus duidelijk zien hoe hij leeft; en hij stelt wat christelijke rechtvaardigheid is, namelijk die rechtvaardigheid waardoor Christus in ons leeft, niet de rechtvaardigheid die in onze eigen persoon is. Daarom moet de persoon, wanneer het nodig is om christelijke rechtvaardigheid te bespreken, volledig worden afgewezen. Want als ik aandacht besteed aan de persoon of over de persoon spreek, dan wordt de persoon, hetzij opzettelijk of onopzettelijk van mijn kant, een dader van werken die onderworpen is aan de Wet. Maar hier moeten Christus en mijn geweten één lichaam worden, zodat er niets anders voor mijn ogen overblijft dan Christus, gekruisigd en opgewekt. Maar als Christus opzij wordt gezet en ik alleen naar mezelf kijk, dan is het met mij gedaan. Want dan komt meteen deze gedachte in mij op: “Christus is in de hemel en jij bent op aarde. Hoe ga je Hem nu bereiken?” “Ik zal een heilig leven leiden en doen wat de Wet voorschrijft; en zo zal ik het leven binnengaan.” Door aandacht te besteden aan mezelf en te bedenken wat mijn toestand is of zou moeten zijn, en wat ik geacht word te doen, verlies ik Christus uit het oog, die alleen mijn Rechtvaardigheid en Leven is. Als Hij eenmaal verloren is, is er geen hulp of raad; maar zekere wanhoop en verderf moeten volgen.
Dit is een buitengewoon veelvoorkomend kwaad; want zo is de menselijke ellende dat we bij verleiding of dood Christus onmiddellijk opzij zetten en aandacht besteden aan ons eigen leven en onze eigen daden – of die van anderen (1). Tenzij we hier door geloof worden opgewekt, moeten we vergaan. In zulke gewetensconflicten moeten we daarom de gewoonte vormen om onszelf achter ons te laten, evenals de Wet en al onze werken, die ons dwingen om aandacht te besteden aan onszelf. We moeten onze ogen volledig richten op die bronzen slang, Christus die aan het kruis is genageld (Johannes 3:14). Met onze blik stevig op Hem gericht, moeten we met zekerheid verklaren dat Hij onze Rechtvaardigheid en Leven is en ons niets aantrekken van de bedreigingen en verschrikkingen van de Wet, zonde, dood, toorn en het oordeel van God – en medemensen (AJ). Want de Christus op wie onze blik gericht is, in Wie wij bestaan ​​en die ook in ons leeft, is de Overwinnaar en de Heer over de Wet, zonde, dood en alle kwaad. In Hem is een zekere troost voor ons uiteengezet en is de overwinning verleend.

(1) Opgemerkt: Het is beslist ook heel gevaarlijk om te roemen in andere (mede)gelovigen. Of het nu je (vrome en ijverige) grootvader is of een ander familielid of dat het mensen uit de eigen gemeente of kerk zijn of historische personen. Dat gevaar heeft de apostel Paulus altijd weer onderkend en er in zijn brieven aandacht aan besteed om daartegen te waarschuwen. De kerkgeschiedenis laat zien dat dit onderwijs van Paulus als regel aan de laars wordt gelapt.

Dr. Martin Luthers Werke (Weimarer Ausgabe) WA 40.1 (vertaling gebruikt: Luthers Works, American Edition, Concordia Publishing House, vol. 26, p.166/167)
(If you would like to have these Luther Quotes (in English!) sent to yourself, or to family or friends you can send the email address to: info@martinluther-quotes.nl Subscribe and unsubscribe from our weekly quotes on this email address as well, or on http://www.maartenluther.com These e-mails are free of charge and you are not asked for donations)

Bron citaat: http://www.maartenluther-com – Quotes from Luther’s Second Lectures on Galatians (46)

Wil iemand zich op iets (of iemand) beroemen, laat Hij zich op de Heer beroemen, want niet wie zichzelf aanprijst is betrouwbaar, maar wie door de Heer wordt aangeprezen.’ (Uit 2 Korintiërs 10 de verzen 17-18 – lees hierbij ook 1 Korintiërs 4)

Bron afbeelding: KJV Bible Verses

Geplaatst in Geen categorie | Plaats een reactie

Is ‘een droefheid naar God’ het begin?

Ik verzeker jullie, wie niet als een kind openstaat voor het koninkrijk van God, zal er zeker niet binnengaan!‘ (Uit Lukas 18 vers 17)

Geciteerd 1: Het begon zo klein met een droefheid naar God. Er was liefdespijn over een verbroken gemeenschap met God, er kwamen honger en dorst naar gerechtigheid voor God. In de openbaring van Christus werd het een verlangen om Hem ten deel te zijn en met Zijn gerechtigheid bekleed te worden. In Christus’ hemelvaart mag de Kerk aan het Vaderhart van God gebracht worden en Hem kennen als de verheerlijkte Koning en Hogepriester van de Kerk.

Geciteerd 2: Wat is het beginsel van uw leven? Want het begin beslist het einde van ons leven. Wat zal het zijn als we onverzoend in het oordeel zullen staan? Zonder God, zonder Borg, zonder hoop, of met een valse hoop naar de eeuwige rampzaligheid reizend? Kom, de Heere werkt nog. Zoek Hem dan en leef!

Opgemerkt 1: Met Christus hemelvaart is (!!!) de Kerk aan het hart van God gebracht en alle leden van het Lichaam mogen daarom weten (vast en zeker geloven) dat zij in Christus aan het Vaderhart zijn. Dat is een voldongen feit en het Evangelie laat daarover geen enkele twijfel bestaan. Wanneer gedoopte kerkleden (jong of oud) hun hemels burgerschap (zie Filippenzen 3 : 20) eerst maar eens wordt afgenomen om er eerst nog eens echte Godzoekers van te maken, dan was het maar beter voor degenen die hen dat hemels burgerschap ontzegden, dat ze – voordat ze hun kwalijke manier van doen konden uitoefenen in de gemeente(n) – met een molensteen om de hals in zee geworpen en verdronken waren.

Opgemerkt 2: Het ‘beginsel’ van ons (geloofs)leven komt van God Zelf, het is het Evangelie dat aan ons al bevestigd werd bij en door onze Doop (1). Wij dienen de gedoopte gemeente aan te spreken zoals de apostel Johannes doet in zijn eerste brief, waar hij jong en oud ervan verzekerd dat hun zonden hen vergeven zijn ‘omwille van Zijn naam‘ en dat ze ‘hem die het kwaad zelf is‘ hebben overwonnen (vers 11). En ook schrijft hij hen dat ze zich deze geloofszekerheid ook door (hun) ‘leraars’ niet zullen laten afnemen: ‘jullie zalving is blijvend, jullie hebben – om jullie daarover nog te onderwijzen en van te verzekeren – geen leraar nodig!‘ Die zalving (met de Heilige Geest) die hadden de leden van de aangeschreven gemeente(n) ontvangen bij hun Doop. Dat kon en mocht geen leraar – ook geen bevindelijke predikant – hen nog afnemen. Maar lees hierbij dan ook wat Johannes hen (ons) met klem wil voorhouden, namelijk in de verzen 15-17 (2) en hij wijst ook nog op ‘antichristen‘, die wel uit hun (ons) midden waren voortgekomen – maar die desondanks zich gingen verzetten tegen het werk van de Heilige Geest in die gemeente(n). Dat kan dus ook gebeuren, dat er, dat wijzelf mensen zijn die dat gaan doen: verzet plegen tegen de Heilige Geest – zoals de Farizeeën Schriftgeleerden dat ook deden (zie Handelingen 7 : 51). Daarom dient de oproep ‘blijf dus in Hém kinderen‘ (vers 28) niet als tegen dovemansoren gezegd opgevat te worden: Wie oren heeft moet altijd weer horen naar wat de Geest tot de gemeenten zegt! (Zie deze oproep van onze Heer in de brieven aan de zeven gemeente in Klein Azië. Zelfs een gemeente die ‘op sterven na dood’ was, mocht zich niet doof houden of voor inmiddels doof aangezien worden!)

(1) Dus niet de droefheid naar God is het ‘kleine begin’, maar het geboren worden in het midden van Christus’ gemeente waar het Evangelie en de Doop bediend worden aan alle leden van Zijn lichaam, geboren of nog niet geboren, jong en oud. Wanneer we dat kleine begin gaan verachten en willen vervangen door iets wat we eerst nog bij onszelf (of bij anderen) moeten (gaan) waarnemen, dan zijn we verkeerd bezig, plegen we verzet tegen de Geest.
(2) Johannes wil de jongeren en ouderen in de verzen 15-17 (van Johannes 2) aanmoedigen om de strijd tegen ‘de wereld en al wat in de wereld is‘ te blijven voeren, maar niet dan na hen verzekerd te hebben dat zij in die strijd verzekerd mogen zijn van de overwinning die hen in Christus geschonken is en ook steeds weer zal worden geschonken. (Lees hierbij ook Hebreeën 12 : 12-13)

Bron citaat: RD Kerk & religie – Meditatie ‘Beginsel’ – ds. D.C. Flapper, Ede.

Bron afbeelding: RD Bezinning

Geplaatst in Geen categorie | Plaats een reactie